Amendement van de leden Boomsma en Ceulemans over aanscherping van de regels voor gesubsidieerde rechtsbijstand voor vreemdelingen
Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026)
Amendement
Nummer: 2026D12995, datum: 2026-03-20, bijgewerkt: 2026-03-20 16:18, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.T. Boomsma, Tweede Kamerlid (JA21)
- Mede ondertekenaar: S. Ceulemans, Tweede Kamerlid (JA21)
Onderdeel van kamerstukdossier 36871 -22 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026) .
Onderdeel van zaak 2026Z05708:
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (š origineel)
| TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL | 2 | |
| Vergaderjaar 2025-2026 | ||
| 36 871 | Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026) | |
| Nr. 22 | AMENDEMENT VAN De leden Boomsma en Ceulemans | |
| Ontvangen 20 maart 2026 | ||
| De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: | ||
Na artikel IV wordt een artikel ingevoegd, luidende:
ARTIKEL V WET OP DE RECHTSBIJSTAND
De Wet op de rechtsbijstand wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:
1. Na het tweede lid wordt, onder vernummering van het derde lid tot vijfde lid twee leden ingevoegd, luidende:
3. Rechtsbijstand aan vreemdelingen wordt niet verleend, indien:
a. niet aan te nemen is dat het beroep of hoger beroep reƫle kans van slagen heeft;
b. de kosten van de rechtsbijstand of het te verlenen aantal uren in een bepaalde fase uitgaan boven een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen grens.
4.De kosten van rechtsbijstand aan vreemdelingen kunnen worden teruggevorderd indien bij de aanvraag van de rechtsbijstand onjuiste informatie is vertrekt of indien er binnen een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen termijn na de verlening rechtsbijstand sprake is van een vermogen dat meer bedraagt dan het drempelbedrag, bedoeld in artikel 34, tweede en derde lid.
2. In het vijfde lid (nieuw) wordt na ātweedeā ingevoegd āen derdeā en wordt toegevoegd āen omtrent het bepaalde in het vierde lidā.
B
In artikel 28, tweede lid, wordt āderde lidā vervangen door vijfde lid.
C
In artikel 49 wordt āderde lidā vervangen door āvijfde lidā.
Toelichting
Met dit amendement wordt beoogd om, in aansluiting op artikel 29, derde tot en met vijfde lid, van de herschikte Opvangrichtlijn (EU) 2024/1346, de nationale regels over gesubsidieerde rechtsbijstand in asielzaken te verstrakken. De richtlijn biedt lidstaten expliciet de mogelijkheid om kosteloze rechtsbijstand te weigeren of te beperken wanneer de verzoeker over voldoende middelen beschikt, wanneer het beroep geen tastbare kans van slagen heeft, wanneer tijd of financiƫle omvang moeten worden begrensd of wanneer terugbetaling redelijk is bij vermogensverbetering of bij onjuiste informatie. De regering kiest er in de memorie van toelichting en in de transponeringstabellen voor om van deze lidstaatopties geen gebruik te maken, hoofdzakelijk met een beroep op uitvoerbaarheid en het bestaande forfaitaire stelsel van gefinancierde rechtsbijstand.
De indieners achten dat, gezien de structureel hoge instroom en de omvangrijke asielā en vreemdelingenlitigatie, niet wenselijk. Het Nederlandse stelsel van gefinancierde rechtsbijstand is ruimhartig. Door de mogelijkheden uit artikel 29 van de Opvangrichtlijn onbenut te laten ontbreekt een instrument om evidente misbruikā of herhalingszaken wat betreft rechtsbijstand in te dammen.
Het amendement introduceert daarom drie aanvullende waarborgen. In de eerste plaats wordt een kansāvanāslagenātoets wettelijk verankerd voor de beroepsfasen in asielzaken: indien het beroep of hoger beroep kennelijk geen reĆ«le kans van slagen heeft, kan kosteloze rechtsbijstand worden geweigerd. Daarmee wordt de lidstaatoptie uit artikel 29, derde lid, onderdeel b, van de Opvangrichtlijn expliciet en transparant in nationaal recht omgezet, bovenop de reeds bestaande toets of de kosten in redelijke verhouding staan tot het belang van de zaak.
In de tweede plaats wordt een grondslag gecreĆ«erd om de omvang in tijd en kosten van gesubsidieerde rechtsbijstand in asielzaken nader te begrenzen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het aantal uren of het maximale bedrag per zaak of per procesfase aan een grens is gebonden, voor zover de toegang tot rechtsbijstand daarmee niet willekeurig wordt belemmerd. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan artikel 29, vierde lid, van de Opvangrichtlijn en wordt het mogelijk om binnen het bestaande forfaitaire stelsel voor asielā en opvangzaken striktere, sectorspecifieke plafonds te hanteren.
Boomsma
Ceulemans