[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Reactie op brief Stichting Dierenlot over oproep 'Borg werkbare en dierwaardige aanpak van invasieve exoten voor dierenhulpverleners'

Biodiversiteit

Brief regering

Nummer: 2026D12365, datum: 2026-03-18, bijgewerkt: 2026-03-19 10:16, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 26407 -163 Biodiversiteit.

Onderdeel van zaak 2026Z05400:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte Voorzitter,

Hierbij stuur ik u de reactie op het verzoek van de commissie voor een antwoord op de oproep “Borg werkbare en dierwaardige aanpak van invasieve exoten voor dierenhulpverleners” van Stichting DierenLot van 4 februari 2026, met kenmerk 2026Z00823/2026D05266.

Vooropgesteld zij dat ik grote waardering heb voor de inzet van vrijwilligers en professionals van dierenambulances, wildopvangcentra en gespecialiseerde opvangorganisaties. Ik zie dat hulpverlening aan dieren in nood in de maatschappij breed wordt gewaardeerd. Wildopvangcentra zijn in principe voor inheemse soorten bedoeld. In de praktijk worden bij opvangcentra echter ook hulpbehoevende exotische dieren gebracht door dierenambulances en particulieren. Tegelijkertijd is het kabinet gehouden aan Europese verplichtingen en nationale doelstellingen om de Nederlandse biodiversiteit effectief te beschermen. Invasieve uitheemse soorten vormen een aantoonbaar risico voor de biodiversiteit en andere maatschappelijke belangen. Het recent aan uw Kamer gestuurde Landelijk aanvalsplan invasieve exoten (verder; aanvalsplan) richt zich daarom op preventie, vroege eliminatie en beheersing van invasieve exoten (Kamerstuk 26407 nr.162).

In de brief aan de Kamer doet Stichting DierenLot twee oproepen naar aanleiding van twee casussen, de nijlgans en de lettersierschildpad. Daarnaast doet Stichting DierenLot vier meer algemene oproepen. Hieronder ga ik in op deze oproepen aan de Kamer.

Casus 1: De nijlgans

De Kamer wordt opgeroepen om binnen het aanvalsplan en de nationale uitwerking van de Exotenverordening ruimte te creëren voor een gedoog- of maatwerkconstructie, waardoor herstelde nijlganzen onder strikte voorwaarden kunnen worden teruggezet in de natuur. Dit teneinde onnodige euthanasie te voorkomen en opvangcentra te ontlasten zonder het exotenbeleid te ondermijnen.

In reactie op deze eerste oproep wil ik aangeven dat de nijlgans een invasieve exoot is, die schadelijk is voor de Nederlandse natuur. De nijlgans staat op de Europese Unielijst van zorgwekkende invasieve uitheemse soorten, op basis van wetenschappelijk onderbouwde risicoanalyses. De soort verdringt inheemse vogels door agressief gedrag, neemt nestplaatsen over, wat lokale ecosystemen en recreatiegebieden negatief beïnvloedt. Lidstaten zijn op grond van de Exotenverordening verplicht passende maatregelen te treffen om verdere verspreiding en voortplanting van deze soort te voorkomen.

Het uitzetten van nijlganzen in de natuur is daarom niet toegestaan. Zelfs een gering aantal nijlganzen kan bijdragen aan verdere populatiegroei. Het loslaten na herstel in een opvangcentrum is in strijd met de Europese Exotenverordening en met het nationaal uitzetverbod voor dieren zonder omgevingsvergunning1. Ook draagt het uitzetten van (herstelde) nijlganzen niet bij aan de nationale doelstelling tot de jaarlijkse populatiereductie van 10% die met de provincies is afgesproken in het aanvalsplan. De gedachte hierachter is dat op deze wijze op langere termijn jaarlijks minder dieren hoeven te worden gedood. Een generieke gedoogconstructie of structurele uitzondering is daarom niet mogelijk en niet wenselijk, omdat dit niet bijdraagt aan afname van de aantallen.

Ik begrijp dat dit een dilemma kan zijn voor opvangcentra waar gewonde, verzwakte of verweesde nijlganzen worden binnengebracht. Ik wil benadrukken dat dierenambulances en opvangcentra niet verplicht zijn om invasieve exoten aan te nemen en op te knappen. De keuze kan ook zijn dat de gevonden invasieve exoot direct, op deskundige wijze, wordt geëuthanaseerd. Als niet wordt gekozen voor euthanasie moet het dier permanent worden opgevangen. Met provincies is afgesproken dat zij het gesprek aangaan met wildopvangcentra die open staan voor de overdracht van gevonden nijlganzen, om deze in opdracht van de provincie door deskundigen te laten doden. Opvangcentra die nijlganzen permanent willen opvangen, kunnen hiervoor een maatwerkvoorschrift aanvragen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Daarbij moeten ze garanderen dat de dieren zich niet kunnen voortplanten of ontsnappen.

Casus 2: Lettersierschildpadden

De Kamer wordt verder opgeroepen om in het aanvalsplan expliciet op te nemen dat er wordt geïnvesteerd in duurzame, permanente opvangoplossingen, zoals het schildpaddenreservaat in Friesland met voldoende capaciteit.

In reactie op deze tweede oproep wil ik melden dat opvang van hulpbehoevende invasieve exotische dieren van de Unielijst, zoals lettersierschildpadden, mogelijk is. Zoals hierboven toegelicht kunnen opvangcentra hiervoor een maatwerkvoorschrift aanvragen bij RVO. Opvangcentra kunnen onder strikte voorwaarden ervoor kiezen om bepaalde diersoorten, die als huisdier te houden zijn (zoals lettersierschildpadden), onder te brengen bij burgers. Opvangcentra kunnen ervoor kiezen om gevonden schildpadden op te vangen, maar dit is geen wettelijke verplichting. De overheid is daarom niet verantwoordelijk voor het verstrekken van middelen voor permanente opvang van invasieve exoten, zoals lettersierschildpadden.

Daarnaast verzoekt Stichting DierenLot de Kamer om de focus naar handhaving op handel, kweek en dumping te verschuiven, in plaats van het afwentelen van de problematiek op opvangcentra en om versneld aan een positieflijst voor reptielen te werken, om nieuwe exotenproblemen te voorkomen.

Ik vind het belangrijk dat handhaving zich breed richt, dus ook op handel, kweek en dumping. Hier is capaciteit voor beschikbaar bij RVO en NVWA. Handhaving, zowel op overtredingen bij deze activiteiten als bij opvangcentra, vindt voornamelijk plaats naar aanleiding van meldingen en signalen, omdat de overtredingen voornamelijk buiten het zicht van instanties plaatsvinden.

Daarnaast wordt er gewerkt aan een positieflijst voor reptielen. Door het aantal reptielensoorten dat gehouden mag worden te beperken kan worden voorkomen dat mogelijk invasieve soorten, die schadelijk kunnen zijn voor het milieu en de biodiversiteit, ongecontroleerd worden geïntroduceerd.

Overige oproepen

De Kamer wordt verder opgeroepen om:

1. dierenwelzijn expliciet te verankeren in het beleid rondom invasieve exoten;

Dierenwelzijn is een integraal uitgangspunt binnen de Wet dieren, de Omgevingswet en de uitvoering van het exotenbeleid. Bij de toepassing van beheersmaatregelen wordt steeds een zorgvuldige afweging gemaakt, waarbij onnodig lijden wordt voorkomen en het doden door een deskundige wordt uitgevoerd.

Het beleid ten aanzien van invasieve exoten vraagt om een balans tussen individuele dierenwelzijnsbelangen en de bescherming van biodiversiteit als collectief belang. Beide belangen maken onderdeel uit van de wettelijke zorgplichten die het kabinet in acht neemt. Ook om deze reden wordt in het exotenbeleid en in het aanvalsplan de nadruk gelegd op preventie en vroege eliminatie. Op die manier wordt zowel toekomstig dierenleed als schade aan de biodiversiteit voorkomen.

2. werkbare uitzonderingen en maatwerk mogelijk te maken voor opvang en herstel van hulpbehoevende dieren;

In de casussen hierboven ben ik hier al uitgebreid op ingegaan.

3. dierenambulances en opvangcentra structureel te betrekken bij de verdere uitwerking van het aanvalsplan; en

4. te zorgen voor proportionele wetshandhaving, waarbij opvangorganisaties niet worden gestraft voor het oplossen van problemen die elders ontstaan.

Met vertegenwoordigers van dierenambulances en wildopvangcentra vindt regelmatig overleg plaats over de uitvoerbaarheid van het beleid. Deze betrokkenheid wordt voortgezet bij de verdere implementatie van het aanvalsplan. Daarbij geldt wel dat opvangcentra zich aan bestaande wet- en regelgeving dienen te houden.

Tot slot

Een effectief beleid tegen invasieve exoten vraagt om een zorgvuldige balans tussen dierenwelzijn, bescherming van biodiversiteit en uitvoerbaarheid in de praktijk. Ik erken dat dit kan leiden tot moeilijke afwegingen. Tegelijkertijd weegt het voorkomen van ecologische schade en het behoud van de inheemse biodiversiteit zwaar en is het kabinet gehouden aan Europese en nationale verplichtingen.

Jaimi van Essen

Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur


  1. De vergunningplicht voor uitzetten van dieren is geregeld in artikel 11.61, eerste lid, Besluit activiteit leefomgeving.↩︎