Verslag Eurogroep en Ecofinraad van 9 en 10 maart 2026
Bijlage
Nummer: 2026D12999, datum: 2026-03-20, bijgewerkt: 2026-03-20 16:23, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Bijlage bij: Verslag Eurogroep en Ecofinraad van 9 en 10 maart 2026 (2026D12998)
Preview document (🔗 origineel)
Verslag Eurogroep en Ecofinraad 9 en 10 maart 2026
Eurogroep in regulier format
Macro-economische ontwikkelingen in de
Eurozone
In de Eurogroep is gesproken over de macro-economische ontwikkelingen in
de Eurozone. Het zwaartepunt van de discussie lag bij de impact van de
recente ontwikkelingen in het Midden-Oosten. De Europese Commissie
(hierna: Commissie) lichtte de impact van de gestegen energieprijzen op
het eurozone bbp toe, waarbij langdurige onzekerheid als extra risico
werd genoemd. Zowel het aanwezige directielid van de Europese Centrale
Bank (ECB) als de directeur van het Europees Stabiliteitsmechanisme
(ESM) benadrukten de neerwaartse risico’s en wezen op de grotere
beursvolatiliteit in Europa en Azië vergeleken met andere regio’s in de
wereld.
Ontwerpbegroting 2026 van België
De Eurogroep sprak over de ontwerpbegroting (Draft
Budgetary Plan; DBP) voor 2026 van België, besprak daarnaast de
opinie daarover van de Commissie en nam tevens een verklaring aan1. De bespreking van het Belgische DBP
vond nu plaats, omdat België deze pas recent heeft ingediend. Andere
lidstaten hadden medio oktober hun DBP reeds ingediend. De late
aanlevering van het Belgische DBP hing samen met recente totstandkoming
van het begrotingsakkoord.
Het DBP van België wordt door de Commissie als ‘compliant’ beschouwd, omdat zowel de cumulatieve groei van de netto-uitgaven als de in 2026 voorziene netto-uitgavengroei lager zijn dan het door de Raad maximale aanbevolen uitgavengroei. Wel wees de Commissie op het risico van de hoge schuldenlast (België bevindt zich in een buitensporige tekortprocedure) en riep België op het buitensporige tekort te corrigeren.
Eurogroep in inclusief format
Voorbereiding van de Eurotop in maart
De voorzitter van de Eurogroep heeft een korte toelichting
gegeven op zijn brief aan de voorzitter van de Europese Raad ter
voorbereiding van de Eurotop, en marge van de Europese Raad, op 19 maart
2026.2 Hierin wordt de nadruk gelegd op het
economische fundament van de eurozone, al zijn er aandachtspunten op het
gebied van vergrijzing en productiviteitsgroei. Ook wordt er aandacht
besteed aan de onrust op de energiemarkten en wereldwijde
onevenwichtigheden en het belang van internationale samenwerking. Verder
gaat de brief in op het versterken van de internationale rol van de
euro, het versnellen van de voortgang op de spaar- en investeringsunie,
de noodzaak van solide overheidsfinanciën en weerbaarheid.
Digital finance
In de Eurogroep is gesproken over ontwikkelingen op het gebied van
digitale financiën. De bespreking werd ingeleid door de CEO van Qivalis,
Jan-Oliver Sell. De Commissie gaf aan dat verschillende initiatieven in
het kader van digitale financiën kunnen bijdragen aan de versterking van
het financiële stelsel en de strategische autonomie van de Unie, o.a.
als stablecoins in euro worden uitgegeven. Stablecoins
hebben bij uitstek een rol bij grensoverschrijdende betalingen, aldus de
Commissie. De ECB stelde dat digitale innovatie van belang is voor de
EU, waarbij samenwerking tussen publieke en private partijen essentieel
is. Een 28e regime werd als mogelijke oplossing aangedragen om het
ecosysteem te versterken. De Eurogroepvoorzitter gaf aan de ambitie te
hebben om gerelateerde onderwerpen in de aankomende maanden te
agenderen.
Concurrentievermogen: energieprijzen en de impact daarvan op
de economie van de eurozone
De Eurogroep besprak de ontwikkeling van de energieprijzen en de impact
daarvan op de economie van de eurozone. De bespreking werd ingeleid door
Christian Zinglersen, voormalig directeur van ACER, het EU-agentschap
voor de samenwerking tussen toezichthouders op de energiemarkt, en
Damian Cortinas, voorzitter van de raad van bestuur van het Europees
netwerk van transmissiesysteembeheerders voor elektriciteit. De
Commissie gaf aan dat de situatie nu anders is dan in 2022, mede dankzij
verdere diversificatie en investeringen in hernieuwbare energie op
Europees niveau. Meerdere lidstaten, waaronder Nederland, onderstreepten
het belang van structurele maatregelen om diversificatie te vergroten en
interconnecties te versterken. Dit is onder andere belangrijk om
concurrentiekracht te bevorderen en economische afhankelijkheid van
fossiele energie te verminderen. Daarbij gaven lidstaten aan dat
investeringen in energie nodig zijn, met name in hernieuwbare
capaciteit. Ook kwam aan de orde dat het eventueel ingrijpen in de
marktstructuur beperkt dient te blijven en tot tijdelijke en gerichte
maatregelen. Verder werd aangegeven dat vergunningverlening een knelpunt
blijft: het realiseren van projecten duurt aanzienlijk langer dan in
andere delen van de wereld. Ook gaven lidstaten aan dat private
investeringen essentieel zijn.
Overig
Nederland heeft kort het woord gekregen om een toelichting te geven op de nieuwe Nederlandse regering en het coalitieakkoord. Dit is gebruikelijk in de Eurogroep bij de start van een nieuwe regering.
Ecofinraad
Spaar- en Investeringsunie – Kapitaalmarktintegratie- en
Toezichtscentralisatie Pakket (Market Integration and supervision
package, MISP)
Een meerderheid van de lidstaten, waaronder Nederland, sprak steun uit
voor de hoge mate van ambitie van het MISP-pakket en het streven van het
voorzitterschap naar snelle voortgang. Veel lidstaten riepen op tot een
Raadsakkoord voor de zomer. Inhoudelijk was er brede overeenstemming
over het belang van het wegnemen van marktbarrières en het vergroten van
de concurrentie.
Over het vraagstuk van centralisatie van het toezicht liepen de standpunten uiteen. Een paar lidstaten spraken zich duidelijk uit als voorstander van het beleggen van het toezicht bij een Europese toezichthouder. Andere uitten daarentegen twijfels over de effectiviteit en wezen op potentiële extra kosten en risico’s op complexiteit. Ook werd er door enkele lidstaten gesuggereerd om alternatieve modellen voor toezicht verder te verkennen.
Er klonk enige steun om elementen uit het pakket waarover sneller consensus mogelijk is, versneld in te voeren, waaronder de voorstellen rondom distributed ledger technologie (DLT). Tot slot noemden een paar lidstaten specifieke elementen uit het pakket in dit verband, zoals het toezicht op cryptoactivadienstverleners (CASPs) en de uitbreiding van de consolidated tape (centrale database voor handelsdata).
Implementatie van het Europees begrotingsraamwerk:
Raadsaanbeveling budgettair-structurele plan van Ierland
In het kader van het herziene Europese begrotingsraamwerk hebben
lidstaten budgettair-structurele plannen (hierna: plannen) voor de
middellange termijn ingediend, met daarin hun voorgenomen
begrotingsbeleid, hervormingen en investeringen. Alle lidstaten hebben
hun eerste plan ingediend. Ierland is de eerste lidstaat die een herzien
plan indient wegens het aantreden van een nieuwe regering. De Commissie
heeft een aanbeveling aan de Raad gedaan om het (herziene) uitgavenpad
vast te stellen; hierin geeft de Commissie aan dat het uitgavenpad zoals
voorgesteld door Ierland voldoet aan de vereisten van verordening
2024/1263. De Ecofinraad heeft de Raadsaanbeveling voor Ierland
aangenomen.
Economische en financiële impact van de Russische agressie
tegen Oekraïne
Het ongedekte financieringstekort van Oekraïne wordt door de Commissie
geschat op EUR 135 mld. voor de periode 2026-2027, voor zowel militaire
als macro-financiële noden. De Commissie verwees naar de recente
goedkeuring van het IMF-programma met een omvang van USD 8,1 mld. Een
belangrijke voorwaarde voor goedkeuring was dat het financieringstekort
voor het eerste jaar van het programma gedekt moest zijn.
Tijdens de Europese Raad op 18 december jl. is een akkoord bereikt om Oekraïne in de komende twee jaar te ondersteunen met 90 miljard euro aan leningen. Om daadwerkelijk over te kunnen gaan tot uitbetaling is formele aanname van het pakket vereist. Hongarije heeft echter op 20 februari jl. een blokkade opgeworpen t.a.v. de aanpassing van de MFK-verordening; en die aanpassing is een vereiste om de steun in de vorm van een lening aan Oekraïne ter beschikking te kunnen stellen. De Commissie heeft de Raad daarom opgeroepen om het pakket zo snel mogelijk aan te nemen om over te kunnen gaan tot betaling. Een grote groep lidstaten, waaronder Nederland, sloot zich hierbij aan. Ze onderstreepten het belang van snelle aanname omdat Oekraïne urgent steun nodig heeft, en ook om als Unie daadkracht te tonen en om de gedane beloften na te komen. Een deel van de lidstaten voegden daar nog aan toe dat ze ook klaar staan om het 20e sanctiepakket aan te nemen en riepen andere lidstaten op dit ook te doen.
Uitvoeringsbesluiten van de Raad onder de Herstel- en
Veerkrachtfaciliteit (HVF)
In de Ecofinraad lag een uitvoeringsbesluit ter formele goedkeuring van
wijzigingen van het herstel- en veerkrachtplan (HVP) van Estland.
Lidstaten kunnen, op basis van artikel 21 van de Herstel- en
Veerkrachtfaciliteit (HVF)-verordening, gebruik maken van de
mogelijkheid om hun HVP aan te passen op grond van objectieve
omstandigheden die relevant zijn voor de eerder overeengekomen mijlpalen
en doelstellingen of wanneer daar een beter alternatief wordt
voorgesteld waarbij het oorspronkelijke ambitieniveau van de maatregel
onveranderd blijft. De Commissie oordeelde al eerder dat de redenen die
Estland heeft aangedragen voor de wijziging gerechtvaardigd zijn en
voldoen aan de eisen van de HVF-verordening. Vanuit de lidstaten kwam er
geen bezwaar en hiermee is het uitvoeringsbesluit aangenomen.
De Commissie stond ook nog kort stil bij de stand van zaken ten aanzien van de HVF. Zij gaf aan dat er bijna 70 procent van de HVF gealloceerd is. In april zal de Commissie richtlijnen publiceren waarin zij de tijdslijn tot eind 2026 (de deadline voor uitbetaling is 31-12-2026) uiteenzet. De Commissie verwacht veel extra betalingsverzoeken tot eind van het jaar en riep lidstaten op eventuele aanpassingen en uitbetalingsverzoeken tijdig aan te leveren.
Voorbereiding van de G20-bijeenkomst voor ministers van
Financiën en centrale bank gouverneurs en van de IMF
Voorjaarsvergadering
De Ecofinraad wisselde van gedachten over de inzet van de Unie tijdens
de Voorjaarsvergadering van het Internationaal Monetair Fonds (IMF),
welke van 13 t/m 18 april plaatsvindt in Washington D.C.. En marge van
deze Voorjaarsvergadering vindt ook de G20-bijeenkomst voor ministers
van Financiën en centrale bank gouverneurs (FMCBG) plaats.
De Commissie gaf aan dat de vergaderingen plaatsvinden in een periode van grote onzekerheid, met name door het conflict in het Midden-Oosten. Verder wees de Commissie op het belang van coördinatie op de EU-inzet voor deze vergaderingen. Daarnaast benadrukte de Commissie het belang van investeren, in eerste plaats gericht aan de lidstaten, en op de onafhankelijkheid van het IMF. Meerdere lidstaten bevestigden deze belangen.
De Ecofinraad heeft het Economisch en Financieel Comité (EFC) gemandateerd om de EU-inzet verder af te stemmen in aanloop naar de vergadering in april.
Overig
Initiatief voor samenkomst van zes lidstaten
Zoals gemeld in het verslag van de Eurogroep en Ecofinraad van
16-17 februari jl.3 hebben de ministers van Financiën
van Duitsland en Frankrijk het initiatief genomen om in een verband van
zes lidstaten, bestaande uit de ministers van Financiën van Duitsland,
Frankrijk, Italië, Spanje, Nederland en Polen, samen te komen om te
bespreken hoe voortgang gemaakt kan worden met belangrijke en urgente
EU-dossiers, mede in het licht van de huidige geopolitieke
ontwikkelingen. De thema’s die worden besproken zijn de spaar- en
investeringsunie, de weerbaarheid van toeleveringsketens van kritieke
grondstoffen, investeringen in defensie en de internationale rol van de
euro. En marge van de Eurogroep op 9 maart jl. vond een bijeenkomst
plaats van de ministers van Financiën van deze landen, waarbij werd
gesproken over de vier genoemde thema’s. De ministers zijn een brief
over de spaar -en investeringsunie overeengekomen. Die brief dient als
input voor de Europese Raad op 19 maart, waar dit onderwerp besproken
zal worden als onderdeel van de discussie over het Europese
concurrentievermogen. De Kamer is hierover op 12 maart
nader geïnformeerd.4
Toezegging Commissiedebat 4 maart 2026 – krachtenveld en prioriteiten kapitaalmarktunie
Het kabinet staat voor een ambitieuze inzet op de ontwikkeling van de Europese kapitaalmarktunie vanwege het Nederlandse belang dat hiermee gemoeid is. Dit geldt zowel voor acties op Europees niveau als maatregelen die nationaal genomen moeten worden. Het kabinet wil daarbij vergaande stappen zetten. De basis van de inzet ten aanzien van deze voorstellen staat in de Kamerbrief over de kabinetsinzet voor de kapitaalmarktunie en zoals ook verwoord in het BNC-fiche mededeling spaar- en investeringsunie.5 Deze inzet bevat drie pijlers;
Sterker toezicht,
Meer en divers kapitaalaanbod,
Eenduidigere regels.
Op basis van deze inzet verwelkomt het kabinet de voorstellen van de Europese Commissie. De voorstellen van de Commissie dragen bij aan de drie pijlers. Voor elk van deze pijlers geldt dat zij elkaar onderling versterken. Met andere woorden, des te meer stappen gezet worden op elk van deze pijlers, des te groter de impact en hoe sterker de Europese kapitaalmarktunie wordt.
Op 4 december jl. heeft de Europese Commissie het Kapitaalmarktintegratie en Toezichtcentralisatie Pakket (KTP) gepresenteerd met als doel om de kapitaalmarkten in de EU verder te integreren. Dit pakket bestaat uit verschillende elkaar complementerende maatregelen die als doel hebben om de kapitaalmarkten in de EU verder te integreren. De Commissie doet in dit pakket voorstellen ter aanpassing van verschillende verordeningen en richtlijnen op het gebied van de financiële markten om deze integratie tot stand te brengen door. Dit doet zij door:
structurele barrières voor grensoverschrijdende activiteiten weg te nemen,
een geïntegreerde markt te creëren voor de afwikkeling van financiële transacties,
het toezicht op financiële instellingen te versterken en waar nodig te centraliseren,
de kapitaalmarkten eerlijker en transparanter te maken, en
belemmeringen voor het gebruik van distributed ledger technologie weg te nemen.
Overkoepelend hebben deze voorstellen ook als doel het regelgevend kader te versimpelen en zodoende de lasten voor financiële instellingen te verlichten. Over de inhoud van de voorstellen, de verordeningen en richtlijnen die hiervoor aangepast dienen te worden en de uitgebreide beoordeling en de inzet van het kabinet ten aanzien van de verschillende onderdelen van dit voorstel heb ik uw Kamer zoals gebruikelijk per BNC-fiche geïnformeerd.6
De onderhandelingen over de voorstellen van het KTP zijn afgelopen januari gestart. Het kabinet hecht veel waarde aan het maken van voortgang op alle onderdelen van dit pakket. Alle elementen in dit pakket versterken elkaar en daarom is het niet wenselijk om specifieke onderdelen te prioriteren boven andere onderdelen. Nederland heeft een goed ontwikkelde kapitaalmarkt en veel sterke marktpartijen. Dit maakt dat het verder ontwikkelen van de kapitaalmarkt op EU-niveau veel kansen biedt voor Nederland. Het kabinet is dan ook positief over de ambitieuze voorstellen van de Commissie.
Hoewel er lidstaten zijn die aarzelingen hebben bij het hoge ambitieniveau van de Commissie, zet het kabinet zich er in de onderhandelingen voor in dat een meerderheid van de Raad zich kan scharen achter deze voorstellen. De aarzeling van lidstaten komt vaak voort uit zorgen over de positie van hun eigen financiële instellingen die in hun lidstaat aanwezig zijn en waarvan men bang is dat die worden overgenomen of zich in een andere lidstaat zullen vestigen als kapitaal zich makkelijker over landsgrenzen zal verplaatsen. Het kabinet blijft in zijn gesprekken met deze lidstaten benadrukken dat een beter geïntegreerde kapitaalmarkt juist ook zorgt voor meer financiering van bedrijven in die lidstaten.
De aarzeling tegen het centraliseren van toezicht zit voornamelijk bij de lidstaten met een minder ontwikkelde kapitaalmarkt of kleine lidstaten met zeer ontwikkelde financiële sector. Deze lidstaten vrezen dat met centralisatie van het toezicht bij ESMA in Parijs, ook de financiële instellingen zelf zich daar zullen gaan concentreren. Wij zien echter dat financiële instellingen uit verschillende landen aangeven dat de verschillen in hoe er toezicht wordt gehouden een belemmering vormen voor hun mogelijkheden om grensoverschrijdend diensten aan te bieden. Lidstaten met een meer ontwikkelde kapitaalmarkt zijn over het algemeen positiever over toezichtcentralisatie en werken daarop ook met elkaar samen. Dit valt ook te lezen in de brief die Frankrijk, Duitsland, Italië, Spanje, Polen en Nederland samen hebben opgesteld in het kader van de E6 en die ik recent met uw Kamer gedeeld heb.7 Met deze 6 lidstaten hebben we duidelijke afspraken gemaakt over ambitieuze voortgang op de verdere integratie van de kapitaalmarkten en centralisatie van het toezicht.
Zonder ambitieuze stappen richting een meer geïntegreerde kapitaalmarkt zal het voor Europa moeilijk worden om concurrerend te blijven. Europese bedrijven en met name scale-ups moeten toegang krijgen tot financiering zodat ze in Europa blijven. Dit kan alleen bereikt worden als we schaalgrootte mogelijk maken. Daar wint uiteindelijk iedereen mee, ook de landen met een minder ontwikkelde kapitaalmarkt. Door in te zetten op ambitie op dit pakket in de raadsvergaderingen, tijdens bilaterale overleggen en in de verschillende kopgroepen hoopt het kabinet voldoende lidstaten mee te krijgen om deze noodzakelijke stappen te nemen.
Multilateraal Defensiemechanisme (MDM)
In lijn met het coalitieakkoord verkent het kabinet de mogelijkheid voor
het oprichten van een intergouvernementeel defensiemechanisme
(Multilateraal Defensiemechanisme, MDM) ten behoeve van gezamenlijke
financiering van aanbestedingen van defensiematerieel, vraagbundeling en
harmonisatie van productstandaarden. Hierbij wordt nauw opgetrokken met
NAVO-partners binnen en buiten de Europese Unie. Hiermee geeft het
kabinet tevens invulling aan de motie Van der Werf/Paternotte over een
actieve rol in de discussie over een intergouvernementeel Europees
defensiemechanisme.8 Het doel van een MDM is het bieden
van financiering ter stimulering van vraagbundeling en gezamenlijke
aanbestedingen van defensieprojecten. Gezamenlijke aanschaf en
vraagbundeling kan bijdragen aan efficiëntere defensiesamenwerking en
schaalvoordelen. Het MDM kan daarnaast financiering bieden aan het
midden- en kleinbedrijf in de toeleveringsketen, waar momenteel een
knelpunt ligt voor verdere opschaling van de Europese
defensie-industrie. De verkenning van het MDM richt zich op de
vormgeving van een internationale financiële instelling, waarbij de
betrokken landen naar rato (een percentage van het bruto binnenlands
product) kapitaal inleggen op basis waarvan privaat kapitaal wordt
opgehaald. Landen kunnen vervolgens financiering uit het MDM ontvangen
in de vorm van een niet-concessionele lening. Deelnemende landen kunnen
niet meer lenen dan hun relatieve kapitaalaandeel. Het uitgangspunt is
dat het MDM een prudent risico- en financieringsbeleid voert, gericht op
het verkrijgen en behouden van de hoogste kredietwaardigheid (AAA).
Financiële deelname aan het MDM wordt op basis van het uiteindelijke
instrument beoordeeld. Voor het kabinet is het randvoorwaardelijk dat
een MDM meerwaarde biedt t.o.v. bestaande instrumenten voor gezamenlijke
inkoop en vraagbundeling. Uw Kamer wordt op de hoogte gehouden zodra er
relevante stappen worden gezet richting besluitvorming.
Update Voorstel van de Commissie om verordeningen 1173/201115, 473/201316, 472/201317 en 332/200218 in lijn te brengen met herziene Europese begrotingsregels.
De Commissie heeft in november 2025 een voorstel uitgebracht om enkele – nog ongewijzigde – onderdelen van het Europese begrotingsraamwerk die toezien op de coördinatie van het begrotingsbeleid in de eurozone in lijn te brengen met het in 2024 herziene Europese begrotingsraamwerk. Uw Kamer is hierover geïnformeerd in de geannoteerde agenda van de Eurogroep en Ecofinraad van 12-13 november 2025.9
Het voorstel betrof wijzigingen in vier verordeningen: verordening 1173/2011 inzake de effectieve handhaving van het begrotingstoezicht in het eurogebied (de sancties verordening); verordening 473/2013 betreffende gemeenschappelijke voorschriften voor het monitoren en beoordelen van ontwerpbegrotingsplannen en voor het garanderen van de correctie van buitensporige tekorten van de lidstaten van de eurozone (de zogenaamde DBP-verordening); verordening 472/2013 betreffende de versterking van het economische en budgettaire toezicht op lidstaten in de eurozone die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden ten aanzien van hun financiële stabiliteit (de begrotingsmonitoring verordening) en verordening 332/2002 houdende instelling van een mechanisme voor financiële ondersteuning op middellange termijn van de betalingsbalansen van de lidstaten (verordening financiële ondersteuning betalingsbalansen ofwel de Balance of Payments assistance facility (BoP-faciliteit)). Het voorstel bevat technische aanpassingen en vereenvoudigingen om de bestaande regelgeving beter af te stemmen op de nieuwe kaders. Nederland kan zich vinden in de voorgestelde aanpassingen en vereenvoudigingen.
In december zijn in het Comité van Permanente Vertegenwoordigers
(Coreper) voor drie van deze verordeningen, namelijk de sancties
verordening, de DBP-verordening en de begrotingsmonitoring verordening
mandaten van de Raad vastgesteld voor de onderhandelingen met het
Europees Parlement. Deze mandaten van de Raad wijken inhoudelijk
nauwelijks af van het Commissievoorstel en zijn in lijn met de
Nederlandse inzet zoals verwoord in bovengenoemde geannoteerde agenda.
Voor de verordening financiële ondersteuning betalingsbalansen wordt het
Raadsmandaat naar verwachting eind deze maand vastgesteld. Ook hier
volgt het Raadsmandaat het Commissievoorstel.
Voor de drie verordeningen waarvoor al een Raadspositie is vastgesteld
geldt de gewone wetgevingsprocedure. Dit betekent dat de Raad en het
Europees Parlement (EP) samen beslissen over de wetgeving. De
vaststelling van de positie van het EP staat gepland voor april of mei.
De triloogonderhandelingen zullen, voor zover nodig,
naar verwachting in mei en juni plaatsvinden, waarbij het streven is om
met het EP tot overeenstemming te komen op basis van louter technische
aanpassingen. Voor de BoP-faciliteit geldt een andere procedure,
namelijk unanimiteit in de Raad na instemming van het Europees
Parlement. Om het wetgevingspakket bij elkaar te houden is de
verwachting dat het parlement voor de BoP-faciliteit dezelfde
tijdslijnen zal hanteren.
Digitale euro - Voortgang pakket voor de gemeenschappelijke
munt
Conform de wens van de Kamer inzake de digitale euro en de
toezegging ten aanzien van de verordening inzake contant geld (LTCR)10, wordt de Kamer maandelijks
geïnformeerd over de laatste ontwikkelingen op deze onderwerpen. Beide
onderwerpen vormen samen het pakket voor de gemeenschappelijke munt.
In december 2025 heeft de Raad een akkoord bereikt over het pakket voor de gemeenschappelijke munt. Het Europees Parlement is bezig met de behandeling van de stukken. Het is nog onduidelijk wanneer het Europees Parlement tot een gedeelde positie komt, maar de rapporteur heeft de ambitie uitgesproken om het onderhandeltraject voor het pakket voor de gemeenschappelijke munt in mei af te ronden. Zodra het Europees Parlement een positie heeft bepaald, zullen de triloogonderhandelingen tussen de Raad van de Europese Unie en het Europees Parlement van start gaan. Als deze fase van start gaat, zal de Kamer hierover worden geïnformeerd.
Als er een politiek akkoord komt op het pakket van de gemeenschappelijke munt, zal het Eurosysteem in de tweede helft van 2027 beginnen met een pilot voor de digitale euro. In een gecontroleerde testomgeving zullen centrale banken, betaaldienstverleners en winkeliers samenwerken aan de techniek en de werking van de digitale euro. Het Eurosysteem inventariseert alvast welke sectorpartijen bereid zijn deel te nemen aan de pilot.
Derde Nederlandse betaalverzoek Herstel- en
Veerkrachtfaciliteit
Op 4 februari heeft de Europese Commissie het derde Nederlandse
betaalverzoek positief beoordeeld en dit heeft geleid tot de definitieve
goedkeuring op 5 maart. Naar verwachting ontvangt Nederland de Europese
middelen t.w.v. €551 miljoen op 20 maart. Na dit 3e
betaalverzoek is Nederland nog voornemens om in 2026 nog twee
betaalverzoeken t.w.v. in totaal ruim €2,3 miljard in te dienen.
https://www.consilium.europa.eu/en/press/press-releases/2026/03/09/eurogroup-statement-on-the-belgian-draft-budgetary-plan-for-2026/↩︎
https://www.consilium.europa.eu/media/4oin1nhs/peg-to-pec-letter-march-2026-final.pdf↩︎
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/vergaderstukken/2026/03/03/verslag-eurogroep-en-ecofinraad-16-en-17-februari↩︎
2026Z05023&did=2026D11434">Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie | Tweede Kamer der Staten-Generaal↩︎
Kamerstukken II 2024/2025, 21 507-07 nr. 2099 (Kabinetsinzet Kapitaalmarktunie); Kamerstukken II, 2024-2025, 22 112, nr. 4043 (Fiche: Mededeling spaar- en investeringsunie)↩︎
Kamerstukken II, 2025-2026 22 112 nr.4241 (Fiche: Kapitaalmarktintegratie en Toezichtcentralisatie Pakket (KTP))↩︎
Kamerstuknummer 22112, nr. 4037↩︎
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/vergaderstukken/2025/10/30/geannoteerde-agenda-eurogroep-en-ecofinraad-12-en-13-november-2025↩︎
Kamerstukken II, vergaderjaar 2025-2026, 21501-07 nr. 2158↩︎