Conceptverslag Drugsbeleid
Verslag van een commissiedebat
Nummer: 2026D12104, datum: 2026-03-12, bijgewerkt: 2026-03-17 14:19, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-03-12 10:00: Drugsbeleid (Commissiedebat), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
Preview document (š origineel)
Tweede Kamer, Drugsbeleid
VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT
Concept
De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid en de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport hebben op 12 maart 2026 overleg gevoerd met mevrouw Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en de heer Van Weel, minister van Justitie en Veiligheid, over:
de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 26 april 2024 inzake informatie onderzoek experiment gesloten coffeeshopketen (24077, nr. 541);
de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 17 juni 2024 inzake stand van zaken experiment gesloten coffeeshopketen en coffeeshopbeleid (24077, nr. 545);
de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 27 juni 2024 inzake beleidsreactie op het WODC-onderzoek naar de mogelijkheden voor het monitoren van de gevolgen van de toepassing van de Wet Damocles (34763, nr. 21);
de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 8 oktober 2024 inzake onderzoeksrapport Internationale ontwikkelingen in cannabisbeleid voor recreatief gebruik (24077, nr. 549);
de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 10 december 2024 inzake voortgang experiment gesloten coffeeshopketen en aanbieding onderzoeksrapport procesevaluatie (24077, nr. 550);
de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 13 januari 2025 inzake beleidsreactie op de evaluatie van de Wet drugs in het verkeer (32859, nr. 19);
de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 15 januari 2025 inzake onderzoeksrapport "Onderzoek Experiment Gesloten Coffeeshopketen. Rapportage nulmeting contaminantenanalyse" (24077, nr. 551);
de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 14 maart 2025 inzake ontwikkelingen en voortgang experiment gesloten coffeeshopketen (24077, nr. 553);
de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 2 april 2025 inzake ontwikkelingen en voortgang experiment gesloten coffeeshopketen (24077, nr. 554);
de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 2 oktober 2025 inzake rapport Coffeeshops in Nederland 2024 (24077, nr. 558).
Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en
Veiligheid,
Ellian
De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,
Mohandis
De griffier van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid,
Burger
Voorzitter: Mutluer
Griffier: Nouse
Aanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Bikker, Tijs van den Brink, Claassen, Diederik van Dijk, Faber, Martens-America, Mutluer en Sneller,
en mevrouw Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en de heer Van Weel, minister van Justitie en Veiligheid.
Aanvang 10.00 uur.
De voorzitter:
Geachte collega's, geachte aanwezigen, ik wil jullie allen welkom heten.
Ik weet dat het heel gezellig is, maar ik stel voor dat we gewoon gaan
beginnen met een interessant debat over het drugsbeleid, dat de vaste
commissie voor Justitie en Veiligheid zo direct gaat voeren. Wij hebben
twee bewindspersonen in ons midden. Welkom, opnieuw, minister Van Weel
van Justitie en Veiligheid. U bent gemist op deze plek. We gaan het u
lastig maken de komende tijd. Ook welkom aan de minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mevrouw Hermans, bij dit drugsdebat,
vooral vanuit het zorgaspect bezien.
We hebben hier volle bak in de zaal. Dat is meer dan normaal. We gaan zo
meteen beginnen, maar dat doen we niet voordat ik heb aangegeven dat de
heer Claassen mevrouw Schilder vervangt. De heer Claassen is geen lid
van deze commissie, dus als jullie er toestemming voor geven dat hij zo
meteen zijn bijdrage kan doen, dan laten we dat toe. Ik zie geen hele
grote bezwaren, dus meneer Claassen, ook u mag uw bijdrage zo meteen
gaan doen.
We hebben tot 13.00 uur de tijd. We zijn best wel met een grote groep.
Ook de voorzitter gaat haar bijdrage leveren. We hebben maximaal drie
interrupties in de eerste termijn. Daarna kijken we verder. Ik stel voor
dat we direct gaan beginnen. We hebben vier minuten spreektijd per
fractie. Mevrouw Faber, u heeft als eerste het woord.
Mevrouw Faber (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ik ken de bewindspersonen wel, maar het is ons
eerste debat, dus ik verwelkom hen toch graag in onze commissie.
Voorzitter. Binnen de Europese Unie wordt er van de meeste soorten drugs
nergens zo veel drugs gebruikt als in ons kleine kikkerlandje. Als je
drugs wilt gebruiken, is Nederland the place to be. Overal zijn drugs te
krijgen: in de steden, op het platteland. Met ƩƩn berichtje wordt het
afgeleverd, wat je wilt en waar je wilt. Met het gedogen van softdrugs
wil men voorkomen dat softdrugsgebruikers in contact komen met het
criminele circuit en harddrugs. Men gaat er echter aan voorbij dat
softdrugs gatewaydrugs zijn naar de harddrugs. Des te gemakkelijker iets
te verkrijgen is, des te makkelijker wordt het gebruikt. Voor alles is
wel een pilletje, snuifje of nog erger. Dit alles tegen je geestelijke
leegte, je onzekerheid of het gemis aan toekomstperspectief. De
maatschappij is complexer geworden. Een deel van de jongeren ziet geen
toekomst. Want waarom zou je gaan leren of werken als je toch geen huis
krijgt? Het betreft niet enkel jongeren, maar ook bijvoorbeeld mensen
die na een echtscheiding op straat belanden en geen sociaal vangnet
hebben. Er is gewoon een groot gebrek aan huisvesting, met als gevolg
dakloosheid, wat weer een grotere kans geeft op drugsverslaving.
Voorzitter. Door al dat pleiten voor gedogen en legaliseren wordt het
beeld gevormd dat drugs er gewoon bij horen. Zelfs het ministerie van
Defensie overweegt af te stappen van haar zerotolerancebeleid rond
drugs. De overheid en diverse politieke partijen normaliseren
drugsgebruik. Dat gebruik lijkt dan okƩ, maar het is helemaal niet okƩ.
Het drugsgebruik onder jongeren tussen de 16 en 25 jaar oud is
schrikbarend. Meer dan de helft heeft bij het uitgaan xtc gebruikt, een
op de drie cocaïne en bijna de helft cannabis, waarmee geëxperimenteerd
wordt in de gesloten coffeeshopketen. Hoe zit het met het handhaven van
het rookverbod in de coffeeshopketen? Wordt er gecontroleerd of er
alleen gereguleerde producten aanwezig zijn? Graag een reactie.
In tien jaar tijd is het aantal drugsdoden in Nederland verdrievoudigd.
Drugsgebruik is een symptoom van een ontwrichte samenleving. Vaak wordt
er gedoogd als de zaak al helemaal uit de hand is gelopen en politie en
justitie het niet meer aankunnen. Dan is de makkelijkste weg gedogen.
Men zou zo ook meer capaciteit overhouden voor de aanpak van harddrugs
en criminaliteit. Maar ondertussen voedt het gedoogsysteem het aantal
harddrugsgebruikers. Men creƫert zo een vicieuze cirkel. De beste manier
om drugs tegen te gaan, is de afzetmarkt weg te nemen. Gedogen en
legaliseren passen daar niet bij. Gedogen en experimenteren met een
gesloten coffeeshopketen die onder andere bevoorraad wordt met legaal
geproduceerde cannabis, creƫert juist een afzetmarkt. Legaliseren
verkleint ook het probleem niet. Een voorbeeld is de legalisering van
hennepteelt en recreatieve consumptie in onder andere Canada en de VS.
Daar is illegale overproductie ontstaan uit legale teelt. Drugs die
oorspronkelijk bestemd waren voor de lokale markt daar, komen vervolgens
naar hier, dit middels illegale export. Dit extra aanbod creƫert een
grotere markt.
De coalitie is voornemens om het bestaande gedoogbeleid voort te zetten.
Dat kan nog lollig worden, want D66 heeft ook ambities om harddrugs als
xtc te legaliseren. Wordt de productie dan ook gelegaliseerd? Dan wordt
het interessant, want Europa kampt met een tekort aan medicijnen, maar
kan niet meer produceren door strakke milieuregels. Is schade aan milieu
veroorzaakt door drugs dan niet relevant? Heeft men dan liever dat je
verslaafd raakt dan dat je beter wordt? Gebruik van deze partydrugs ā ik
heb het over xtc ā is niet bepaald zonder risico. Het staat niet voor
niets al op lijst I van de Opiumwet.
Voorzitter. In Nederland hebben wij gewoon een drugsprobleem. Hoelang
gaat dat wietexperiment nog door? Hoe zit het met de evaluatie? Wordt
het niet eens tijd om te stoppen met het normaliseren van drugs?
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Een interruptie van mevrouw Bikker.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Je moet de vrolijke momenten in het leven altijd onmiddellijk markeren.
Dit is er zo een, want ik ben het van harte eens met collega Faber. Ik
heb ook een vraag aan haar. Binnenkort komt er een amendement in
stemming waarmee we in de Justitiebegroting dat wietexperiment zouden
willen schrappen. Is zij van plan om dat te steunen?
Mevrouw Faber (PVV):
Dat moet ik wel met mijn fractie overleggen, maar ik sta er positief in.
Maar het is natuurlijk wel het standpunt van de hele fractie.
De voorzitter:
Ik zie verder geen andere interrupties. Dan gaan we door met de eerste
termijn van mevrouw Bikker van de ChristenUnie.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Nog altijd gaan in ons land mensenlevens,
relaties en gezinnen kapot door drugsgebruik, want achter het gebruik
van pillen, poeders, joints en andere verdovende middelen schuilt een
wereld van nietsontziende criminaliteit, ondermijning, verslaving en
zelfs milieuproblemen, zoals mevrouw Faber terecht onder de aandacht
bracht. Dat is voor de ChristenUnie volstrekt onacceptabel. Dat vraagt
om een stevige aanpak, ook strafrechtelijk. Want als er serieuze
journalistieke boeken geschreven worden met als titel "Hoe Nederland een
narcostaat werd", dan is het echt tijd om wakker te worden. Er zijn
grote gevolgen voor de volksgezondheid. Ik denk aan Vlissingen, waar
collega Grinwis vorige week prachtig campagne aan het voeren was met een
aantal jonge medewerkers, maar deze jonge medewerkers bij het uitstappen
onmiddellijk werden bevraagd of zij wat wilden kopen. Wat? De drugs
flakka. Is de minister daarvan op de hoogte? Hoe ondersteunt hij
gemeenten als Vlissingen hierbij? Of neem Ede, waar jongerenwerkers van
Youth for Christ de noodklok luiden, omdat steeds meer tieners
zogenaamde edibles nuttigen, snoepjes met cannabis erin. De verdovende
invloed daarvan is vaak nog groter dan bij een gewone joint en duurt
veel langer. Deze jongerenwerkers trekken aan de noodrem: stop hiermee!
Kent de minister de problematiek en wat doet het kabinet hieraan?
Drugs gebruiken is bovendien niet vrijblijvend. Zonder vraag is er geen
aanbod. Jouw lijntje is zijn liquidatie. Jouw pilletje staat niet los
van dumping van drugsafval in een natuurgebied. Daarom heb ik een tijd
terug een motie ingediend voor een landelijke publiekscampagne om dat
onder de aandacht te brengen. Wanneer kunnen we die campagne verwachten?
Is de minister bereid om bij het voorbereiden daarvan gemeenten en
studenten ā denk aan initiatieven als de Landelijke Kamer van
Verenigingen, Lieve Mark, TIME OUT en nog meer ā actief daarbij te
betrekken, zodat de krachtige, normerende boodschap ook effectief bij de
doelgroep belandt?
Voorzitter. Dan toch even over het wietexperiment, waardoor coffeeshops
nu bevoorraad worden en veel mensen in de stank zitten, maar waardoor
wietkwekers telen onder overheidstoezicht. De status quo wordt steeds
een stukje verder opgerekt en drugsgebruik wordt verder genormaliseerd.
Daar komt nog iets bij, want de overheid zet zeer terecht in op
rookpreventie. Was het doel niet een rookvrije generatie? Hoe
geloofwaardig is dat beleid als diezelfde overheid nu met een
goedkeuringsstempel van de Staat en allerlei subsidies de verkoop van
cannabis stimuleert? "Ceci n'est pas une pipe", heet het schilderij van
RenƩ Magritte: "dit is geen pijp". Zegt het kabinet in dezelfde geest:
een joint is geen roken? Kan de minister mij uitleggen hoeveel
schadelijke stoffen er nu geĆÆnhaleerd worden bij het nuttigen ā om het
woord "roken" dan maar te vermijden ā van een joint? Is dat meer of
minder dan bij een sigaret? Als het meer is, is het kabinetsbeleid dan
niet uitermate inconsistent en is het vanuit het preventiebeleid dan
niet een eerste stap om cannabisgebruik gewoon niet meer te gedogen? Zou
dat niet veel verstandiger zijn, in plaats van het te faciliteren?
Voorzitter. In het coalitieakkoord staan maatregelen die de ChristenUnie
op zich prima kan ondersteunen. Er wordt gesproken over het
denormaliseren van harddrugsgebruik, de aanpak van handel en verkoop en
het verplichten van grote festivals om een drugspreventieplan op te
stellen. Maar is dat eigenlijk wel genoeg om de maatschappelijke schade
die drugs veroorzaken, te voorkomen? Ik bedoel: moeten we gewoon niet
alles op alles zetten om te voorkomen dat jongeren afglijden in
criminaliteit en verslaving? Moeten we scholen niet helpen aan
persoonlijke begeleiding, een passend zorgaanbod en vooral aan een
stevige aanpak?
Voorzitter, ik rond af. Stop met het naĆÆeve gedoogbeleid. Implementeer
een blowverbod in de publieke ruimte, zodat we niet meer in die
verschrikkelijke stank hoeven te zitten. Maak in ieder geval als eerste
stap een einde aan wiettoerisme door een ingezetenencriterium. Bovenal:
vergroot alsjeblieft de politiecapaciteit en pluk drugscriminelen
helemaal kaal, want misdaad moet niet lonen. Dus panden, boten, auto's,
sieraden en wat dies meer zij: afpakken en veilen.
Voorzitter. De ChristenUnie staat voor een samenleving waarin
bescherming van gezondheid, van veiligheid en van gezinnen centraal
staat. Dat vraagt om duidelijke keuzes en consistent beleid. Ik hoor
graag de reactie van de beide bewindspersonen.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw bijdrage. Ik zie verder geen vragen, dus ik ga verder
met de heer Tijs van den Brink van het CDA. We wachten even op de bel,
wat ƩƩn minuut duurt, en dan kunt u uw bijdrage starten.
Meneer Van den Brink, aan u het woord.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Als je een tijdje grasduint in de
drugsmonitor die het Trimbos-instituut onlangs weer heeft uitgebracht,
kan het bijna niet anders of je schrikt je rot. Zo verging het mij
althans. Wat natuurlijk het meest in het oog springt is dat het aantal
drugsdoden in tien jaar tijd is verdrievoudigd. Inmiddels overlijdt er
iedere dag iemand aan drugs. In 2024 overleden er 378 mensen aantoonbaar
door drugsgebruik. Ook bij de diverse verslavingen slaat de schrik je om
het hart. Meer dan 10.000 mensen zaten in 2024 in een
verslavingsinstelling vanwege cannabisgebruik. Dat zijn mensen die in
die tijd niet naar hun werk konden, niet hun opleiding konden volgen,
die gewoon vet in de problemen zitten vanwege middelen. Bij cocaĆÆne zien
we hetzelfde beeld. Maar liefst ruim 8.000 mensen moesten in 2024 worden
behandeld vanwege een cocaĆÆneverslaving. Het aantal verslaafden is
natuurlijk nog veel groter, want niet iedereen die verslaafd is, belandt
in een kliniek.
Voorzitter. Voor iedereen die de drugsmonitor serieus ter harte neemt,
is het duidelijk: we hebben een groot probleem, dat ook groter is dan in
veel andere landen in Europa. Op vrijwel alle drugs scoren we slechter
dan het gemiddelde van Europa. We zijn de pillenslikkers en de
snuifduiven van dit continent geworden. Ik wil van de minister graag
horen of hij mijn waarneming deelt dat we een groot probleem hebben en
of hij ook de urgentie voelt om alles eraan te doen om drugsgebruik in
ons land te denormaliseren. Het gaat om levens van vaak jonge mensen.
Tienduizenden mensen gebruiken zo veel drugs dat het ten koste gaat van
hun ontwikkeling. We moeten wat het CDA betreft met z'n allen aan de bak
om deze trend te keren. De grootste zorg op dit moment zijn synthetische
drugs en nieuwe psychoactieve stoffen, zoals bij de Funcapszaak. Het OM
suggereert dat door de pillen van die website tientallen mensen zijn
omgekomen. Tientallen! Dat zijn veel meer slachtoffers dan van een ramp
die we allemaal nog goed in ons geheugen hebben: de vuurwerkramp. Daar
zijn helaas 23 mensen overleden. Zo groot als de schok toen was, zo
weinig deining lijkt er nu te zijn. Mijn vraag aan de minister: is de
huidige stofgroepenbenadering voldoende om nieuwe synthetische drugs
snel en effectief te verbieden? Sinds 1 juli 2025 zijn drie stofgroepen
verboden. Ik heb begrepen dat er nog vier van die stofgroepen bestaan.
Overweegt u ook een verbod daarop en wat kunnen we verder doen om te
voorkomen dat meer mensen slachtoffer worden van dit soort drugs?
Dan ga ik naar het wietexperiment, voorzitter. U weet dat mijn partij
geen fan is van dit experiment. Wel hebben wij onze handtekening onder
het regeerakkoord gezet en wij zijn goed voor onze handtekening. Onze
zorg is dat als je wiet reguleert, het nog normaler wordt om te
gebruiken. Bij verslavingsinstellingen is mij uitgelegd dat als een drug
gemakkelijk beschikbaar, maatschappelijk geaccepteerd en goedkoop is, er
alle reden is om te vrezen dat het gebruik ervan toeneemt. Dat zouden
wij zeer betreuren. We betwijfelen ook dat regulering leidt tot minder
criminaliteit. Het rapport Cannabislegalisering in Canada van het
Platform Drugs van de Nederlandse politie, dat onder leiding van Piet
Tops is geschreven, stemt wat dat betreft ook niet hoopvol. Illegale en
criminele activiteiten zijn niet verdwenen. Legalisering heeft de
criminele markt zelfs nieuwe mogelijkheden gegeven en Canada in sommige
opzichten aantrekkelijker gemaakt voor criminele cannabisactiviteiten.
Dat merken wij hier ook. Uit de antwoorden van de minister van Justitie
op mijn Kamervragen blijkt dat de hoeveelheid onderschepte cannabis
spectaculair is gestegen, van een kleine 4.000 kilo in 2023 naar ruim
65.000 kilo vorig jaar. Vermoedelijk is een flink deel daarvan afkomstig
uit Canada. Mijn vraag aan de minister is: moeten we vrezen dat dit ook
gaat gebeuren met legaal in Nederland geteelde cannabis?
Voorzitter. U hoort het: wat mij betreft proberen we het gebruik van
drugs in ons land de komende jaren te denormaliseren. Daar is alle reden
toe. Het is dan ook goed nieuws dat in het coalitieakkoord is
afgesproken dat grote festivals worden verplicht een drugspreventieplan
te maken. Ook zijn we er blij mee dat mensen die worden veroordeeld voor
het overtreden van de Opiumwet vaker een educatieve maatregel krijgen
opgelegd, als onderdeel van hun straf. Aanvullend daarop: op dit moment
is het zo dat gemeenten verplicht zijn een integraal Preventie- en
handhavingsplan alcohol op te stellen. De ontwikkelingen waar we vandaag
over praten, zijn wat mij betreft een goede reden om ook drugs op te
nemen in dat integraal preventieplan. Is de minister daartoe
bereid?
De voorzitter:
Dank u wel voor uw bijdrage. Ik zie een interruptie van mevrouw
Bikker.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Mooi om te zien hoe bevlogen collega Van den Brink is in het bestrijden
van drugsgebruik. Hij vindt dat drugsgebruik niet normaal moet worden.
Ik zag vanmorgen een mooi filmpje daarover dat hij had opgenomen. Ik
hoop vooral dat het veel mensen bereikt die denken dat het allemaal wel
meevalt met de schade. Ik zat nog even het coalitieakkoord door te
bladeren en eigenlijk zou je, als de signalen zo alarmerend zijn,
stevige maatregelen verwachten. Laat ik de vraag open stellen: welke
stevige maatregelen ziet collega Van den Brink zelf nu in het
coalitieakkoord staan?
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Ik heb er een paar genoemd: het drugspreventieplan bij festivals en de
educatieve maatregel bij overtreding van de Opiumwet. Verder kan het
voor u geen geheim zijn dat wij graag verder hadden willen gaan. We
zitten echter in een coalitie waarin we afspraken hebben gemaakt. Wij
zijn blij met de toon in het coalitieakkoord als het gaat om harddrugs.
Als wij nog meer zetels zouden halen, zouden we graag een paar stappen
verder gaan.
De voorzitter:
Mevrouw Bikker, met haar laatste interruptie.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voor mij hangt dat niet van je aantal zetels af. Met drie zetels kun je
echt het nodige bereiken, als je maar een meerderheid haalt. Dat moet
dus zeker gelden met de vele zetels van het CDA.
Dan heb ik toch een vraag. We zien dat de cannabisproblematiek enorm
toeneemt in ons land, maar er toch wel wordt gekozen voor een
wietexperiment; u kunt trouwens voor een prachtig amendement stemmen om
dat te stoppen, maar dat terzijde. Drugscriminelen vinden, eigenlijk
vanuit risicoberekening, dat straffen rondom cannabis in Nederland niet
zo hoog zijn, dus gaan ze er lekker mee door. Is het voor collega Van
den Brink dan in ieder geval een overweging om te kijken naar de
gevangenisstraffen, oftewel de strafmaat? Zo weten criminelen dat als
zij wiet illegaal produceren, binnenhalen of er wat dan ook mee doen, ze
stevig bestraft worden. Zo zijn we niet weer het lachertje van Europa,
waar alle snuifduiven graag naartoe vliegen.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Ik ben graag bereid om naar uw voorstellen daarover te kijken. Het is
misschien wel goed om ook even te zeggen dat zowel uw partij als die van
mevrouw Faber in een coalitie hebben gezeten waarin het wietexperiment
bestond. Het is zelfs begonnen toen wij samen in een kabinet zaten. Dit
zijn de feiten. Ja, mevrouw Faber, u zat ook in een kabinet waar dat
gewoon aan de orde was. We zijn dus met z'n allen schuldig en we moeten
met z'n allen proberen het terug te dringen.
De voorzitter:
Omdat mevrouw Faber direct wordt aangesproken, geef ik haar als eerste
het woord, hoewel de heer Claassen eigenlijk eerder was.
Mevrouw Faber (PVV):
U kunt toch niet ontkennen, zeg ik via de voorzitter, dat ik er in ieder
geval wel voor pleit om de grenzen te sluiten.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Voor mensen of voor drugs?
Mevrouw Faber (PVV):
Voor alles natuurlijk, want dan pak je ook de drugskoeriers. Op het
moment dat je strenger controleert aan de grenzen, is er altijd
bijvangst, altijd van verdovende middelen. Dat hebben we ook gezien. Ik
heb ook bij mijn werkbezoeken gezien dat het bij de bijvangst vaak
verdovende middelen betrof. Het was dus niet zo dat we helemaal niks
deden; indirect konden we toch nog wel het een en ander doen.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Volgens mij hebben onze autoriteiten helemaal geen gesloten grenzen
nodig om drugs bij de grenzen tegen te houden.
De voorzitter:
Heeft u nog een interruptie?
Mevrouw Faber (PVV):
Het klopt wel. Voor een deel kan je dus een heleboel bij de havens
onderscheppen, maar onze Duitse collega's onderscheppen toch een
heleboel aan de grens, dus het zet zeker wel zoden aan de dijk.
De voorzitter:
Waarvan akte. Ik zie dat meneer Claassen een interruptie heeft.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Het betoog van de heer Van den Brink komt een beetje op mij over als
Pontius Pilatus die zijn handen wast in onschuld, doordat hij zegt: we
hebben de handtekening gezet en er staan wat maatregelen in waarmee we
kunnen vergoelijken dat het beleid op, in dit geval, softdrugs gewoon
kan blijven bestaan. Ik vind dat heel erg vreemd, want het CDA is, net
als D66, een groot pleitbezorger van antirookbeleid, dus
leefstijlpreventie. Ik kan het niet rijmen dat je de handtekening zet
onder het drugsbeleid dat nu in het akkoord staat, terwijl je
fundamenteel een probleem hebt met drugs en je fundamenteel iets wilt
doen aan leefstijl. Dan komt het op mij over als zoeken naar een
compromis. Ik vind het een heel slecht compromis. Ik ben benieuwd wat
meneer Van den Brink ervan vindt.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Ik heb gezegd dat het niet in ons verkiezingsprogramma stond. Daar heeft
het nooit in gestaan. Ook in het laatste verkiezingsprogramma stond weer
dat wij er niet enthousiast over zijn. Tegelijkertijd leven we in een
coalitieland en moeten we deals met elkaar sluiten. Dat is in het
verleden gebeurd. Wij vinden ook dat als je je handtekening zet je
daarvoor moet staan. Misschien is het ook nog wel goed om te zeggen dat
het volgens mij van groot belang is hoe we dit debat met elkaar voeren.
Als wij in onze woorden met elkaar uitstralen dat drugsbeleid heel
normaal is, normaliseer je het daarmee ook. Dat heeft dus niet te maken
met Pontius Pilatus, maar ik kies deze toon heel bewust om tegen alle
mensen in de samenleving die hiernaar kijken aan te geven dat het niet
normaal is als je drugs gebruikt. Doe het niet. Stop ermee, als je effe
kan.
De voorzitter:
De voorzitter heeft ook een interruptie, dus ik vraag mevrouw Faber om
even mijn rol over te nemen.
Voorzitter: Faber
De voorzitter:
Aan u het woord dan, mevrouw Mutluer.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Ik heb uiteraard kennisgenomen van het opiniestuk van collega Van den
Brink. De mensen uit de praktijk zeiden: de heer Van den Brink deed heel
erg aan cherrypicking door een aantal feiten te gebruiken om een punt te
maken en hij haalt verschillende begrippen door elkaar, namelijk
"legalisering", "regulering" en "normalisering". Ik zou een eerste
reactie van de heer Van den Brink daarover wensen te hebben.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Zou u dan uw vraag iets preciezer kunnen formuleren?
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Ik geef een aantal voorbeelden. De heer Van den Brink sprak in zijn
opiniestuk nadrukkelijk over de gevaren van drugsgebruik, maar we zien
in de praktijk dat er door alcoholgebruik veel meer doden vallen,
terwijl we dat natuurlijk in onze praktijk hebben genormaliseerd. Om
Canada als voorbeeld te nemen waar legalisering problemen zou
veroorzaken: inmiddels blijkt ook dat daar ongeveer 80% van de cannabis
legaal wordt verkocht, waardoor een groot deel van de markt aan de
georganiseerde misdaad ā dan hebben we het over miljarden ā is
onttrokken. Dat is kritiek vanuit de buitenwereld. Er zijn een paar
voorbeelden. Vandaar dat ik vraag om een reactie van de heer Van den
Brink.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Ik denk dat als wij vandaag de dag zouden moeten besluiten om alcohol te
legaliseren, we daar met z'n allen nog eens even heel goed over na
zouden denken, dus als het slecht gaat met alcoholgebruik, wil dat niet
zeggen dat we daarom ook maar meer aan drugs moeten gaan doen. Over
Canada heb ik vooral het rapport Cannabislegalisering in Canada gelezen,
gemaakt door de Nederlandse politie onder leiding van Pieter Tops. Die
zegt dat de criminaliteit daar helemaal niet minder is geworden en
trouwens het gebruik ook niet. Er zullen vast meer onderzoekers bezig
geweest zijn. Er zijn vast meer onderzoeken te vinden. Ik vind het een
overtuigend rapport. Dat sterkt mij alleen maar in de mening dat we in
ieder geval heel goed moeten nadenken voordat we echt overgaan tot
regulering.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Tot slot gebruik ik met alle liefde mijn laatste interruptie als
woordvoerder voor de heer Van den Brink. Die gaat over het stukje
gezondheid en de gezondheidsaspecten. Ik hoor de heer Van den Brink in
zijn bijdrage nadrukkelijk ingaan op de schade die jongeren kunnen
ondervinden door het gebruik van drugs. Er zijn organisaties, zoals
Mainline, die daar ondersteuning aan bieden. Na 36 jaar gaat Mainline
stoppen, omdat de subsidie wordt stopgezet. Collega Sneller heeft vorig
jaar via een amendement getracht om Mainline nog een jaar in leven te
houden. Dat lukte. Dit jaar heeft GroenLinks-PvdA een amendement. Mijn
vraag aan de heer Van den Brink is: als hij zijn mond vol heeft van
gezondheid en gezondheidsaspecten, hoe rijmt hij dat dan met het geen
geld ter beschikking stellen aan organisaties zoals Mainline, die daar
zorg voor kunnen dragen?
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Ik heb in Nieuwsuur een mooie reportage gezien over het werk van
Mainline. Die raakte mij. Ik kan u zeggen dat iedereen die naast mensen
die in de shit zitten gaat staan om ze te helpen, onze warme sympathie
heeft. Dat geldt dus ook in dit geval. Toen ik vervolgens even op de
website van Mainline ging zoeken naar waar ze precies voor staan, schrok
ik wel. Daar staat gewoon letterlijk dat als je wil beginnen met
chemsex, zij je kunnen supporten. Dat staat ideologisch zo ver van ons
af, dat ik weinig voel voor het subsidiƫren van deze organisatie.
Voorzitter: Mutluer
De voorzitter:
Ik neem het voorzitterschap weer over, want ik heb geen interrupties
meer. Ik ga dus door naar collega Sneller voor zijn eerste
termijn.
De heer Sneller (D66):
Dank u wel, voorzitter. Hartelijk welkom aan de minister van VWS in de
commissie voor Justitie. Ik had haar de eerste plek gegund bij een
drugsdebat, omdat ik denk dat het doel van drugsbeleid uiteindelijk het
beperken van gezondheidsschade is. Het bevorderen van de openbare orde
is daar ook een belangrijk doel van. Het staat voor mij ook symbool voor
de scheefgroei tussen de repressieve en de preventieve aanpak. In
opdracht van het ministerie van Justitie is eerder onderzocht wat onze
drugsbestrijding aan de repressieve kant kost. Als je dat vergelijkt met
wat er aan de preventieve kant, of de verslavingszorgkant, wordt
uitgegeven ā ik heb eerder genoemd dat die factor 100 tot 1 staat ā is
dat volgens mij nogal scheef. Daar worden de uitkomsten voor de
volksgezondheid, maar ook voor de veiligheid, niet beter van.
De Nationaal Rapporteur Verslavingen schreef in oktober een mooi
opiniestuk in Trouw. Die zei: "We weten dat een repressieve aanpak niets
oplost. Het stigmatiseren van kwetsbare mensen is contraproductief. Wat
werkt, is een pragmatische benadering gericht op schadebeperking en
maatschappelijk herstel." Dat gaat natuurlijk met name om de kwetsbare
doelgroepen die onder andere ten prooi vallen aan flakka, zoals mevrouw
Bikker terecht noemde, en ook aan de synthetische opioĆÆden, die door
collega Van den Brink werden genoemd. Hij besluit zijn pleidooi
eigenlijk met een oproep: "De geschiedenis leert dat een succesvolle
aanpak tijd, moed en samenwerking vergt. Voor de politiek ligt hier een
kans: ontwikkel samen met gemeenten een plan van aanpak dat voortbouwt
op bewezen effectieve strategieƫn en inspeelt op de actualiteit. Dat
spaart levens en kosten."
Misschien mag ik dat gebruiken als haakje om een reactie te vragen, maar
ook om de minister van VWS te vragen wat dieper in te gaan op de doden,
die door de heer Van den Brink terecht werden genoemd, door synthetische
opioĆÆden. Het Trimbos-instituut heeft vorig jaar namelijk een
preparedness scan uitgevoerd. Oftewel: zijn we nou goed voorbereid op
een crisis die we al langer zien aankomen? Die crisis manifesteerde zich
al eerder in de Verenigde Staten en in Canada, vooral ook door eerder
voorgeschreven medicatie en de nasleep daarvan. Dat zien we eigenlijk in
de preparedness scan ook. Het Trimbos-instituut zegt: "Er lijkt op dit
moment geen wijdverspreid aanbod te zijn van niet-voorgeschreven
synthetische opioĆÆden voor recreatief gebruik." Maar het zegt ook: "Er
is een actieve markt voor niet-voorgeschreven pijnmedicatie. Dat betreft
met name legaal geproduceerde pijnmedicatie, maar ook namaakvarianten
worden gesignaleerd." Dan gaat het over een miljoen Nederlanders die
opioĆÆden voorgeschreven krijgen. Meer dan een derde van die mensen die
een sterkwerkend opioĆÆde voorgeschreven krijgen, blijft deze langdurig
gebruiken. Ik zou ook een wat diepere analyse willen horen over waar het
nou vandaan komt. Neem Funcaps, is het beeld daar nou van dat het gaat
om partypillenkopers of om mensen die hierin zijn vervallen na
pijnmedicatie? Volgens mij valt een groot deel namelijk in de laatste
categorie. Ik denk dat dat een teken is dat we dieper moeten inzoomen op
wie de gebruikers zijn. We hebben het vaak generaliserend over
drugsgebruikers. Dan hebben we het over degene die hartje zomer legaal
verkregen psychedelica van de Smartshop gebruikt en daar verder niemand
mee lastigvalt of degene die door collega Van den Brink Zuidassnuiver of
snuifduif wordt genoemd. Het gaat dan echter ook om degene die alcohol
of tabak consumeert, want dat staat in de Nationale Drug Monitor. Dat
vind ik fascinerend. Het vorige kabinet schreef dat een ruime
meerderheid van de bevolking geen drugs gebruikt, terwijl de Nationale
Drug Monitor aangeeft dat 76,8% weleens drinkt. Ook daarvan denk ik:
laten we inzoomen op die drugs, op welke verschillende drugs er zijn, op
hoe schadelijk ze zijn en op hoe verslavend ze zijn. Laten we ook kijken
naar wat de reden is dat mensen ze gebruiken, want dat is heel divers.
Ik denk dat we door die realistischere analyse tot effectiever
drugsbeleid kunnen komen.
De voorzitter:
U heeft een interruptie, vandaar dat ik naar de microfoon ging, van de
heer Diederik van Dijk.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik hoor in het betoog van de heer Sneller heel veel nuance, inzoomen en
uitleg. Mijn concrete vraag aan de heer Sneller is of hij, of D66 erkent
dat Nederland kampt met een immens drugsprobleem.
De heer Sneller (D66):
Ik probeerde juist dat soort generaliserende statements, waar iedereen
iets anders onder verstaat, te vermijden. Er zijn veel problemen met
drugs in Nederland.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dat zie ik dan maar als een bevestigend antwoord. Het is hier al vaker
gewisseld, maar in de afgelopen tien jaar hebben we een verdrievoudiging
van het aantal drugsdoden en duizenden mensen in de verslaving gezien.
Als dit zou gebeuren in het verkeer, dus een verdrievoudiging van het
aantal verkeersdoden, dan zou D66 waarschijnlijk op z'n achterste benen
staan en zeggen dat het helemaal misgaat, dat we dat niet kunnen
accepteren en dat we dat moeten aanpakken. Zo'n verontruste opstelling
over wat er gaande is, mis ik tot nu toe in het betoog van de heer
Sneller.
De heer Sneller (D66):
Dan heeft de heer Van den Brink, sorry, de heer Van Dijk mijn betoog
toch niet helemaal goed begrepen. De heer Van den Brink heeft het wel
goed begrepen. De heer Van Dijk heeft dan niet goed geluisterd volgens
mij. Ik heb juist ook eerder schriftelijke vragen gesteld over
synthetische opioĆÆden en de fentanylcrisis, die al werd aangekondigd. In
Belgiƫ waren daar al signalen van. Het Trimbos-instituut gaf daar al
signalen over af. Stichting Mainline zag dat dit in de haarvaten van de
samenleving ook in opkomst was. We zagen het in de Verenigde Staten en
Canada gebeuren. Ik heb toen aan het kabinet gevraagd of wij daarop
voorbereid waren. De harm-reductionaanpak is juist cruciaal om te
voorkomen dat die mensen overlijden. Dit weekend schreef Michelle van
Tongerloo, straatarts in Rotterdam, over Carla. Zij werd geslagen door
haar man en hij verkruimelde ook heroĆÆne in haar sigaretten. Je ziet dat
met fentanyl hetzelfde gebeurt; het wordt versneden met andere drugs,
waardoor mensen verslaafd worden gemaakt. We moeten daar een goede
aanpak voor hebben.
Ik neem alleen een andere afslag. Dat zou trouwens ook zo zijn bij de
verkeersdiscussie waar de heer Van den Brink, sorry, de heer Van Dijk ā¦
Wij kennen elkaar toch redelijk goed, maar ik verwar u op de een of
andere manier. Ik neem dus uiteindelijk wel een andere afslag als het
gaat om wat nou de effectiefste aanpak is. Ik sluit me daarin aan bij
wat de Nationaal Rapporteur Verslavingen zegt: laten we kijken naar wat
werkt. Als dat betekent dat we voor bijvoorbeeld het verkeer strenger
moeten straffen en de boetes moeten verhogen, dan ga ik daar graag in
mee met de heer Van Dijk. Als dat betekent dat we wegen anders moeten
inrichten of maximumsnelheden moeten aanpassen, dan ga ik daar ook in
mee. Volgens mij moeten we ook bij het drugsbeleid een wat nuchterdere
discussie voeren over wat het beste werkt.
De voorzitter:
Dit is uw laatste interruptie, meneer Van Dijk.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank voor de reactie van de heer Sneller. Ik vraag me oprecht af of het
een andere afslag is. Is er geen sprake van een heel ander vertrekpunt?
Zou, gezien de feiten, het vertrekpunt niet moeten zijn dat drugs niet
normaal zijn? Het maakt zo veel schade: het leidt tot doden en
verslaving, het verwoest levens. Ik kan dan niet begrijpen dat D66
blijkbaar ā dat hoorde ik ook uit de woorden van de heer Van den Brink ā
zo heeft dwarsgelegen om te komen tot strengere maatregelen op
drugsgebied. Er is dus voor mij geen sprake van een andere afslag, maar
van het vertrekpunt. Drugs zijn niet normaal. Wanneer gaat D66 dat in de
breedte uitdragen?
De heer Sneller (D66):
Het gaat volgens mij juist wel over een andere afslag. In het rapport
van de Staatscommissie MDMA, dat de heer Van Dijk ook heeft gelezen,
staat op pagina 127 een heel mooie grafiek die gaat over hoe je de
schade van drugs en andere stoffen zo goed mogelijk kan beperken. Dat is
niet door ze helemaal vrij te geven en het is zeker ook niet door ze
helemaal illegaal te maken. Ik heb dat eerder ook betoogd: in dat geval
krijg je straatdealers, die ook in landen met de meest repressieve
drugswetten gewoon actief zijn. Dan zijn er geen minimumleeftijd, geen
voorlichting, geen doorverwijzing naar de verslavingszorg en geen
maximumhoeveelheden. Misschien zijn er nog veel strengere manieren om
drugs te reguleren en dat lijkt me ook gepast voor sommige soorten
drugs, maar dit zijn allemaal dingen die je wel kan bereiken met
coffeeshopbeleid, als die coffeeshops gewoon gesloten worden als ze
verkopen aan mensen onder de 18. Ik heb het eerder aangehaald: dat
beleid wordt strak gecontroleerd door burgemeesters en in verschillende
monitoren over de coffeeshopmarkt in Nederland. Er is niet ƩƩn
coffeeshop gesloten wegens verkoop aan minderjarigen. Laten we wat mij
betreft dus vooral kijken naar hoe we het strikt kunnen reguleren, want
dat is uiteindelijk voor zowel de gezondheidskant als de veiligheidskant
de beste aanpak.
De voorzitter:
De heer Van den Brink voor zijn eerste interruptie.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Fijn om te horen dat meneer Sneller net als wij zijn uiterste best wil
doen om het aantal verslaafden terug te dringen; daar ben ik blij mee.
Ik hoorde u ook iets zeggen over de plannen van gemeenten. Ik heb net
gevraagd of de minister het een goed idee zou vinden om bij dat
integraal preventie- en handhavingsplan voor alcohol ook teksten op te
nemen over drugs. Zou u daarvoor zijn?
De heer Sneller (D66):
Ik vind dat helemaal geen gek idee. Ik heb eerder ook in een debat met
het kabinet aangehaald dat juist de verslavingsinstellingen inderdaad
vaak kampen met wachtlijsten, maar ook met gebrekkige financiering. We
geven ze verplichtingen, maar in andere debatten in de commissie voor
Binnenlandse Zaken zeggen we dan: geen taken zonder knaken. Laten we er
dus inderdaad voor zorgen ... Ik zie dat mevrouw Bikker dit amendement
gaat steunen of indienen. Ze steekt haar duim op, zeg ik even for the
record. Als wij zeggen dat we die preventieve aanpak graag serieus
willen optuigen, dan heb ik gewezen op de scheefgroei met de bestedingen
aan representatieve middelen, maar ben ik er helemaal voor om dat van
gemeenten te vragen, als we ze ook in staat stellen om dat vervolgens
uit te voeren.
De voorzitter:
Helder. U was niet klaar met uw betoog, toch? Gaat u verder.
De heer Sneller (D66):
Tijdens het debat over het lachgasverbod heb ik een motie ingediend, die
ook is aangenomen, om te kijken hoe we kunnen komen tot snellere en
gerichtere regulering. In 2015 kwam lachgas voor het eerst op de radar
bij het CAM, het Coƶrdinatiepunt Assessment en Monitoring nieuwe drugs
en de risicobeoordeling daarvan. Het duurde heel lang voor we iets
konden doen, want dan moeten de schade en de overlast zo groot zijn
geworden dat we het op een drugslijst kunnen zetten. Ik was daartegen,
maar dat heeft de meerderheid wel besloten. Ik denk, en dat heb ik toen
ook betoogd, dat als je daar in 2016 als kabinet een aantal maatregelen
tegen had willen nemen ā volumebeperking qua verkoop, een
minimumleeftijd invoeren ā je 150 stemmen voor had gehad. Daarmee had je
heel veel schade kunnen voorkomen. Ik ben benieuwd hoe het zit met de
uitwerking van die motie.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw bijdrage. Dan ga ik nu verder met de heer Claassen
voor zijn eerste termijn.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Voorzitter. Dan weer een ander geluid. Al jaren houden we een systeem in
stand waarin de verkoop van cannabis wordt toegestaan in coffeeshops,
terwijl de productie en groothandel strafbaar zijn. Dat noemen we
"pragmatisch", maar eigenlijk klopt het gewoon niet. We verbieden iets
en staan het tegelijkertijd toe. We zeggen dat drugs schadelijk zijn,
maar zorgen er wel voor dat ze op veel plekken eenvoudig verkrijgbaar
zijn. Dat is geen duidelijk beleid. Dat is een compromis waar niemand
echt tevreden mee kan zijn. Daar waar het kabinet met de vinger wijst
over roken, een suikertaks en wat dies meer zij in het kader van
leefstijl, kan ik het standpunt ten aanzien van softdrugs totaal niet
plaatsen. Kan de minister dat wƩl uitleggen? Ik bedoel in dit geval de
minister van VWS.
Met het experiment van de gesloten coffeeshopketen probeert het kabinet
die tegenstrijdigheid te repareren door de keten te reguleren. Wat ons
betreft wordt het probleem daarmee niet opgelost. Het gedoogbeleid wordt
niet teruggedraaid; het wordt juist verder vastgezet in beleid. De
overheid wordt daarmee niet minder, maar meer betrokken bij het
organiseren van een markt voor cannabis. Daarnaast moeten we niet doen
alsof cannabis op zichzelf staat. In veel gevallen is het de eerste stap
richting zwaardere middelen. Vrijwel iedereen die later drugs gebruikt,
is ooit begonnen met softdrugs. Dat betekent niet dat iedere jongere die
een joint rookt automatisch overstapt op een lijntje coke, maar we zien
wel dat cannabis de drempel kan verlagen. Daar is meneer Sneller het
volgens mij niet mee eens.
De voorzitter:
Ik denk dat hij het daar inderdaad niet mee eens is. Dat gaat u nu
horen, want hij gebruikt nu zijn interruptie.
De heer Sneller (D66):
Ik geloof dat het Bolkestein was die ooit zei: elke harddrugsgebruiker
is ooit begonnen met babymelk. Oftewel, het is een beetje een gek
argument.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Wat is babymelk? Bedoelt u moedermelk, of borstvoeding?
De heer Sneller (D66):
Melk voor baby's. Ik zal u de details besparen, maar je hebt ook poeders
waarmee je babymelk kunt maken.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Maar dat is dan toch geen "babymelk"?
De heer Sneller (D66):
De heer Claassen mixt nog steeds elke ochtend poeders met water om melk
te drinken.
De voorzitter:
Meneer Sneller, gaat u door.
De heer Sneller (D66):
Wat is nou het standpunt van de groep Markuszower op dit punt? Hij zegt
dat het gedoogbeleid wordt voortgezet. Wat mij betreft wordt het
gedoogbeleid juist niet voortgezet. In het kader van het experiment
wordt er juist voor gezorgd dat criminelen niet meer aan de achterkant
geld kunnen verdienen aan drugsteelt. Er wordt dus juist voor gezorgd
dat we het uit hun handen slaan. Wat zegt de heer Claassen nou? Zegt hij
dat alle coffeeshops dicht moeten of zegt hij iets anders?
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Het liefst alle coffeeshops dicht, maar we weten dat dat eigenlijk een
onhaalbare kaart is. Ik zal herhalen wat ik tweeƫneenhalf jaar geleden
tegen de heer Sneller zei in een plenair debat over die wietproef,
namelijk: er moet in ieder geval geen coffeeshop meer bij komen. Ook
moeten we kijken waar de coffeeshops zich bevinden. Als ze zich binnen
een straal van 100 of 200 meter van een basisschool of middelbare school
bevinden, dan moeten ze daar weg. Als dat betekent dat een heleboel
coffeeshops moeten verdwijnen, omdat ze zich binnen die cirkel bevinden,
dan is dat maar zo.
De heer Sneller (D66):
Dan is dus de ideale situatie, zoals de heer Claassen die schetst, dat
we pak 'm beet 200 coffeeshops overhouden en dat de criminelen die deze
coffeeshops bevoorraden gewoon elk jaar hun zwarte geld kunnen blijven
verdienen. Vervolgens moeten we daar dan een harde aanpak op inzetten,
maar laten we via de achterdeur van de coffeeshops nog steeds honderden
miljoenen per jaar het criminele circuit in stromen.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ja, maar ook in de leefwereld van D66 zal dat beeld dat u net schetst
blijven bestaan. Dat verandert niet. Of we nu gaan legaliseren of niet:
die handel blijft bestaan. Ik woon in een grensregio, op vijf minuten
van Duitsland en tien minuten van Belgiƫ, en ik geef het u te doen,
meneer Sneller. Wij gaan het hier legaliseren, dus dat worden
winstpakkers. Koeriers van over de grens worden winstpakkers. Men zal
het van over de grens hier komen ophalen. Dat komt dan niet legaal
binnen, maar wel via tussenpersonen. Uw leefwereld is dan misschien wat
te rooskleurig. In mijn leefwereld verandert het helemaal niks aan het
drugsgebruik onder jongeren. Sterker nog, wellicht zal het nog veel
erger worden.
De heer Sneller (D66):
Het enige waar niks aan verandert, is wat mij betreft de voorkant,
namelijk de verkoop door coffeeshops. Daar verandert helemaal niks aan,
niet in het gesloten coffeeshopexperiment, maar ook niet in de
regulering die ik voorsta. Wat er verandert, is dat er aan de achterkant
geen geld meer wordt verdiend door criminelen, zoals nu het geval is. De
koeriers waar de heer Claassen het over heeft, kunnen nu ook als ze dat
zouden willen aan de voorkant maximaal 5 gram kopen. Dat gebeurt niet.
Er zal in ieder geval geen verandering komen als je het reguleert. Het
argument van de heer Claassen snijdt dus absoluut geen hout.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Mijn argument snijdt wel hout.
De voorzitter:
U heeft geen interrupties meer, dus dat was het. Ik zou zeggen: meneer
Claassen, gaat u door met uw bijdrage.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik had een lijntje gezet waar ik was gebleven in mijn bijdrage.
Hoe normaler het wordt, hoe kleiner de stap naar meer. Dat risico moeten
we niet onderschatten. Het experiment wordt vaak verdedigd met de
belofte dat het de criminaliteit zal terugdringen; dat heeft u net ook
gehoord. Dat klinkt aantrekkelijk, maar de werkelijkheid is minder
eenvoudig. Criminele netwerken verdwijnen niet zomaar omdat de overheid
een deel van de markt overneemt. Ze zoeken andere routes, andere
middelen en andere inkomstenbronnen. Kunt u een voorbeeld geven van een
crimineel netwerk dat is verdwenen sinds de inwerkingtreding van het
gedoogbeleid van het experiment? Ik niet. Ondertussen zien we dat het
experiment zelf al te maken heeft met leveringsproblemen, discussies
over de kwaliteit en uitzonderingen in de handhaving. Dat maakt het
eerlijk gezegd moeilijk om te geloven dat deze markt zo maakbaar is als
wordt voorgesteld.
Wat me misschien nog het meest zorgen baart, is het signaal dat wij
afgeven. We steken veel geld in preventie en vertellen jongeren dat
drugsgebruik schadelijk is, maar tegelijkertijd zijn er honderden
coffeeshops waar cannabis legaal wordt verkocht. Dat verhaal is niet
geloofwaardig, en jongeren merken die tegenstrijdigheid feilloos op.
Daarmee wordt het hele preventie-idee, waar dit kabinet zo veel in wil
investeren, overboord gegooid.
Wij kiezen daarom voor helderheid. Als iets schadelijk is, moeten we het
niet normaliseren. Als iets verboden is, moeten we het niet via een
omweg faciliteren. Natuurlijk moeten we investeren in preventie en
verslavingszorg. Natuurlijk moeten we georganiseerde criminaliteit hard
aanpakken. Maar dat is iets anders dan het door de overheid organiseren
van een cannabismarkt.
Voorzitter. We willen voorkomen dat het experiment, zonder dat we daar
principiƫle keuzes over maken, langzaam uitgroeit tot vast beleid. Voor
ons moet het ook mogelijk zijn om te zeggen: dit is niet de richting die
we op willen. We moeten niet verder op de glijdende schaal van
normalisering, maar terug naar een duidelijk en consequent
verhaal.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Diederik van Dijk; uw vier minuten gaan nu in.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Nederland stond te snuiven van trots na het hoge
aantal plakken op de Winterspelen in Italiƫ. Waar een klein land groot
in kan zijn. Helaas zijn er ook titels die je met het schaamrood op de
kaken moet slikken: Europees kampioen productie van de drug MDMA,
eenzame koploper xtc-gebruik onder jongvolwassenen en nota bene
producent van gecertificeerde staatswiet. Tegen deze achtergrond is de
toon van het coalitieakkoord ontnuchterend. Het kabinet wil een nuchter
beleid; dat klinkt toch een beetje als "maak je niet tƩ druk". Waarom
geen zwaailichten en sirenes om van onze pariastatus in Europa af te
komen?
Voorzitter. Eerst over het wietexperiment. Het woord "Staatsblad" krijgt
bij deze gereguleerde cannabiskwekerijen een wrange bijsmaak. Er is al
behoorlijk gerommeld met de voorwaarden om dit ideologische speeltje in
de benen te houden. Kunnen we ervan op aan dat het daarmee nu afgelopen
is? Wanneer krijgt de Kamer het afbouwpad voor dit experiment?
Voorzitter. De strijd tegen drugshandel vraagt vasthoudendheid en
creativiteit, zowel in Nederland als daarbuiten. Ik noem drie punten. Er
lijkt in de productie al een paar jaar een verschuiving gaande van het
zuiden naar het noorden van Nederland. Gelukkig waren er recent weer
successen met het oprollen van drugslabs in Friesland. Kunnen deze
regio's maximaal hun voordeel doen met eerdere praktijkervaring die
bijvoorbeeld in Brabant is opgedaan? Hoe worden kennis en ervaring
uitgewisseld? Het tweede punt is dat Europol in januari het belang
benadrukte van betere inlichtingen en meer toezicht op zee om nieuwe
vormen van smokkel te bestrijden. Neemt het kabinet extra inzet op
middelen en mogelijkheden mee in de plannen voor de Kustwacht, voor
Defensie en voor de veiligheidsdiensten? Het derde punt is de motie van
SGP en VVD over het wettelijk regelen van een schadevergoeding voor
saneringskosten van drugsdumpingen. Die motie is vorig jaar aangenomen.
Hoe staat het met de uitvoering daarvan?
Voorzitter. De illegale verkoop van drugs eist inmiddels veel
slachtoffers. Wat volgens kopers onschuldig kan lijken, blijkt zelfs
dodelijk te kunnen eindigen. In sommige gevallen waren de problemen met
webshops al jaren bekend. De minister van VWS wees er in de
schriftelijke antwoorden op dat het voor de inspectie niet eenvoudig is
om te beoordelen welke wetgeving bij een bepaald type medicijn van
toepassing is. Onderzoek naar zogenoemde grensvlakproducten is
tijdrovend. Experts wijzen er echter op dat handhaving veel sneller
mogelijk is door de verboden reclame en het verkopen zonder vergunning
centraal te stellen. Wil de minister uitdrukkelijk ook dit perspectief
bekijken om de handhaving en vervolging te kunnen verbeteren?
Voorzitter. Tot slot preventie en voorlichting. De coalitie wil grote
festivals verplichten een drugspreventieplan te maken. Dat is een goed
voornemen. Wordt in de uitwerking ook de handhaving meegenomen? Wat zijn
bijvoorbeeld de consequenties als de organisatoren bezit van en handel
in drugs te gemakkelijk laten gebeuren? Het kabinet overweegt een
voortzetting van de voorlichtingscampagne Drugs raakt ons allemaal. Dat
is goed, maar de SGP ziet ook dat er meer aandacht moet uitgaan naar
specifieke doelgroepen waarover grote zorgen bestaan. Vorig jaar bleek
uit een onderzoek onder studenten in studentenhuizen dat in het
voorgaande jaar meer dan de helft MDMA gebruikte en vier op de tien
cocaĆÆne! Dit zijn bijzonder zorgelijke cijfers en dit vraagt om een
gerichte aanpak. Inmiddels is er vanuit studentenorganisaties contact
met de ministeries van VWS, OCW en JenV over een plan om huisoudsten te
trainen. Gaat de minister met zijn collega's zorgen voor voldoende
financiƫle middelen hiervoor?
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Ook mijn dank. Ik zie dat de collega's geen vragen hebben, dus ik ga
naar mevrouw Martens-America voor haar bijdrage.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Goed dat dit debat sinds lange tijd weer op de
agenda staat. Alle voorgangers gehoord hebbend, is het volgens mij
belangrijk dat we dit debat hier blijven voeren. Drugsgebruik, -bezit en
-handel hebben vele negatieve gevolgen voor onze samenleving. We weten
dat achter de handel in drugs zware criminaliteit schuilgaat, met
geweld, liquidaties en ondermijning als gevolg. Te vaak zijn de gevolgen
van drugscriminaliteit in ons dagelijks leven zichtbaar. Denk
bijvoorbeeld aan alle panden in Amsterdam die elke keer dat er drugs
worden gevonden, door de burgemeester worden gesloten. Ook zien we dat
het gedoogbeleid rondom softdrugs al jaren onduidelijkheid oproept.
Daarom is het goed dat afgelopen jaar de experimenteerfase van het
wietexperiment is gestart om te onderzoeken of het huidige beleid nog
wel voldoende werkt.
Voorzitter. Ik wil in mijn bijdrage vandaag graag stilstaan bij drie
punten. Ik begin bij het wietexperiment. Wat mijn partij betreft is het
goed dat de experimenteerfase van het wietexperiment afgelopen jaar
eindelijk van start is gegaan. Het experiment moet inzicht geven in hoe
de gesloten keten van productie, distributie en verkoop van cannabis zou
moeten werken. Ik wacht de eerste resultaten met veel belangstelling af.
Ik ben ook benieuwd welke conclusies daaruit zouden kunnen en moeten
worden getrokken. Ik zou de minister willen vragen hoe wordt gemeten of
dit experiment daadwerkelijk leidt tot minder criminaliteit en illegale
handel in cannabis. Hoe voorkomen we dat de Staat wiet produceert
terwijl criminelen nog steeds hun gang kunnen gaan? Daarnaast zien we de
laatste tijd hoe criminelen proberen misbruik te maken van dit
experiment. Zo was er onlangs op klaarlichte dag een overval op een
legale wietkwekerij in Hellevoetsluis, waar midden op de dag nog
meerdere mensen aanwezig waren. Ik wil de minister vragen hoe dit
experiment veilig zou kunnen verlopen en welke extra maatregelen er
genomen kunnen worden om ervoor te zorgen dat de deelnemers van dit
experiment en de medewerkers te allen tijde veilig blijven. Voor de VVD
is de veiligheid van deze medewerkers namelijk het
allerbelangrijkst.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik ben benieuwd welke drie KPI's, welke meetbare resultaten,
doorslaggevend zijn om te zeggen dat de wietproef is geslaagd.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Extra dank voor deze vraag. Als je de overstap van het bedrijfsleven
naar de politiek maakt, hoor je het woord "KPI's" eigenlijk nooit meer,
dus ik ben heel blij dat we het daar vandaag over hebben. Dit is ook
mijn vraag aan de minister. Dat heb ik net letterlijk gevraagd aan de
minister. Op basis van welke variabelen zeggen we uiteindelijk dat het
experiment geslaagd is of niet? Wat de VVD betreft is het aspect van de
veiligheid van de medewerkers, van mensen die daar in de buurt wonen, et
cetera, het allerbelangrijkst.
De voorzitter:
Uw laatste interruptie.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Dat is wel apart. In mijn vorige leven werkte ik niet in het
bedrijfsleven, maar we werkten wel met KPI's. Daar werd je op
afgerekend. Als je een proef ging doen, stelde je aan de voorkant drie,
vier, vijf of tien KPI's vast waarop je ging meten. Als daar niet aan
werd voldaan, was een proef niet gelukt. Maar hierbij weten we het dus
gewoon niet. Is er dan wel sprake van een proef, van een experiment
waarbij je hardop gaat meten? De VVD weet het niet en volgens mij weet
het kabinet het ook niet. Ik zie dus uit naar de antwoorden van de
minister op de vraag waar we op gaan meten.
De voorzitter:
Mevrouw Martens-America, volgens mij kunt u door.
Mevrouw Martens-America (VVD):
De heer Claassen is iets te snel. Ik heb net letterlijk in mijn tekst
aangegeven dat ik benieuwd ben welke variabelen de minister gaat
gebruiken om te oordelen of het geslaagd is of niet. De heer Claassen en
ik zitten aan dezelfde kant van deze tafel. Wij vragen de
bewindspersonen hoe zij dat gaan controleren. We stellen dus dezelfde
vragen. Volgens mij is het verschil tussen de heer Claasen en mij niet
zo groot op dit moment.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Dat klopt.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Fijn. Is de minister het met de VVD eens dat deelname aan dit experiment
moet worden geschorst wanneer de fysieke veiligheid van deze medewerkers
niet langer gegarandeerd kan worden?
Dan de designerdrugs onder jongeren. De afgelopen jaren is het
drugsgebruik onder jongeren toegenomen. Dat is zorgelijk, zoals hier al
meerdere keren is aangekaart. We zien dat onbekende en nieuwe
designerdrugs in rap tempo bekend zijn geworden onder jongeren. Hier zit
vaak een groot verdienmodel achter voor dealers en meerdere criminele
netwerken. Ik ben benieuwd welke stappen de minister nog verder kan en
zal nemen om het verdienmodel van deze criminelen verder aan te pakken.
Ook ben ik benieuwd hoe we meer grip gaan krijgen op de snelheid waarmee
deze designerdrugs worden verspreid op de markt. De snelheid waarmee
nieuwe soorten drugs als 2-MMC, 3-MMC, 2C-I en 4-MFP op de markt komen
is wat mij betreft zorgelijk.
Voorzitter. Grote festivals moeten wat dit huidige kabinet betreft
binnenkort een drugspreventieplan gaan opstellen. Ik ben benieuwd of de
minister hier al meer over met de Kamer kan delen. Hoe moet het plan
ervoor zorgen dat festivals daadwerkelijk beter kunnen gaan handhaven op
drugsgebruik? Hoe gaat de minister zorgen dat zo'n drugspreventieplan
geen papieren tijger wordt, maar ook daadwerkelijk effect gaat hebben?
Hoe wil de minister daarbij tegelijkertijd onnodige regeldruk voor
festivalorganisaties voorkomen? Hoe gaan we zorgen dat dit daadwerkelijk
effect gaat hebben?
Tot slot, voorzitter, de Rotterdamse voorlichtingscampagne. Drugsgebruik
heeft veel negatieve gevolgen voor de samenleving. Ik benoemde het al
aan het begin van mijn bijdrage: achter de handel in drugs gaat veel
criminaliteit schuil. De gemeente Rotterdam is daarom een campagne
gestart die drugsgebruikers confronteert met de gevolgen van hun eigen
gedrag, namelijk: jouw lijntje, zijn liquidatie. Ik zou de minister
willen vragen wat de stand van zaken is van de uitvoering van de
motie-Michon-Derkzen/Bikker over het opzetten van een soortgelijke
landelijke actie. Welke mogelijkheden ziet de minister om deze
Rotterdamse campagne als voorbeeld verder uit te rollen?
Dank u wel.
De voorzitter:
Ook mijn dank. Ik stel voor dat mevrouw Faber weer even mijn rol oppakt.
Dan kan ik ook een bijdrage leveren.
Voorzitter: Faber
De voorzitter:
Mevrouw Mutluer, gaat uw gang.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Dank. Allereerst merk ik op dat ik het fijn vind dat vandaag naast de
minister van JenV de minister van VWS is aangeschoven. Hoe verschillend
wij ook denken over drugs en drugsgebruik, iedereen is het erover eens
dat goede voorlichting over risico's essentieel is. Wij gaan de risico's
van drugsgebruik niet relativeren, maar hetzelfde geldt voor
genotsmiddelen zoals alcohol en tabak. De huidige benadering is
uiteindelijk het resultaat van een sociale constructie waarin het
paradoxaal genoeg gemakkelijker is om de slijterij leeg te kopen dan een
coffeeshop binnen te lopen.
Wij willen dit debat niet laten leiden door morele oordelen, maar door
afwegingen waarin zowel individuele als maatschappelijke belangen worden
meegenomen. Inmiddels weten we dat zo'n 60% van de Nederlandse bevolking
de voordelen van een verstandiger beleid ziet. Tegelijkertijd moeten we
constateren dat de Nederlandse aanpak internationaal is ingehaald. Hoe
verhouden wij ons bijvoorbeeld tot landen om ons heen, zoals Duitsland,
waar sinds 2024 de teelt, het bezit en het recreatief gebruik van
cannabis zijn gelegaliseerd? Wat betekent dat eigenlijk voor onze
positie?
In het coalitieakkoord wordt gesproken over "nuchter" beleid. Die
kwinkslag gunnen wij de minderheidscoalitie graag, al word je niet
altijd high van het akkoord ā dat was een grapje! We zijn in ieder geval
blij dat het wietexperiment de formatie heeft overleefd. Een gesloten
systeem van gecontroleerde productie, verkoop en consumptie kan naar
onze overtuiging zorgen voor een betrouwbaar product, maar ook voor het
terugdringen van georganiseerde criminaliteit. Maar ook kan het zorgen
voor betere mogelijkheden om consumenten te informeren. De laatste
voortgangsbrief die wij bij deze agenda hadden, dateert volgens mij van
vorig jaar, 2025. Ik wil van de bewindspersonen weten wat de laatste
stand van zaken is, wat de knelpunten zijn, hoever we zijn. Er zijn toen
een aantal moties door ons ingediend over de telers, die onder andere
binnen negen maanden de ingebruiknameplicht moesten hebben. Ik wil
gewoon weten waar we nu staan.
Voor het overige zien wij weinig samenhang in de drugsplannen van het
kabinet. Wij begrijpen de gedachte achter een drugspreventieplan, maar
betekent dit ook dat het testen van drugs daar onderdeel van kan zijn?
In het verleden is het namelijk een bewezen maatregel gebleken om
gezondheidsschade te beperken.
De voorzitter:
Mevrouw Mutluer, u heeft een interruptie van mevrouw
Martens-America.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Dit is mijn eerste debat hier bij JenV, dus het is ook een beetje
aftasten hoe iedereen in de wedstrijd zit. Ik hoor mevrouw Mutluer
zeggen dat GroenLinks-PvdA niet voornemens is om een moreel oordeel te
hebben over drugsgebruik. Tegelijkertijd hoor ik haar meermaals
aanhalen: ja, maar alcohol. Betekent dit dat voor GroenLinks-PvdA zolang
we het niet hebben over het al dan niet beperken van het gebruik van
alcohol, we het hier ook niet mogen hebben over het al dan niet beperken
van harddrugsgebruik?
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij heb ik dat mezelf niet horen zeggen. Ik denk dat het heel
duidelijk is hoe GroenLinks-PvdA in het spel zit. Wij willen met het
wietteeltexperiment, waar overigens de VVD volgens mij nog steeds
voorstander van is, zien wat regulering kan doen met de kwaliteit, met
het goed informeren van consumenten, maar met name met de aanpak van
georganiseerde criminaliteit. Op dit moment hebben we er immers weinig
zicht op wat er gebeurt achter de deur. Het crimineel verdienvermogen is
immens. Aan de andere kant ben ik zelf geen voorstander van het
aandragen van een schuldcomplex voor de cokesnuiver, zeg ik maar even,
omdat ik denk dat dit weinig effect zal hebben. U haalde net Rotterdam
aan. Wij hebben tegen die motie gestemd omdat het criminaliseren van de
drugsgebruiker in mijn beleving niet de oplossing is. Het aanpakken van
de drugskartels is dat wel, maar dat gebeurt in mijn beleving nog niet
voldoende. We zitten een beetje tussen de twee standpunten die vandaag
verwoord zijn in.
De voorzitter:
U heeft nog een nadere interruptie? Ja. Gaat uw gang.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Dank voor uw antwoord. U zei: volgens mij is ons standpunt helder. Voor
mij was het dat niet, dus het was een oprechte verhelderende vraag. U
haalde natuurlijk meerdere keren hier aan: ja, maar alcoholgebruik. Het
is volgens mij dus op zich een logische vraag. Maar begrijp ik het nou
goed dat GroenLinks-PvdA dus sec van mening is dat de aanvoer moet
worden aangepakt en dat wij mensen die deze illegale harddrugs
gebruiken, waarvan de toevoer vaak door hele jonge, hele kwetsbare
jongens gebeurt, niet bewust hoeven te maken van het leed dat zij
veroorzaken?
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Zij veroorzaken niet het leed. De ondermijnende drugscriminelen zijn
degenen die het leed veroorzaken. Wat mij betreft gaan wij met name
jongeren bewustmaken van de nadelige effecten van drugs, met name
harddrugs. Daar heeft u mij niks over horen zeggen. Sterker nog, als
collega Martens-America naar het verkiezingsprogramma van
GroenLinks-PvdA kijkt, ziet zij dat wij wel voor de regulering van
softdrugs zijn, maar dat wij geen uitspraken hebben gedaan over
harddrugs. Dat onderscheid wens ik wel te maken tijdens dit debat, zodat
de collega van de VVD ook weet hoe wij in het spel staan.
Met uw permissie, voorzitter, ga ik verder met mijn bijdrage. Ik was
gebleven bij het onderdeel crimineel verdienvermogen. Voor mij blijft
onduidelijk hoe de coalitie, in dit geval ook de bewindspersoon, de
criminele verdienmodellen daadwerkelijk wil aanpakken. Ik vind dat JenV
daar niet voldoende in is geslaagd de afgelopen tijd. Hoe wil je
voorkomen dat drugslabs in woonwijken blijven opduiken? In 2024 ging het
om 98 van de 167 ontmantelde laboratoria. Dat is best ernstig, want als
er wat gebeurt, zie ik al gewonden en misschien zelfs doden vallen in
wijken. Dat vind ik heel heftig. Recent zag ik ook een bericht in Het
Parool dat een nieuwe vorm van cokesmokkel is bedacht, waardoor men de
cocaĆÆne chemisch camoufleert. Als de drugs chemisch zijn gecamoufleerd,
zie je die niet tijdens het scannen van een container, ruiken de
speurhonden die niet en slaat bij een kleurtest het stofje niet meer
blauw uit zoals bij cocaĆÆne. Alle controles die eerst wel werkten,
lijken nu dus zinloos. Ik wil van de minister van JenV weten hoe hij
hiermee wil omgaan.
Tot slot, en dan rond ik af, voorzitter, kom ik te spreken over MDMA. De
staatscommissie heeft tijdens een presentatie in de Kamer aangegeven dat
MDMA kan worden gebruikt voor mensen met PTSS. We weten allemaal dat wij
brandweerlieden, politieagenten met PTSS willen ondersteunen. Blijkbaar
kan MDMA daar als vorm van therapie-assistent bij helpen. Kunnen we
daarmee een pilot starten?
Daarmee rond ik af.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Dank u wel, mevrouw Mutluer, voor uw verhaal. U sprak aan het begin van
uw betoog een interessante zin uit over de verhouding tussen individuele
belangen en maatschappelijke belangen. Ik denk dat die zin best
kernachtig is voor het hele drugsbeleid, waar we nu over spreken. Want
stel nou dat individuen daar inderdaad best veel plezier aan beleven op
sommige momenten, maar we tegelijkertijd de enorme maatschappelijke
schade zien. Hoe weegt u die twee dingen dan tegen elkaar af?
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Door niet te zeggen dat we alles moeten verbieden. Dan zou ik
alcoholgebruik namelijk ook verbieden, gezien de schade die dat
veroorzaakt in bijvoorbeeld relaties. U weet dat we ons erg druk maken
over intieme terreur. Verslaving maar ook alcoholgebruik kan daar een
negatief effect op hebben, en ook gewoon overlast veroorzaken. Maar ik
schiet niet in de reflex dat we daarom alles moeten verbieden. Aan de
andere kant werkt ons gedoogbeleid ten aanzien van drugs ook niet. Je
zal dus wel iets moeten bedenken waardoor je Ʃn criminelen kunt
aanpakken, Ʃn het zodanig strikt kunt reguleren dat minderjarigen er
geen negatieve effecten van ondervinden en zij goed ondersteund worden
of bewust gemaakt worden van de neveneffecten. Ik ga dus niet zoals het
CDA roepen dat dan maar alles verboden moet worden, want daarmee los je
het probleem in mijn beleving niet op. We moeten hier op een andere
wijze mee omgaan. Ik denk dat het wietexperiment zal uitwijzen of dat
werkt. Ik geloof daarin en ik ben blij dat ook het CDA daarmee verder
wil, om te kijken of het effectief is.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw uitgebreide antwoord, maar meneer Van den Brink had
volgens mij nóg een interruptie.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Zeker, die heb ik! Dat laatste, namelijk dat wij er graag mee door
willen, is overigens wel een heel welwillende interpretatie van wat ik
zei over het wietexperiment. Dat is niet het geval. Ik heb nog ƩƩn
andere vraag aan u. U had het ook over drugspreventie. Ik heb de
bewindslieden gevraagd of het mogelijk is om in de preventieplannen van
de gemeenten ook drugs te betrekken. Zo u daarvoor zijn?
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Dat kan, zeker. Laten we ook even de reactie van de minister afwachten,
maar nogmaals, ik ben niet blind voor de neveneffecten van drugsgebruik,
zeker onder jongeren. Ik ben natuurlijk groot voorstander van het
voorkomen van al die neveneffecten.
Daarmee heb ik mijn eigen bijdrage gehad. Dank u wel, mevrouw Faber. Ik
neem het weer over.
Voorzitter: Mutluer
De voorzitter:
Ik kijk naar de beide bewindspersonen. 25 minuten schorsen? Om 11.30 uur
gaan we weer beginnen, met dien verstande dat ik me wel realiseer dat we
nog maar anderhalf uur de tijd hebben om het debat te voeren, inclusief
tweede termijn. Kom straks dus snel weer naar beneden, dan beginnen we
precies om 11.30 uur weer met het debat.
De vergadering wordt van 11.04 uur tot 11.32 uur geschorst.
De voorzitter:
Het is 11.30 uur geweest. Ik zie de minister van VWS niet, maar het
kabinet is er. Minister Van Weel, u bent het kabinet. Ik wilde zeggen
"beleid", maar dat ga ik niet zeggen. Ik ga wel beginnen. Dan zien we zo
meteen de bewindspersoon van VWS verschijnen. Gelet op de tijd lijkt het
me handig dat de minister van JenV even uitlegt welke mappen hij heeft
en dan direct de vragen beantwoordt. Het woord is aan u, minister Van
Weel.
Minister Van Weel:
Dank, voorzitter. Het overgrote deel van de vragen was gericht aan de
minister van VWS. Wat dat betreft had de heer Sneller in zijn inbreng in
eerste termijn gelijk, namelijk dat de minister van VWS hier op de
inhoud een zwaardere inbreng heeft. Maar u bent mijn commissie of ik ben
uw bewindspersoon, dus vandaar dat u eerst naar mij moet
luisteren.
Laat ik beginnen met te zeggen: het is goed om hier weer terug te zijn!
Dit is weer mijn eerste commissiedebat als minister van Justitie en
Veiligheid. Het is goed om de dossiers weer tot me te nemen en te zien
wat er gebeurd is in de zes maanden dat ik niet op deze post zat.
Hopelijk pak ik de draad weer op met nieuwe moed op basis van een mooi,
nieuw coalitieakkoord.
Voorzitter. Ik begin met een korte inleiding. Daarna beantwoord ik wat
vragen over het wietexperiment. Daarna ga ik in op drugscriminaliteit en
vragen daarover. Ten slotte spreek ik over de gevolgen van
drugscriminaliteit.
De voorzitter:
Gelet op de tijd sta ik twee interrupties toe. Als ik denk dat het
soepel gaat, kan ik wat coulant zijn, maar voorlopig houd ik het op
twee.
Minister Van Weel:
Voorzitter. Drugsgebruik kan grote schade opleveren voor de gezondheid
met soms blijvende gevolgen als verslaving of psychische problemen.
Daarnaast draagt de vraag naar drugs bij aan georganiseerde
criminaliteit, inclusief alle ondermijnende en schadelijke uitwerkingen
daarvan, zoals explosies in woonwijken, fraude, corruptie, witwassen,
milieuschade en potentiƫle ontwrichting van onze democratie en de
rechtsstaat met nadelige effecten, niet alleen in Nederland, maar ook in
andere landen. De minister van VWS en ik trekken hier dan ook nauw in
op. De minister van VWS zal in dit debat specifiek ingaan op onder
andere de preventie van drugsgebruik en haar verantwoordelijkheden ten
aanzien van het experiment gesloten coffeeshopketen. De minister van VWS
zal ook ingaan op de vragen over Funcaps. Ik wil hier uiteraard wel
graag mijn medeleven uiten aan de slachteroffers, de familie en andere
nabestaanden van de slachtoffers die gelinkt zijn aan deze
verschrikkelijke zaak.
Allereerst wil ik ingaan op het nieuwe coalitieakkoord. Ik wil
benadrukken dat ook dit kabinet de aanpak van ondermijnende
drugscriminaliteit als een van de prioriteiten beschouwt en daar ook een
taskforce onder leiding van de minister-president op heeft gezet. Bij
het denormaliseren van het gebruik van harddrugs pakken we de handel en
de verkoop aan. Ik wil oprecht dat mensen doordrongen raken van het feit
dat drugsgebruik niet normaal is en bijdraagt aan de instandhouding van
een criminele industrie. We zullen dat dit jaar ook uitdragen in een
bewustwordingscampagne. Daar zal de minister van VWS zo meer over
vertellen.
Een effectieve aanpak van ondermijnende drugscriminaliteit is een brede
aanpak, die reikt van het voorkomen dat jongeren in de criminaliteit
belanden of daar verder in afglijden tot het bestraffen, waaronder de
handhaving van de online verkoop van drugs. Een belangrijke taak voor
dit kabinet is het terugdringen van het aanbod van drugs, om zo schade
aan maatschappij en gezondheid te voorkomen. Een voorbeeld hiervan is de
Wet nieuwe psychoactieve stoffen, die per 1 juli 2025 van kracht is
geworden, waarmee we meer aan de voorkant komen in het kat- en muisspel
met drugscriminelen, dat al genoemd werd door onder anderen het lid
Martens, inclusief de verschillende varianten.
Natuurlijk kan Nederland dit niet alleen. Een intensieve samenwerking
met andere landen en internationale partners is cruciaal. In dit kader
vond vorige week de tiende editie plaats van de Synthetic Drugs and Law
Enforcement (Syndec II) conference. Drie dagen lang zijn kennis en best
practices met landen zoals Mexico, India en Senegal uitgewisseld om zo
gezamenlijk meer en betere handvatten te creƫren voor de aanpak van
synthetische drugs. Daarmee geven we invulling aan de leidende rol van
Nederland op het internationale toneel. Dat geldt ook voor onze aanpak
van de internationale drugssmokkel.
Voor softdrugs geldt een strak gereguleerd gedoogbeleid. Zoals
gememoreerd door u en vermeld in het coalitieakkoord, zetten we het
experiment gesloten coffeeshopketen voort om te bezien of de regulering
van deze markt zich vertaalt in meer veiligheid en gezondheid. Dat
experiment is op 7 april 2025 de experimenteerfase ingegaan. Op 19
januari sprak mijn ambtsvoorganger met de burgemeesters van de
deelnemende coffeeshop- en teeltgemeenten. De hoofdlijn tot nu toe is
positief. Alle tien de telers produceren inmiddels voor de coffeeshops
in de deelnemende gemeenten en het onderzoek naar het experiment loopt.
Er zijn op dit moment geen signalen van toenemende overlast als gevolg
van eventuele straathandel. De meeste coffeeshophouders zijn positief.
De beschikbaarheid is inmiddels verbeterd. Er zijn echter ook hobbels.
Ook dat hoort bij een experiment en juist die laten zien wat werkt en
wat niet en waar moet worden bijgestuurd. Dat was ook het doel van dit
onderzoek; vandaar de looptijd van vier jaar. Gedurende vier jaar kunnen
we al die effecten in kaart brengen. Het onafhankelijke onderzoek in de
eerste fase van het WODC verwachten wij rond de zomer. Na de zomer komt
het kabinet met een eerste appreciatie over het eerste jaar van de
experimenteerfase.
Verder ga ik in dit eerste blokje graag in op vragen die u had over het
wietexperiment.
De voorzitter:
Er is toch al een interruptie van mevrouw Faber.
Mevrouw Faber (PVV):
De minister geeft aan het aanbod van drugs terug te willen dringen. Dat
is toch tegenstrijdig met het voortzetten van het coffeeshopexperiment?
In de beantwoording van de vragen zien we dat als je de productie
legaliseert ā we zien ook wat er in Canada daaromtrent gebeurt ā er wel
naar Europa wordt verscheept, ook naar ons land. Je kunt het wel
legaliseren, maar het vergroot ook het aanbod. Er zit dan toch een
tegenstrijdigheid tussen dit feit en wat de minister beweert of
aangeeft?
Minister Van Weel:
Mevrouw Faber had een vooruitziende blik, want mijn allereerste antwoord
is het antwoord op een vraag van de heer Van den Brink en die hangt
samen met de vraag van mevrouw Faber. Waarom onderscheppen wij nu zo
veel cannabis vanuit Noord-Amerika, zowel uit de Verenigde Staten als
uit Canada? Is dat niet het risico dat we hier ook lopen met de
productie tijdens ons eigen experiment? Er zijn grote verschillen tussen
die beide. Bij het experiment in Nederland is er echt sprake van een
gesloten keten. We weten waar de telers zitten. We doen track and trace
via het vervoer, dat is gereguleerd, van de teler naar de afnemers, de
coffeeshops van de deelnemende gemeenten. In die keten weten we continu
wat er geproduceerd wordt en hoe zich dat verhoudt tot de afname van de
coffeeshops. Dat gebeurt in Noord-Amerika niet. Daar is een veel vrijere
vergunningsafgifte voor teelt. Dat leidt uiteindelijk tot overproductie,
waarvan nu sprake is. Bij overproductie komen de criminele circuits al
snel in beeld, want als de prijs in Noord-Amerika naar beneden gaat, dan
loont het dus om cannabis illegaal over de oceaan te verschepen. Ik heb
daar gisteren in mijn hernieuwde kennismaking met de Amerikaanse
ambassadeur aandacht voor gevraagd. Het voelt goed om als Nederland ook
een keer Amerika te kunnen aanspreken op de export van dit soort
illegale producten naar Nederland in plaats van dat we de boodschap
altijd andersom ontvangen. Wij hebben dus aandacht voor dat probleem. We
denken niet dat het zich voor gaat doen in ons experiment, juist vanwege
de geslotenheid van de keten en het feit dat wij weten wat er
geproduceerd wordt. Er kan geen sprake zijn van overproductie die
elders, in een nieuwe markt, zijn weg vindt.
Hoelang gaat het nog door en hoe staat het met de evaluatie? Dat klinkt
bijna als een verzuchting, maar zo was de vraag niet per se bedoeld.
Zoals ik zei, zijn we op 7 april 2025 van start gegaan. Het experiment
loopt vier jaar in de experimenteerfase. Dat is tot 2029. Zoals gezegd
hoeven we niet vier jaar te wachten voordat we weten wat de resultaten
zijn. Elk jaar zal er een interim-onderzoek komen van het WODC. Alle
vragen die u daarbij had, zoals "dringt het de criminaliteit wat
terug?", "leidt het tot een grotere vraag?" en "leidt het tot meer
straathandel?", worden in die evaluatie meegenomen en gemeten door het
WODC. Dat geeft ons hopelijk een beter beeld en betere antwoorden op de
vraag of we hier nou daadwerkelijk criminaliteit mee terugdringen of dat
we andere vormen van criminaliteit of verslaving in de hand werken. Het
gaat immers niet alleen om de criminele aspecten, maar ook om de
effecten op de volksgezondheid. Zoals gezegd, krijgt u na de zomer een
appreciatie op dat eerste rapport.
Mevrouw Martens vroeg nog welke maatregelen we nemen om de veiligheid
bij de teeltlocaties te waarborgen. Moet je stoppen als de veiligheid op
een gegeven moment in het geding komt? De teeltlocaties moeten goed
beveiligd zijn. Daar zijn enkele incidenten geweest, zeker in de
beginfase. Daarom is ook opgenomen dat ze moeten beschikken over een
beveiligingsplan. De Inspectie Justitie en Veiligheid ziet hierop toe en
bekijkt of de veiligheid ook echt op orde is. De IJV kan ook handhavend
optreden op het moment dat telers zich daar niet aan houden. Dat geldt
overigens ook voor het transport. Dus ook dat kan alleen maar gebeuren
door gecertificeerde beveiligingsbedrijven, die daarvoor onder inspectie
staan.
Ik denk dat dat de vragen voor mij waren. Zoals gezegd heeft het
experiment ook nog een VWS-deel, maar dit waren de vragen in de sfeer
van de handhaving en criminaliteit, denk ik.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Als je misschien geen voorstander bent van het experiment, zoek je
natuurlijk onderbouwing om je argumenten kracht bij te zetten. Wat ik
dan vind, is dat bij de wietproef de kwaliteit van de producten
ondermaats is, dat het leidt tot oneerlijke concurrentie ā verschillende
coffeeshops hanteren verschillende prijzen en dat leidt tot concurrentie
ā en dat de kwaliteit duidelijk nog steeds te laag is. Het is niet zo
dat ik vind dat het allemaal anders moet, maar ik geef even wat feiten
weer. Er zijn nog steeds productieproblemen. De minister zei van niet,
maar in Hellevoetsluis zijn er toch meer dan 2.100 meldingen van
overlast. In Westvoorne was er een dwangsom van 1 miljoen en er dreigt
een dwangsom van 3,5 miljoen aan te komen. Je kunt dan toch eigenlijk nu
al stellen dat die wietproef gedoemd is te mislukken? Kun je dan niet
beter stoppen of afbouwen? Denk aan het amendement van mevrouw Bikker.
Ondanks dat die proef nu loopt, verandert er niks op de zwarte markt.
Kunnen we dan niet maar beter stoppen? Kunt u de argumenten die ik geef
misschien proberen te weerleggen?
De voorzitter:
Ik stel voor dat we onze vragen iets korter inleiden. Dit wordt dan uw
laatste interruptie, meneer Claassen.
Minister Van Weel:
Ik zal als rechtgeaarde liberaal niet zeggen dat het me niet een klein
beetje goeddoet dat dit kleine experiment van een centrale planeconomie
zijn hiccups kent. Wat we hier doen, is natuurlijk het opzetten van een
volledig gesloten markt en dat gaat met hiccups. We hebben in het begin
problemen gehad met de kwaliteit en de omvang van de productie, met
telers die later online kwamen en met oneerlijke of onevenredige
distributie over de verschillende gemeenten. Maar naarmate het
experiment langer loopt, de telers hun productie op niveau krijgen en de
coffeeshops gewend raken aan de producten die er zijn en weten welke ze
willen, zien we wel dat een groot aantal van dit soort hobbels langzaam
afneemt. Een van de meest hardnekkige was de productie van hasj. Die
bleef erg lang achter. De Marokkaanse zon schijnt toch een onmiskenbaar
effect op de kwaliteit van hasj te hebben ā ik leer ook een heleboel ā
die hier moeilijk reproduceerbaar is. Dit soort zaken komen allemaal
naar boven in de experimenteerfase. Daar is die ook voor. Ik denk dat we
het even de tijd moeten geven ā dat doen we niet alleen om te bekijken
wat ermee gebeurt, maar ook om betrouwbaar te zijn voor al die actoren
in die keten āom te bekijken of dit zich uiteindelijk vertaalt in de
effecten die bij de opzet hiervan waren beoogd. Ik zeg u oprecht: ik sta
daar neutraal in. Ik ben dus oprecht benieuwd naar de resultaten. Ik ben
oprecht benieuwd naar of we hiermee de doelstellingen die beoogd waren
kunnen bereiken.
Wat betreft de zwarte markt ben ik ervan overtuigd dat we met de
burgemeesters en de deelnemende coffeeshops nu echt zijn gekomen tot een
gesloten keten, waaraan ook die coffeeshops zich houden, maar we hebben
natuurlijk nog ontzettend veel andere gemeenten en we hebben in
Nederland nog ontzettend veel illegale productie, die ook z'n weg nog
vindt. Dit is dus echt een experiment op kleine schaal, waardoor je daar
voor Nederland nog weinig over kunt zeggen. Ik ben benieuwd naar de
resultaten en ik denk dat we daar meer van gaan zien.
Ten slotte de geuroverlast in Voorne aan Zee. Ja, die is hardnekkig. We
zijn in overleg met de burgemeester om te bekijken wat er mogelijk
is.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Ik wil iets zeggen en proberen te voorkomen dat het telt als
interruptie. Vindt de minister dat hij de vraag van mevrouw Martens
heeft beantwoord over hoe hij aan het einde van het experiment gaat
toetsen of het experiment geslaagd is?
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Dat is gewoon een interruptie. Ik bedoel: ik ben de moeilijkste niet,
maar ā¦
De voorzitter:
Dit is een interruptie, meneer Van den Brink, waar wel een antwoord op
komt.
Minister Van Weel:
Gedane zaken nemen geen keer. Het is nauwkeurig vastgelegd. Die
onderzoekers gaan op pad met een hele lijst aan parameters op basis
waarvan wij uiteindelijk beoordelen of dit experiment geslaagd is of
niet. Dat is niet alleen maar de vraag of we die keten op orde kunnen
krijgen, maar ook welk effect het heeft op de criminaliteit en welk
effect het uiteindelijk heeft op de volksgezondheid: leidt het nou tot
meer of minder gebruik? Al die vragen ā dat zijn er veel meer dan ik
hier nu kan opnoemen ā worden daar absoluut in meegenomen. Het
eindoordeel, dat we uiteindelijk gezamenlijk met de Kamer in 2029 gaan
vellen, gaat over het volgende: vinden we dat dit nadere opvolging of
uitfasering verdient? Dat zijn de twee vragen.
Dan een vraag gerelateerd aan drugscriminaliteit. Zoals gezegd, heb ik
daarna nog iets over de gevolgen van drugscriminaliteit. Die twee liggen
in elkaars verlengde. De heer Van Dijk had een vraag over Europol, dat
stelt dat betere inlichtingen en meer toezicht op zee nodig zijn om
smokkel te bestrijden. Hebben we daarvoor extra middelen, ook voor de
Kustwacht en de veiligheidsdiensten? Ik was begin deze week in
Vlissingen. Zoals u weet, hebben we een aantal grote zaken gehad in
Vlissingen, onder andere een bulkbedrijf dat van de top naar beneden
verdacht wordt van betrokkenheid bij drugssmokkel. Ik hoorde daar van
verschillende ondernemers hoe zij voorkomen dat drugs bij hen op het
terrein, op de schepen of in de havens een rol spelen. Dat is een
continu kat-en-muisspel. Een van de bulkverhandelaars daar zei dat er
tot twee jaar geleden regelmatig mensen kwamen die stelden dat ze
bevriend waren met de kapitein van het schip en dat ze graag het terrein
op wilden. Dat gat hebben ze inmiddels gedicht en dat zien ze dus niet
meer gebeuren.
Maar we zien nog steeds dat de prijs van cocaĆÆne hier niet heel erg
fluctueert, dus dat betekent dat het op een andere manier binnenkomt.
Het gebeurt bijvoorbeeld via de bananenhandel, waar deze week weer 400
kilo cocaĆÆne is gevonden. Ook daar wordt gekeken welk lek ze moeten
dichten en hoe ze daar beter mee om kunnen gaan. De screening van
medewerkers wordt naar een steeds hoger niveau gebracht. Ik was in
Vlissingen omdat we in Rotterdam zien dat het aantal gepakte kilo's
juist afneemt. Dat lijkt te wijzen op een succes van de gecombineerde
aanpak van alle diensten in de haven van Rotterdam. Dat moeten we dus
breder uitrollen, ook naar secundaire havens. Daar zijn we in dit
stadium ook mee bezig. We moeten het daarnaast uitrollen naar alle
sectoren die mogelijk een rol kunnen spelen in de logistieke
keten.
Maar ook dan ben ik ervan overtuigd dat er weer nieuwe inventieve
methodes worden gevonden. Een daarvan is het overboord gooien van
drugspakketten vanaf schepen voor de kust, waarna ze met snelle bootjes
vanaf de kust worden opgepikt. Dat is een risicovolle procedure, ook
voor drugshandelaars. Dat geldt zeker voor het snelstromende water voor
de Zeeuwse kust. We zien dat weer ietsje afnemen. Waarschijnlijk omdat
het minder aantrekkelijk is. Maar vervolgens moet je weer gaan denken
aan kabels die aan schepen worden gehangen. De mogelijkheden zijn
eindeloos. Wat we hier nog niet zien, maar wel in Zuid-Europa, is de
inzet van onderzeeƫrs. Die hebben we voor onze kust nog niet gezien,
maar ook dat geeft geen garantie. Als er een nieuwe trend is, dan vind
je op een gegeven moment toch wat. Het korte antwoord is dus: ja, we
monitoren continu hoe de smokkelaars hun modus operandi veranderen en
wat dat voor ons betekent, inclusief voor de Kustwacht en voor onze
inlichtingendiensten.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik ben heel blij met het fantastische werk dat onze Douane, onze
Kustwacht en alle andere betrokkenen doen. Ik ben mij bewust van het
grote gevaar voor hen, ook op het moment dat er een vangst wordt gedaan.
Toen ik in Vlissingen was, was ik diep onder de indruk van de toewijding
waarmee dat werk gebeurt. Juist daarom maak ik mij zorgen. Zolang
Nederland bekendstaat als een land waar je je drugs makkelijk naartoe
kan transporteren, doen we met elkaar iets vreselijk verkeerd, ook
richting de mensen die alles inzetten om ons land veilig te houden. Is
de minister het met de ChristenUnie eens dat we aan de ene kant stevig
moeten doorgaan met de zeehavenaanpak en dat we aan de andere kant ook
telkens in het oog moeten houden hoe ons strafklimaat is, zodat de grote
kartels zullen denken "in Nederland kan je beter niet zijn" in plaats
van "daar is het bedrijfsrisico wel te overzien"? Voor de mensen die
luisteren: "bedrijfsrisico" staat tussen aanhalingstekens, want ik vind
het gewoon dikke criminaliteit.
Minister Van Weel:
Met dat laatste ben ik het van harte eens. Ik heb een wetsvoorstel in de
Eerste Kamer liggen dat ik op korte termijn zal behandelen. Dat gaat
over het verhogen van de straffen ... O, ik hoor dat het nog in de
Tweede Kamer ligt. Ik had gehoopt dat we al verder waren, maar dat is
niet het geval. In uw Kamer ga ik dat met verve verdedigen, want ik sta
erachter. Het is juist bedoeld om de straffen in lijn te brengen met de
landen om ons heen.
Ik maak me geen illusies dat onze delta waarmee we gezegend zijn en onze
enorme logistieke positie in Europa, die ontzettend veel doet voor onze
economie in positieve zin, ook altijd aantrekkelijk zullen blijven voor
criminelen om in negatieve zin te gebruiken. Wij hebben alleen al door
onze ligging en onze infrastructuur inherent een groter risico dan
landen met een slechtere connectiviteit. Er zijn daarmee immers meer
mogelijkheden. Dat betekent dat wij harder ons best moeten doen, want ik
wil als het gaat om drugshandel zo'n positie niet hebben. Ik ben
voorzichtig optimistisch dat we in staat zijn geweest om in de haven van
Rotterdam een aantal kwetsbare punten goed dicht te zetten.
Dat betekent niet dat het daarmee eindigt. We werken nu ook samen met
Antwerpen, waar de problematiek ongeveer gelijk is. De volgende stap
zijn de secundaire havens, zoals Vlissingen. Recent hoor je ook steeds
vaker over Le Havre, waar nu ook vangsten worden gedaan omdat het daar
eenvoudiger zou zijn. We hebben een verschuiving gezien van rechtstreeks
naar Rotterdam naar aanlanding in West-Afrika, waarna de traditionele
smokkelroutes door de Sahel worden gebruikt richting het Iberisch
Schiereiland. Ik denk dat we inherent een heel aantrekkelijk land zijn,
gewoon vanwege de enorme doorvoer die we hebben. Dat geldt voor import
Ʃn export, triest genoeg. We zijn immers ook exporteur van drugs, niet
alleen maar importeur of doorvoerder. Ik geloof ook niet dat er niks aan
te doen is. We moeten er volop op inzetten om die positie niet te
hebben.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank voor de uitvoerige uitleg van deze minister over deze complexe
problematiek met de smokkel over zee en het kat-en-muisspel dat daar
plaatsvindt. Juist in dat licht, als we dit probleem zo serieus nemen en
de grote risico's zien, heb ik de vraag of dat ook extra middelen
betekent voor de Kustwacht, Defensie en veiligheidsdiensten. Het is,
zoals de minister zegt, natuurlijk niet alleen een probleem voor
Nederland, maar ook voor het hele achterland van Europa. Is het denkbaar
om hiervoor bepaalde EU-gelden in te zetten?
Minister Van Weel:
Ik ben enorm voorstander van het internationaliseren van dit probleem.
In mijn vorige periode heb ik dat al gedaan als minister van Justitie en
Veiligheid en daar ga ik ook mee door. In juni, geloof ik, is er een
volgende bijeenkomst van de kopgroep van EU-landen tegen georganiseerde
criminaliteit. Dat was een Nederlands initiatief. De volgende meeting
zal in Frankrijk zijn. In die kopgroep bespreken we juist dit soort
zaken: wat moet je nou in EU-verband aanpakken? Deze kopgroep bestaat
uit zeven landen ā Zweden, Nederland, BelgiĆ«, Spanje, Frankrijk, ItaliĆ«
en Duitsland ā die allemaal een probleem hebben vanwege de ligging aan
de buitengrenzen. Wij zijn erbij gebaat om bij de oplossingen zo veel
mogelijk andere landen te betrekken die uiteindelijk ook de afzetmarkt
zijn voor deze middelen. Dat vertaalt zich in voorstellen van ons aan de
Commissie, waarna ze uiteindelijk landen in Europees drugsbeleid. Het
kan daarbij ook gaan om middelen.
Dan merkte de heer Van Dijk op dat we een verschuiving zien van de
productie van synthetische drugs van het zuiden van het land naar het
noorden. Hij vroeg of we regionaal gebruikmaken van elkaars kennis. Ja,
de politie heeft verschillende gremia waarin landelijk expertise, kennis
en best practices worden uitgewisseld. Er is ook een concrete proeftuin:
Syndru. Dat staat natuurlijk voor "synthetische drugs". Die wordt op dit
moment opgetuigd. Daarin wordt een methode gebruikt waarbij de politie
elk drugslab op dezelfde forensische wijze onderzoekt, waar dan ook in
Nederland. Uiteindelijk komt dat de strafrechtelijke aanpak weer ten
goede, omdat je daar dan meer eenheid in hebt. De Eenheid Noord is een
van de eenheden waar de uitrol als eerste start. De Politieacademie
heeft ook een verdiepende module voor synthetische drugs. Politieagenten
uit alle eenheden kunnen die module ook volgen. Het korte antwoord is
dus: ja, dat nemen wij mee.
Mevrouw Mutluer vroeg: hoe kunnen we nou de criminele verdienmodellen
aanpakken? Daarover zouden we een apart commissiedebat kunnen voeren.
Dat gaan we ook zeker doen, denk ik. We hebben over een aantal weken ook
nog een debat over ondermijning en daarin zou ik iets dieper willen
ingaan op de verdienmodellen, die ook continu veranderen. Ook daar is
sprake van een kat-en-muisspel. Op het moment dat je het ene lek hebt
gevonden, zal ongetwijfeld het volgende zich aandienen.
Een andere vraag, waar ik wel iets meer over wil zeggen, is: hoe
voorkomen we nou die drugslabs in de buurt? Ik wil wijzen op de campagne
die nu loopt, Houd misdaad uit je buurt; u heeft 'm ongetwijfeld gezien.
Als er iets vreemds of verdachts is, meld dit dan bij Meld Misdaad
Anoniem, is de boodschap. De eerste keer dat we die campagne draaiden,
een jaar geleden, heeft dat geleid tot een toename in het aantal
meldingen bij Meld Misdaad Anoniem van 32%. De reden dat ik dit als een
belangrijke factor noem, is omdat mensen in de buurt vaak eigenlijk wel
weten wat er speelt. Dat is mij ook opgevallen in de Tarwewijk na de
explosie. In het buurtcentrum zeiden mensen: "Maar je zag daar altijd al
's nachts mensen naar binnen gaan. Er sliepen ook mensen in de kelder."
Daar zitten de ogen. Die mensen wonen er namelijk naast en zien altijd
meer dan de politie kan zien. Dat mobiliseren, mensen het idee geven,
het perspectief bieden dat ze daarmee levensgevaarlijke misdaad hun
buurt uit kunnen helpen, vind ik een van de belangrijkste zaken die wij
doen. Maar het is natuurlijk niet ter vervanging van de taak die de
politie heeft om deze criminaliteit op te sporen.
Dan designerdrugs en de snelheid waarmee die op de markt komen; mevrouw
Martens noemde het al. Ik denk dat we met de introductie van lijst IA
echt een belangrijke stap hebben gezet. Met het stofgroepenverbod dat we
nu hebben, kunnen we ook veel sneller reageren op doorontwikkeling door
criminelen. Bijvoorbeeld van 2-MMC naar 3-MMC gaan kan dus niet meer
onder deze nieuwe wetgeving. Maar er komen natuurlijk elke keer nieuwe
stofgroepen op de markt en daarom zijn we nu ook bezig met een AMvB voor
nitazenen, een van de nieuwere drugs, waar we heel veel overlast van
zien, ook hier in Nederland. Van fentanyl zien we dat nog niet zozeer,
maar wel van nitazenen in bredere zin. Hopelijk kan die AMvB rond de
zomer van kracht worden. Zo proberen we in ieder geval zo snel mogelijk
te reageren op nieuwe ontwikkelingen.
Mevrouw Mutluer vroeg naar een nieuwe vorm van cokesmokkel: het chemisch
camoufleren van coke. We hebben inderdaad aanwijzingen dat het op die
manier Europa en dus ook Nederland binnenkomt. Daarom heb ik geld
beschikbaar gesteld voor een onderzoek hiernaar, dat Chemtec Coca heet.
Dat gebeurt in samenwerking met verschillende partijen, waaronder de
politie en het NFI. Deze partijen doen onderzoek naar de manieren waarop
je chemisch gecamoufleerde drugs alsnog kunt detecteren en vervolgens
uit het materieel kunt extraheren. Bijvoorbeeld het inwassen van coke in
bijvoorbeeld kleding is nu een van de meest geziene methodes. Dat is
natuurlijk veel moeilijker te detecteren dan drugs in pakketjes.
De voorzitter:
Wanneer kunnen wij dat onderzoek verwachten?
Minister Van Weel:
Ik kom daarop terug in het commissiedebat Georganiseerde
criminaliteit.
Dan kom ik op de gevolgen van drugscriminaliteit. Ik begin met de vraag
van mevrouw Faber of milieuschade niet zou moeten meetellen in het
beleid. Het korte antwoord is: absoluut. Dit is een factor die we
meenemen, net als schade aan de economie. Wat ik opvallend vond aan de
evaluatie van de campagne waar de minister van VWS het zo meteen over
gaat hebben, is dat jongeren de confrontatie met de milieuschade als
resultaat van het gebruik van drugs eigenlijk nog het meest indringend
vonden. Ik heb de campagne gezien. Zelf vond ik andere dingen
indringender, maar voor het milieu is het in ieder geval goed nieuws dat
bij de nieuwe generatie dat punt in ieder geval hoog op de agenda staat.
Inmiddels hebben we, zoals u weet, ook structureel geld beschikbaar
gesteld vanuit IenW en vanuit Justitie om de schade die met drugsafval
is gemoeid, via de VNG te kunnen verhalen. Dat is een bedrag van 3
miljoen euro per jaar.
De heer Van Dijk vroeg nog naar een motie van de SGP en de VVD over het
verhalen van de drugsschade op degenen die de schade hebben veroorzaakt.
In de motie was sprake van het aannemelijk kunnen maken dat iemand
verantwoordelijk is voor de schade. Dat leidt in de strafrechtketen wel
tot problemen, omdat aannemelijkheid onvoldoende is voor het kunnen
beginnen van een zaak. De motie ondersteun ik volledig op de inhoud,
maar in de uitwerking is de groep mensen die je uiteindelijk
strafrechtelijk kunt aanspreken kleiner dan de groep die je met
aannemelijkheid zou willen aanspreken. We komen in de rapportage nog
terug op hoe we helemaal uitvoering geven aan de motie, maar deze
winstwaarschuwing wilde ik u alvast geven.
Daarmee ben ik gekomen aan het einde van mijn deel van de
beantwoording.
De voorzitter:
Waarvoor dank, minister. Dan ga ik naar de minister van VWS voor haar
eerste termijn. Wij wachten af welke antwoorden zij heeft.
Minister Hermans:
Dank, voorzitter. Goed om bij dit debat aan te sluiten. Zowel de heer
Van den Brink als mevrouw Bikker zeiden dat drugsgebruik altijd
gezondheidsrisico's met zich meebrengt. Vanuit die verantwoordelijkheid
zit ik hier: wat is het effect op de gezondheid? Hoe kunnen we
gezondheidsrisico's zo veel mogelijk beperken en langs de lijn van
preventie voorkomen? Drugsgebruik is ook geen onderdeel van een normale,
gezonde leefstijl. Het beleid is ook gericht op het voorkomen en
verminderen van drugsgebruik. Dat is van groot belang voor een vitale
samenleving. Het kabinet draagt daaraan bij met een aanpak die varieert
van drugspreventie en voorlichting tot het beperken van
gezondheidsschade op basis van wetenschappelijke inzichten. In die
context zal ik antwoorden.
Ik begin met het onderwerp preventie. Daarin komt ook de
publiekscampagne aan de orde. Dan zal ik ingaan op de vragen die gesteld
zijn over designerdrugs. Er is aan mij een enkele vraag gesteld over het
experiment met de coffeeshops. Tot slot beantwoord ik nog een paar
overige vragen.
Voorzitter. De heer Van den Brink wees op cijfers over drugsgebruik. Hij
noemde het zorgwekkende cijfers. Ik zei het net al, drugsgebruik zou
niet normaal moeten zijn. Als je drugs gebruikt, loop je
gezondheidsrisico's en draag je bij aan een criminele industrie ā daar
is de minister van Justitie zojuist uitgebreid op ingegaan ā Ć©n aan
serieuze milieuschade. Ik ben het helemaal met hem eens dat we daar
blijvend aandacht voor moeten hebben en actie op moeten ondernemen, ook
gezien de cijfers die de heer Van den Brink noemt. Daarom gaan we ook
door met de inzet op preventie. Dat is misschien niet altijd zichtbaar.
We richten ons immers op risicogroepen en niet iedere aanpak van
preventie vindt plaats in de totale publieke ruimte. Je wilt immers heel
gericht groepen bereiken. Dit kabinet zet onder andere in op een
drugsplan voor festivals, waar ik zo nog wat meer over zal zeggen, en op
een publiekscampagne.
Dan zei de heer Van den Brink dat gemeenten op dit moment verplicht zijn
om een preventieplan voor alcohol te maken. Hij vroeg of ik bereid ben
om gemeenten te verplichten ook zo'n plan voor drugs te maken. Het
klopt, sinds 2014 zijn gemeenten verplicht om een preventie- en
handhavingsplan alcohol op te stellen. In de praktijk zie je dat het
opstellen en ook het actueel houden van die plannen echt wel een hele
klus is voor gemeenten. Tegelijkertijd denk ik dat het combineren van
alcohol- en drugsbeleid in ƩƩn plan een meerwaarde kan hebben en ook kan
bijdragen aan een breder draagvlak. In de praktijk zien we dat sommige
gemeenten die combinatie van drugs en alcohol al maken. Voor lokaal
drugspreventiebeleid is door het Trimbos een modelplan gemaakt. Dat
wordt ook al gebruikt op lokaal niveau. Verder hebben regionale
organisaties voor verslavingszorg een basispakket preventie opgesteld.
Dit soort plannen en formats zijn dus al in ontwikkeling. Sommige
gemeenten voegen het samen, maar zeker nog niet alle. Ik denk dat we
moeten oppassen met verplichten, omdat er ook gemeenten zijn waar die
combinatie van problematiek niet aan de orde is. Dan levert dit
substantieel meer werk op. Maar ik zie wel de meerwaarde ervan voor die
gemeenten waar de combinatie van problemen zich wel voordoet. Ik wil het
dus wel stimuleren en ertoe oproepen. Gemeenten moeten daarbij vooral
gebruikmaken van alle tools die er zijn.
In het verlengde daarvan vroeg mevrouw Bikker naar de preventie op
scholen en of we niet meer moeten doen, zeker ook om het afglijden naar
criminaliteit te voorkomen of een halt toe te roepen. Criminaliteit Ʃn
verslaving, moet ik daar nog bij zeggen. Via het Trimbos-instituut, waar
ook financiering vanuit VWS naartoe gaat, zetten wij in op middelen,
juist om dit te voorkomen. We zien ook dat gemeenten
preventieactiviteiten uitvoeren samen met regionale instellingen voor
verslavingszorg.
Dan hebben we het programma Helder op School. Ik zie aan mevrouw Bikker
dat zij dat herkent. Een effectief programma om op scholen te helpen met
verschillende interventies, om jongeren bewust te maken en grotere
problemen te voorkomen. En we hebben natuurlijk het programma Preventie
met Gezag, waar ook structureel flink geld voor beschikbaar is. Ik denk
dat wij met dat pakket aan maatregelen veel in handen hebben om ook op
scholen ons werk te kunnen doen.
Voorzitter. De heer Van Dijk verlaat net de zaal, maar ik wilde nog iets
over huisartsen zeggen; dan maar voor het geval hij dit terugkijkt.
Daarna zal ik even pauzeren voor de interrupties. Hij vroeg of wij samen
met studentenorganisaties zouden willen werken aan een manier om
huisoudsten te trainen. We zien dat het drugsgebruik in specifieke
groepen zorgwekkend is, en dan vooral het gemak waarmee er in die
groepen met drugs wordt omgegaan. Met name in studentenhuizen zien we
dat het drugsgebruik hoog is. We zijn samen met de collega's van OCW en
JenV in overleg met studentenorganisaties over hoe we hier iets aan
kunnen doen. Het trainen van huisoudsten maakt daar onderdeel van uit.
De minister van JenV verwacht binnenkort een voorstel van de
studentenorganisaties aan ons, met een subsidieaanvraag erbij. Wij
zullen dat met een positieve grondhouding beoordelen. Dat wilde ik nog
even heel specifiek tegen de heer Van Dijk zeggen.
De voorzitter:
Die moest zich excuseren, maar ik ga ervan uit dat hij het of gaat
terugluisteren of dat zijn medewerkers nu meeluisteren, dus het komt
helemaal goed. De adempauze is ingelast, dan gaan we naar mevrouw
Bikker.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank voorzitter, en dank ook voor het heldere statement van de minister
aan het begin. Drugsgebruik schaadt je gezondheid en ik hoor daar dan
ook in "dus begin er maar niet aan", maar goed. Ik neem 'm voor mijn
rekening: doe dat nou niet! Gisteren sprak ik met studenten. Goed dat de
minister naar die initiatieven verwijst. Ik ben opnieuw geschrokken van
hoe hoog het drugsgebruik is en hoe normaal het is geworden, terwijl dit
onze toekomstige generatie is, waar ons land juist ook van zou moeten
opbloeien, in plaats van dat ze hiervan steeds verder in de put
raken.
Er vielen mij twee dingen op, en daar gaat ook meteen mijn vraag over.
Ik ben blij dat de minister zegt: ik ga aan de slag met die huisoudsten.
Ik zie ook dat campagnes echt moeten landen bij de studentenpopulatie en
dat wat bij mij landt, zoals de minister van Justitie ook al zei, niet
per se ook landt bij studenten. Ik zou de minister dus echt willen
vragen om dat gesprek aan te gaan. Daarop aanvullend zie ik dat
universiteiten en hogescholen in dezen makkelijk verwijzen naar
gemeenten of naar verslavingszorg, dat dit ook gebeurt door de andere
actoren en dat, waar het bij scholen inmiddels goed geregeld is ā de
minister gaf mooie voorbeelden ā, we juist op dit front zien dat we nog
grote stappen te zetten hebben. Is de minister dat met mij eens en zou
zij voor de begroting gewoon eens willen schetsen wat zij als
mogelijkheden ziet? Dat bespaart mij een motie. Daar is dan zelfs de
heer Bontenbal blij om, denk ik. Ja, dat is zo, hoor ik hier. Zou de
minister dat willen doen?
Minister Hermans:
Op de eerste vraag van mevrouw Bikker kom ik zo meteen terug in het
kader van het voortzetten van de publiekscampagne. Ik zeg dan ook hoe
wij het voor ons zien om de daarbij betrokkenen erbij te betrekken. De
tweede vraag. Even heel praktisch: welke begroting bedoelt mevrouw
Bikker? Want wij hebben natuurlijk net vorige week een aantal uren met
elkaar over de begroting van VWS gedebatteerd.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik dacht gewoon: ik ben toch een ouderwets mens en vind wat wij nu doen
met de begroting eigenlijk een beetje raar. Ik zit alweer vooruit te
kijken naar de volgende. Als de minister dus ergens in de zomer met zo'n
brief zou komen, dan weet ik of het op orde is voor die nieuwe begroting
of dat ik nog een duwtje moet geven.
Minister Hermans:
Volgens mij kan ik dat toezeggen. Dat is dan ook een goede gelegenheid
om nog eens op een rij te zetten wat er nu gebeurt en waar het
potentieel een extra zetje kan gebruiken. Dat geeft ook de gelegenheid
om met de collega's van JenV en OCW te overleggen. Ik wil namelijk
voorkomen dat we aanpakken of programma's op elkaar stapelen. Het goed
naast elkaar laten lopen of naast elkaar laten bestaan van wat we
hebben, is het meest effectief.
Voorzitter. Ik ga zo meteen dus in op de publiekscampagne, maar ik wil
eerst nog iets zeggen over het drugspreventieplan voor festivals, dat in
het coalitieakkoord is opgenomen. De heer Van Dijk en mevrouw Martens
vroegen hoe handhaving daarin meegenomen wordt en hoe we voorkomen dat
het, in de woorden van mevrouw Martens, een papieren tijger wordt. Op
dit moment bestaat er al een leidraad. Dat is de ā nu moet ik het goed
zeggen ā leidraad Alcohol, drugs en roken op evenementen. In heel veel
gevallen wordt die al gebruikt. Dat is ook goed. We zijn nu in gesprek
met een aantal van de belangrijkste partners op dit terrein ā denk aan
de evenementenbranche, de VNG en het Trimbos-instituut ā over hoe de
afspraken uit het coalitieakkoord verder vormgegeven moeten worden,
indachtig hoe die leidraad nu wordt gebruikt. Daarbij hebben we ook
aandacht voor handhaving. Je wilt namelijk dat het niet alleen een plan
op papier is, zoals mevrouw Martens zei, maar ook echt zijn werk doet in
de praktijk.
In het verlengde daarvan vroeg u, voorzitter, of het testen van drugs
onderdeel van het beleid blijft. Dat is allang staand beleid en dat
blijft het ook. We hebben een dertigtal testlocaties in het land, waar
mensen tijdens kantooruren anoniem hun drugs of pil kunnen laten testen.
Dat is ook een plek waar we mensen rustig kunnen informeren over de
gezondheidsrisico's en de risico's van het gebruik. Het heeft ook een
monitoringsfunctie. Hierdoor kunnen we zien wat er in omloop is en wat
er allemaal gebeurt op de drugsmarkt. Ik zeg er wel bij dat we dat dus
niet op de festivalterreinen doen, want daar geldt het
zerotolerancebeleid. Wat we hebben afgesproken over de plannen voor
festivals staat los van het staande beleid over het testen op locaties
los van de festivalterreinen.
Dan kom ik bij de publiekscampagne.
De voorzitter:
Voor u dat gaat doen, heeft de heer Van den Brink een vraag.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Ik heb een vraag over preventie. U zegt dat de gemeentelijke plannen
waar drugs onderdeel van zouden kunnen uitmaken, op zich goed werken,
dat ze helpen en dat u ze wilt stimuleren. Maar uiteindelijk wilt u dat
laatste stapje net niet zetten. Wat heeft u nodig om dat laatste stapje
wel te zetten, als het werkt?
Minister Hermans:
Ik ben er dus niet op tegen als gemeenten zelf aangeven dat het nuttig
is om het samen te pakken in ƩƩn plan, omdat zij op beide onderwerpen,
alcohol en drugs, problematiek zien in hun gemeente. Maar ik kan mij
voorstellen dat er ook gemeenten zijn waar de problematiek niet op beide
onderwerpen van dien aard is dat er een preventieplan op gemaakt wordt.
Ik zei al dat de alcoholplannen sinds 2014 verplicht zijn, maar we zien
dat het voor gemeenten een hele klus is om die actueel te houden. Als je
daar een verplichting bovenop gaat leggen, moet je je heel goed afvragen
of dat voor iedereen net zo nuttig is. Dat neemt niet weg dat ik zie dat
het, bijvoorbeeld in De Wolden en een aantal andere gemeenten waar ze
dat al samen hebben gepakt, goed werkt. Daar waar het goed werkt en we
gemeenten erop kunnen attenderen dat ze er profijt van kunnen hebben om
het samen te pakken, wil ik me daarvoor inzetten. Met het verplicht
maken, zadelen we ook gemeenten waar het misschien minder aan de orde is
met werk op. Die stap wil ik nu niet zetten.
De heer Sneller (D66):
Ik snapte de toezegging richting mevrouw Bikker niet helemaal. Komt in
die brief voor de begrotingsbehandeling ook te staan wat die gemeenten
in hun preventieplannen schrijven op het gebied van drugsbeleid, maar
waar zij onvoldoende financiering voor hebben om het ook daadwerkelijk
te kunnen uitvoeren?
Minister Hermans:
Dat kan ik, denk ik, wel toezeggen. We kunnen in elk geval de stand van
zaken en onze inzichten daarbij weergeven.
De voorzitter:
Dan wordt dat genoteerd als toezegging, die ik aan het einde van de
vergadering nog eens herhaal. Gaat u verder.
Minister Hermans:
Dan kom ik dus bij de publiekscampagne. Afgelopen zomer hebben we die
campagne als pilot vormgegeven. Tijdens de introductieweken van
studenten zijn zij bewust gemaakt van de negatieve gevolgen van
drugsgebruik voor criminaliteit, het milieu en de eigen gezondheid. Dat
hebben we onder andere gedaan met een VR-experience, waarna er een
gesprek met studenten plaatsvond. Vervolgens is het beeldmateriaal van
die VR-experience en die gesprekken ook weer gebruikt in een
onlinecampagne. Daarmee hebben we naar schatting zo'n 3 miljoen jongeren
bereikt. Ik ben mij bewust van het feit dat er een motie van mevrouw
Bikker en mevrouw Michon-Derkzen ligt die verzoekt om de campagne voort
te zetten. De minister van JenV en ik willen ook een vervolg geven aan
de campagne. De minister van JenV ging net al in op een aantal inzichten
uit de evaluatie. Ik denk dat het belangrijk is om die inzichten goed te
betrekken om de vervolgcampagne nog gerichter en effectiever in te
kunnen zetten. Daar zullen we, zeg ik in de richting van mevrouw Bikker,
zowel de studenten of studentenorganisaties als de betrokken gemeenten
bij betrekken. De Rotterdamse casus nemen we uiteraard ook mee. Voor het
zomerreces zullen wij de Kamer hierover informeren.
Voorzitter. Dan kom ik bij de vragen over designerdrugs. Ik begin met de
vraag van de heer Van den Brink of de stofgroepenbenadering voldoende is
om nieuwe synthetische drugs snel en effectief te kunnen verbieden. We
hebben per 1 juli 2025 het stofgroepenverbod. Dat bevat de stofgroepen
die we het meest tegenkomen in de handel en het gebruik. Dat zijn de
stofgroepen die afgeleid zijn van middelen die op lijst I van de
Opiumwet staan, dus de harddrugs, en waarvan de gezondheidsrisico's
vergelijkbaar of zelfs groter zijn. Onder dat verbod vallen bijvoorbeeld
alle varianten van de synthetische opioĆÆde fentanyl. Inmiddels hebben de
hele gevaarlijke nitazenen ook hun intrede gedaan in Nederland. We
werken nu aan regelgeving waarbij ook die als stofgroep worden
toegevoegd aan lijst IA. Het streven is dat dit verbod op 1 juli
aanstaande van kracht wordt. Op dat moment hebben we in Nederland de
belangrijkste stoffen die afgeleid zijn van harddrugs "gedekt", maar dat
woord zeg ik wel tussen aanhalingstekens. Mocht er aanleiding ontstaan ā
dit is dan direct antwoord op een vraag van de heer Van den Brink ā om
een extra stofgroep toe te voegen, dan bestaat hier de mogelijkheid toe.
Doordat we de optie van het stofgroepenverbod hebben, kunnen we dat veel
sneller doen dan in het verleden. Ik blijf er wel op hameren dat we,
naast de wetgeving die we nodig hebben en die van groot belang is om in
te kunnen grijpen, gebruikers blijven waarschuwen voor de
gezondheidsrisico's van dit soort middelen. Ik heb al wat gezegd over
preventie en voorlichting, maar daar gaan we dus gericht op deze
doelgroep mee door. Die campagne is vooral gericht op jongeren. Die
hebben daarbij onze bijzondere aandacht.
Dan kom ik bij een vraag van de heer Sneller: wie zijn nou eigenlijk de
gebruikers van synthetische opioĆÆden? Je moet inderdaad goed weten wie
het zijn en waarom zij gebruiken om effectief beleid te kunnen voeren.
We weten dat verschillende doelgroepen om verschillende redenen
gebruikmaken van het onlineaanbod van namaakgeneesmiddelen. Wij zijn nu
bezig om meer en beter inzicht te krijgen in de gebruikers en hun
beweegredenen. We kijken dus ook heel nadrukkelijk naar de vraagkant van
dit probleem. Daar kom ik dit voorjaar op terug in een brief, die we ook
hebben toegezegd naar aanleiding van schriftelijke vragen over Funcaps
eerder dit jaar. Over het verantwoord gebruik van voorgeschreven
medicatie ben ik in gesprek met zorgverleners. Daarbij gaat het ook over
de risico's wanneer mensen zelfstandig, zonder tussenkomst van een
zorgverlener, geneesmiddelen bestellen.
De heer Sneller vroeg ook of we voldoende voorbereid zijn op de opkomst
van nieuwe synthetische opioĆÆden. Hij verwees terecht naar de
preparedness scan van het Trimbos-instituut. Wij zijn de aanbevelingen
aan het doorlopen en we kijken welke aanvullende maatregelen we op basis
daarvan kunnen nemen. Ook hierover zal ik de Kamer in het voorjaar
informeren. Natuurlijk blijven we in de tussentijd alle ontwikkelingen,
nationaal en internationaal, op de voet volgen. Ik deel namelijk met de
heer Sneller dat het een markt is waar heel snel heel veel
gebeurt.
De voorzitter:
Zou u die toezegging willen herhalen voor de notulen?
Minister Hermans:
Jazeker. Wij beraden ons nu op die preparedness scan: wat zit daarin aan
aanbevelingen en tot wat voor maatregelen leidt dat? Daarover zal ik de
Kamer in het voorjaar informeren. Er komt dus ook nog een brief naar
aanleiding van Funcaps en hoe we daar actiever mee om kunnen gaan.
Voorzitter. De heer Sneller vroeg mij ook nog naar het sneller reguleren
van nieuwe drugs. Ik heb naar aanleiding van de vraag van de heer Van
den Brink al het een en ander gezegd over de lijst IA en het toe kunnen
voegen van nieuwe stofgroepen. Dat helpt ons ook echt om hopelijk minder
achter de feiten aan te lopen en meer aan de voorkant te komen van het
kat-en-muisspel, dat door een aantal van u ook al genoemd werd. We
werken nu heel hard om een vierde groep, de nitazenen, toegevoegd te
krijgen. Zoals ik al zei, hoop ik dat die AMvB voor de zomer van kracht
wordt.
De heer Sneller (D66):
Dat gaat over nieuwe psychoactieve stoffen. De motie die toen is
aangenomen door de Kamer en waar het ministerie van VWS mee aan de slag
is geweest, gaat over een hele andere categorie, waar dit potentieel ook
een oplossing voor zou kunnen zijn. Dat was in de context van het
lachgasverbod. Dat stuitte in eerste instantie op de Europese "novel
foods"-regelgeving. Er zou door het ministerie van VWS verder worden
verkend op welke wijze daar wijzigingen in aan te brengen zijn, zodat er
ruimte wordt gecreƫerd voor lidstaten om zelf maatregelen te nemen.
Lachgas zou bijvoorbeeld nooit onder die NPS-wet komen.
Minister Hermans:
Ik moet nu even diep graven in mijn geheugen, want toen de
lachgasdiscussie speelde, was ik zelf woordvoerder preventie. Ik zit
even in die kennis te graven. Lachgas is in die zin weer net een ander
product, omdat het ook gebruikt wordt in de voedselketen. Daarom kom je
in Europese regelgeving binnen andere kaders, om het zo maar even te
zeggen, terecht. De exacte motie waar de heer Sneller naar verwijst, heb
ik niet helemaal scherp voor de bril. Ik zal het even nagaan en dan kom
ik daar, als de heer Sneller dat goed vindt, graag in tweede termijn op
terug.
De voorzitter:
Het lijkt me verstandig om dat in tweede termijn op te pakken.
Minister Hermans:
Dan kom ik nu bij een aantal vragen over het experiment met de gesloten
coffeeshopketen.
De heer Sneller (D66):
Er worden een paar dingen over de synthetische opioĆÆden vooruitgeschoven
naar een brief in het voorjaar; alle begrip daarvoor. Wordt de reflectie
die ik vroeg op het opiniestuk van de Nationaal Rapporteur Verslavingen
ā dat is natuurlijk breder dan synthetische opioĆÆden, dus bijvoorbeeld
ook crack en flakka ā daarin meegenomen? Volgens mij kan dat namelijk
belangrijk zijn bij het informeren over die juiste aanpak. Dan gaat het
onder andere over stigmatiseren versus zorgen dat er hulpverlening wordt
gezocht.
De voorzitter:
Dat was gelijk uw laatste interruptie, meneer Sneller.
Minister Hermans:
Dat kan. De heer Sneller had mij natuurlijk ook een vraag gesteld over
de Rapporteur Verslavingen, die voorstelt om samen met gemeenten een
plan van aanpak te ontwikkelen. We werken op dit moment samen met
gemeenten aan harm reduction, bijvoorbeeld op het gebied van
heroĆÆneverstrekking. Ook over de crackproblematiek hebben we contact. Ik
wilde bij mijn mapje overig nog tegen de heer Sneller zeggen, maar doe
dat dus even bij dezen, dat ik graag zijn aanmoediging ter harte neem om
te kijken hoe we hier met de gemeenten werk van kunnen maken. Dat staat
los van de vraag die de heer Sneller mij net in een interruptie stelde.
Die was nog iets algemener en die zal ik meenemen in de brief.
Voorzitter. Dan het experiment. De heer Claassen vroeg meer in algemene
zin hoe dat experiment past in het leefstijlbeleid, als ik zijn vraag zo
mag samenvatten. Het leefstijlbeleid is erop gericht mensen gezonder te
laten leven. Daarbij ontmoedigen we ongezond gedrag en bevorderen of
stimuleren we gezond gedrag. Dat doen we per gedraging op een andere
manier, wat niet wegneemt dat het doel hetzelfde is. Dat geldt ook voor
het wietexperiment, want het overkoepelende doel van het beleid blijft
het ontmoedigen van gebruik. De beschikbaarheid stijgt dus niet. Met het
experiment bekijken we alleen wat het effect is van het reguleren van de
productie in een gesloten keten. Dat is eigenlijk precies wat de
minister van Justitie net heel uitgebreid toelichtte. Ook omwille van de
tijd zal ik dat niet allemaal nog een keer langslopen. Het experiment
zelf biedt nog wel extra mogelijkheden voor preventie met betrekking tot
het gebruik van cannabis. Dat vind ik ook positief. Zo is er voor
consumenten bij elk product een bijsluiter met informatie over de
effecten en de risico's van het gebruik beschikbaar. Ook zijn
coffeeshops verplicht om hun personeel te scholen in het geven van
voorlichting over het gebruik en de risico's, en om te verwijzen bij
problematisch gebruik.
Voorzitter. De heer Van Dijk zei: er is gerommeld met voorwaarden; komt
er een afbouwpad? Volgens mij zijn de voorwaarden voor het experiment
heel duidelijk. Er is geen sprake van het voorbereiden van een
afbouwpad. We zijn in april 2025 gestart. Dit kabinet heeft afgesproken
om het experiment doorgang te laten vinden. Het experiment loopt tot
2029. De minister van Justitie heeft al wat gezegd over de monitoring en
de eerste resultaten daarvan.
Dan vroeg het lid Mutluer mij naar de motie over het EGC en de
ingebruiknameplicht. Naar aanleiding van de motie waarnaar verwezen
werd, is er een ingebruiknameplicht opgenomen in de aanwijzing van de
telers, die op dat moment nog niet waren gestart met het telen van
cannabis. Alle telers hebben aan die plicht voldaan. Die waren voor het
aflopen van de termijn in mei 2025 begonnen met telen. Alle tien de
telers leveren nu in meer of mindere mate producten aan de deelnemende
coffeeshops.
Voorzitter. Tot slot nog een vraag ā¦
De voorzitter:
Er is nog even een interruptie van de heer Claassen.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik zat even te denken. Dan is het dus de bedoeling dat een
coffeeshophouder voorlichting gaat geven om het niet te gebruiken. Ik
zie dat niet gebeuren. Een coffeeshophouder wil namelijk zo veel
mogelijk verkopen. Ik ben dus benieuwd hoe gecontroleerd wordt dat die
coffeeshophouder die uitleg gaat geven, of dat voldoende is en of dat
werkt. Ik vind dat ook in schril contrast staan met ander beleid.
Binnenkort gaan we het bij VWS ook hebben over de wet over de
UAD-geneesmiddelen, waarbij we zeggen: we gaan gewoon geen voorlichting
meer geven over de medicijnen die bij het Kruidvat worden verkocht. Dat
zijn twee totaal verschillende benaderingen, die niet met elkaar te
rijmen zijn. Ik vind dat heel erg verwonderlijk. Ik ben benieuwd hoe de
minister dat ziet.
Minister Hermans:
Wat betreft voorlichting gaat het erom dat de coffeeshops die betrokken
zijn bij dit wietexperiment, als onderdeel van het experiment klanten
aan de balie, aan de toonbank of bij de kassa actief moeten wijzen op
gezondheidsrisico's en de mogelijke effecten op de gezondheid. Dat is
wat er is bedoeld. De tweede vraag moet de heer Claassen iets nader
toelichten, want ik zie even niet de link die wordt gelegd.
De voorzitter:
Alleen als het heel kort is.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Er komt bij VWS een wet aan die bepaalt dat er geen voorlichting meer
gegeven hoeft te worden voor paracetamols, vitamines, Nurofens en
neusverstuivers met xylometazoline. Nu is het geven van voorlichting nog
een voorwaarde om die medicijnen via het Kruidvat, de Etos of de DA te
mogen verkopen. Er komt dus een wet aan waarmee dat niet meer gaat
gebeuren. Aan de ene kant zeggen we bij de coffeeshops: je moet
voorlichting geven over hoe slecht het gebruik is. Dat zullen de
deelnemende coffeeshops gaan doen, maar dat gaat nooit gebeuren als het
verder uitgerold wordt. Aan de andere kant zeggen we: als je naar het
Kruidvat gaat, voor neusspray of wat dan ook, hoeft er geen waarschuwing
meer gegeven te worden; daar hoeven we niet meer over te spreken. Ik
vind dat contrasterend en bijzonder.
De voorzitter:
Ik zie het verband nog niet, maar misschien ziet de minister dat
wel.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik zie het verband wel.
Minister Hermans:
Volgens mij zijn dit echt twee verschillende zaken. Het eerste gaat over
een experiment dat wij doen, met een looptijd tot 2029, door een
gesloten keten van productie en distributie te organiseren. Daarin
onderzoeken we welke effecten het sluiten van de keten heeft op
volksgezondheid en criminaliteit. Als onderdeel daarvan hebben we
gezegd: dat betekent dat we in de voorlichting voorwaarden stellen,
namelijk dat de coffeeshophouder als onderdeel van het experiment de
gebruiker wijst op potentiƫle gezondheidsrisico's. Het hele experiment
wordt gemonitord, maar aan het einde ervan volgt er een uitgebreide
evaluatie. Dan bekijken we hoe het experiment heeft uitgepakt met
betrekking tot volksgezondheid en criminaliteit. Dat leidt dan tot een
conclusie over of je hiermee wel of niet moet doorgaan. Dat zijn
allemaal politieke keuzes die daarna gemaakt moeten worden. Ik hecht er
toch wel even aan om dat te benadrukken. Ergens in het betoog van de
heer Claassen werd namelijk de suggestie gewekt dat dit vanaf '29
automatisch beleid wordt, maar dat is dus niet zo. We doen een
experiment, we evalueren dat en dan volgt er besluitvorming.
Dan over geneesmiddelen en voorlichting. De heer Claassen noemt een
bepaald type geneesmiddelen. De voorlichting daarover moet nog steeds
gegeven worden, bijvoorbeeld in de bijsluiter of op het pakje, maar niet
meer persoonlijk in de drogisterij. Daar liggen andere overwegingen aan
ten grondslag. Daar zullen wij ongetwijfeld nog uitgebreid met elkaar
over discussiƫren wanneer deze wetswijziging voorligt; naar aanleiding
van de interruptie van de heer Claassen heb ik zomaar dat vermoeden.
Maar ik hecht eraan om het in die zin even uit elkaar te trekken en om
de suggestie weg te nemen dat er helemaal geen voorlichting meer
plaatsvindt bij dit type geneesmiddelen.
De voorzitter:
Gaat u verder.
Minister Hermans:
Dan had ik nog een vraag van de voorzitter, namelijk hoe wij ons
verhouden tot landen om ons heen, zoals Duitsland. Ik zei net al wat wij
in Nederland doen en hoe ons experiment eruitziet. De uitkomsten zullen
wij betrekken bij de toekomstige afwegingen en de toekomstige vormgeving
van ons cannabisbeleid. Je ziet dat er in andere landen stappen worden
gezet om cannabis geheel of gedeeltelijk te legaliseren, zonder een
voorafgaand experiment. In een aantal van die landen, bijvoorbeeld
Duitsland, worden evaluaties uitgevoerd om op basis daarvan eventueel
nieuw beleid te bepalen. In Zwitserland heeft een pilot plaatsgevonden.
Zij willen, zo is de verwachting, op basis daarvan vervolgstappen
zetten. Die pilot is anders vormgegeven dan het experiment in Nederland.
Soms laten inzichten zich vergelijken met onze situatie en soms ook
niet. Maar we zijn ons natuurlijk wel bewust van de situatie in de
landen om ons heen.
Voorzitter. Dan nog een enkele overige vraag. Mevrouw Bikker vroeg mij
of ik op de hoogte ben van wat er speelt in de gemeente Vlissingen wat
betreft edibles. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik en mijn
collega's niet op de hoogte zijn van specifieke problematiek in de
gemeente Vlissingen.
De voorzitter:
Volgens mij moet dit even gecorrigeerd worden.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dit kan feedback zijn op mijn uitspraak. Ik heb het over Vlissingen
gehad rondom flakka en over de gemeente Ede rondom edibles, waar
snoepzakjes verspreid worden die lijken op zakjes van een beroemd merk,
maar dan met een heel klein wietblaadje erop. Dat heeft grote
gevolgen.
De voorzitter:
U kunt er straks, in de tweede termijn, op terugkomen.
Minister Hermans:
Ik merk dat ik in de voorbereiding op dit debat heel veel geleerd heb.
Ik heb de flakka en de edibles onterecht in de omgekeerde volgorde
gekoppeld aan Ede en Vlissingen. Ik wilde zeggen dat specifieke
problematiek in Vlissingen mij niet bekend is, maar ik zal even
uitzoeken of dit ook zo is met Ede. Daar kom ik in de tweede termijn op
terug. Anders zal ik het sowieso nader uitzoeken.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Het ministerie hoeft van mij nu niet alles precies uit te zoeken over
Ede. Mijn grote zorg is dat zulke edibles lijken op snoepjes. We weten
allemaal dat ieder kind van een snoepje houdt. Dat vind ik het grote
gevaar.
Minister Hermans:
Ik snap de oproep van mevrouw Bikker.
Voorzitter. Mevrouw Bikker stelde mij nog een vraag over de
schadelijkheid van cannabisrook in vergelijking met tabak. We weten dat
in cannabis schadelijke, mogelijk kankerverwekkende stoffen zitten, net
als in tabaksrook. De exacte verhouding van die schadelijke stoffen in
cannabis ten opzichte van tabak, ken ik niet. We hebben gewoon een beter
beeld van de schadelijke stoffen in tabaksrook, omdat daar al
decennialang onderzoek naar is gedaan. Dat is bij cannabisrook niet het
geval. Hoe dan ook hecht ik er wel aan om te zeggen dat roken schadelijk
is, of het nou tabak of cannabis is. Daarom vind ik dat het gebruik
daarvan ontmoedigd moet worden en zetten we stevig in op preventie. Daar
zal ik ook mee doorgaan, zeg ik ook naar aanleiding van antwoorden die
ik in het eerste blokje heb gegeven.
Voorzitter. Mevrouw Faber vroeg mij naar de handhaving van het
rookverbod in coffeeshops. Voor coffeeshops geldt het rookverbod ook
voor tabak, net zoals dat in andere horecagelegenheden geldt. Dat
betekent dat cannabisproducten met tabak niet in coffeeshops mogen
worden gerookt. Het rookverbod geldt niet voor het roken van joints met
pure cannabis. De NVWA handhaaft op dit rookverbod. Dat doet zij naar
aanleiding van meldingen en signalen. Die handhaving is natuurlijk wel
complexer dan in andere horecagelegenheden, omdat je in die handhaving
onderscheid moet maken tussen het roken van een product met en zonder
tabak. Er zijn op dit moment geen signalen dat er grote problemen zijn
met de niet-naleving in coffeeshops. Als we daar andere signalen over
krijgen, zullen we daar uiteraard iets mee doen.
Mevrouw Faber (PVV):
Ik vind dit toch wel een beetje vreemd. De minister geeft aan dat het
roken van cannabis ook schadelijk is. We hebben daar minder onderzoek
naar gedaan, maar het is gewoon schadelijk. DƔt mag dan wel, maar het
roken van tabak mag niet. Dat is eigenlijk wel heel vreemd. Wie zegt dat
het niet gemengd wordt? Ik kom gelukkig nooit in een coffeeshop, maar
soms kom je er weleens langs; daar kan je niks aan doen. In Amsterdam
kan je haast nergens lopen zonder erlangs te komen. Dan ruik je het
gewoon allemaal naar buiten komen. Daar wordt dus echt wel gerookt. Dan
vraag ik me wel het volgende af. Als deze handhaving al niet zo lekker
loopt, wat in mijn ogen zo is, hoe gaat het dan met de controle en
handhaving op gereguleerde producten?
Minister Hermans:
Volgens mij is de minister van Justitie en Veiligheid net ingegaan op de
handhaving in het kader van het experiment. Ik heb aangegeven dat we in
de horeca een rookverbod hebben voor het roken van tabak. Daar handhaaft
de NVWA op. Dat geldt ook in coffeeshops. Het roken van een joint met
pure cannabis valt alleen niet onder het rookverbod. Het onderscheiden
van wat er gerookt wordt is complexer voor de handhaving in een
coffeeshop. Dat laat onverlet dat dat verbod geldt, maar dat er bij ons
en bij de NVWA nu geen signalen bekend zijn dat er grote problemen zijn
met de naleving van dat verbod in coffeeshops.
Voorzitter. Dan had ik nog een vraag van de voorzitter over MDMA als
middel voor therapie voor mensen met PTSS. De vraag was of we daar een
pilot voor kunnen starten. We hebben een aantal onderzoeken in
verschillende landen naar de therapeutische toepassingen van
psychedelica. Die laten gunstige resultaten zien; u verwees er in uw
bijdrage ook naar, voorzitter. Het bewijs voor die effectiviteit en
veiligheid is op dit moment nog onvoldoende. Er is dus meer onderzoek
nodig voordat we dit voor patiƫnten kunnen inzetten. Zorgvuldig
onderzoek, dat we altijd bij geneesmiddelenontwikkeling toepassen, is
van groot belang. Maar omdat we hier wel zien dat dit mogelijk een route
is, hebben VWS en ZonMw geld beschikbaar gesteld voor onderzoek naar de
ontwikkeling van MDMA en psychedelica als behandeling. Dat onderzoek
loopt op dit moment.
Voorzitter. Daarmee heb ik de aan mij gestelde vragen beantwoord,
althans bij mijn beste weten. Als het anders is, hoor ik het
graag.
De voorzitter:
Behalve de twee vragen die nog in de tweede termijn terugkomen.
Minister Hermans:
Jazeker!
De voorzitter:
Ik ga nu naar de tweede termijn. Elk Kamerlid heeft ongeveer een minuut
voor de tweede termijn.
Mevrouw Faber (PVV):
Dan zijn we gauw uitgepraat!
De voorzitter:
Nou, een minuut ... Het mag ook anderhalve minuut zijn; ik zal iets
coulanter zijn. Maar we hebben niet zo heel veel tijd meer. Mevrouw
Faber, ik begin bij u.
Mevrouw Faber (PVV):
Om die minuut dan maar optimaal te benutten, kondig ik een
tweeminutendebat aan. Dan kom ik gewoon met twee moties.
Ik wil nog wel even ingaan op het antwoord van de minister van Justitie
over de ogen in de wijk, die je zou kunnen gebruiken voor bijvoorbeeld
het opmerken van rare bewegingen bij een huis dat misschien wel een
drugslab heeft. Vaak worden mensen in de wijk echter geĆÆntimideerd,
waardoor ze geen aangifte meer durven te doen. Ik heb dat een keer
gezien bij een zaak van mensenhandel, waarbij de hele straat wist dat
het daar niet pluis was, maar niemand aangifte durfde te doen in verband
met Bulgaarse criminele bendes. Het klinkt dus wel mooi, maar het is
allemaal wat lastiger.
De PVV is tegen het normaliseren van drugs. We zijn ook tegen het
afschaffen van het eventuele zerotolerancebeleid bij Defensie. Dat wou
ik nog even zeggen.
Dat is het. Dank u.
De voorzitter:
En u heeft een tweeminutendebat aangevraagd. Dan is mevrouw
Bikker.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de ministers voor de beantwoording.
Dank ook voor het heldere statement dat wie drugs gebruikt, iets doet
wat schadelijk is voor je eigen gezondheid. Je subsidieert er de
criminaliteit meestal toch wel echt mee, zeg ik erbij.
Voorzitter. Voor de ChristenUnie geldt dat we voor een rookvrije
generatie zijn. We zijn dus ook voor een wietvrije generatie. Wat mij
betreft gaan we daar nog veel meer werk van maken. Als ik die edibles
zie, maak ik me echt zorgen. Mensen denken nu vast: wat is nou een
edible? Dat gaat bijvoorbeeld om het volgende. Je hebt weleens van die
lekkere snoepbeertjes in allerlei kleurtjes van een bepaald
fabrieksmerk, maar die kan je dus ook kopen met een soort cannabis erin,
ook nog eens met een stevige werking. Wat mij betreft moeten we hier
veel sneller en veel steviger tegen optreden. Dit is gewoon
gevaarlijk.
Voorzitter. Ik heb nog geen antwoord gehad op mijn vraag over het
wiettoerisme. Ik heb het dan over mensen die met name naar Amsterdam
komen, maar ook wel de grens over rijden, om hier wat te smoken en te
blowen. Kunnen we dat niet stoppen met een ingezetenencriterium? Ik ben
blij dat de minister zegt dat de wetgeving om strenger te straffen bij
zware drugscriminaliteit er snel aankomt. Dat is een verzoek van de
ChristenUnie, dat er al een poos ligt. Ik zou dus willen zeggen: hup,
hup, minister, hoe eerder, hoe beter.
Dank u wel.
De voorzitter:
U bedankt. Dan is de heer Van den Brink.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ook van mijn kant hartelijk dank aan de leden
van het kabinet voor de beantwoording. Ik ben blij met de toon die is
gekozen en dat er wordt gezegd: drugs zijn niet normaal, gebruik ze
niet, het is al heel snel ongezond. Dank voor die toonzetting.
Ik ben nieuw in deze commissie; ik vind dat ik dat het eerste jaar nog
wel mag zeggen. Ik heb een vraag aan mevrouw de voorzitter: heeft de
minister nou de toezegging gedaan dat ze aan de gemeenten gaat vragen om
drugspreventieplannen op te stellen? Wij mogen bij onze fractie geen
moties indienen van meneer Bontenbal; daar staan lijfstraffen op. Hij is
dus keihard!
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter, een punt van orde. We hebben de Grondwet. Hij mag gewoon een
motie indienen, hoor.
De voorzitter:
De toezegging is genoteerd. Ik ga die zo expliciet benoemen.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Die is als toezegging genoteerd. Heel fijn. Dank daarvoor.
Ik wil nog heel graag een opmerking maken over het antwoord van de
minister naar aanleiding van uw vraag, voorzitter, over MDMA. Ik heb in
mijn vorige vak geleerd dat je daar altijd bij moet zeggen "don't try
this at home". Het is immers levensgevaarlijk. Tegen de mensen die
kijken, wil ik zeggen: ga dit niet zelf proberen, want dan kan je in de
grootste problemen komen.
Tot slot zou ik, in aansluiting op wat mevrouw Faber zei, nog wat willen
vragen over het zerotolerancebeleid bij Defensie. Dat zou op de helling
staan. Ik heb daar een tijd geleden Kamervragen over gesteld. Kan de
minister iets zeggen over hoe het daarmee staat?
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van den Brink. Ik ga naar de heer Sneller.
De heer Sneller (D66):
Dank, voorzitter. Dank aan de beide bewindspersonen voor hun
beantwoording.
Ondanks de verschillende meningen over drugsbeleid zie ik ook veel
overeenstemming als het gaat over gebruik door jongeren, toegankelijke
verslavingszorg en effectieve preventie. Ik denk dus dat er ook
voldoende is om gezamenlijk op te bouwen.
Die overeenstemming zie ik eigenlijk ook ā dat was ook bij de
presentatie van de Staatscommissie MDMA ā op het gebied van de
therapeutische toepassing. Daar heb ik nog twee vragen over. De minister
zegt dat er een onderzoek loopt. Welk onderzoek is dat dan precies? Ik
hoor namelijk juist van het onderzoeksconsortium van verschillende umc's
dat dat nog lastig is. Wat wordt daar nou precies gedaan? Ik denk
namelijk dat dit voor veteranen, politie en hulpverleners die met PTSS
kampen, dat eigenlijk onbehandelbaar is, Ʃcht een uitkomst kan bieden.
Dat hebben we ook gehoord in rondetafelgesprekken hier. Ik hoop dat de
minister daarop een stap vooruit wil zetten.
De voorzitter:
Dan is meneer Claassen.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Nog een laatste vraag. Ik hoop op een toezegging van het kabinet. We
hebben het heel even gehad over de KPI's. Daar heeft minister Van Weel
iets over gezegd. Maar ik zou graag een wat uitgebreider schrijven
willen krijgen of een toelichting willen krijgen over waar nu precies op
gestuurd wordt, maar ook welke getallen of uitkomsten daarbij horen. Ik
heb nu alleen gehoord dat we gaan kijken of er afname is van gebruik of
dat er afname is van criminaliteit. Dat zijn de labels. Ik zou graag een
overzicht krijgen van welke labels er zijn en welke getallen daar
precies bij horen. Ik zou dat ook een beetje op tijd willen ontvangen,
maar daar kunnen we het zo meteen met elkaar over hebben.
De voorzitter:
Als laatste is het woord aan mevrouw Martens-America.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Voorzitter, ik houd het heel kort. Ik wil beide ministers en hun team
bedanken voor het beantwoorden van de vragen.
De voorzitter:
Ik ben mezelf vergeten. Dank ook voor de beantwoording, zeg ik tegen
beide ministers. Aan de minister van VWS zou ik de volgende vraag willen
stellen, ook in navolging van de vraag van de heer Sneller. De
staatscommissie heeft al onderzoek gedaan en was vrij positief. Kan er,
naast dat onderzoek, waarvan wij dus niet weten wat het is, waar exact
onderzoek naar wordt gedaan en hoelang dat onderzoek duurt, alvast
begonnen worden met een pilot, zodat dat hand in hand kan gaan? Hoe
kijkt de minister daarnaar?
Dat gezegd hebbende, ga ik nu naar beide ministers voor de beantwoording
van de overgebleven vragen. Heeft u nog tijd nodig om die voor te
bereiden? Dat is het geval. Dan krijgt u twee minuten om de
beantwoording voor te bereiden. Na twee minuten gaan we van start.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik stel voor om, met nog iets minder dan tien minuten tijd, door te
gaan. Ik vraag u om te gaan zitten, lieve collega's. We gaan nu door met
de tweede termijn van de beide bewindspersonen en ik begin met de
minister van JenV.
Minister Van Weel:
Dank, voorzitter. Er zijn niet heel veel vragen aan mij gesteld, dus ik
kan daar snel in zijn. Ik heb er nog eentje openstaan uit de eerste
termijn. Die ging over het onderzoek Chemtec Coca. Dat is van het NFI en
de politie, maar dat wordt niet gepubliceerd. Dit is nou juist bedoeld
om de criminelen niet wijzer te maken, maar ondertussen met experts te
kijken naar methodes om hier onderuit te komen. Die heb ik dan bij dezen
ingelost.
De ogen in de wijk. Ik ben het helemaal eens met mevrouw Faber.
Intimidatie is natuurlijk een onderdeel van waarom mensen dingen niet
melden. Dat is waarom we de campagne nu ook gericht hebben op Meld
Misdaad Anoniem en daar hebben we gedurende de eerste zendtijd een
toename gezien van het aantal meldingen met meer dan 30%. Mensen kunnen
dus zonder risico melden. Het is natuurlijk wel belangrijk dat we dat
opvolgen. We hebben dus gezorgd dat er meer capaciteit is om al die
meldingen na te lopen, zodat mensen ook het idee hebben dat ze niet voor
niks melden, dat het niet verdwijnt in de leegte, maar dat ze ook iets
zien veranderen in hun wijk. Hopelijk stimuleert dat dan steeds meer
mensen om dat toch wel te doen.
Dan het ingezetenencriterium. Dat bestaat al. Dat is onderdeel van het
landelijk gedoogbeleid, maar de handhaving daarvan is dan weer aan
lokale burgemeesters. 77% van de gemeenten heeft dit gewoon opgenomen in
hun lokale verordeningen en handhaaft daarop, maar de overige 23% niet.
Daar kan je landelijk dan weer weinig aan doen, omdat in principe dat
criterium gewoon geldt. We gaan dan niet met een ander middel de
burgemeesters weer controleren. Het is aan hen om daar dan weer binnen
het gedoogbeleid een weg in te vinden. Het zit dus aan het einde van
mijn macht daarop.
Dan de vraag van de heer Claassen over de criteria en de onderzoeken. De
criteria op hoofdlijnen hebben we natuurlijk bij de aankondiging van het
experiment neergelegd. We hebben er ook uitgebreid over gedebatteerd met
uw Kamer. Waar het WODC zo meteen mee komt, is een vertaling daarvan in
een heleboel parameters. Dat is inclusief de verschuivingen die we
kunnen gaan meten in criminaliteit, in straathandel en in wat het
betekent voor de vraag, of die daardoor toe- of afneemt. We komen na de
zomer met een uitgebreide appreciatie daarvan en daar zitten al deze
criteria heel meetbaar en smart in.
De voorzitter:
Een korte vraag, meneer Claassen.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Daar gaan wij een debat over voeren. Het kabinet doet dan een uitspraak
of zij het voldoende vinden aan de voorkant, ja of nee, en dan kunnen
wij de weging maken of wij het eens zijn met het kabinet. Is dat dan de
manier waarop het gaat?
Minister Van Weel:
We gaan er zeker over debatteren. U krijgt al die criteria en dan kunnen
wij daar een debat over aangaan. Als u het niet eens bent met wat wij
daarin concluderen, dan is dat onderdeel van het debat.
De voorzitter:
Het staat u vrij om daar voorstellen voor in te dienen.
Dank u wel, minister. Dan ga ik naar de minister van VWS. Aan u het
woord.
Minister Hermans:
Voorzitter, dank. Mevrouw Bikker deed een oproep over de snoepzakjes met
edibles in Ede. Het signaal over het uitdelen van die zakjes is ons niet
bekend, maar als dat gebeurt aan jongeren, dan is dat natuurlijk wel
uitermate onwenselijk en het mag ook niet. Zoals gezegd, zullen we er
ook zelf wat nader induiken en kijken of hier mogelijk iets extra's
nodig is. Nogmaals, het is onwenselijk en het mag niet. Heel formeel zeg
je dan dat de politie erop moet handhaven, maar ik heb in eerste termijn
al toegezegd om hier nog even nader naar te kijken.
Voorzitter. Er was een vraag van de heer Sneller en ook van uzelf over
MDMA. Het klopt dat de staatscommissie onderzoek heeft gedaan. Die is
met een rapport gekomen en heeft daarin aanbevolen om aanvullend
onderzoek te doen. Dat is wat wij nu doen met ZonMw vanaf 2024. Dat
onderzoek heeft natuurlijk ook best een looptijd. Die is, uit mijn
hoofd, vier of vierenhalf jaar. Wat ik kan doen, is er even
achteraangaan of er tussentijds iets te melden is over resultaten of de
voortgang. Dat zal ik dan uiteraard aan de Kamer melden in een
voortgangsbrief met een aantal onderwerpen die wij nog van plan zijn om
voor de zomer aan de Kamer te sturen. In navolging van de heer Van den
Brink zeg ik dat het echt ongelofelijk belangrijk is dat we dit
zorgvuldig doen met onderzoek en het uiteindelijk ook allemaal laten
lopen via de officiƫle, formele kanalen waar dat voorschrijven op een
heel verantwoorde manier kan gebeuren. Ik herhaal dus graag zijn
woorden: don't try this at home.
Voorzitter, daarmee heb ik alle vragen beantwoord.
De voorzitter:
Er was nog een vraag over Defensie, het zerotolerancebeleid.
Minister Hermans:
Naar wij hebben begrepen liggen daar ook vragen over aan de minister van
Defensie, van de heer Van den Brink. Die zullen door de minister van
Defensie beantwoord worden. Wij zullen de minister van Defensie erop
wijzen dat de vraag ook vandaag in dit debat nog aan de orde is
geweest.
De voorzitter:
Waarvan akte.
Minister Hermans:
Dat zal ik doen.
De voorzitter:
Dank nogmaals aan beide ministers. Ik heb de volgende toezeggingen
genoteerd.
De minister van Justitie en Veiligheid stuurt de Kamer na de zomer de eerste uitkomsten van het WODC-onderzoek naar het wietexperiment en gaat daarbij ook in op de appreciatie van de vertaling van de KPI's.
Minister Van Weel:
Samen met de minister van VWS.
De voorzitter:
Samen met de minister van VWS, uiteraard.
De minister van JenV gaat in de volgende halfjaarbrief in op de uitwerking van de motie over het verhalen van schade in het kader van drugscriminaliteit.
De minister van VWS stuurt in de zomer een brief naar de Kamer over preventie en verslavingszorg voor jongeren en wat daarbij nodig is vanuit hogescholen, universiteiten en gemeenten, inclusief het drugspreventieplan. Hierbij worden de ministeries van OCW en JenV betrokken.
De minister van VWS stuurt voor het zomerreces een brief aan de Kamer over de uitwerking van de motie-Bikker/Michon-Derkzen over het voortzetten van de publiekscampagne over de gevolgen van drugsgebruik voor criminaliteit en de samenleving, samen met JenV.
De minister van VWS stuurt dit voorjaar een brief naar de Kamer waarin zij ingaat op Funcaps en de beweegredenen van gebruikers, samen met JenV.
De minister van VWS stuurt dit voorjaar een brief met een appreciatie van de prepairedness scan van Trimbos en een reflectie op synthetische opioĆÆden.
De minister van VWS gaat in een voortgangsbrief voor de zomer in op het onderzoek naar de ontwikkeling van MDMA en psychedelica als behandeling.
Er is een tweeminutendebat aangekondigd door mevrouw Faber.
Dat gezegd hebbende, sluit ik ƩƩn minuut voor tijd deze vergadering en
dank ik iedereen nogmaals voor zijn of haar bijdrage. Tot snel.
Sluiting 12.59 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl |
|---|