Uitstel toezending reactie op moties en toezeggingen over het Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur
Mariene Strategie voor het Nederlandse deel van de Noordzee
Brief regering
Nummer: 2026D12233, datum: 2026-03-18, bijgewerkt: 2026-03-19 16:30, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat
Onderdeel van kamerstukdossier 33450 -140 Mariene Strategie voor het Nederlandse deel van de Noordzee.
Onderdeel van zaak 2026Z05338:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- 2026-03-19 14:05: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-03-25 10:15: Procedurevergadering Infrastructuur en Waterstaat (Procedurevergadering), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
Preview document (🔗 origineel)
33450 Mariene Strategie voor het Nederlandse deel van de Noordzee
Nr. 140 Brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 maart 2026
Tijdens de begrotingsbehandeling IenW op 22 januari jl. en het Commissiedebat Maritiem op 29 januari jl. zijn meerdere moties aangenomen en toezeggingen gedaan aangaande het Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur (PBNI). Het gaat in dit geval specifiek om de volgende moties en toezeggingen:
Motie Kamerstuk 36 800 XII, nr. 22: Motie van het lid Goudzwaard (JA21) over zorgen voor een heldere governance en verantwoordelijkheidsverdeling tussen PBNI en NMSC.
Motie Kamerstuk 36 800 XII, nr. 25: Motie van de leden Stoffer (SGP) en Grinwis (CU) over een actieplan als vervolg op het Actieplan Strategie ter Bescherming Noordzee Infrastructuur.
Toezegging 202601-105: De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt op verzoek van het lid Van Duijvenvoorde (FVD) een overzicht toe van toekomstig benodigde veiligheidsgerelateerde investeringen die voortvloeien uit nog aan te leggen energie-infrastructuur op de Noordzee en deelt dit uiterlijk in het tweede kwartaal van 2026 met de Kamer.
Toezegging 202601-102: De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt toe aan het lid Kröger (GL-PvdA) binnen een maand zoveel mogelijk informatie over de juridische situatie ten aanzien van de bescherming van de Noordzee-infrastructuur en de aanpassingen die nodig zijn op schrift met de Kamer te delen, in aanloop naar de indiening van een wetsvoorstel.
Toezegging 202601-069: De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt toe aan het lid Goudzwaard (JA21) om binnen vier weken de Kamer schriftelijk een duiding van de berichtgeving over het gebrek aan capaciteit bij de Kustwacht voor de aanpak van spionage en sabotage te sturen.
Daarnaast heeft het kabinet tijdens het debat regeringsverklaring op 26 februari de volgende toezegging gedaan:
Toegezegd voor het zomerreces een besluit te nemen over de verschillende voorstellen die er liggen omtrent het beschermen van de infrastructuur in de Noordzee.
Momenteel vinden er nog gesprekken plaats tussen de verschillende ministeries die zijn betrokken bij het PBNI (JenV, DEF, IenW, BZ en EZK) over onder andere de verantwoordelijkheidsverdeling ten aanzien van maritime security1 en de structurele financiering van de uitvoering van het Actieplan Strategie ter bescherming Noordzee infrastructuur en de oprichting van het National Maritime Security Centre (NMSC). Zodra deze zijn afgerond wordt u hierover geïnformeerd in combinatie met een antwoord op de overige moties en toezeggingen. Naar verwachting zal dit nog voor de zomer zijn. De beantwoording van bovenstaande moties en toezeggingen kan niet los van elkaar worden gezien. Daarom wordt een antwoord hierop gebundeld in een helder en volledig overzicht.
De minister van Infrastructuur en Waterstaat,
V.P.G. Karremans
Definitie: Maritime security betreft het geheel aan maatregelen om personen, objecten en goederen te beschermen tegen bewust schadelijke invloeden op de Noordzee. Het gaat om preventie en detectie van, respons op en bescherming tegen de dreiging van spionage en doelbewust destructieve acties zoals terrorisme, kaping, ondermijning, smokkel, sabotage en ongewenste buitenlandse inmenging en handelingen van statelijke actoren.↩︎