Appreciatie motie van het lid Beckerman over de doelen van het Nationaal Actieplan Dakloosheid ongewijzigd nastreven en hiervoor een plan presenteren (Kamerstuk 36881-21)
Brief regering
Nummer: 2026D12959, datum: 2026-03-20, bijgewerkt: 2026-03-20 13:56, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport (Ooit CDA kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z05687:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Preview document (🔗 origineel)
Geachte voorzitter,
Tijdens het wetgevingsoverleg van de Novelle Wet versterking regie volkshuisvesting op 16 maart 2026 heeft het lid Beckerman een motie ingediend waarin zij de regering verzoekt de doelen van het Nationaal Actieplan Dakloosheid ongewijzigd na te streven en een plan te presenteren aan de Kamer hoe zij de doelen voor 2030 alsnog gaat halen.1 De minister van VRO heeft mij gevraagd deze motie van een appreciatie te voorzien.
Ik geef deze motie de appreciatie ‘oordeel Kamer’. Niemand zou dakloos moeten zijn. Het kabinet gaat daarom met de bestaande middelen die hier structureel voor zijn gereserveerd onverminderd aan de slag met de uitvoering van het Nationaal Actieplan Dakloosheid.
In het evaluatierapport van het Nationaal Actieplan Dakloosheid, dat de Kamer op 17 december 2025 heeft ontvangen, wordt geconcludeerd dat de doelstelling van nul dakloze mensen in 2030 met de huidige koers niet gehaald gaat worden.2 Ik ben over de aanbevelingen in gesprek met mijn collega’s van VRO, SZW, de VNG en met andere organisaties die bezig zijn met de uitvoering van het Nationaal Actieplan Dakloosheid. Zoals eerder toegezegd bij de begrotingsbehandeling van VWS, zal ik de Kamer voor het einde van dit jaar informeren over hoe het kabinet opvolging geeft aan de evaluatie.
Hoogachtend,
de minister van Langdurige Zorg,
Jeugd en Sport,
Mirjam Sterk
2025-2026, 36 881, nr. 21↩︎
2025–2026, 29 325, nr. 193↩︎