[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Appreciatie van de motie van het lid Lahlah over drempels wegnemen voor de aanvraag van een rijbewijs door asielzoekers met een W-document (Kamerstuk 32824-484)

Maatregelen verkeersveiligheid

Brief regering

Nummer: 2026D12023, datum: 2026-03-17, bijgewerkt: 2026-03-18 13:03, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 29398 -1204 Maatregelen verkeersveiligheid.

Onderdeel van zaak 2026Z05261:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


29398 Maatregelen verkeersveiligheid

32824 Integratiebeleid

Nr. 1204 Brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 maart 2026

Tijdens het wetgevingsoverleg integratie en maatschappelijke samenhang (beleidsartikel 13 begroting SZW) van 9 maart jl. is door het lid Lahlah een motie ingediend waarin de regering wordt verzocht de drempels weg te nemen die asielzoekers met een W-document verhinderen om een rijbewijs aan te vragen, zodat zij sneller kunnen participeren1.

Graag geef ik hierbij mijn appreciatie van de motie.

Het kabinet onderschrijft het belang van tijdige en effectieve participatie van asielzoekers en statushouders. Onderdeel daarvan kan zijn dat mensen de mogelijkheid hebben een rijopleiding te volgen en een examen af te leggen. Zoals de indiener van de motie terecht signaleert, is het zo dat voor toelating tot het examen bij het CBR andere voorwaarden gelden dan voor het aanvragen van het rijbewijs zelf. Dit zorgt ervoor dat mensen met een vluchtelingenstatus al kunnen starten met het examentraject in afwachting van de juiste verblijfsstatus. Gezien de mogelijke doorlooptijden van rijlessen en examens kan dit voor betrokkenen een voordeel zijn.

Voor de afgifte van een rijbewijs gelden strikte wettelijke eisen. Het woonlandbeginsel in de Derde Europese Rijbewijsrichtlijn schrijft voor dat lidstaten een rijbewijs uitsluitend mogen afgeven aan personen die hun ‘gewone verblijfplaats’ in het betreffende land hebben. Momenteel is ook de vierde rijbewijsrichtlijn vanuit Brussel vastgesteld. De verwachting is dat hiermee de regels voor deze groep niet wijzigen. Momenteel wordt gewerkt aan de voorbereiding van de implementatie van deze richtlijn.

De Nederlandse wetgever heeft het Europese woonlandbeginsel vertaald in nationale regels als voorwaarde voor de afgifte van een rijbewijs. Artikel 111, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 bepaalt dat aan een vreemdeling slechts een rijbewijs kan worden afgegeven indien hij of zij rechtmatig in Nederland verblijft als bedoeld in artikel 8, onderdelen a tot en met d en l, van de Vreemdelingenwet 2000. Deze systematiek waarborgt dat rijbewijzen alleen worden verstrekt aan personen waarvan de verblijfspositie stabiel en verifieerbaar is.

De Vreemdelingenwet 2000 is in het verleden aangepast door het toenmalige ministerie van Veiligheid en Justitie om de koppeling tussen verblijfsrecht en toegang tot bepaalde voorzieningen en documenten te verduidelijken en te harmoniseren. De aanpassing beoogde onder meer om administratieve processen te vereenvoudigen, misbruik te voorkomen en aan te sluiten bij Europese regelgeving, waaronder het hiervoor genoemde woonlandbeginsel. Het beleid van Nederland is hierop niet gewijzigd.

Ik ontraad dan ook deze motie.

De minister van Infrastructuur en Waterstaat,

V.P.G. Karremans


  1. Kamerstuk 32824-484↩︎