[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Antwoord op vragen van het lid Schilder over de rechterlijke rolopvatting, publieke uitingen en het vertrouwen in de rechtspraak

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D12421, datum: 2026-03-19, bijgewerkt: 2026-03-19 13:24, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z02715:

Preview document (🔗 origineel)


AH 1370

2026Z02715

Antwoord van staatssecretaris Van Bruggen (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 19 maart 2026)

Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 1209

Vraag 1

Bent u bekend met de column van Marianne Zwagerman in De Telegraaf waarin stevige kritiek wordt geuit op de recente rechterlijke uitspraak over klimaatbeleid en de rolopvatting van rechters?1

Antwoord op vraag 1

Ja.

Vraag 2

Hoe beoordeelt u de stelling dat rechters in klimaat- en stikstofzaken de grenzen van hun constitutionele rol overschrijden en daarmee feitelijk op de stoel van de wetgever gaan zitten?

Antwoord op vraag 2

Ik zie dat anders. Binnen onze democratische rechtsstaat toetst de rechter handelingen en beslissingen aan het geldende recht, aan formele wetten die door de wetgever zijn opgesteld en aan algemeen verbindende bepalingen in internationale verdragen. In sommige zaken zal de rechter om tot een beslissing te kunnen komen rechtsregels (nader) moeten concretiseren, aanvullen of verfijnen voordat hij deze kan toepassen. De rechter kan en mag hierbij aan rechtsvorming doen. Rechters leggen rekenschap af door hun uitspraak duidelijk te motiveren. Een duidelijke motivering van de uitspraak is extra belangrijk naarmate een uitspraak meer in de belangstelling van de samenleving staat en/of de maatschappelijke gevolgen groot kunnen zijn. Een heldere en goed toegelichte motivering op basis van welke overwegingen de rechter tot zijn uitspraak is gekomen, is zeker in dit soort zaken van groot belang om de samenleving en ook de wetgever inzicht te geven in de gemaakte afwegingen.

Vraag 3

Deelt u de opvatting dat het toepassen en interpreteren van mensenrechtenverdragen door rechters grote beleidsmatige gevolgen kan hebben zonder directe democratische legitimatie? Zo ja, hoe wordt die spanning volgens u voldoende ondervangen?

Antwoord op vraag 3

Regels van internationaal recht, hieronder vallen ook mensenrechtenverdragen, maken deel uit van de Nederlandse rechtsorde op basis van onze Grondwet. Artikel 91, eerste lid van de Grondwet (Gw) bepaalt dat het Koninkrijk pas aan verdragen gebonden mag worden na voorafgaande goedkeuring van de Staten-Generaal. Verdragen mogen dus niet worden gesloten zonder goedkeuring van de Eerste en Tweede Kamer. Daardoor zijn rechtstreeks doorwerkende verdragsbepalingen democratisch gelegitimeerd. Vervolgens is de verplichting tot naleving van internationaal recht vastgelegd in de artikelen 93 en 94 Gw. Zodra regels van internationaal recht Nederland binden, is er de verplichting om deze regels na te komen, ook in de nationale rechtsorde. Het is daarom de taak van de rechter om normen uit de rechtstreeks werkende verdragsbepalingen toe te passen. Als in een zaak een nationale wet in strijd blijkt te zijn met zo'n rechtstreeks werkende verdragsbepaling wordt in dat specifieke geval, conform artikel 94 Gw, de nationale wet buiten toepassing gelaten.

Vraag 4

Acht u het wenselijk dat rechters zich in het openbaar, bijvoorbeeld via sociale media, uitspreken over politieke of activistische standpunten die direct raken aan zaken waarover zij (recent of mogelijk toekomstig) rechtspreken?

Vraag 5

Welke gedragsregels gelden momenteel voor rechters met betrekking tot publieke uitingen en maatschappelijke betrokkenheid en acht u deze regels toereikend om de schijn van partijdigheid te voorkomen?

Antwoord op vragen 4 en 5

Voor een sterke, goed functionerende rechtspraak is het belangrijk dat rechters volop deelnemen aan het maatschappelijke leven. Ook rechters hebben, net als iedereen in Nederland, vrijheid van meningsuiting. Voor rechters zitten hier wel eigen grenzen aan. Rechters hebben immers ook een bijzondere positie in de samenleving. De samenleving moet op de Rechtspraak kunnen vertrouwen. De Rechtspraak heeft een gedragscode die online te raadplegen is. In de Gedragscode Rechtspraak2 is ook aandacht voor het gebruik van sociale media. Er staat bijvoorbeeld in dat uitingen van rechters eerlijk, correct en respectvol dienen te zijn en dat in de communicatie het onderscheid tussen privépersoon en rechter bewaakt moet worden. Dit geldt ook voor uitingen op sociale media. Ook is er de Leidraad onpartijdigheid en nevenfuncties.3 Daarin staat dat de opdracht van de rechter om onpartijdig te oordelen, met zich brengt dat hij zich van zijn persoonlijke opvattingen - met inbegrip van sympathieën en antipathieën - bewust is en blijk geeft daar bij zijn professionele oordeel afstand van te nemen. Ten slotte heeft de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR) een rechterscode.4 De NVvR-rechterscode is in 2026 geactualiseerd en bevat normen die rechters zichzelf stellen. Deze normen zijn gebaseerd op vijf kernwaarden: onafhankelijkheid, onpartijdigheid, integriteit, deskundigheid en professionaliteit. Deze code is bedoeld om aan anderen te laten zien welk gedrag zij van rechters mogen verwachten. Zowel binnen als buiten de zittingszaal.

Vraag 6

Hoe wordt binnen de rechterlijke organisatie beoordeeld of een rechter zich behoort te verschonen wanneer diens publieke uitingen raken aan de inhoud van een voorliggende zaak?

Antwoord op vraag 6

De rechter is verplicht om uitspraak te doen over een concrete zaak die binnen zijn bevoegdheid valt en hem via de juiste procedure is voorgelegd (artikel 13 van de Wet algemene bepalingen). De rechter heeft de wettelijke mogelijkheid te verzoeken zich te mogen onttrekken aan een bepaalde zaak als zijn onpartijdigheid schade zou kunnen lijden door feiten of omstandigheden (artikel 40 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, artikel 517 van het Wetboek van Strafvordering en artikel 8:19 van de Algemene wet bestuursrecht). Uit de wet volgt dat het aan de rechter is om zich te verschonen. De rechter maakt dus zelf de afweging of hij zich dient te verschonen. De Leidraad kan daarbij houvast bieden. Elk gerecht heeft een protocol dat het proces van de formele verschoningsprocedure bevat.5

Vraag 7

In hoeverre vindt u dat de huidige benoemings- en toezichtstructuur van de rechterlijke macht voldoende waarborgen biedt tegen bevooroordeeldheid of activisme binnen de rechtspraak?

Antwoord op vraag 7

De onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechtspraak worden via verschillende wegen voldoende gewaarborgd. Zo is in de Grondwet verankerd dat eenieder recht heeft op een eerlijk proces binnen een redelijke termijn voor een onafhankelijke en onpartijdige rechter (artikel 17, eerste lid Gw). Verder is een belangrijke waarborg dat grondwettelijk is vastgelegd dat rechters voor het leven benoemd worden (artikel 117, eerste lid, Gw). Bovendien is van belang dat aan het rechterlijk ambt wettelijke opleidingsvereisten en beroepskwalificaties zijn verbonden. Rechters worden benoemd op basis van inhoudelijke kwalificaties, en niet bijvoorbeeld op politieke gronden. Verder is (grond)wettelijk gewaarborgd dat rechters in uiterste gevallen, en alleen onder strikte voorwaarden, onderworpen kunnen worden aan disciplinaire maatregelen.

Naast de in het antwoord op vraag 6 genoemde verschoningsprocedure is er bovendien nog de wrakingsprocedure. Indien een partij twijfelt aan de onpartijdigheid van een rechter kan hij of zij een wrakingsverzoek indienen. Wraken is het formeel vragen om een andere rechter voorafgaand aan of tijdens een rechtszaak, omdat de huidige rechter partijdig of vooringenomen lijkt. Dit verzoek wordt voorgelegd aan drie andere rechters, een zogenoemde ‘wrakingskamer’. De wrakingskamer beoordeelt het wrakingsverzoek en beslist of de behandeling van de zaak door een andere rechter moet wordt overgenomen. Als het verzoek wordt afgewezen zal de rechter die de zaak behandelde de behandeling voortzetten. Daarnaast is het mogelijk om een klacht in te dienen over de manier waarop rechters zich hebben gedragen. De klacht moet gaan over bejegening. Er kan niet geklaagd worden over de uitspraak van de rechter of over beslissingen van de rechter tijdens en over de procedure. Ieder gerecht heeft een klachtenprocedure. Ook is het mogelijk een klacht in te dienen bij de procureur-generaal bij de Hoge Raad, die een vordering bij de Hoge Raad kan instellen tot het doen van een onderzoek naar de gedraging van de rechter (artikel 13a tot en met 13g van de Wet op de rechterlijke organisatie).

Om te waarborgen dat rechtszaken op basis van objectieve maatstaven aan rechters in een rechtsgebied of team worden toebedeeld zijn, tot slot, in ieder gerecht regels opgesteld voor zaakstoedeling.6

Vraag 8

Deelt u de analyse dat het maatschappelijk vertrouwen in de rechtspraak onder druk kan komen te staan wanneer rechterlijke uitspraken worden ervaren als politiek of moreel gemotiveerd in plaats van strikt juridisch?

Antwoord op vraag 8

Ik deel de analyse in zoverre dat ik zie dat rechterlijke uitspraken met bredere maatschappelijke gevolgen soms tot een discussie en debat leiden. Maar ik deel de analyse niet dat het vertrouwen in de rechtspraak onder druk komt te staan als gevolg van deze discussie. Discussie over de verhoudingen in de trias politica hoort bij een vitale democratische rechtsstaat. Dat mag soms zelfs een beetje schuren, zolang de discussie constructief en met respect voor de onafhankelijke positie van de rechter gevoerd wordt. Discussie over de rol van de rechter is niet nieuw en het vertrouwen dat mensen hebben in de rechters is onverminderd hoog. Dit blijkt uit de algemene conclusies in het rapport van de Venetië Commissie 2023 en uit het Rechtsstaatrapport van de Europese Commissie 2024. Dit beeld wordt bevestigd in het continue onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau, met de constatering in het bericht van oktober 2024 dat het vertrouwen van de Nederlandse burger in de rechtspraak stabiel is op 76%. De in de antwoorden op vragen 4,5,6 en 7 opgesomde waarborgen zijn gericht op behouden van het vertrouwen in de Rechtspraak.

Vraag 9

Bent u bereid te onderzoeken of meer transparantie rondom rechterlijke benoemingen en rolopvattingen kan bijdragen aan het versterken van dat vertrouwen, zonder de onafhankelijkheid van de rechtspraak aan te tasten?

Antwoord op vraag 9

Zoals aangegeven in het antwoord op de vorige vraag is het vertrouwen dat mensen hebben in de rechtspraak onverminderd hoog. Ik zie dan ook geen aanleiding voor onderzoek naar meer transparantie rondom rechterlijke benoemingen en rolopvattingen.

Vraag 10

Kunt u uiteenzetten waar volgens u de grens ligt tussen legitieme rechtsvinding door de rechter en het feitelijk creëren van nieuw beleid via jurisprudentie?

Antwoord op vraag 10
Zie het antwoord op vraag 2 over de constitutionele rol en de rechtsvormende taak van de rechter. In aanvulling op dit antwoord geef ik graag mee dat een rechter die oordeelt over een zaak die aan hem wordt voorgelegd dit doet op basis van de toepasselijke wet- en regelgeving rekening houdend met de concrete feiten en omstandigheden in dat specifieke geval. Daarom is het lastig deze vraag in zijn algemeenheid te beantwoorden en om op voorhand aan te geven waar de grens zou liggen. Rechtsvorming door de rechter kan zich alleen voordoen in een specifieke zaak die aan de rechter wordt voorgelegd. Van algemene beleidsvorming is bij rechtsvinding door de rechter geen sprake. Dat neemt niet weg dat een rechterlijk oordeel in een concrete zaak wel bredere maatschappelijke gevolgen kan hebben. Het is aan de wetgever hier desgewenst op te reageren.


  1. M. Zwagerman, wereldvreemde togadragers met een messiascomplex, De Telegraaf 5 februari 2026 (https://www.telegraaf.nl/opinie/marianne-zwagerman-wereldvreemde-togadragers-met-een-messiascomplex/129307008.html).↩︎

  2. https://www.rechtspraak.nl/binaries/_rts_1770372962014/content/assets/rvdr/com/rvdr-com-gedragscode-rechtspraak.pdf.↩︎

  3. https://www.rechtspraak.nl/binaries/_rts_1768836372953/content/assets/ext/ove/ext-ove-leidraad-onpartijdigheid-nevenfuncties-jan-2014.pdf.↩︎

  4. https://www.nvvr.org/wp-content/uploads/Rechterscode-2026-def.pdf.↩︎

  5. Zie https://www.rechtspraak.nl/voor-advocaten-en-juristen/verschoning-en-wraking (voor de rechtbanken en gerechtshoven) en Wrakings- en verschoningsregeling bestuursrechterlijke colleges 2022 - Raad van State/ (voor de bestuursrechtelijke colleges: de Centrale Raad van Beroep, het College van Beroep voor het bedrijfsleven en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State).↩︎

  6. Zie https://www.rechtspraak.nl/voor-advocaten-en-juristen/zaakstoedeling-en-verdeling/code-zaakstoedeling.↩︎