[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Joint Statement vrije doorvaart Straat van Hormuz

Brief regering

Nummer: 2026D12869, datum: 2026-03-20, bijgewerkt: 2026-03-20 10:58, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z05653:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte voorzitter,

In reactie op de emailprocedure op initiatief van het lid Piri (GroenLinks PvdA) informeren wij u over de gezamenlijke verklaring van het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland, Italië, Japan, Canada en Nederland van 19 maart 2026.

Inhoud van de verklaring

De verklaring veroordeelt de recente aanvallen van Iran op onbewapende commerciële vaartuigen in de Golf, alsmede de aanvallen op civiele infrastructuur, waaronder olie- en gasinstallaties, en de feitelijke afsluiting van de Straat van Hormuz door Iraanse strijdkrachten.

Daarnaast drukt de verklaring de gezamenlijke bezorgdheid uit over de escalatie van het conflict. Ook wordt Iran opgeroepen zijn dreigementen, alsmede als het leggen van zeemijnen, drone- en raketaanvallen en andere pogingen om de Straat van Hormuz voor de commerciële scheepvaart te blokkeren, per direct te staken en te voldoen aan Resolutie 2817 van de VN-Veiligheidsraad van 11 maart 2026. De vrijheid van navigatie vormt een fundamenteel beginsel van het internationaal recht, zoals onder meer vastgelegd in het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Recht van de Zee (UNCLOS).

De gevolgen van het handelen van Iran zijn wereldwijd voelbaar, in het bijzonder voor de meest kwetsbaren. In overeenstemming met Resolutie 2817 van de VN-Veiligheidsraad wordt in de verklaring benadrukt dat dergelijke belemmering van de internationale scheepvaart en de verstoring van mondiale energievoorzieningsketens een bedreiging vormen voor de internationale vrede en veiligheid. In de verklaring wordt opgeroepen tot een onmiddellijke en alomvattende opschorting van aanvallen op civiele infrastructuur, waaronder olie- en gasinstallaties.

Daarnaast beschrijft de verklaring de beginselbereidheid om bij te dragen aan passende inspanningen ter waarborging van een veilige doorvaart door de Straat van Hormuz. De inspanningen van staten inzake voorbereidende planningsactiviteiten worden in de verklaring verwelkomd.

In de verklaring wordt het besluit van het Internationaal Energieagentschap verwelkomd om een gecoördineerde vrijgave van strategische olievoorraden toe te staan. Er zullen aanvullende maatregelen worden getroffen om de energiemarkten te stabiliseren, waaronder samenwerking met bepaalde producerende landen om de productie te verhogen.

Tot slot spreekt de verklaring steun uit voor het werken aan het verlenen van steun aan de meest getroffen landen, onder meer via de Verenigde Naties en de internationale financiële instellingen. Maritieme veiligheid en vrijheid van navigatie komen alle landen ten goede. Als onderdeel van de verklaring worden alle staten opgeroepen het internationaal recht te eerbiedigen en de fundamentele beginselen van internationale welvaart en veiligheid te handhaven.

Nederlandse belangen en positie

De de facto sluiting van de Straat van Hormuz raakt direct Nederlandse veiligheids- en economische belangen. De situatie is omgeven met grote onzekerheid en er kunnen bredere economische effecten optreden naar gelang de spanning in de regio aanhoudt.1 Die effecten zijn nu al zichtbaar op de wereldwijde energiemarkt; het Internationaal Energie Agentschap (IEA) waarschuwde eerder vandaag voor een grote energiecrisis indien de vrije doorvaart door de Straat van Hormuz niet wordt hersteld. Het waarborgen van de vrije en veilige doorvaart van al het maritieme verkeer in dit gebied is daarmee nadrukkelijk in het Nederlands belang; zowel voor schepen die onder de Nederlandse vlag varen, alsmede voor schepen van onze (Europese) partners.

Nederland hecht veel waarde aan de naleving van het internationale recht op vrije doorvaart en doortocht, ook om humanitaire redenen, en aan de bevordering van de internationale rechtsorde en steunt daarmee de in de verklaring opgenomen oproep aan alle landen om zich te houden aan het internationaal recht. Nederland acht de de facto sluiting van de Straat van Hormuz derhalve onacceptabel en steunt de Verenigde Naties in zijn rol, zoals het initiatief van de SGVN voor bemiddeling humanitaire doorvaart van voedsel, medicijnen en kunstmest. In de conclusies van de Europese Raad van 19 maart jl, alsmede in de verklaring van de Raad van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) wordt in vergelijkbare bewoordingen steun uitgesproken voor gecoördineerde internationale inspanningen ter waarborging van de vrije doorvaart in de Straat van Hormuz.

Mocht er sprake zijn van een concreet initiatief om bij te dragen aan dergelijke inspanningen, dan zal de wenselijkheid en mogelijkheid worden onderzocht, en de Kamer hierover, conform bestaande procedures, worden geïnformeerd.

Op dit moment is er geen sprake van een concrete militaire Nederlandse bijdrage in de Straat van Hormuz. Gezien het belang van veilige en vrije doorvaart, beziet Nederland, samen met Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland, Italië, Japan en Canada, doorlopend welke mogelijke stappen genomen zouden kunnen worden. Zo heeft Nederland samen met onder andere Duitsland en Frankrijk in Europees verband bijvoorbeeld gepleit voor een horizontaal sanctieregime voor vrije doorvaart.

Het kabinet monitort de situatie nauwlettend en beziet doorlopend het handelingsperspectief (zowel diplomatiek, als economisch, als militair), waarbij inbegrepen mogelijke ondersteuning van de getroffen staten in de regio. Hierbij onderstrepen we met internationale partners voortdurend het belang van het terugbrengen van stabiliteit in de regio en het voorkomen van verdere escalatie.

De minister van Buitenlandse Zaken, De minister van Defensie,

T.B.W. Berendsen Dilan Yeşilgöz-Zegerius


  1. Zie Kamerbrief van de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Minister van Klimaat en Groene Groei, de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de Staatssecretaris van Financiën, “Economische impact gewapend conflict Midden-Oosten,” 16 maart 2026, Kamerstuk 23 432, nr. 666.↩︎