[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Amendement van het lid Ceder over een verplichting om in het verzuimbeleid ook duidelijk te maken hoe langdurig verzuim wordt tegengegaan

Wijziging van de Leerplichtwet 1969 en enige andere onderwijswetten in verband met het voorkomen en het terugdringen van verzuim in het funderend onderwijs en het beroepsonderwijs (Wet terugdringen schoolverzuim)

Amendement

Nummer: 2026D11703, datum: 2026-03-13, bijgewerkt: 2026-03-13 16:25, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36663 -11 Wijziging van de Leerplichtwet 1969 en enige andere onderwijswetten in verband met het voorkomen en het terugdringen van verzuim in het funderend onderwijs en het beroepsonderwijs (Wet terugdringen schoolverzuim) .

Onderdeel van zaak 2026Z05147:

Preview document (🔗 origineel)


TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL 2
Vergaderjaar 2025-2026
36 663 Wijziging van de Leerplichtwet 1969 en enige andere onderwijswetten in verband met het voorkomen en het terugdringen van verzuim in het funderend onderwijs en het beroepsonderwijs (Wet terugdringen schoolverzuim)
Nr. 11 AMENDEMENT VAN HET LID CEDER
Ontvangen 13 maart 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel III, onderdeel C, wordt het voorgestelde artikel 8.1.6a, tweede lid, als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt na “Het verzuimbeleid” ingevoegd “is gericht op het bevorderen van de aanwezigheid van studenten en vavo-studenten en het voorkomen van verzuim en”.

2. Na de aanhef wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

0a. de werkwijze van de instelling om aanwezigheid van studenten en vavo-studenten te bevorderen, langdurig verzuim te voorkomen en uitschrijving, zonder te zijn vrijgesteld van de verplichtingen als bedoeld in paragraaf 2 en 2a van de Leerplichtwet 1969 of inschrijving bij een andere instelling, te voorkomen;

II

In artikel IV, onderdeel C, wordt het voorgestelde artikel 8.1.6j, tweede lid, als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt na “Het verzuimbeleid” ingevoegd “is gericht op het bevorderen van de aanwezigheid van studenten en het voorkomen van verzuim en”.

2. Na de aanhef wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

0a. de werkwijze van de instelling om aanwezigheid van studenten te bevorderen, langdurig verzuim tegen te gaan en uitschrijving, zonder te zijn vrijgesteld van de verplichtingen als bedoel in paragraaf 2 en 3 van de Leerplichtwet BES of inschrijving bij een andere instelling, te voorkomen;

III

In artikel V, onderdeel B, wordt het voorgestelde artikel 22b, tweede lid, als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt na “Het verzuimbeleid” ingevoegd “is gericht op het bevorderen van de aanwezigheid van leerlingen en het voorkomen van verzuim en”.

2. Na de aanhef wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

0a. de werkwijze van de school om aanwezigheid van leerlingen te bevorderen, langdurig verzuim tegen te gaan en uitschrijving, zonder te zijn vrijgesteld van de verplichtingen als bedoeld in paragraaf 2 en 2a van de Leerplichtwet 1969 of inschrijving bij een andere school, te voorkomen;

IV

In artikel VI, onderdeel C, wordt het voorgestelde artikel 13b, tweede lid, als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt na “Het verzuimbeleid” ingevoegd “is gericht op het bevorderen van de aanwezigheid van leerlingen en het voorkomen van verzuim en”.

2. Na de aanhef wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

0a. de werkwijze van de school om aanwezigheid van leerlingen te bevorderen, langdurig verzuim tegen te gaan en uitschrijving, zonder te zijn vrijgesteld van de verplichtingen als bedoeld in paragraaf 2 en 2a van de Leerplichtwet 1969 of inschrijving bij een andere school, te voorkomen.

V

In artikel VII, onderdeel C, wordt het voorgestelde artikel 16b, tweede lid, als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt na “Het verzuimbeleid” ingevoegd “is gericht op het bevorderen van de aanwezigheid van leerlingen en het voorkomen van verzuim en”.

2. Na de aanhef wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

0a. de werkwijze van de school om aanwezigheid van leerlingen te bevorderen, langdurig verzuim tegen te gaan en uitschrijving, zonder te zijn vrijgesteld van de verplichtingen als bedoel in paragraaf 2 en 3 van de Leerplichtwet BES of inschrijving bij een andere school, te voorkomen.

VI

In artikel VIII, onderdeel C, wordt het voorgestelde artikel 2.92b, tweede lid, als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt na “Het verzuimbeleid” ingevoegd “is gericht op het bevorderen van de aanwezigheid van leerlingen en het voorkomen van verzuim en”.

2. Na de aanhef wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

0a. de werkwijze van de school om aanwezigheid van leerlingen te bevorderen, langdurig verzuim tegen te gaan en uitschrijving, zonder te zijn vrijgesteld van de verplichtingen als bedoeld in paragraaf 2 en 2a van de LPW of inschrijving bij een andere school, te voorkomen.

VII

In artikel VIII, onderdeel G, wordt in het voorgestelde artikel 11.27a, eerste lid, na “LPW BES” ingevoegd “en wordt voor “paragraaf 2 en 2a van de LPW” gelezen “paragraaf 2 en 3 van de LPW BES”. ‘.

Toelichting

Dit amendement regelt dat de school in haar verzuimbeleid ook uiteenzet hoe de school langdurig schoolverzuim en schooluitval probeert te voorkomen en daarmee wordt uitgedaagd om te focussen op aanwezigheid in plaats van (ongeoorloofd) verzuim. Dit ter aanvulling op de door het wetsvoorstel voorgestelde verplichte onderdelen van het verzuimbeleid.

Onderhavig wetsvoorstel regelt onder meer dat er minimumeisen worden gesteld aan verzuimbeleid, met de veronderstelling dat dit bijdraagt aan het verminderen en voorkomen van langdurig verzuim en schooluitval. Het risico bestaat echter dat de uitvoering van het beleid alsnog vooral bestaat uit ‘vinkjes zetten’, in plaats van dat er een schoolbrede aanpak ontstaat voor het bevorderen van schoolaanwezigheid. Met dit amendement beoogt indiener dat de school vanuit die invalshoek maatregelen van preventieve aard neemt om verzuim en schooluitval te voorkomen.

EĂ©n van de actielijnen van de regering in de verzuimaanpak is het centraal stellen van aanwezigheid.1 Dit in plaats van de focus op (ongeoorloofd) verzuim. Experts zien deze nieuwe focus echter onvoldoende terug in onderhavig wetsvoorstel, zo merkt indiener. In de Nota naar aanleiding van het verslag stelt de regering op basis van het onderzoek ‘Schoolbeleid en registratie aanwezigheid en afwezigheid’ van het consortium KBA Nijmegen, Oberon en Kohnstamm Instituut dat veel scholen nog niet klaar zijn voor het maken van de omslag naar aanwezigheidsbeleid, maar dat er wel brede overeenstemming is om die omslag stapsgewijs te maken. Het huidig wetsvoorstel is, zo stelt de regering, een eerste en noodzakelijke stap.

Indiener ziet echter ruimte om de focus op aanwezigheidsdenken beter aan bod te laten komen in onderhavig wetsvoorstel. Middels dit amendement voegt indiener een verplicht onderdeel aan het door de school op te stellen verzuimbeleid toe, namelijk de werkwijze waarmee de school langdurig schoolverzuim en schooluitval probeert te voorkomen. Hiermee sluit indiener aan bij het model schoolbeleid aanwezigheid en afwezigheid uit het eerder genoemde onderzoek. Op basis van dit onderzoek is de regering tot de verplichte onderdelen gekomen, maar indiener mist hierbij de visie op aanwezigheid die in het model juist als eerste punt wordt genoemd.

De school kan dit verplichte onderdeel invullen door uit te zetten hoe de school aanwezigheid stimuleert en hoe al het schoolpersoneel betrokken is bij deze aanpak. Er is inmiddels veel kennis en expertise opgebouwd rondom het voorkomen van verzuim, zoals bij het Steunpunt Passend onderwijs. De school kan deze inzetten om tot goed beleid te komen om verzuim te voorkomen en aanwezigheid te bevorderen.

Ceder


  1. Kamerstuk 26695, nr. 139↩