Reactie op verzoek commissie over aanpassing geurbeleid stallen veehouderijen
Brief regering
Nummer: 2026D11762, datum: 2026-03-16, bijgewerkt: 2026-03-16 10:04, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Onderdeel van zaak 2026Z05162:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- 2026-03-25 10:15: Procedurevergadering Infrastructuur en Waterstaat (Procedurevergadering), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
Preview document (π origineel)
Geachte voorzitter,
Op 17 december 2025 heeft de vaste Kamercommissie voor Infrastructuur en Waterstaat verzocht om een schriftelijke toelichting op de vertraging in de aanpassing van de geurregelgeving voor stallen van veehouderijen. Deze vertraging is benoemd in de voortgangsbrief van 8 december 20251, waarin een herziene planning is opgenomen ten opzichte van de oorspronkelijke tijdlijn zoals geschetst in november 20242. In die eerdere planning werd voorzien dat uiterlijk begin 2026 een ontwerpbesluit zou worden voorgelegd en de consultatie zou starten. In de voortgangsbrief van december 2025 is deze termijn bijgesteld naar 2027.
De vertraging is het gevolg van twee onderdelen die meer tijd hebben gevraagd dan vooraf was voorzien. Allereerst heeft het brede participatietraject een langere doorlooptijd gekend. Het ophalen, wegen en verwerken van de inbreng van omwonenden, veehouderijen, decentrale overheden en maatschappelijke organisaties bleek omvangrijker dan verwacht. Dit traject heeft een helder beeld opgeleverd van de belangen, knelpunten en verwachtingen van alle betrokkenen. De uitkomsten vormen een belangrijke inhoudelijke basis voor de beleidsalternatieven die in de planβMER worden onderzocht.
Daarnaast is het uitvoeren van een plan-MER bij beleidswijzigingen een relatief nieuw proces. Bij de uitwerking bleek dat de verschillende stappen meer tijd vergen. Dit proces kent formele stappen, met externe afhankelijkheden en doorlooptijden, waaronder toetsing door de Commissie-mer. Hierdoor start de uitvoering van de plan-MER in 2026 in plaats van in 2025, zoals oorspronkelijk voorzien.
Voorop staat dat de aanpassing van de geurregelgeving zorgvuldig en toekomstbestendig moet zijn. Het is van belang dat het nieuwe kader een evenwichtige afweging biedt tussen de belangen van omwonenden en veehouders, rekening houdt met de uitvoerbaarheid en bijdraagt aan een gezonde leefomgeving.
Hoogachtend,
DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Annet Bertram