Verslag
Wijziging van de Landbouwkwaliteitswet en de Wet dieren in verband met de implementatie van Verordening (EU) 2024/1143 over kwaliteitsaanduidingen
Verslag (initiatief)wetsvoorstel (nader)
Nummer: 2026D12973, datum: 2026-03-20, bijgewerkt: 2026-03-20 15:04, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: A. Podt, voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (D66)
- Mede ondertekenaar: R.P. Jansma, griffier
Onderdeel van kamerstukdossier 36900 -5 Wijziging van de Landbouwkwaliteitswet en de Wet dieren in verband met de implementatie van Verordening (EU) 2024/1143 over kwaliteitsaanduidingen.
Onderdeel van zaak 2026Z03559:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-03-04 11:15 ⇒ Inbrengdatum voor het verslag vaststellen op 20 maart 2026 te 12.00 uur. (Besluit)
- 2026-02-25 14:35 ⇒ Koninklijke boodschap, met de erbij behorende stukken, is al rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-02-25 14:35 ⇒ In handen gesteld van de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (Besluit)
- 2026-02-25 14:35: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-03-04 11:15: Procedurevergadering Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (Procedurevergadering), vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- 2026-03-20 12:00: Wijziging van de Landbouwkwaliteitswet en de Wet dieren in verband met de implementatie van Verordening (EU) 2024/1143 over kwaliteitsaanduidingen (Inbreng verslag (wetsvoorstel)), vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Preview document (🔗 origineel)
| 36 900 | Wijziging van de Landbouwkwaliteitswet en de Wet dieren in verband met de implementatie van Verordening (EU) 2024/1143 over kwaliteitsaanduidingen |
|---|
Nr. 5 VERSLAG
Vastgesteld 20 maart 2026
De vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN), belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.
Onder het voorbehoud dat de regering op de gestelde vragen en de gemaakte opmerkingen afdoende zal hebben geantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van dit wetsvoorstel voldoende voorbereid.
De fungerend voorzitter van de commissie,
PodtDe griffier van de commissie,
Jansma
Inhoudsopgave
I ALGEMEEN 2
2. De Europese regels over kwaliteitsaanduidingen 3
3. Hoofdlijnen van het wetsvoorstel 3
3.2. Domeinnamen, online-interfaces en illegale inhoud 3
3.2.2. Hoger recht 3
3.3. Registratie van marktdeelnemers en gegevensuitwisseling 4
4. Uitvoering 4
5. Toezicht en handhaving 4
6. Financiële gevolgen 4
7. Advies en internetconsultatie 5
7.6. Raad voor de rechtspraak 5
8. Inwerkingtreding 5
I ALGEMEEN
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel en ondersteunen de doelstelling om de Europese kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten adequaat te verankeren in de Nederlandse wetgeving. Deze leden hebben een aantal vragen en opmerkingen.
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de stukken met betrekking tot de inbreng verslag van vandaag. Deze leden hebben geen aanvullende vragen.
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel tot wijziging van de Landbouwkwaliteitswet en de Wet dieren. Deze leden constateren met verbazing dat de regering pas op 19 februari 2026 met dit wetsvoorstel naar de Kamer is gekomen, terwijl de betreffende Europese Verordening (EU) 2024/1143 op 1 januari 2025 volledig in werking is getreden.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de wijziging en hebben hier op dit moment geen vragen over.
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de Wijziging van de Landbouwkwaliteitswet en de Wet dieren in verband met de implementatie van de Verordening over kwaliteitsaanduidingen en hebben daarover op dit moment geen vragen.
De leden van de BBB-fractie hebben het voorstel van wet houdende Wijziging van de Landbouwkwaliteitswet en de Wet dieren in verband met de implementatie van Verordening (EU) 2024/1143 over kwaliteitsaanduidingen (Kamerstuk 36900) gelezen en zijn over het algemeen positief. Deze leden hebben nog enkele vragen.
De leden van de PvdD-fractie hebben kennisgenomen van de wijziging van de Landbouwkwaliteitswet en de Wet dieren in verband met de implementatie van de Verordening (EU) 2024/1143 over kwaliteitsaanduidingen. Deze leden hebben hier een aantal vragen over. De verschillende kwaliteitsaanduidingen beschreven die betrekking hebben tot deze wetswijziging gaan niet in op de kwaliteitsaanduiding voor producten van dierlijke oorsprong. Geografische aanduidingen, gegarandeerde traditionele specialiteiten en facultatieve kwaliteitsaanduidingen betrekken volgens deze leden te weinig hoe dierenwelzijn in de productieketen kan worden gewaarborgd. Deze wetswijziging biedt daar ook geen verdere uitwerking voor.
De leden van de PvdD-fractie wijzen erop dat aanduidingen, zoals bijvoorbeeld een Beschermde Oorsprongsbenaming of Beschermde Geografische Aanduiding (BGA) onterecht de indruk kunnen wekken dat ze gepaard gaan met hoge standaarden en daarmee misleidend kunnen zijn voor de consument. Het idee van beschermde traditionele en lokale producten wordt te vaak nog geassocieerd met hogere standaarden met betrekking tot dierenwelzijn, terwijl in de praktijk dierenwelzijn geen een eis is die wordt meegenomen in de vaststelling of een product in aanmerking komt voor een bescherming door middel van een geografische aanduiding of oorsprongsbenaming. Nederland importeert bijvoorbeeld veel parmaham uit Italië. Consumenten kunnen onterecht denken dat parmaham gepaard gaat met hoge dierenwelzijnsstandaarden, terwijl uit onderzoek van een Italiaanse dierenrechtenorganisatie blijkt dat er ernstige misstanden plaatsvinden bij de productie van parmaham. Varkens worden voor ‘premium parma ham’ geslagen en getrapt, en zonder pijnstilling gecastreerd (Essere Animali, ‘Cruelty on Pigs’ (https://www.essereanimali.org/en/cruelty-italian-pig-farm/)). Onderschrijft de regering deze zorgen? Kan de regering aangeven of zij op Europees niveau heeft gepleit voor het meenemen van dierenwelzijnsstandaarden bij kwaliteitsaanduidingen? Zo nee, waarom niet?
De leden van de PvdD-fractie vragen de regering welke stappen zij van plan is te nemen om transparantie te vergroten over het feit dat dergelijke aanduidingen niks zeggen over de wijze waarop dieren zijn behandeld. Kan de regering aangeven waarom zij ervoor heeft gekozen om in deze implementatiewet niks mee te nemen over het waarborgen van dierenwelzijn en het tegengaan van misleiding van de consument? Is de regering er alsnog toe bereid om dat te doen? Zo nee, waarom niet?
2. De Europese regels over kwaliteitsaanduidingen
De leden van de PVV-fractie hebben grote twijfels bij de alsmaar uitdijende Europese bemoeizucht op het gebied van kwaliteitsregelingen. Deze leden vragen de regering in hoeverre deze Verordening daadwerkelijk de positie van de Nederlandse boer en producent versterkt of dat het wederom een extra laag bureaucratie betreft die vooral de Europese Commissie (EC) meer bevoegdheden geeft.
Kan de regering garanderen dat de 'vereenvoudiging' van procedures waar de Verordening over spreekt, in de praktijk niet zal leiden tot méér regeldruk voor onze lokale producenten?
3. Hoofdlijnen van het wetsvoorstel
3.2. Domeinnamen, online-interfaces en illegale inhoud
De leden van de D66-fractie onderschrijven het belang van effectieve handhaving in het digitale domein. Deze leden hebben echter vragen over de uitvoerbaarheid van de voorgestelde zelfstandige last, in het bijzonder met betrekking tot grensoverschrijdende situaties.
De leden van de D66-fractie vragen de regering toe te lichten hoe wordt omgegaan met situaties waarin websites of webshops die inbreuk maken op kwaliteitsaanduidingen en die worden gehost op servers buiten Nederland of buiten de Europese Unie (EU). Zowel het Controle Orgaan Kwaliteits Zaken (COKZ) als het Kwaliteits-Controle-Bureau (KCB) wijzen in hun uitvoeringstoetsen op deze praktische moeilijkheid. Hoe beoordeelt de regering de effectiviteit van de zelfstandige last in dergelijke gevallen?
De leden van de D66-fractie vragen de regering voorts toe te lichten hoe de subsidiariteits- en proportionaliteitstoets in de praktijk wordt uitgevoerd bij het opleggen van een zelfstandige last aan partijen die als tussenpersoon fungeren en welke procedurele waarborgen gelden om te voorkomen dat deze bevoegdheid disproportioneel wordt ingezet jegens partijen die zelf geen inbreuk plegen.
De leden van de PVV-fractie maken zich ernstige zorgen over de nieuwe bevoegdheid van de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) om een zelfstandige last op te leggen voor het verwijderen van inhoud van online-interfaces of het blokkeren van domeinnamen. Deze leden vragen de regering of deze verregaande bevoegdheid niet een hellend vlak vormt richting censuur en een inbreuk op de vrijheid van meningsuiting. Hoe kan de regering garanderen dat deze machtsmiddelen niet oneigenlijk worden gebruikt tegen critici of kleinere marktpartijen onder het mom van de bescherming van een 'kwaliteitsaanduiding'?
3.2.2. Hoger recht
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de redenering in de memorie van toelichting dat de zelfstandige last in de meeste gevallen handelsreclame betreft en daarmee buiten de reikwijdte van artikel 7 van de Grondwet valt. Deze leden vragen de regering toe te lichten hoe wordt omgegaan met gevallen waarin het gebruik van een kwaliteitsaanduiding niet primair een commercieel karakter heeft, bijvoorbeeld in redactionele of informatieve online-inhoud. Hoe wordt in die gevallen de grondwettelijke bescherming van de vrijheid van meningsuiting gewaarborgd?
3.3. Registratie van marktdeelnemers en gegevensuitwisseling
De leden van de D66-fractie ondersteunen de keuze voor een register van erkende marktdeelnemers boven het verstrekken van individuele verklaringen van naleving. Deze leden vragen de regering toe te lichten op welke termijn het register operationeel zal zijn en hoe wordt gewaarborgd dat het register bij inwerkingtreding volledig is, mede gelet op de waarschuwing van de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO) dat reeds erkende marktdeelnemers expliciet moeten worden opgenomen om onvolledigheid te voorkomen.
De leden van de D66-fractie vragen de regering voorts toe te lichten hoe de toegang tot het register is afgebakend tussen de verschillende bevoegde autoriteiten en welke technische en organisatorische maatregelen worden getroffen om onbevoegde toegang tot persoonsgegevens te voorkomen.
De leden van de PVV-fractie zetten hun vraagtekens bij de verplichting om een register bij te houden van erkende marktdeelnemers. Deze leden vragen de regering waarom gekozen is voor een bewaartermijn van persoonsgegevens van vijf jaar na uitschrijving.
Is de regering van mening dat dit in verhouding staat tot het doel en hoe wordt de privacy van onze ondernemers hierbij gewaarborgd tegenover de drang van de EU naar centrale dataverzameling?
4. Uitvoering
De leden van de PVV-fractie wijzen op de kritiek van het COKZ en het KCB over de uitvoerbaarheid van de nieuwe regels. Deze instanties geven aan dat toezicht op webshops en domeinen die op buitenlandse servers staan nagenoeg onuitvoerbaar is. Hoe denkt de
regering dit praktisch te gaan handhaven zonder dat het eindigt in een papieren tijger die
alleen de eerlijke Nederlandse ondernemer raakt, terwijl malafide buitenlandse partijen
buiten schot blijven?
5. Toezicht en handhaving
De leden van de PVV-fractie constateren dat er onduidelijkheid bestaat over de taakverdeling tussen de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), het COKZ en het KCB. Het KCB geeft aan dat een duidelijke taakverdeling nu niet is opgenomen in de wetgeving. Waarom heeft de regering de zorgen van deze uitvoeringsinstanties over de bevoegdheidsafbakening niet verwerkt in de memorie van toelichting?
6. Financiële gevolgen
De leden van de PVV-fractie zijn fel tegenstander van de suggestie in het wetsvoorstel dat er wordt onderzocht of er 'retributies' (nieuwe belastingen voor de boer) kunnen worden ingevoerd voor de behandeling van productdossiers. Kan de regering de toezegging doen dat dit wetsvoorstel niet zal leiden tot extra kosten of heffingen voor onze boeren en producenten? Bovendien vragen deze leden waarom een globale inschatting van de tijd en kosten voor aanvragen ontbreekt, zoals ook door het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) is opgemerkt.
De leden van de BBB-fractie zien dat er rekening mee wordt gehouden dat er voor meer producten een kwaliteitsaanduiding zal worden aangevraagd. Om die reden wordt onderzocht of een retributie kan worden ingevoerd. Deze leden zouden graag van de minister willen weten met hoeveel nieuwe aanvragen rekening wordt gehouden. Vanaf hoeveel nieuwe aanvragen (boven op het aantal aanvragen dat gemiddeld genomen per jaar binnenkomt), wordt het noodzakelijk om zo een retributie in te voeren? RVO geeft aan dat zij verwacht dat de implementatie van deze wijziging geen grote problemen oproept in de uitvoering, aangezien de verwachting is dat er niet heel veel nieuwe marktdeelnemers zich zullen melden. Waarom wordt er dan toch gekeken naar de mogelijkheid om een retributie in te voeren? Daarnaast wordt in de memorie van toelichting aangegeven dat er weliswaar een aantal nieuwe taken voor RVO en de NVWA te verwachten zijn, maar dat die minimaal zijn en bovendien inpasbaar in de huidige werkzaamheden. Waarom wordt dan bij de overweging tot invoering van een retributie wel rekening gehouden met deze minimale uitbreiding van taken? Zou die invoering niet juist weer een verhoging van (administratieve) lasten geven, die juist met dit wetsvoorstel vermeden zou moeten worden? Zou het onderzoek naar het invoeren van een retributie in verband met de extra te verwachten aanvragen op zich niet al duurder zijn dan het behandelen van de extra te verwachten aanvragen zonder retributie, gezien het feit dat er sinds de jaren ’90 gemiddeld 1,3 aanvragen per jaar worden gedaan? Wanneer wordt het resultaat van het onderzoek naar een mogelijke invoering van de retributie verwacht? Waarom is dit niet gedaan voor het wetsvoorstel naar de Kamer kwam?
7. Advies en internetconsultatie
7.6. Raad voor de rechtspraak
De leden van de PVV-fractie merken op dat de Raad voor de rechtspraak fundamentele bezwaren had tegen de inzet van de zelfstandige last zonder voorafgaande toetsing.
De leden van de PVV-fractie vragen of de Raad voor de rechtspraak opnieuw om advies is gevraagd nadat het wetsvoorstel op belangrijke punten is gewijzigd? Zo nee, waarom niet?
8. Inwerkingtreding
De leden van de PVV-fractie vragen de regering naar de definitieve planning van de inwerkingtreding. Gezien het feit dat de Verordening al sinds januari 2025 geldt, vragen deze leden de regering of zij kan bevestigen dat er geen sprake zal zijn van terugwerkende kracht voor eventuele handhavingsmaatregelen die voortvloeien uit dit wetsvoorstel.
De leden van de PVV-fractie willen benadrukken dat zij de bescherming van prachtige Nederlandse streekproducten zoals 'Boerenkaas' ondersteunen, maar dat dit nooit een excuus mag zijn voor Europese regeldrift, online censuurbevoegdheden of extra kosten voor onze ondernemers.