[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Recidive-onderzoek

Bestrijding georganiseerde criminaliteit

Brief regering

Nummer: 2026D12144, datum: 2026-03-17, bijgewerkt: 2026-03-19 13:34, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 29911 -500 Bestrijding georganiseerde criminaliteit.

Onderdeel van zaak 2026Z05302:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


29911 Bestrijding georganiseerde criminaliteit

29628 Politie

29279 Rechtsstaat en Rechtsorde

Nr. 500 Brief van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 maart 2026

Met deze brief bied ik uw Kamer het rapport ‘Ontwikkeling WODC-methodiek recidive meten op basis van politie-incidenten’ aan. Ik ga eerst in op het onderzoek en de resultaten, waarna ik weergeef hoe ik verder wil gaan met dit onderzoek. Omdat de conclusies van dit onderzoek worden meegenomen in een breder onderzoeksprogramma naar recidive, van het WODC, licht ik daarna de opzet van dit programma toe. Tot slot informeer ik u over de planning van de tweejaarlijkse recidivemonitor in verband met een verschuiving in de publicatiecyclus.

WODC Rapport recidive meten op basis van politie-incidenten

Kennis over recidive (het herhaaldelijk plegen van een strafbaar feit) is essentieel omdat het de ruggengraat vormt van een effectief sanctiebeleid.

Recidiveonderzoek wordt gedaan om te achterhalen of de aanpak van criminaliteit daadwerkelijk effect heeft. Het huidige recidiveonderzoek van het WODC is gebaseerd op justitiedata op basis van strafzaken.

Het betrekken van politiegegevens in recidiveonderzoek is een al langer bestaande wens om zo tot completere recidivecijfers te komen. Door recidive te meten op basis van politiedata worden in de recidivecijfers ook die delicten meegenomen die door de politie worden afgedaan. Dit gebeurt door de zogenoemde politieafdoening (reprimande, politiestrafbeschikking, een politiesepot of een Halt-afdoening). Deze afdoening is bedoeld voor lichtere overtredingen en misdrijven, zodat het rechtssysteem niet onnodig wordt belast en de dader snel weet waar hij aan toe is. Deze politieafdoening is niet in beeld bij het bestaande recidiveonderzoek.

Ontwikkelingen in de registratiesystemen van de politie lijken het nu mogelijk te maken om de recidive ook op basis van politiedata te meten. Daarom heeft het WODC onderzocht wat de meerwaarde is van het berekenen van recidive op basis van politiedata in vergelijking met de bestaande WODC-methodiek die op justitiedata gebaseerd is. Daarbij is zowel naar volwassenen als jeugdigen gekeken.


Resultaten van het onderzoek

Vertrekpunt van het rapport is de vijfjaarsrecidive van jeugdige en volwassen daders met een in 2017 door politie, OM of rechtspraak afgedane strafzaak. Hierbij is niet specifiek gekeken naar een bepaald type straf, alle typen sancties zijn hierin meegenomen. De recidivemeting op basis van politiedata omvat alle zaken die door de politie zelf zijn afgedaan en alle zaken die zijn ingestuurd naar het OM en door OM of rechtspraak zijn afgedaan. De recidivemeting op basis van justitiedata kijkt naar alle zaken die zijn ingestuurd naar het OM en door OM of rechtspraak zijn afgedaan. De analyse geeft zowel een beeld van de recidivecijfers op basis van politiedata versus justitiedata als van de omvang van de groep justitiabelen. Deze vergelijking geeft inzicht in de mogelijke meerwaarde van politiedata ten opzichte van de nu gebruikelijke justitiedata.

Beeld bij jeugdigen

Uit het onderzoek blijkt dat de recidive gemeten op basis van politiedata na 1 jaar 0,7 procentpunt lager ligt dan de recidive gemeten op basis van justitiedata. Na vijf jaar bedraagt de recidive 45,9% op basis van politiedata en 51,2% op basis van justitiedata, een verschil van 5,3 procentpunt.

In de huidige meting van recidive op basis van justitiedata blijft de groep jeugdigen die wegens een delict met de politie in aanraking komen en waarvan de zaken met een niet-justitiële afdoening wordt afgedaan (zoals een reprimande of een Halt-afdoening) buiten beeld. Bij het meten van recidive op basis van politiedata worden alle jeugdigen meegenomen waarvan een delict door de politie, het OM en de rechtspraak is afgedaan. De groep jeugdigen die in de recidivemeting op basis van politiedata wordt meegenomen is daardoor dus groter (95 procentpunt). Dit komt dus doordat ook minder ernstige zaken die door de politie zelf worden afgedaan nu meetellen. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat jeugdige in de politiedata is gedefinieerd op basis van de pleegleeftijd van de verdachte (leeftijd onder de 18 jaar). In de justitiedata is het type behandelend rechter (jeugd- of volwassenenstrafrechter) bepalend voor de indeling.

Beeld bij volwassen

Wat betreft volwassenen laat het onderzoek zien dat de recidive op basis van politiedata 40,2% is versus 36,5% op basis van justitiedata, een verschil van 3,7 procentpunt.

Bij volwassenen is het verschil in omvang tussen de groep justitiabelen in de politiedata en de groep justitiabelen in justitiedata beperkt: 6 procentpunt. Dit komt omdat bij volwassen justitiabelen, anders dan bij jeugd, niet wordt ingezet op buiten-justitiële afhandelingen van strafzaken.

De recidive op basis van politiedata van volwassen verdachten ligt gedurende de gehele periode van vijf jaar consequent hoger dan de recidive op basis van justitiedata.

Conclusies en aanbevelingen

Het WODC stelt dat er nog sprake is van een aantal datakwaliteitsproblemen bij het meten van recidive op basis van politiedata en dat die eerst moeten worden opgelost voor een betrouwbare meting. Zo worden in de politiedata nog niet consequent de rechterlijke beslissingen opgenomen waardoor verdachten die later in de strafrechtsketen worden vrijgesproken nog meetellen in de recidivecijfers op basis van politiedata. Een deel van het recidiveverschil tussen politiedata en justitiedata kan hierdoor worden verklaard.

Het WODC concludeert ook dat een belangrijke meerwaarde van recidivemeting op basis van politiedata is, dat hiermee een grotere groep jeugdige daders in beeld komt. Het gebruik van politiegegevens geeft bovendien een vollediger beeld van het begin en ontstaan van criminele carrières van zowel jongeren als volwassenen, en is daarmee waardevol voor toekomstig onderzoek. Politiegegevens maken het ook mogelijk om onderzoek te doen naar de recidive van personen na een niet-justitiële afhandeling naar aanleiding van een misdrijf. Daarnaast bieden politiedata meer achtergrondkenmerken van het delict dan justitiedata, bijvoorbeeld informatie over mededaderschap dat onderzoek naar dadergroepen mogelijk maakt, informatie over pleegtijden en aanvullende maatschappelijke classificaties van delicten.

Reactie en vervolg

Het rapport van het WODC laat een duidelijke meerwaarde zien van het meten van recidive op basis van politiedata. De gestructureerde gegevens uit politieregistraties kunnen, vooral voor jeugdigen, een waardevolle aanvulling bieden voor wetenschappelijk (beleids)onderzoek, zowel voor het monitoren van recidive als voor effectiviteitsonderzoek naar strafrechtelijke interventies.

De meerwaarde voor jeugdigen is meer evident omdat in de recidivemeting op basis van politiedata een veel grotere groep jeugdigen meegenomen wordt in de recidivemeting. Ongeveer de helft van de jongeren die met politie en justitie in aanraking komt blijft buiten beeld wanneer recidive op basis van justitiedata wordt gemeten. Daarnaast vormt de recidive geen vergelijkbare curve als recidive gemeten op basis van justitiedata. Verdiepend onderzoek kan meer inzichten geven in hoe recidive onder jongeren zich ontwikkelt en welke groepen meer of minder kans lopen te recidiveren.

Doordat er nog beperkingen zijn ten aanzien van de datakwaliteit is het nog te vroeg om harde conclusies te verbinden aan de recidivecijfers. Het WODC verwacht dat hierin verbeteringen mogelijk zijn en zal daarom een vervolgonderzoek uitvoeren. Dit vervolgonderzoek zal onderdeel uitmaken van een breder onderzoeksprogramma gericht op de doorontwikkeling van recidiveonderzoek.

Programma doorontwikkeling recidiveonderzoek

Op basis van de bestaande tweejaarlijkse recidivemetingen is het alleen mogelijk te signaleren of de recidive onder verschillende groepen justitiabelen daalt, stijgt of gelijk blijft. De meting geeft echter geen inzicht in het waarom van die stijging of daling.

Om die reden is een programma doorontwikkeling recidiveonderzoek ingericht. Doel van het programma is het vergroten van inzicht in de factoren die recidive beïnvloeden en het toetsen of beïnvloedbare factoren meetbaar zijn en in positieve zin kunnen worden beïnvloed. Zo kan het effect van het opleggen en tenuitvoerleggen van straffen op recidive‑beïnvloedende factoren beter inzichtelijk worden gemaakt en biedt het meer aanknopingspunten voor beleidsvorming.

In het onderzoeksprogramma zal ook een tweejaarlijkse monitor nazorg voor jeugdigen ontwikkeld worden. Dit betekent dat ook van personen die vrijkomen uit justitiële jeugdinrichtingen onderzocht gaat worden wat de situatie is op de basisvoorwaarden (identiteitsbewijs, werk en inkomen, huisvesting, schulden, zorg en sociale relaties). De eerste resultaten van deze monitor zullen naar verwachting in 2027 verschijnen.

Daarnaast wordt in het programma nog een aantal onderzoeken uitgevoerd.

Zoals hierboven al aangegeven zal een vervolgstudie plaatsvinden om de kwaliteit van de politiedata te verbeteren voor de recidivemeting op basis van politiedata. Ook zal in het programma de internationale kennis bij elkaar gebracht worden over de factoren die stoppen met criminaliteit bevorderen (in de wetenschap ‘desistance’ genoemd). In het programma wordt ook gekeken naar de haalbaarheid van aanvullende indicatoren om de effectiviteit van straffen te meten. De verwachting is dat alle onderzoeken in 2031 afgerond zullen zijn.

Tweejaarlijkse recidive herhaalmeting

Eind 2023 heeft het WODC de tweejaarlijks recidivecijfers gepubliceerd. De oorspronkelijk beoogde publicatie van de nieuwe cijfers in 2025 is vertraagd. Publicatie van de recidivemonitor staat nu gepland voor medio 2026. Door deze aangepaste planning verschuift de publicatiecyclus van de recidivemonitor van de oneven naar de even jaren. Dit heeft geen gevolgen voor de betrouwbaarheid van de uitkomsten en leidt niet tot een trendbreuk.


Tot slot

Recidiveonderzoek wordt verricht om tot een beter beleid te komen om Nederland veiliger te maken. Het WODC-rapport laat zien dat benutting van politiedata het zicht op recidive scherper kan maken, vooral bij jeugdigen. In het programma doorontwikkeling recidiveonderzoek wordt de komende jaren verder gewerkt aan de doorontwikkeling van toekomstige recidiveonderzoek.

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

K.T. van Bruggen