[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Reactie op verzoek commissie over de brief van de Stichting (Gelijk)waardig Herstel (SGH) inzake 'Vijf keuzes nodig voor rechtvaardig hersteld van getroffen ouders van de toeslagenaffaire'

Toeslagen

Brief regering

Nummer: 2026D12391, datum: 2026-03-18, bijgewerkt: 2026-03-19 10:29, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36708 -80 Toeslagen.

Onderdeel van zaak 2026Z05404:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte voorzitter,

De Vaste Kamercommissie voor Financiën heeft van de Stichting (Gelijk)waardig Herstel (SGH) een notitie ontvangen, getiteld 'Vijf keuzes nodig voor rechtvaardig herstel van getroffen ouders van de toeslagenaffaire'. Tijdens de procedurevergadering Financiën van 12 maart is mij gevraagd een reactie te geven op deze brief. Hieronder ontvangt u van mij puntsgewijs een reactie op de vijf oproepen van SGH.

1. Aanmeldtermijn 31 maart 2026

Met de kabinetsreactie op het advies van de commissie Van Dam in maart 2025 en de aankondiging dat het kabinet de adviezen over het schadestelsel opvolgt, werd op hoofdlijnen bekend hoe het schadestelsel eruit zou komen te zien. Dat heeft ertoe geleid dat ik op 25 november 2025 uw Kamer heb geïnformeerd over de openstelling van het informatie- en aanmeldportaal en MijnHerstel, en de publicatie van het geüniformeerde forfaitaire schadekader.1 Vanaf dat moment was er voldoende helderheid over het schadestelsel zodat ouders zich konden oriënteren op de mogelijkheden en konden overwegen een aanvraag in te dienen. Ik heb daarbij aangegeven dat het kabinet ouders tot en met 31 maart 2026 de tijd wil geven om een aanvraag in te dienen voor compensatie voor aanvullende schade, en met die toelichting is de Kamer ook akkoord gegaan met de Wet verbetermaatregelen toeslagen en aanpassing termijnen hersteloperatie toeslagen2. De uiterste aanvraagdatum is inmiddels vastgelegd per Koninklijk Besluit.3 Uitzondering op de aanmeldtermijn van 31 maart 2026 zijn ouders die hun IB hebben ontvangen ná 1 oktober 2025, of voor wie de IB nog niet onherroepelijk is omdat zij nog een bezwaar -of beroepsprocedure hebben lopen. Voor hen geldt dat zij tot 6 maanden ná de datum van een onherroepelijke IB een aanvraag kunnen doen voor compensatie van aanvullende schade. Voor de goede orde: de rechtsbescherming uit de Awb blijft hierbij onverkort van toepassing.

Het is belangrijk dat alle ouders voldoende in staat zijn geweest om een keuze te maken over het wel of niet aanvragen van aanvullende schadecompensatie. Elke ouder is in beginsel bij de uitslag van de integrale beoordeling geïnformeerd over de mogelijkheid om een aanvraag in te dienen. Daarnaast zijn ouders en ook stakeholders, uitvoerders, gemeenten en advocaten in de afgelopen maanden uitvoerig via verschillende kanalen en bijeenkomsten geïnformeerd over de uiterste aanmeldtermijn van 31 maart 2026. Het is mijn verwachting dat met die communicatie de ouders zijn bereikt die een beroep willen doen op aanvullende schadecompensatie. Ik heb met de advocatuur afspraken gemaakt over cliënten die zij niet op tijd hebben kunnen bereiken.

Een kleine 20.000 ouders hebben zich nu aangemeld voor aanvullende schadecompensatie, waarvan circa 3.300 ouders financiele compensatie inmiddels hebben afgerond. Daarmee ligt het aantal aanvragen een heel eind richting de verwachting die de commissie Van Dam heeft uitgesproken, terwijl aanvragen in deze hele maand nog mogelijk zijn, en voor ouders die tegen de integrale beoordeling in bezwaar zijn, die datum niet geldt.

Het opschuiven van de uiterste aanvraagdatum leidt tot langere onzekerheid voor de uitvoering, maar ook voor de ouders leidt het tot onduidelijkheid. Dat vind ik ongewenst. De uitvoering heeft namelijk op enig moment duidelijkheid nodig over welk werk er nog verzet moet worden. En juist richting ouders is volop ingezet op heldere communicatie over de datum van 31 maart 2026. Mijn inzet is juist om duidelijkheid te bieden en vertraging te voorkomen, en in lijn met het regeerakkoord te blijven sturen op afronding van de hersteloperatie toeslagen in 2027.

2. Ondersteunende documenten

Ik blijft mij inzetten om samen met SGH oplossingen te vinden die zowel recht doen aan de positie van ouders als aan de zorgvuldigheid en uitlegbaarheid van het herstelproces. Ondersteunende documentatie speelt daarbij een belangrijke rol, maar hierbij geldt nadrukkelijk een ruime benadering: stukken dienen primair ter ondersteuning van het feit dat een gestelde gebeurtenis of schadepost zich voordeed, de causaliteit met de problemen met kinderopvangtoeslag wordt in het forfaitaire schadekader immers aangenomen. Ondersteunende stukken kennen geen vormvereisten. Alle stukken die een gebeurtenis aannemelijk maken kunnen worden gebruikt, mits deze authentiek zijn en de betreffende schadepost ondersteunen. Daarbij is het belangrijk om op te merken dat van de in totaal 29 schadeposten, er bij 20 posten geen ondersteunend document wordt gevraagd.

Daarnaast is het van belang om samen te zoeken naar alternatieve bronnen of andere vormen van onderbouwing, wanneer documenten niet (meer) beschikbaar zijn. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan gegevens waarover de overheid zelf beschikt, zoals overzichten van invorderingen of verrekeningen. Hierover zijn wij voortdurend in gesprek.

Ik acht het niet wenselijk om de inspanning voor het opvragen van documenten verder te begrenzen of te verminderen. Het blijft van belang dat enkele complexe schadeposten waar mogelijk worden ondersteund met objectieve informatie. Ik zie verbetering mogelijk in het tijdig identificeren van situaties waarin aanvullende stukken nodig kunnen zijn en deze zo vroeg mogelijk in het proces op te vragen. Door aan het begin van het traject en bij het opstellen van het feitenrelaas duidelijkheid te creëren over welke informatie behulpzaam kan zijn en ouders aan te sporen relevante stukken te verzamelen, kan worden voorkomen dat ouders later in de schadeanalyse-fase alsnog op zoek moeten naar documenten, met vertraging tot gevolg. Wij zien hiervoor ook kansen voor SGH om dit proces te verbeteren. Wanneer twijfel bestaat over de toereikendheid van de beschikbare stukken, biedt het bestaande wekelijkse casuïstiekoverleg tussen het ministerie van Financiën en SGH de mogelijkheid om dossiers gezamenlijk te bespreken en te bezien of op basis van het geheel van informatie, inclusief het feitenrelaas, de tijdlijn en beschikbare stukken, tot een passende beoordeling kan worden gekomen.

3. Individuele berekening

In haar brief onderschrijft SGH het belang van de mogelijkheid voor ouders om wanneer het VSO-aanbod niet passend is, ouders hun schade kunnen laten berekenen in de individuele berekening, en vraagt om nadere duidelijkheid of aanpassing van de plannen op een aantal punten.

Het voornemen is om aansluiting vanuit SGH op de individuele berekening voor de zomer operationeel te hebben voor ouders waarbij de schade dermate complex is dat het forfaitaire kader niet past. Op dit moment wordt de toeleiding vanuit de forfaitaire routes van Mijn Herstel en SGH naar de individuele berekening uitgewerkt. Er vinden gesprekken plaats met SGH over wat dit organisatorisch en procesmatig betekent.

Het uitgangspunt voor de individuele berekening is dat deze primair bedoeld is voor gevallen van ingewikkelde of buitengewoon hoge schade waarvoor het forfaitair kader geen uitkomst biedt. Daarmee is dit geen extra schaderoute maar volgt de individuele berekening na de forfaitaire route, zoals ook geadviseerd is door de commissie Van Dam. De ouder is samen met zijn of haar advocaat aan zet. Anders dan in de forfaitaire routes wordt van de ouder verwacht bij de aangevoerde schadeposten de aannemelijkheid van het verband met de toeslagenaffaire aan te kunnen aantonen.

Belangrijke notie is dat wanneer een ouder kiest voor de individuele berekening, zijn of haar forfaitaire aanbod vervalt. De uitkomst van de individuele berekening komt hier dan voor in de plaats. Wanneer een ouder zich meldt voor de individuele berekening, dan wordt het geheel van de schade opnieuw beoordeeld. Dit is nodig omdat de causaliteit van het verband van de geleden schade zich niet beperkt tot één kostenpost maar zich doorwerkt in het geheel van de geleden schade. Hierbij dient een ouder ook meer onderbouwing aan te leveren omdat de causaliteit met de problemen met kinderopvangtoeslag aannemelijk moet worden gemaakt.

In haar brief constateert SGH dat zij vaak niet tot afronding van een VSO vergoeding komt omdat ouders op één post niet de erkenning krijgen die zij zoeken. Het gaat dan in de praktijk vaak om de kostenpost “werk”. SGH zou daarom graag op één specifieke schadepost willen doorverwijzen naar de individuele berekening. Voor de andere schadeposten zou dan in beginsel het forfaitaire (SGH) bedrag blijven bestaan.

Dit verhoudt zich slecht tot het uitgangspunt dat het forfaitaire aanbod bedoeld is als integrale en ruimhartige schadecompensatie die voor het overgrote deel van de ouders passend is. Hoewel het forfait bij de ene schadepost misschien wat lager uitvalt dan de daadwerkelijke geleden schade, zal dat bij een andere schadepost juist veel hoger uitvallen. Alleen in uitzonderlijke, complexe gevallen zal een precieze berekening van de schade, zoals in de individuele berekening gebeurt, hoger uitvallen dan het zeer ruimhartige forfaitaire aanbod van SGH of MijnHerstel. Bij de individuele berekening wordt er in samenhang naar alle geleden schade gekeken inclusief hoe de verschillende schadegebeurtenissen op elkaar doorwerken. Als we bij de ene post uit het schadekader de veronderstelde causaliteit uit het forfaitaire kader overnemen, dan heeft dat consequenties voor de aannemelijkheid van de causaliteit voor andere posten.

De forfaitaire routes zijn juist in het leven geroepen om versnelling te brengen in de compensatie van aanvullende schade. Een VSO met vaste bedragen geeft namelijk de ruimte om minder precies te kijken en met minder ondersteunende stukken tot passende compensatie te komen en draagt bij aan de benodigde versnelling. Voor de goede orde: ook het uniforme schadekader biedt ruimte tot meer maatwerk.

4. Overstapregels

De overstapregels zijn zo ingericht dat een ouder alle stappen van MijnHerstel kan doorlopen tot aan de indiening, zonder dat de mogelijkheid voor overstappen komt te vervallen. Een ouder en/of advocaat heeft daardoor beschikking over de volgende gegevens: 1) wat het maximaal te vergoeden bedrag is volgens de eigen in te dienen schadestaat, 2) het te salderen bedrag en 3) de status van de individuele schadeposten, inclusief een beschrijving van de benodigde ondersteunende documenten en de eisen die daaraan worden gesteld in de behandelfase.

Mijn verwachting is dat zeker advocaten op basis van deze informatie een realistische inschatting moeten kunnen maken van de uitkomst van de MijnHerstel-route nog vóór de behandelfase. Daarnaast hanteren SGH en MijnHerstel hetzelfde schadekader met dezelfde bedragen en gebeurtenissen. Net als bij SGH hoeven ouders binnen MijnHerstel alleen aannemelijk te maken dát een gebeurtenis heeft plaatsgevonden. De aannemelijkheidstoets bij beide routes is daardoor gelijkwaardig aan elkaar.

5. Ex-partners, nabestaanden, O/GS

Ex-toeslagpartners wachten al lang op duidelijkheid over de behandeling van hun aanvullende schade. De ambitie is daarom om zo snel mogelijk doch uiterlijk voor het zomerreces van 2026 een oplossing te presenteren voor deze groep.

In de nabestaandenregeling is opgenomen dat de nabestaanden van overleden gedupeerden het herstel van de overledene mag afmaken als ware deze nog in leven. Deze nabestaanden kunnen nu naar CWS om daar de aanvullende schade van de overleden gedupeerde te laten vaststellen. CWS heeft hiervoor een specifiek behandelkader ontwikkeld en de eerste casussen worden nu beoordeeld. In dit stadium zijn zij dan ook nog niet vanuit de CWS-wachtrij benaderd om hun aanvraag verder te laten lopen via SGH of MijnHerstel. Er wordt nu onderzocht of toegang tot SGH of MijnHerstel meerwaarde biedt voor deze groep of dat de CWS de behandeling voortzet.

De forfaitaire routes zijn gericht op compensatie van aanvullende schade als gevolg van onterechte terugvorderingen van kinderopvangtoeslag, waarbij causaliteit tussen deze terugvorderingen en gebeurtenissen in de periode dat dit speelde, wordt aangenomen. Dit maakt de routes ongeschikt voor doelgroepen waar de terugvorderingen zelf in principe terecht waren, maar waarbij wel onterecht een betalingsregeling werd uitgesloten (ouders gedupeerd op enkel de grond onterecht label opzet/grove schuld (O/GS). De CWS houdt in de behandeling van aanvullende schade voor deze groep rekening met deze specifieke voorgeschiedenis. Ik verken op dit moment op welke manier aanvragen voor aanvullende schadecompensatie van ouders uit deze groep in de toekomst het best kunnen worden afgerond.

Met deze brief heb ik voldaan aan het verzoek van uw Kamer. Ik zie er naar uit om met uw Kamer in gesprek te gaan tijdens het aanstaande commissiedebat.

Hoogachtend,

de staatssecretaris Herstel Toeslagen,





S.Th.P.H. Palmen-Schlangen

  1. Kamerstukken II, 2025-26, 36708, nr. 60.↩︎

  2. Kamerstukken II, 2025-26, 36779↩︎

  3. Stb. 2026, 32↩︎