[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [šŸ§‘mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [šŸ” uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Samenvatting Periodieke Rapportage 2025 NCTV Contraterrorismebeleid

Bijlage

Nummer: 2026D12460, datum: 2026-03-19, bijgewerkt: 2026-03-19 11:22, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Bijlage bij: Beleidsreactie op Periodieke Rapportage Contraterrorismebeleid 2025 (2026D12457)

Preview document (šŸ”— origineel)


28 februari 2026

Definitief

Samenvatting Periodieke Rapportage Contraterrorismebeleid

Afbakening Periodieke Rapportage

Beschrijving SEA thema Contraterrorisme
De periode die geƫvalueerd wordt 2018-2024
Naam en jaar van publieke van de vorige PR / beleidsdoorlichting

Beleidsdoorlichting Artikel 36.2 Nationale veiligheid en terrorismebestrijding (2018).

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-839189.pdf

Hoofdvragen van de PR
  1. In welke mate zijn de activiteiten in het kader van het beleidsterrein contraterrorisme effectief geweest in het tijdig zicht krijgen op en duiden van (potentiƫle) dreigingen in of tegen Nederland en de Nederlandse belangen in het buitenland?

  2. In welke mate zijn de activiteiten in het kader van het beleidsterrein contraterrorisme effectief geweest in het voorkomen en verstoren van extremisme en terrorisme en het verijdelen van aanslagen?

  3. In welke mate zijn de activiteiten in het kader van het beleidsterrein contraterrorisme effectief geweest in het optimaal voorbereid zijn op extremistisch en terroristisch geweld en de gevolgen daarvan en het beschermen van personen, objecten en vitale processen tegen extremistische en terroristische dreigingen, zowel fysiek als online?

  4. In welke mate zijn de activiteiten in het kader van het beleidsterrein contraterrorisme effectief geweest in de handhaving van de democratische rechtstaat tegen extremisme en terrorisme?

  5. In welke mate zijn de activiteiten in het kader van het beleidsterrein contraterrorisme doelmatig in relatie tot de daarmee samenhangende uitgaven?

  6. Welke inzichten in doeltreffendheid en doelmatigheid van het contraterrorismebeleid kunnen worden ontleend aan het evaluatieonderzoek en welke lessen kunnen hieruit worden geleerd?

Begrotingsartikelen Artikel 36.2 van de begroting van de Rijksoverheid.
Budgettaire tabel
20181 20242
  1. CT-versterkingsgelden

€ 11 mln € 11 mln
  1. CT-programmagelden

€ 1,5 mln € 1,5 mln
  1. Geoormerkte gelden voor Detectie Reisbewegingen

€ 22 mln € 4 mln
Totaal €34.5 mln €16.5 mln

Het Nederlandse contraterrorismebeleid is sinds 2001 geleidelijk veranderd. Aanvankelijk was het met name gericht op jihadistisch terrorisme. De oprichting van de NCTb (nu NCTV) en de Nationale Contraterrorisme StrategieĆ«n zoals die van 2016–2020 brachten hier, met de nadruk op radicalisering, uitreizen en terugkeerders, in wezen geen verandering in. Vanaf 2019 is het beleid verbreed naar andere vormen van extremisme, zoals complotdenken en anti-institutioneel extremisme. Tevens kwam er meer nadruk op preventie, technologie en maatschappelijke weerbaarheid.

De strategie van 2022–2026 benadrukt flexibiliteit, ideologie-neutraliteit en samenwerking binnen de vier interventiegebieden (hoofdactiviteiten): ā€˜verwerven’, ā€˜voorkomen’, ā€˜voorbereiden’ en ā€˜vervolgen’.

De NCTV is verantwoordelijk voor de coƶrdinatie van het contraterrorismebeleid in Nederland. Binnen de contraterrorisme-keten vervult zij een coƶrdinerende rol zonder formele zeggenschap over de ketenpartners of verantwoordelijkheid voor het volledige beleid. De NCTV beoogt de doelstellingen uit de Nationale Contraterrorisme Strategie te bewerkstelligen door trends te signaleren, middelen over de ketenpartners te verdelen en hen te bewegen deze doeltreffend in te zetten.

Hoewel de NCTV meestal niet verantwoordelijk is voor de uitvoering van het contraterrorismebeleid, ondersteunt hij deze wel via bijvoorbeeld het verstrekken van versterkingsgelden aan gemeenten.

Deze periodieke rapportage, uitgevoerd door Berenschot en RAND Europe in opdracht van de NCTV, poogt inzicht te bieden in de doeltreffendheid en doelmatigheid van het Nederlandse contraterrorismebeleid van 2018 tot en met 2024 en volgt op de beleidsdoorlichting die begin 2018 verscheen. De periodieke rapportage is opgesteld op basis van de evaluatiestudies die eerder op de Strategische Evaluatie Agenda (SEA, onderdeel van de Rijksbegroting) zijn verschenen. Zoals vastgelegd in de Regeling periodiek evaluatieonderzoek 2022 (RPE) blikt een periodieke rapportage terug op het gevoerde beleid en trekt conclusies over de (overkoepelende) bevindingen over doeltreffendheid en doelmatigheid op basis van evaluaties en studies die in de voorliggende rapportageperiode (van maximaal zeven jaar) zijn uitgevoerd. Naast deze synthesestudie van beschikbare studies en evaluaties is geen extra aanvullend onderzoek gedaan.

Voorafgaand aan de periodieke rapportage is de zogenoemde Harbersbrief23 naar de Kamer verstuurd. In deze brief heeft de minister van JenV de opzet en onderzoeksvragen van deze periodieke rapportage uiteengezet en toegelicht. Bovendien wordt daar aangekondigd dat de nadruk in het onderzoek naar doeltreffendheid zal liggen op hetgeen de minister van JenV vanuit zijn coƶrdinerende functie bij de publieke en private partners wil bereiken. Voor de onderzoekers vormde deze focus een uitdaging, omdat de bestaande evaluatiestudies zich voornamelijk richten op de inzet van beleidsinstrumenten en niet op de rol van de NCTV daarbij. Om toch de voornoemde toezegging gestand te doen, vormt de Nationale Contraterrorisme Strategie het uitgangspunt voor deze rapportage, aangezien de coƶrdinerende rol van de NCTV tot uitdrukking komt in de maatregelen en activiteiten die hierin zijn voorgesteld. In de Nationale Contraterrorisme Strategie geeft de regering, en dus ook de minister van JenV, aan wat de doelen van het Nederlandse contraterrorismebeleid zijn en wie waarvoor verantwoordelijk is. Voor zover de bekeken evaluatiestudies spraken over de coƶrdinerende rol van de NCTV of haar samenwerking met de ketenpartners, zijn deze uiteraard meegenomen in dit onderzoek.

Beleidstheorie

Het Nederlandse contraterrorismebeleid (CT-beleid) is gebaseerd op het idee dat een geïntegreerde en gecoördineerde aanpak noodzakelijk is om terrorisme doeltreffend en doelmatig te bestrijden. Het is de rol van de NCTV ervoor te zorgen dat de ketenpartners gezamenlijk werken aan de uitvoering van de Nationale Contraterrorisme Strategieën (2016-2020 en 2022- 2026) door:

  1. Informatie-uitwisseling: het faciliteren van tijdige en betrouwbare informatie-uitwisseling tussen ketenpartners om zicht te krijgen op potentiƫle dreigingen.

  2. Samenwerking: het bevorderen van samenwerking tussen publieke en private partijen om maatregelen te implementeren die gericht zijn op het voorkomen en verstoren van extremisme en terrorisme.

  3. Coƶrdinatie: het coƶrdineren van voorbereidingsmaatregelen om de weerbaarheid tegen extremistisch en terroristisch geweld te versterken.

  4. Evaluatie: het monitoren en evalueren van de doeltreffendheid en doelmatigheid van de genomen maatregelen en het aanpassen van de strategieƫn op basis van de bevindingen.

Deze strategieĆ«n zijn opgebouwd rond de eerder genoemde vier interventiegebieden: ā€˜verwerven’, ā€˜voorkomen’, ā€˜voorbereiden’ en ā€˜vervolgen’. Met deze strategieĆ«n tracht de NCTV de coƶrdinerende taak jegens de ketenpartners te richten op het tot uitvoering brengen van de doelen uit de contraterrorismestrategie. De insteek is daarbij om een geĆÆntegreerde aanpak te creĆ«ren die de verschillende interventiegebieden met elkaar verbindt. De beleidstheorie achter de interventiegebieden is als volgt:

Verwerven

De activiteiten behorend tot het interventiegebied ā€˜verwerven’ zijn gericht op het tijdig zicht krijgen op de potentiĆ«le terroristische dreigingen door middel van informatievergaring, -analyse en -deling door de verschillende ketenpartners. Door het verzamelen, analyseren en delen van deze informatie kunnen de potentiĆ«le terroristische dreigingen vroegtijdig worden geĆÆdentificeerd, wat de mogelijkheid biedt om tijdig in te grijpen.

Voorkomen

De activiteiten behorend tot het interventiegebied ā€˜voorkomen’ richten zich op het voorkomen van groei van terrorisme en gewelddadig extremisme, het wegnemen van voedingsbodems in fragiele staten, het verstoren van dreigingen, en het verijdelen van aanslagen. Samenwerking tussen (internationale) publieke en private partijen en de persoonsgebonden aanpak op lokaal niveau spelen hierbij een belangrijke rol. Door samenwerking en gerichte maatregelen kunnen daarbij bronnen van financiering worden afgesloten en kan radicalisering worden tegengegaan, wat bijdraagt aan het voorkomen van extremisme en terrorisme.

Voorbereiden

De activiteiten behorend tot het interventiegebied ā€˜voorbereiden’ zijn gericht op het voorbereiden op terroristisch geweld en de gevolgen daarvan, en het verdedigen van personen, objecten en vitale processen hiertegen, zowel offline als online. Dit omvat tevens trainingen, oefeningen en de coƶrdinatie van responsplannen. Door het versterken van de weerbaarheid en het voorbereiden op mogelijke aanvallen, kunnen de gevolgen van extremistisch en terroristisch geweld worden beperkt.

Vervolgen

De activiteiten die behoren tot het interventiegebied ā€˜vervolgen’ richten zich op de handhaving van de (inter)nationale rechtsorde, de veilige re-integratie na detentie, en de inzet van bestuurlijke en vreemdelingrechtelijke maatregelen, waaronder het intrekken van het Nederlanderschap. Door het vervolgen van extremisten en terroristen, het bieden van re-integratieprogramma’s en het zicht houden op re-integrerenden kan recidive worden voorkomen.

De beleidstheorie van de hele keten van de Nederlandse Contraterrorisme Strategie is dus vooral gericht op instrumenten en uitkomsten. Bovendien lijkt de beschrijving van de normatieve en causale veronderstellingen die ten grondslag liggen aan de keuzes voor interventies beperkt tot impliciete beschrijvingen, die niet expliciet empirisch gestaafd worden.

Conclusies (voorwaarden voor) doeltreffendheid en doelmatigheid

De voor deze synthesestudie geanalyseerde evaluatiestudies bestrijken slechts een deel van het contraterrorismebeleid en behandelen vaak slechts deelaspecten of beperkte tijdsperiodes. Dit leidt ertoe dat er over de hele breedte van het beleid tussen 2018 en 2024 weinig zicht bestaat op de doeltreffendheid en er geen zicht bestaat op de doelmatigheid van de maatregelen. Dit beperkte inzicht is niet uniek voor Nederland: effectevaluatie van contraterrorismemaatregelen wordt internationaal erkend als moeilijk uitvoerbaar, vooral omdat het moeilijk is voldoende zicht te krijgen op de wil, capaciteiten en gelegenheid van (ā€˜would be’-) terroristen en in welke mate zij door welke contraterrorismemaatregelen worden beĆÆnvloed. Hieronder lopen we de onderzoeksvragen langs en formuleren we kort welke conclusies we per interventiegebied hebben kunnen trekken over de doeltreffendheid, de doelmatigheid en de coƶrdinerende rol van de NCTV.

Conclusie
  1. Conclusie 1

De doeltreffendheid van het interventiegebied ā€˜verwerven’ - tijdig zicht krijgen op potentiĆ«le dreigingen - was door ons niet te beoordelen. De meeste activiteiten binnen ā€˜verwerven’ zijn niet geĆ«valueerd of vallen buiten de beleidsverantwoordelijkheid van de NCTV. De evaluatie van de Wet gebruik van passagiersgegevens voor de bestrijding van terroristische en ernstige misdrijven (de zogeheten PNR-wet) kon geen uitspraken doen over doeltreffendheid mede ook ten gevolge van de korte tijd dat de PNR-wet in werking was ten tijde van de evaluatie.
  1. Conclusie 2

Voor het interventiegebied ā€˜voorkomen’ zijn relatief veel evaluaties beschikbaar. De Financial Action Task Force (FATF) beoordeelt de Nederlandse aanpak van terrorismefinanciering als doeltreffend, mede dankzij de goede samenwerking tussen publieke en private partijen. Daarentegen worden de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding (Twbmt) en de intrekking van het Nederlanderschap in andere evaluaties als weinig effectief beoordeeld: ze worden respectievelijk zelden toegepast en leveren weinig aantoonbare resultaten op. De doelstelling van de Twbmt is de bescherming van de nationale veiligheid door het mogelijk te maken bestuurlijke maatregelen te nemen in situaties waarin het strafrecht (nog) geen handelingsperspectief biedt. De minister concludeert dat de Twbmt een weliswaar in kwantitatief opzicht beperkte, maar desalniettemin belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de bescherming van de nationale veiligheid. Andere maatregelen, zoals interventies binnen de Dienst JustitiĆ«le Inrichtingen (DJI) en de ROR-basistraining (Rijksopleidingsinstituut tegengaan Radicalisering), konden niet worden beoordeeld op doeltreffendheid vanwege ontbrekende evaluaties.
  1. Conclusie 3

Binnen het interventiegebied ā€˜voorbereiden’ wordt vooral ingezet op slagvaardigheid op het gebied van crisisbesluitvorming, respons, effectieve hulpverlening, (crisis)communicatie, trainen en oefenen (ook op internationaal niveau) en nazorg. De meeste activiteiten behorend tot het interventiegebied ā€˜voorbereiden’ zijn niet geĆ«valueerd of vallen buiten de scope van de NCTV.

Wel is er een ketenstresstest uitgevoerd op de chemische, biologische, radiologische en nucleaire (CBRN)-keten, waarin wordt geconcludeerd dat de coƶrdinerende rol van de NCTV op het gebied van informatievoorziening verder ontwikkeld kan worden. Een evaluatie van de Automated Prohibited Items Detection System (APIDS)-trial beoordeelt de inzet van nieuwe beveiligingsapparatuur in een experiment op luchthaven Schiphol die automatische detectie van verboden voorwerpen in handbagage mogelijk maakt als doeltreffend.

  1. Conclusie 4

De meeste activiteiten behorend tot het interventiegebied ā€˜vervolgen’ zijn niet geĆ«valueerd of vallen buiten de beleidsverantwoordelijkheid van de NCTV. We hebben het dan over onder andere de overheidscommunicatie, het ondermijnen van extremistische en terroristische propaganda, het verstoren van online verspreiders extremistische en terroristische ideologieĆ«n, het doorontwikkelen van de samenwerking en informatie-uitwisseling tussen het zorg- en veiligheidsdomein, en de aanpak van extremisme en terrorisme online. De re-integratie van gedetineerde extremisten via het Terrorisme, Radicalisering en Extremisme (TER)-team is wel geĆ«valueerd en wordt als doeltreffend beoordeeld: er is sprake van lage recidive en goede samenwerking tussen ketenpartners. De evaluatie van de Rijkswet op het Nederlanderschap stelt daarentegen dat het effect van ontneming van het Nederlanderschap op radicalisering niet is vast te stellen en dat de maatregel mogelijk averechts werkt, en de kans op verdere radicalisering mogelijk verhoogt.
  1. Conclusie 5

Over de doelmatigheid van het contraterrorismebeleid kunnen geen uitspraken worden gedaan. Geen van de onderzochte evaluaties bevat een systematische analyse van de kosten, inzet of omvang van de bestede middelen in relatie tot de gerealiseerde effecten. Er bestaat daarnaast geen koppeling tussen de uitgaven en de interventiegebieden, wat nodig zou zijn, en aspecten zoals personeelsinzet of tijdige afronding van beleidstrajecten zijn nauwelijks onderzocht. Wel signaleren enkele evaluaties knelpunten, zoals een hoge uitvoeringslast bij de Twbmt en beperkte efficiƫntie bij het vergunningstelsel voor explosieven.
  1. Conclusie 6

De conclusies over de doeltreffendheid, doelmatigheid en de onderlinge samenhang van het CT-beleid zijn gebaseerd op de evaluatie van slechts een beperkt deel van het pakket aan activiteiten binnen dit veld. Het gevolg hiervan is dat er over de volle breedte van het contraterrorismebeleid gedurende de periode 2018-2024 op basis van de voorliggende evaluatiestudies nauwelijks inzicht is in de doeltreffendheid van de betreffende maatregelen en er geen inzicht in doelmatigheid is te geven. De lessen die hieruit kunnen worden geleerd zijn vertaald naar een aantal aanbevelingen, die hieronder zijn geformuleerd.

Naast de bovenstaande vragen wordt in de Harbersbrief de coƶrdinerende rol van de NCTV benadrukt. Deze vormt een belangrijke voorwaarde voor de doeltreffendheid van het contraterrorismebeleid. Evaluaties concluderen dat in complexe, ketenoverstijgende dossiers zoals radicalisering, terrorismefinanciering en re-integratie de NCTV een verbindende factor is tussen de partijen, kennis bundelt en netwerkvorming faciliteert. Maatregelen die in samenwerking met ketenpartners zijn uitgevoerd, worden overwegend positief beoordeeld. Tegelijkertijd is er geen sluitend bewijs dat behaalde resultaten direct voortkomen uit de activiteit van de NCTV omdat evaluaties zich zelden richten op de coƶrdinerende functie zelf. De mate waarin ketenpartners handelen conform de Nationale Contraterrorisme Strategie wijst op succesvolle sturing, maar het causale verband met de rol van de NCTV blijft grotendeels impliciet. Die rol lijkt bovendien op lokaal niveau te zijn afgenomen in afwachting van nieuwe wetgeving over de grondslagen van de NCTV, wat de verbinding tussen nationaal en lokaal beleid kan hebben verzwakt. Toekomstig onderzoek zal moeten uitwijzen of het hier om een momentopname ging.

Belangrijkste aanbevelingen

Daar waar de bovenstaande conclusies ruimte bieden voor een mogelijke verbetering van het contraterrorismebeleid of de rol die de NCTV daarin speelt, hebben wij een aantal aanbevelingen voor de NCTV geformuleerd over:

Aanbeveling
  1. Aanbeveling 1

Aanbeveling om de samenhang in het contraterrorismebeleid te verbeteren
  1. Aanbeveling 2

Aanbevelingen om het inzicht in de doeltreffendheid van het contraterrorismebeleid te verbeteren
  1. Aanbeveling 3

Aanbevelingen om het inzicht in de doelmatigheid van het contraterrorismebeleid te verbeteren
  1. Aanbeveling 4

Aanbevelingen om het inzicht op de coƶrdinerende rol van de NCTV te verbeteren
  1. Aanbeveling om de samenhang in het contraterrorismebeleid te verbeteren

Aanbeveling 1.1

Zorg ervoor dat in de volgende Nationale Contraterrorisme Strategie de samenhang tussen de interventiegebieden, beleidsmaatregelen en beleidsinstrumenten verbetert door de beleidstheorie toe te lichten, uniforme definities voor de interventiegebieden te hanteren, een eenduidige indeling van beleidsmaatregelen en -instrumenten binnen de interventiegebieden te hanteren en deze consistent te gebruiken in alle onderliggende beleidsdocumenten. Maak hierbij ook een koppeling met de begrotingsposten, zodat de kosten duidelijker kunnen worden toegeschreven aan de maatregelen en activiteiten uit de strategie en de interventiegebieden.

  1. Aanbevelingen om het inzicht in de doeltreffendheid van het contraterrorismebeleid te verbeteren

Aanbeveling 2.1

Werk voor elke maatregel de beleidstheorie uit. Maak de doelstellingen van de betreffende maatregelen helder en koppel deze aan de beoogde resultaten en uitkomsten. Formuleer voor deze resultaten en uitkomsten prestatie-indicatoren ten behoeve van de evaluatie. Leg de werkende mechanismen van de betreffende maatregelen en activiteiten expliciet uit en koppel deze aan de beoogde resultaten en uitkomsten. Maak waar mogelijk gebruik van theoretisch en empirisch bewijs in de wetenschappelijke literatuur voor het causale verband tussen deze elementen van de beleidstheorie. In de beleidstheorie kan ook de samenhang en de aanvullende werking, maar ook de mogelijke interferentie van verschillende maatregelen worden benadrukt. Hierin kan eveneens duidelijk worden gemaakt hoe maatregelen kunnen bijdragen aan het realiseren van verschillende doelen.

Aanbeveling 2.2

Vraag ketenpartners bij de toekenning van financiering om een gedegen beleidstheorie en laat hen bij de uitvoering periodiek rapporteren over de inzet van middelen en de behaalde resultaten en uitkomsten.

Aanbeveling 2.3

Integreer de evalueerbaarheid van de individuele maatregelen en activiteiten in de volgende Nationale Contraterrorisme Strategie en denk al in de beleidsontwerpfase na over hoe de maatregel geƫvalueerd kan worden. Binnen het contraterrorismebeleid is er nog veel ruimte voor het verbeteren van de evaluatie-systematiek. Een evidence-based contraterrorismebeleid ontstaat onder andere door: het uitvoeren van nulmetingen voorafgaand aan de implementatie van nieuw beleid, het monitoren van de implementatie en de resultaten van het nieuwe beleid, het verzamelen van data over gewenste en ongewenste uitkomsten, (waar mogelijk) het hanteren van een controlegroep om de effecten van de maatregelen te kunnen vergelijken met de nul-optie, en het beschikbaar maken van de data voor evaluatoren. Ook wanneer (quasi-) experimentele onderzoeksdesigns voor effectevaluaties niet mogelijk zijn, zijn robuuste evaluatieontwerpen voorhanden om de doeltreffendheid van maatregelen tegen het licht te houden.

Aanbeveling 2.4

Wanneer het beoordelen van de doeltreffendheid en doelmatigheid van het contraterrorismebeleid weinig kansrijk is, richt dan de evaluatie op een analyse van de voorwaarden voor doeltreffendheid. Dat kan bijvoorbeeld door gebruik te maken van een planevaluatie om de coherentie en logica van de maatregelen te beoordelen aan de hand van de beleidstheorie. In een procesevaluatie worden de implementatie en uitvoering van het nieuwe beleid kritisch onderzocht.

  1. Aanbevelingen om het inzicht in de doelmatigheid van het contraterrorismebeleid te verbeteren

Aanbeveling 3.1

Om in de toekomst een oordeel te kunnen vellen over de doelmatigheid van het contraterrorismebeleid is het noodzakelijk dat er een gestructureerd, compleet overzicht kan worden gegeven van de begrote middelen, de daadwerkelijke inzet van mensen en middelen en de gemaakte kosten van de beleidsmaatregelen en beleidsinstrumenten, conform de samenhang uiteengezet in de Nationale Contraterrorisme Strategie. Neem daarbij ook de middelen en kosten toegekend aan de coƶrdinerende rol van de NCTV mee.

Aanbeveling 3.2

Ontwikkel een evaluatiekader voor doelmatigheid. Laat bij nieuwe maatregelen vooraf inschatten wat de kosten ervan zijn en welke resultaten en uitkomsten verwacht worden. Gebruik dit kader om proportionaliteit van de uitgaven ten opzichte van resultaten te beoordelen.

Aanbeveling 3.3

Overweeg ketenbrede impactanalyses uit te voeren op werklast en middelenverdeling. Analyseer structureel de verdeling van middelen en werklast tussen ketenpartners. Dit biedt een objectieve basis voor bijsturing en helpt inefficiƫnties te voorkomen.

Aanbeveling 3.4

Maak het proces voor het aanvragen, beoordelen en verantwoorden van middelen en maatregelen uniformer en centraler. Vraag daarnaast aan ketenpartners om te rapporteren over inzet en bereikte resultaten door bijvoorbeeld bij de toekenning van versterkingsgelden inzicht te geven in de bestedingen, de personele inzet en outputs. Hierdoor kan de NCTV in de aanvraag of toekenning beter selecteren op doelmatige activiteiten. Dit vergroot transparantie en maakt doelmatigheidstoetsing mogelijk.

  1. Aanbevelingen om het inzicht op de coƶrdinerende rol van de NCTV te verbeteren

Aanbeveling 4.1

Neem, voor zover van toepassing en relevant, de doeltreffendheid en doelmatigheid van de coƶrdinerende rol van de NCTV op in de evaluatievragen voor toekomstig uit te voeren evaluaties van contraterrorismebeleid. Dit om in het syntheseonderzoek bij een volgende periodieke rapportage ook de coƶrdinerende rol mee te kunnen nemen. Het is ook mogelijk om de coƶrdinerende rol en de ketensamenwerking apart onderwerp van evaluatieonderzoek te maken. Naast een beleidstheorie (bijv. met behulp van Logic Models), zijn er raamwerken beschikbaar waarmee ketensamenwerkingen in procesevaluaties tegen het licht gehouden kunnen worden.

Aanbeveling 4.2

Voor toekomstige periodieke rapportages voor de NCTV zou de volledige ruimte die de RPE biedt gebruikt kunnen worden om, afhankelijk van het beleidsthema, meer ruimte te bieden aan (uitgebreid) aanvullend onderzoek, bijvoorbeeld naar de coƶrdinerende rol van de NCTV als deze onvoldoende naar voren komt uit evaluatief onderzoek. Binnen de huidige rapportage was dat niet mogelijk, maar dit had (wellicht) kunnen leiden tot meer verdieping en/of nuancering van bevindingen.

Besparingsopties

Als onderdeel van deze periodieke rapportage dient ten minste ƩƩn doelmatigheidsoptie te worden geformuleerd waarmee een besparing van 20% op de budgettaire grondslag van het contraterrorismebeleid kan worden gerealiseerd. De uitwerking hiervan is uitgevoerd door de NCTV. Betrokken medewerkers gaven aan dat een besparingsscenario van 20% een dusdanige daling van de doeltreffendheid zal opleveren dat er van verbetering van de doelmatigheid geen sprake kan zijn. Dat zou immers vereisen dat de doeltreffendheid wordt behouden bij lagere kosten, of dat de doeltreffendheid wordt verbeterd bij gelijke (of minder hard stijgende) kosten.

Beleidsoptie
  1. Besparingsoptie 1

De 20%-besparingsvariant
  1. Besparingsoptie 2

Een evenredige reductie over de drie posten (CT-versterkingsgelden, CT-programmagelden en PNR-gelden)

Besparingsoptie 1

De 20%-besparingsvariant houdt in dat op het totale budget van de NCTV voor contraterrorismebeleid van € 16,5 miljoen per jaar een besparing van € 3,3 miljoen zou moeten worden gerealiseerd. Om zo actueel mogelijk te zijn, is deze exercitie gebaseerd op de cijfers voor 2025. Wanneer er vervolgens rekening wordt gehouden met het feit dat een groot deel van het budget is gereserveerd in verband met meerjarige toezeggingen, zou de besparing van € 3,3 miljoen moeten worden gehaald uit de resterende middelen: circa € 2,9 miljoen uit de versterkingsgelden, € 0,3 miljoen uit de programmagelden en € 0,1 miljoen uit de gelden voor het gebruik van Passenger Name Records (PNR-gegevens). Volgens de NCTV zou deze besparing disproportionele negatieve gevolgen hebben voor de doeltreffendheid van het beleid, waaronder het afbreken van lokale preventieprojecten, het beperken van de beleidsflexibiliteit en het vertragen van technologische ontwikkeling bij gebruik van passagiersgegevens voor de bestrijding van ernstige criminaliteit en terrorisme.

Besparingsoptie 2

Een evenredige reductie over de drie posten (CT-versterkingsgelden, CT-programmagelden en PNR-gelden) is niet mogelijk, omdat dan niet meer voldaan kan worden aan verschillende meerjarig toegezegde uitgaven. Die besparingsoptie valt hiermee de facto dus af.


  1. 1 Bedragen zijn afgerond naar hele en halve miljoenen euro’s.ā†©ļøŽ

  2. 2 De Harbersbrief is hier terug te lezen, https://open.overheid.nl/documenten/ dpc-4f2d8211b524d0afb6f9191008678cafac41e79b/pdf.ā†©ļøŽ