Eerste National Risk Assessment Corruptie
Brief regering
Nummer: 2026D11716, datum: 2026-03-13, bijgewerkt: 2026-03-13 16:39, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
- Beslisnota bij Kamerbrief Eerste National Risk Assessment Corruptie
- National Risk Assessment Corruptie
Onderdeel van zaak 2026Z05150:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2026-03-19 14:00: Criminaliteitsbestrijding, ondermijning en georganiseerde criminaliteit (Commissiedebat), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2026-04-01 14:30: Procedurevergadering Justitie en Veiligheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
Preview document (🔗 origineel)
Hierbij bied ik uw Kamer het eindrapport van de eerste National Risk Assessment (NRA) Corruptie aan. Dit onderzoek is op verzoek van het ministerie van Justitie en Veiligheid uitgevoerd door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC).
In juni 2025 presenteerde het vorige kabinet de intensivering van de Nederlandse aanpak van corruptie.1 De aanpak structureert en versterkt lopende beleidsinitiatieven om corruptie te voorkomen en bestrijden en rolt deze breder uit. Dit gebeurt langs vier lijnen, waarbij de eerste lijn een risicogestuurde aanpak voorstelt zodat middelen zo goed mogelijk worden benut en we corruptie adequaat kunnen bestrijden.2 Om zicht te krijgen op de grootste corruptierisico’s voor Nederland, is het WODC verzocht om een NRA Corruptie uit te voeren.
De voorliggende NRA vormt de eerste risk assessment op het terrein van corruptie in Nederland. De methodiek die voor dit onderzoek is gehanteerd, sluit aan bij de werkwijze die al meerdere jaren wordt gebruikt voor de NRA’s Witwassen en Terrorismefinanciering.3 Via een kwalitatief onderzoek4 hebben de onderzoekers samen met experts vanuit de publieke en private sector de Nederlandse kwetsbaarheden voor corruptie in kaart gebracht, de potentiële impact van geconstateerde corruptiedreigingen beoordeeld en de weerbaarheid van het (beleids)instrumentarium ter preventie en/of repressie van de dreigingen gewogen. Vanwege de kwalitatieve insteek is het niet automatisch het geval dat voor de dreigingen met het hoogste risiconiveau ook de meeste incidenten bekend zijn. De onderzoekers hebben nadrukkelijk ook dreigingen betrokken die (nog) niet gesignaleerd zijn maar die zich volgens experts wel kunnen voordoen.
Het onderzoek heeft uiteindelijk geleid tot een shortlist van 13 corruptiedreigingen die voor Nederland het grootste risico opleveren.5 Dit zijn dreigingen met een hoge potentiële impact, bijvoorbeeld door de ontregeling van de maatschappelijke orde of de aantasting van de reguliere economie, en een verhoudingsgewijs lage weerbaarheid van het anticorruptie-instrumentarium. De corruptiedreigingen met het grootste risico hebben betrekking op actoren binnen de publieke sector, financiële en niet-financiële dienstverleners en internationaal opererende Nederlandse private partijen. Voorbeelden hiervan zijn ‘Corrupt handelen door volksvertegenwoordigers en politiek bestuurders die gecorrumpeerd zijn door private partijen’, waarbij gedacht kan worden aan situaties waarbij een wethouder giften van een projectontwikkelaar ontvangt in ruil voor de gunning van projecten, en ‘Corrupt handelen door een rechtshandhavingsambtenaar die gecorrumpeerd wordt door (tussenpersonen van) criminele organisaties’, bijvoorbeeld als een politieagent informatie over voorgenomen politie-invallen doorspeelt aan een criminele organisatie.
Het risiconiveau van de dertien grootste corruptiedreigingen ligt dicht bij elkaar. Binnen deze groep worden drie dreigingen met een hoog risiconiveau gesignaleerd onder volksvertegenwoordigers en politiek bestuurders.6 De onderzoekers merken daarbij wel op dat in de praktijk van corruptie onder deze groep in Nederland niet of nauwelijks incidenten bekend zijn. Het risiconiveau van corruptie onder financiële dienstverleners7 is van de corruptiedreigingen op de shortlist het laagst. Van de dreigingen op de shortlist wordt de weerbaarheid tegen corruptie onder rechtshandhavingsambtenaren8 en financiële dienstverleners beoordeeld als relatief hoog. De weerbaarheid van volksvertegenwoordigers en politiek bestuurders wordt daarentegen beoordeeld als relatief laag omdat controle op de naleving van integriteitsregels beperkt is. Verder lijken mogelijkheden tot sanctionering voor deze groep volgens de experts beperkt effectief. Dat hangt samen met de bijzondere staatsrechtelijke positie van volksvertegenwoordigers en politiek bestuurders, waar ik uitgebreider op zal ingaan als ik uw Kamer informeer over de opvolging van de NRA.
Om de weerbaarheid van Nederland tegen corruptie te verbeteren, is volgens de onderzoekers van belang dat zowel publieke als private partijen meer inzet plegen op bewustwording over de thema’s ‘integriteit’ en ‘corruptie’, dat zij integriteits- en corruptiepreventiebeleid verder ontwikkelen, en dat intern integriteits- en corruptiepreventiebeleid beter worden nageleefd. Ook benoemen de onderzoekers het belang van het tegengaan van jobhoppen bij ernstige integriteitsschendingen, om te voorkomen dat corrupt handelen wordt voortgezet bij een nieuwe werkgever. Tot slot wordt gewezen op het belang van een grotere bewustwording van corruptierisico’s bij de inzet van externen, zoals in het geval van uitzendkrachten die worden ingezet in kwetsbare functies of bij de inzet van agenten bij buitenlandse zakelijke transacties.
De bevindingen uit de NRA Corruptie zullen worden ingezet om de anti-corruptieaanpak toe te spitsen en waar nodig te versterken. Over de opvolging van de aanbevelingen zult u dan ook worden geïnformeerd in het kader van de rapportage over de voortgang van de anti-corruptie aanpak, medio 2026. Hierbij trek ik samen op met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel
Kamerstukken II (2024-2025), 29 911, nr. 472↩︎
De vier lijnen zijn als volgt: 1. Inzetten op de grootste kwetsbaarheden; 2. Vergroten van de weerbaarheid van de belangrijkste overheidsprocessen en –systemen; 3. Vergroten van de weerbaarheid van de private sector; en 4. Effectief strafrechtelijk interveniëren.↩︎
Onder andere: Kamerstukken II (2017-2018), 31477 nr. 22; Kamerstukken II (2019-2020) 31477 nr. 51; en Kamerstukken II (2023–2024), 31477 nr. 96.↩︎
In aanvulling op kwalitatieve informatie hebben de onderzoekers relevante beschikbare kwantitatieve gegevens opgenomen over een deel van de kwetsbaarheden en de grootste corruptiedreigingen.↩︎
Deze dreigingen zijn geïdentificeerd uit een longlist van 78 corruptiedreigingen, opgenomen in bijlage 5 van de NRA.↩︎
Onder volksvertegenwoordigers worden gemeenteraadsleden, leden van de Provinciale Staten, leden van de Eerste Kamer en leden van de Tweede Kamer geschaard. Met politiek bestuurders wordt verwezen naar leden van het College van Burgemeester en Wethouders van gemeenten, leden van het College van Gedeputeerde Staten van provincies en leden van het kabinet.↩︎
Bijvoorbeeld accountants, administratiekantoren, banken, belastingadviseurs, trustkantoren en vermogensbeheerders.↩︎
Met rechtshandhavingsambtenaren worden in de NRA Corruptie beleidsmedewerkers, operationeel medewerkers en directeuren/managers met (budgettaire) beslissingsbevoegdheden van rechtshandhavingsorganisaties zoals de Nationale Politie, het OM, de Douane Nederland, de Koninklijke Marechaussee en bijzondere opsporingsdiensten zoals de FIOD bedoeld. Ook rechtshandhavingsmedewerkers op gemeentelijk niveau, meer specifiek buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s), onder deze categorie.↩︎