[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Voorstel van wet

Wijziging van de Wet kinderopvang in verband met de verbetering van enkele bepalingen op het terrein van kinderopvangtoeslag

Voorstel van wet

Nummer: 2026D12112, datum: 2026-03-16, bijgewerkt: 2026-03-17 15:18, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van kamerstukdossier 36911 -2 Wijziging van de Wet kinderopvang in verband met de verbetering van enkele bepalingen op het terrein van kinderopvangtoeslag.

Onderdeel van zaak 2026Z05297:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


36 911 Wijziging van de Wet kinderopvang in verband met de verbetering van enkele bepalingen op het terrein van kinderopvangtoeslag
Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om enige verbeteringen in de Wet kinderopvang aan te brengen op het terrein van de kinderopvangtoeslag;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet kinderopvang wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1.6 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

a. Onderdeel g komt te luiden:

g. inburgeringsplichtig is op grond van de Wet inburgering 2021 en activiteiten verricht die zijn gericht op het voldoen aan de inburgeringsplicht, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van die wet. Voor zover het een cursus betreft, gericht op het behalen van het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 7, van die wet, of de zelfredzaamheidsroute voor zover het betreft het verwerven van mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal, bedoeld in artikel 9, van die wet, is de cursusinstelling in het bezit van een certificaat als bedoeld in artikel 28 van die wet of een keurmerk als bedoeld in artikel 32 van die wet, of, indien het een inburgeringsplichtige als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van die wet betreft, de opleiding of cursus wordt aangeboden door het college als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van die wet,.

b. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel l door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

m. een traject volgt gericht op promotie of anderszins onderzoek verricht aan een instelling of academisch ziekenhuis als bedoeld in artikel 1.2 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, waaronder in ieder geval:

1°. een traject gericht op promotie als bedoeld in artikel 7.18 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; en

2°. een opleiding tot technologisch ontwerper als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

2. In het derde lid, onderdeel c, wordt “onder f, g, j, k of l” vervangen door “onder f, g, j, k, l of m”.

3. In het negende lid, onderdeel c, en het elfde lid, onderdeel c, wordt “onder b, f, g, j, k of l” vervangen door “onder b, f, g, j, k, l of m”.

B

Aan artikel 1.7, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1, wordt toegevoegd “zoals schriftelijk overeengekomen en waarop kinderopvang beschikbaar is, waarbij de algemeen erkende feestdagen, genoemd in artikel 3, eerste lid, van de Algemene termijnenwet, Eerste Paasdag en Eerste Pinksterdag kunnen worden meegerekend,”.

C

In artikel 1.8, eerste lid, vervalt “en waarbij tevens wordt bepaald in welke gevallen de ouder aanspraak heeft op een kinderopvangtoeslag die 33,3 procent of minder bedraagt van de kosten van kinderopvang, bedoeld in artikel 1.7, eerste lid”.

ARTIKEL II

1. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

2. In het besluit, bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald dat artikel I, onderdeel A, onder 1, subonderdeel a, van deze wet terugwerkt tot en met 1 januari 2022 en dat artikel I, onderdeel A, onder 1, subonderdeel b, en onder 2 en 3, terugwerkt tot en met 1 januari 2025.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Werk en Participatie,