[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Antwoord op vragen van het lid Van den Brink over het bericht 'Vier op de tien jongeren zien strafbare of gewelddadige pornobeelden: "Soms kunnen ze het niet van hun netvlies krijgen"

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D11853, datum: 2026-03-16, bijgewerkt: 2026-03-18 08:38, versie: 3 (versie 1)

Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (ah-tk-20252026-1340).

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z01623:

Preview document (🔗 origineel)


Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2025-2026 Aanhangsel van de Handelingen
Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden

1340

Vragen van het lid Tijs van den Brink (CDA) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht «Vier op de tien jongeren zien strafbare of gewelddadige pornobeelden: «Soms kunnen ze het niet van hun netvlies krijgen»» (ingezonden 28 januari 2026).

Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 16 maart 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1129.

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht «Vier op de tien jongeren zien strafbare of gewelddadige pornobeelden: «Soms kunnen ze het niet van hun netvlies krijgen»»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Deelt u de mening dat het schokkend en zeer zorgelijk is dat 1 op de 6 jonge mannen tussen de 18 en 25 jaar ooit pornografische beelden heeft gezien waarin seksueel misbruik van minderjarigen wordt afgebeeld?

Antwoord 2

Ja, het is zeer zorgelijk dat jonge mannen tussen de 18 en 25 jaar ooit pornografische beelden hebben gezien waarin seksueel misbruik van minderjarigen wordt afgebeeld. Dit wijst op een ernstige maatschappelijke problematiek.

Vraag 3

Wat is uw reactie op de constatering dat die beelden doorgaans ongewild via advertenties op pornowebsites verschijnen of via doorkliklinks op sociale media te zien zijn?

Antwoord 3

Het is verwerpelijk dat dit soort beelden rondgaan. Dit soort beelden is schokkend en laat diepe en blijvende sporen na in het leven van slachtoffers. Ik kan mij ook voorstellen dat kijkers die hiermee worden geconfronteerd hier last van kunnen hebben. Dat beelden van seksueel misbruik van minderjarigen op deze wijze onder de aandacht worden gebracht, vergroot het bereik en daarmee de impact op slachtoffers aanzienlijk. Dit kan leiden tot hernieuwde confrontatie en extra leed bij betrokkenen. Zoals ik al eerder heb aangegeven is de verspreiding van dergelijk beeldmateriaal onaanvaardbaar. Online platforms en advertentieaanbieders dragen een eigen verantwoordelijkheid om misbruik van hun diensten te voorkomen en snel en effectief op te treden wanneer dergelijke content wordt aangetroffen. Van hen wordt verwacht dat zij doeltreffende maatregelen nemen om de verspreiding van beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik te stoppen, content snel te verwijderen en herplaatsing te voorkomen.

Daarnaast richt ik mij op samenwerking met opsporingsdiensten en toezichthouders, en heeft het kabinet aandacht voor preventie en bewustwording. Het ongevraagd en zonder toestemming verspreiden van beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik is strafbaar, en waar mogelijk wordt daartegen opgetreden.

Vraag 4

Is dit naar uw oordeel in strijd met de zorgplicht die op grond van nationale en Europese wetgeving op deze platforms rust?

Antwoord 4

Mogelijk wordt gedoeld op de zorgvuldigheidsverplichtingen die gelden voor online platforms op grond van de digitaledienstenverordening (Digital Services Act, hierna: DSA). Op grond van de DSA zijn online platforms onder meer verplicht om passende en evenredige maatregelen te nemen om een hoog niveau van privacy, veiligheid en bescherming van minderjarigen binnen hun dienst te waarborgen. Dit houdt bijvoorbeeld in dat minderjarigen worden beschermd tegen inhoud voor volwassenen.

Het is aan de toezichthouder om te beoordelen of aan deze verplichtingen wordt voldaan. Vanaf 4 februari 2025 zijn in Nederland de Autoriteit Consument & Markt (hierna: ACM) en de Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: AP) de bevoegde toezichthouders voor de naleving van in Nederland gevestigde aanbieders.

Op de zogenaamde «zeer grote online platforms» rust verder de verplichting om eventuele systeemrisico’s bestaande uit, onder meer, negatieve effecten op het mentale en fysieke welzijn van gebruikers, te beoordelen en te beperken. De Europese Commissie houdt toezicht op naleving van de DSA op de zeer grote platforms en zoekmachines. In dat kader is relevant dat de Europese Commissie onderzoeken is gestart naar Pornhub, XNXX en XVideos om te beoordelen of zij voldoen aan hun verplichtingen uit de DSA.

Vraag 5

Bent u van mening dat jongeren die ongewild te maken krijgen met dergelijke beelden weten waar zij terecht kunnen voor hulp en acht u de huidige informatievoorziening hierover voldoende?

Antwoord 5

Wanneer jongeren (ongewild) te maken krijgen met beeldmateriaal van online seksueel (kinder)misbruik kunnen zij zowel melding als aangifte doen bij de politie. De politie vraagt daarbij of er bezwaar is tegen het doorgeven van de gegevens aan Slachtofferhulp Nederland. Als er geen bezwaar is, worden de gegevens automatisch doorgestuurd en worden slachtoffers actief benaderd door Slachtofferhulp Nederland. Zo kunnen slachtoffers snel en kosteloos emotionele steun, juridisch advies en/of praktische hulp ontvangen.

Daarnaast staat er op de websites van Slachtofferwijzer en het Netwerk Mediawijsheid toegankelijke informatie over veilig en slim gebruik van digitale media, slachtofferschap en hulporganisaties. Hier wordt onder andere verwezen naar de kosteloze en anonieme hulplijnen van het Centrum Seksueel Geweld (hierna: CSG), waar iedereen met een vervelende seksuele ervaring terecht kan, en van Offlimits, die slachtoffers ondersteunt bij het doen van een melding van illegale content en het doen van aangifte. Door het laagdrempelig aanbieden van informatie weten zowel slachtoffers als professionals en ouders waar ze terecht kunnen.

Voor wat betreft de bekendheid met hulpverleningsinstanties kan in zijn algemeenheid worden gezegd dat er een stijging te zien is in het aantal meldingen van en hulpvragen over (online) seksueel (kinder)misbruik. Dit blijkt uit zowel cijfers van Slachtofferhulp Nederland als uit de Monitor seksueel geweld tegen kinderen 2020–2024 van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen kinderen. De Nationaal Rapporteur rapporteert o.a. over cijfers van de politie, het CSG en Offlimits. Volgens de Nationaal Rapporteur lijkt de toegenomen maatschappelijke aandacht onder andere bij te dragen aan de bekendheid van hulporganisaties.2

Vraag 6

Deelt u de zorg dat blootstelling aan dergelijk beeldmateriaal kan leiden tot psychologische impact of vervormde beeldvorming over seksualiteit en relaties bij jongeren?

Antwoord 6

Ik deel de zorg dat blootstelling aan strafbare of gewelddadige pornobeelden grote gevolgen kan hebben voor de geestelijke gezondheid van jongeren. Dit kan leiden tot desensibilisatie waarbij jongeren minder gevoelig worden voor geweld en onethisch gedrag. Daarnaast kan het hun zelfbeeld verstoren en onrealistische verwachtingen geven over seksualiteit en relaties. Bovendien kan de normalisering van geweld ertoe leiden dat jongeren dit gedrag gaan accepteren als normaal. Het is cruciaal dat we als samenleving jongeren beschermen tegen de schadelijke gevolgen van dit soort beelden en hen voorzien van de tools die ze nodig hebben om gezonde relaties te vormen.

Vraag 7

Welke maatregelen worden genomen om te voorkomen dat jongeren toegang krijgen tot strafbare of gewelddadige pornografie via online platforms?

Antwoord 7

Er zijn verschillende verplichtingen en maatregelen die een rol spelen in het tegengaan van toegang van jongeren tot illegale online content. Zo verplicht artikel 28 DSA online platforms om passende en evenredige maatregelen te nemen om een hoog niveau van privacy, veiligheid en bescherming van minderjarigen te waarborgen. De Europese Commissie heeft daar recent richtsnoeren over gepubliceerd. Uw Kamer is daar op 14 november jl. over geïnformeerd.3 Uit de richtsnoeren blijkt onder meer dat de risico’s van pornoplatforms zodanig zijn dat zij de leeftijd van bezoekers moeten verifiëren. In dit kader wordt ook gewezen op de onderzoeken van de Europese Commissie naar Pornhub, XNXX en Xvideos.4 Aangewezen zeer grote online platforms dienen de systeemrisico’s, waaronder de schadelijke effecten van hun dienst op minderjarigen en de verspreiding van illegale inhoud, te identificeren en beperken.

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft in het kader van het online kinderrechtenbeleid een kinderrechten impact assessment ontwikkeld die kan worden ingezet om risico’s (overigens ook de kansen) van een digitale dienst in kaart te brengen. Daarnaast is Offlimits een organisatie waar online illegale content kan worden gemeld. Op basis van de DSA is Offlimits door de ACM aangewezen als trusted flagger. Dit houdt in dat zij verwijderverzoeken van illegale content kan indienen bij online platforms. Het platform dient vervolgens onverwijld en prioritair dit verwijderverzoek te behandelen, en indien sprake is van illegale content dient het platform deze te verwijderen.

Indien een platform haar verplichtingen onder de DSA niet naleeft, biedt de DSA mogelijkheden tot handhaving waarbij in het geval van zeer grote platforms de Europese Commissie kan ingrijpen. Zij kan als bevoegd toezichthouder een onderzoek instellen en boetes opleggen tot 6% van de wereldwijde omzet.

Tenslotte schrijft de Richtlijn audiovisuele mediadiensten (hierna: AVMSD) maatregelen voor op het gebied van de bescherming van minderjarigen. Voor content met pornografie of nodeloos geweld moeten de zwaarste maatregelen worden getroffen. Lidstaten zorgen ervoor dat de videoplatforms die onder hun jurisdictie vallen passende maatregelen treffen ter bescherming van minderjarigen. De AVMSD is uitgewerkt in de Mediawet 2008. Videoplatformdiensten (platformdiensten die video’s aanbieden bestemd voor algemeen publiek) die in Nederland zijn gevestigd dienen een gedragscode te hanteren. Voor in Nederland gevestigde aanbieders van mediadiensten, zoals omroepen of video-uploaders, zijn de regels van het Kijkwijzer-systeem van NICAM5 van toepassing.

Vraag 8

Welke concrete stappen gaat u, naast het bestaande beleid, nemen richting grote sociale mediaplatforms die hun verantwoordelijkheid niet nemen, om ervoor te zorgen dat dergelijke beelden niet blijven circuleren?

Antwoord 8

Op de naleving van de DSA door sociale mediaplatforms wordt toezicht gehouden door de ACM. De Europese Commissie houdt primair toezicht op aangewezen zeer grote online platforms- en zoekmachines. Als de Europese Commissie concludeert dat een zeer groot platform de DSA niet naleeft, kan zij verdere handhavingsmaatregelen nemen, zoals de vaststelling van een besluit tot niet-naleving en de oplegging van een boete. Zo heeft de Europese Commissie bijvoorbeeld in december 2025 een boete opgelegd aan X. Ik blijf vanzelfsprekend mijn steun uitspreken voor effectieve handhaving van de DSA door de Europese Commissie.

Tevens zet Nederland zich in voor aanvullende EU-wetgeving tegen de verspreiding van online seksueel kindermisbruik in de onderhandelingen van de verordening ter voorkoming en bestrijding van seksueel kindermisbruik (de CSAM-verordening). De voorgenomen EU-Verordening bevat ten opzichte van de bestaande Nederlandse wetgeving en als lex specialis van de DSA, aanvullende en specifiekere verplichtingen met het oog op het tegengaan van de verspreiding van online beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik. Aanbieders van hostingdiensten en interpersoonlijke communicatiediensten moeten op grond van de voorgestelde verordening een risicobeoordeling uitvoeren om vast te stellen in welke mate hun diensten kunnen worden gebruikt voor de verspreiding van online beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik of voor grooming doeleinden.

Verder moeten zij mitigerende maatregelen treffen om die risico’s te verkleinen en meldingen doen van geconstateerd materiaal aan het nieuw op te richten Europees Centrum voor de bestrijding van seksueel misbruik van kinderen, dat gaat fungeren als een kennis- en coördinatiepunt. Uiteindelijk moeten deze bedrijven het desbetreffende materiaal verwijderen of ontoegankelijk maken.

Vraag 9

In hoeverre kunnen pornoplatforms en sociale-mediabedrijven strafrechtelijk of bestuursrechtelijk aansprakelijk worden gesteld wanneer zij onvoldoende optreden tegen strafbare content die op hun platform wordt verspreid en acht u dit instrumentarium voldoende toereikend?

Antwoord 9

Waar het gaat om kinderpornografisch materiaal is op 1 juli 2024 de Wet bestuursrechtelijke aanpak online kinderpornografisch materiaal in werking getreden. Deze wet geeft de Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal (hierna: ATKM) de bevoegdheid om aanbieders van hosting- en communicatiediensten te verplichten online kinderpornografisch materiaal te verwijderen of ontoegankelijk te maken, en om bestuursrechtelijk op te treden wanneer zij dat nalaten. De ATKM kan in dat geval een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete opleggen, die kan oplopen tot 10 procent van de jaarlijkse omzet van de onderneming. Daarnaast kan de ATKM besluiten om dergelijke sanctiebesluiten openbaar te maken.

Aanbieders van hostingdiensten die geen opvolging geven aan een verwijderingsbevel van de ATKM, kunnen strafrechtelijk vervolgd worden. De ATKM onderhoudt mede om die reden nauw contact met het Openbaar Ministerie.

Als pornoplatforms of sociale media weten dat er via hun diensten strafbare content wordt verspreid en daar niet tegen optreden dan kunnen ze zelf aansprakelijk worden gesteld voor die strafbare content. Internationaal gezien is de bestuursrechtelijke aanpak vernieuwend en er worden dan ook positieve effecten verwacht. Nederland heeft daarmee een belangrijke en grote stap gezet in de aanpak van online beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik.

De officier van justitie kan in geval van een verdenking van een misdrijf zoals omschreven in artikel 67, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv), waaronder het aanbieden of verspreiden van beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik, met een machtiging van de rechter-commissaris, een aanbieder van een communicatiedienst bevelen om gegevens ontoegankelijk te maken op grond van artikel 125p van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv).

De DSA verplicht onder meer online platforms om illegale content te verwijderen of ontoegankelijk te maken zodra zij er kennis van hebben. Doen zij dat niet, dan kunnen zij geen beroep doen op de beperking van aansprakelijkheid die zij in beginsel genieten. Kennis van illegale content kan bijvoorbeeld ontstaan door een melding van illegale content. Online platforms moeten op grond van de DSA bovendien maatregelen nemen om minderjarigen te beschermen. De Europese Commissie houdt toezicht op de naleving van deze verplichtingen door zeer grote online platforms en zoekmachines. Aangezien de DSA nog relatief nieuwe wetgeving betreft, is het raadzaam om deze de benodigde tijd te geven om zich volledig te ontwikkelen.

De AVMSD kent regels voor videoplatformdiensten, die in Nederland zijn uitgewerkt in de Mediawet 2008 voor in Nederland gevestigde videoplatformdiensten. Zij moeten een gedragscode opstellen en naleven, waaronder ook wordt ingegaan op de bescherming van minderjarigen. Het Commissariaat voor de Media houdt toezicht op de totstandkoming, inhoud en toepassing van deze gedragscode van de videoplatformdiensten onder Nederlandse jurisdictie.

Volgens de MAVISE-database van het Europees Audiovisueel Observatorium staan er geen pornografische videoplatforms onder Nederlandse jurisdictie.6

Vraag 10

Bent u bereid om te onderzoeken of aan platforms een actieve en afdwingbare zorgplicht opgelegd kan worden om strafbare pornografische content te detecteren en te verwijderen, in plaats van alleen te reageren op meldingen?

Antwoord 10

Een afdwingbare zorgplicht om dergelijke content te detecteren en verwijderen betekent in de praktijk dat een online platform alle content op het platform zal gaan scannen en desnoods (uit voorzorg) verwijderen. Zo’n algemene monitoringsverplichting is op grond van artikel 8 DSA niet toegestaan. Het verbod beoogt de vrijheid van meningsuiting online te beschermen. Indien platforms aansprakelijk kunnen worden gesteld of kunnen worden vervolgd dan zullen ze uit voorzorg waarschijnlijk meer informatie verwijderen dan noodzakelijk.

Vraag 11

Heeft u inzicht in de gemiddelde doorlooptijd van verwijderverzoeken aan de sociale mediaplatforms van strafbare en gewelddadige beelden en zo nee, bent u bereid om dit in kaart te brengen en de Kamer hierover te informeren?

Antwoord 11

De ATKM en Offlimits hebben ieder vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid beide tot doel de verspreiding van online beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik te bestrijden. Offlimits richt haar verwijderverzoeken voornamelijk tot aanbieders van hostingdiensten. De ATKM richt haar verwijderbevelen tot aanbieders van hosting- of communicatiediensten.

In Nederland is, via de Gedragscode Notice-and-Take-Down, de afspraak gemaakt met de hostingsector dat meldingen door Offlimits van online seksueel kindermisbruik binnen 24 uur behandeld moeten worden. Vrijwel alle hostingpartijen werken goed mee. Hoewel zij de 24-uurs norm wellicht niet altijd halen (zeker wanneer het kleine bedrijven zijn), wordt er adequaat gereageerd op verwijderverzoeken van Offlimits en wordt strafbaar materiaal offline gehaald. Wanneer er sprake is van een hoster die structureel niet of te laat reageert, kan de ATKM bestuursrechtelijk optreden tegen deze weigerende partijen.

Op 7 april 2025 is de ATKM gestart met het uitvaardigen van verwijderbevelen ten aanzien van materiaal van seksueel kindermisbruik. Op grond van artikel 6, lid 4, onderdeel c, van de Wet bestuursrechtelijke aanpak online kinderpornografisch materiaal moet de ATKM in elk bevel een termijn opnemen waarbinnen het materiaal ontoegankelijk moet worden gemaakt. Deze termijn bedraagt ten hoogste twaalf uur.

Artikel 15 van de DSA verplicht daarnaast aanbieders van online diensten om jaarlijks transparantierapporten te publiceren over hun activiteiten op het gebied van contentmoderatie. Deze rapporten moeten onder meer inzicht geven in de mediane tijd die nodig is om actie te ondernemen in geval van bevelen vanuit autoriteiten of meldingen van trusted flaggers.

Vraag 12

Op welke manier worden kwetsbare vrouwen beschermd tegen uitbuiting, illegale prostitutie en andere seksuele misdrijven binnen de porno-industrie en acht u deze bescherming in de praktijk voldoende?

Antwoord 12

Als dergelijke misstanden zich voordoen, beschouw ik dat als onacceptabel. Het is belangrijk dat slachtoffers zich melden bij de politie wanneer zij misstanden waarnemen of zelf slachtoffer worden. In zulke gevallen kan de overheid op basis van deze meldingen effectief optreden. Elk signaal van mensenhandel wordt door de opsporingsdiensten en het Openbaar Ministerie opgepakt, overeenkomstig de aanwijzing van het OM over mensenhandel. Daarnaast is mensenhandel voor de periode 2023–2026 een van de belangrijke thema's in de Veiligheidsagenda, waaruit landelijke beleidsdoelstellingen voor de politietaken zijn afgeleid. Het heeft op deze manier hoge prioriteit. Verder is op 1 juli 2024 de Wet seksuele misdrijven in werking getreden, wat de strafrechtelijke bescherming van de slachtoffers van seksuele misdrijven versterkt.

Tenslotte is bescherming en hulp van porno-acteurs onderdeel van lopend WODC-onderzoek (zie vraag 15), waarbij onder andere in kaart wordt gebracht of en zo ja, op welke wijze de pornosector (en betrokken organisaties) de veiligheid van de acteurs waarborgen en garanderen.

Vraag 13

Welke rol speelt de Autoriteit Online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal bij de aanpak van deze problematiek?

Antwoord 13

Voor het antwoord op deze vraag, verwijs ik u naar mijn antwoorden op vragen 9 en 11.

Vraag 14

Bent u bekend met de schriftelijke vragen over misstanden in de porno-industrie en de motie-Krul over het starten van een WODC-onderzoek naar misstanden in de porno-industrie?7, 8

Antwoord 14

Ik ben hiermee bekend.

Vraag 15

Wat is de stand van zaken van dit WODC-onderzoek en wanneer wordt het onderzoek afgerond?

Antwoord 15

Tijdens het commissiedebat mensenhandel en prostitutie van 11 september 2024 heb ik toegezegd om het WODC te vragen een onderzoek uit te voeren naar de Nederlandse porno-industrie. Op dit moment voert het Verwey-Jonker Instituut – in opdracht van het WODC en op aanvraag van het Ministerie van Justitie en Veiligheid – onderzoek uit. Dit onderzoek beoogt inzicht te krijgen in de Nederlandse pornosector en mogelijke misstanden. Er wordt onderzoek gedaan naar het bestaan van mogelijke misstanden in brede zin, waarbij de focus niet enkel ligt op strafbare feiten.

De onderzoekers zijn reeds gestart met het onderzoek en de eerste bijeenkomsten van de begeleidingscommissie hebben plaatsgevonden. De volgende bijeenkomst van de begeleidingscommissie staat gepland in het voorjaar van 2026. Het onderzoek zal naar verwachting een jaar in beslag nemen en einde 2026 afgerond zijn. Bij ontwikkelingen ten aanzien van dit tijdspad zal de Kamer, waar nodig, op de hoogte worden gehouden.

Vraag 16

Deelt u de mening dat er wel degelijk aanleiding is om te vermoeden dat misstanden plaatsvinden in de Nederlandse porno-industrie, terwijl u dit eerder niet aannemelijk achtte op basis van een korte en beperkte verkenning?

Antwoord 16

In 2023 heeft het Ministerie van Justitie en Veiligheid een verkenning gedaan naar misstanden binnen de Nederlandse pornosector. De aanleiding hiervan was een rapport van de Franse Senaat over misstanden in de Franse pornosector en de vraag of in Nederland soortgelijke misstanden bekend zijn. Met misstanden werd in het kader van de uitgevoerde verkenning bedoeld, het bestaan van strafbare feiten bij de productie van pornografisch materiaal op een Nederlandse filmset. De vraag naar misstanden is toentertijd breed uitgezet bij de politie, het Openbaar Ministerie, de Nederlandse Arbeidsinspectie, het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel (CKM), het Coördinatiecentrum tegen Mensenhandel (Comensha), de zestien regionale centra voor seksueel geweld (CSG’s), Fier, SOA Aids Nederland en andere partijen binnen de Sekswerk Alliantie Destigmatisering. Na raadpleging van de politie, het openbaar ministerie en de Arbeidsinspectie is destijds niet gebleken van enige signalen van strafbare feiten bij de productie van pornografisch materiaal op een Nederlandse filmset. Dat bij producties binnen de porno-industrie (toentertijd) geen misstanden bij de bevraagde instanties bekend waren, betekent niet dat deze er niet zijn. Wel dat deze destijds niet bekend waren bij organisaties die over een goede informatiepositie beschikken over seksuele misdrijven, ook ten aanzien van specifieke sectoren, en mensenhandel.

In de zomer van 2024 publiceerde de Volkskrant een artikel over een Nederlandse man die vrouwen vanuit Oost-Europa naar Nederland lokte om modellenwerk te doen, maar hen vervolgens dwong om mee te werken aan pornofilms. Naar aanleiding van dit artikel ontstonden (wederom) zorgen. In hoeverre sprake is van misstanden en zo ja, wat voor misstanden dit zijn, zal moeten blijken uit het onderzoek van het WODC.

Vraag 17

Zijn er inmiddels signalen bij u, hulpverleningsinstanties of de Arbeidsinspectie bekend van mogelijke misstanden in de porno-industrie, zoals mogelijke mensenhandel of seksuele uitbuiting? En zo ja, hoe worden deze opgevolgd?

Antwoord 17

Het kabinet blijft alert op signalen van mensenhandel en seksuele uitbuiting, ongeacht de sector waarin deze zich voordoen. Signalen worden opgepakt door de daartoe bevoegde instanties en waar sprake is van strafbare feiten wordt opgetreden. Tevens wordt ingezet op vroegsignalering, samenwerking tussen ketenpartners en adequate ondersteuning van mogelijke slachtoffers.

Op de vraag of bij hulpverleningsinstanties signalen bekend zijn heeft het Coördinatiecentrum tegen Mensenhandel (Comensha) aangegeven dat uit hun cijfers geen blijk is van deze signalen en dat dit is bevestigd nadat zij dit hadden uitgevraagd bij het Strategisch Overleg Mensenhandel (hierna: SOM). De Arbeidsinspectie heeft geen rol in de aanpak van (mensenhandel gerelateerd aan) seksuele uitbuiting. Een interne uitvraag op de zoektermen «porno» of «porno-industrie» op de bij de Arbeidsinspectie binnengekomen meldingen heeft geen hits opgeleverd. Wel heeft de Opsporingsdienst van de Arbeidsinspectie in juni vorig jaar, op verzoek van Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (hierna: AVIM), collegiaal meegedacht over een melding die zag op activiteiten binnen in de porno-industrie. In dat kader zijn relevante gegevens gedeeld met AVIM, waarna AVIM de verdere behandeling van de zaak op zich heeft genomen. De melding was afkomstig uit het buitenland en in overleg met het OM is besloten om een rechtshulpverzoek op te stellen, om meer informatie over de melding te kunnen verzamelen. De politie is nog in afwachting van de behandeling van dit rechtshulpverzoek. Het onderzoek naar deze melding loopt dus nog.


  1. De Telegraaf, 27 januari 2026, «Vier op de tien jongeren zien strafbare of gewelddadige pornobeelden: «Soms kunnen ze het niet van hun netvlies krijgen»» (https://www.telegraaf.nl/binnenland/vier-op-de-tien-jongeren-zien-strafbare-of-gewelddadige-pornobeelden-soms-kunnen-ze-het-niet-van-hun-netvlies-krijgen/126447679.html).↩︎

  2. Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen kinderen, Monitor seksueel geweld tegen kinderen 2020–2024, Den Haag: Nationaal Rapporteur, p. 108.↩︎

  3. Kamerstukken II 2025/26, 22 112, nr. 4207.↩︎

  4. https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/news/commission-opens-investigations-safeguard-minors-pornographic-content-under-digital-services-act.↩︎

  5. Het NICAM (opgericht in 1999) voert in Nederland een wettelijk verankerde taak uit: het informeert ouders en kinderen over risico’s van audiovisuele content en stelt mediaorganisaties in staat hun content zelf te classificeren, met als doel alle audiovisuele content van leeftijdsadviezen en inhoudsinformatie te voorzien; het systeem Kijkwijzer geldt daarbij als internationale best practice, erkend door de Europese Commissie.↩︎

  6. Raadpleegbaar via mavise.obs.coe.int↩︎

  7. Aanhangsel van de Handelingen, vergaderjaar 2024–2025, nr. 15.↩︎

  8. Kamerstuk 29 279, nr. 963.↩︎