[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Amendement van het lid Ceder over een voorhang bij artikel 29a, tweede lid

Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026)

Amendement

Nummer: 2026D12909, datum: 2026-03-20, bijgewerkt: 2026-03-20 12:17, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36871 -13 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026) .

Onderdeel van zaak 2026Z05666:

Preview document (🔗 origineel)


TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL 2
Vergaderjaar 2025-2026
36 871 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026)
Nr. 13 AMENDEMENT VAN de leden CEDER en westerveld
Ontvangen 20 maart 2026
De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

In artikel I, onderdeel R, wordt aan het voorgestelde artikel 29a een lid toegevoegd, luidende:

3. De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Toelichting

Indieners stellen met dit amendement een voorhangprocedure in bij de mogelijkheid van een algemene maatregel van bestuur (amvb) die nadere regels stelt over de gevallen waarin een verblijfsvergunning wordt verleend bij nareis indien een vreemdeling de subsidiaire beschermingsstatus heeft (artikel 29a, tweede lid). Indieners vinden het van belang dat de Kamer zich hierover uit kan spreken. Dit sluit aan bij de kritiek van de Afdeling Advisering van de Raad van State (de Afdeling), die stelt dat ‘de delegatie van regelgevende bevoegdheid in de delegerende regeling zo concreet en nauwkeurig mogelijk wordt neergelegd’. De volksvertegenwoordiging en de regering behoren namelijk ‘samen de voornaamste keuzes over de inhoud van het recht (…) te maken’. Als er dan gekozen wordt voor delegatie van regelgevende bevoegdheid, dan moet het volgens de Afdeling beperkt zijn tot ‘voorschriften van administratieve aard, uitwerking van de details van een regeling, voorschriften die dikwijls wijziging behoeven en voorschriften waarvan te voorzien is dat zij mogelijk met grote spoed worden vastgesteld.’ De Afdeling benoemt deze delegatiebepaling expliciet in haar advies, dat deze ingaat op de reikwijdte van de regeling en dit beter in wetgeving in plaats van regelgeving had kunnen worden vastgelegd. Indieners sluiten zich hierbij aan. Daarom is het des te meer van belang om de volksvertegenwoordiging als medewetgever een rol te geven bij de inhoud van de amvb. De Tweede en Eerste Kamer krijgen met dit amendement vier weken om de amvb inhoudelijk te behandelen in een (schriftelijk) debat, een zogenaamde ‘lichte’ voorhang.

Ceder

Westerveld