[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [šŸ§‘mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [šŸ” uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Fiche: Actieplan inzake beveiliging van en tegen drones

Brief regering

Nummer: 2026D13012, datum: 2026-03-20, bijgewerkt: 2026-03-20 16:29, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z05719:

Preview document (šŸ”— origineel)


Fiche 1: Actieplan inzake beveiliging van en tegen drones

  1. Algemene gegevens

  1. Titel voorstel

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Actieplan inzake beveiliging van en tegen drones

  1. Datum ontvangst Commissiedocument

11 februari 2026

  1. Nr. Commissiedocument

COM (2026) 81

  1. EUR-Lex

https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=COM:2026:81:FIN

  1. Nr. impact assessment Commissie en Opinie

Niet van toepassing

  1. Behandelingstraject Raad

Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie

  1. Eerstverantwoordelijk ministerie

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in nauwe samenwerking met Ministerie van Justitie en Veiligheid en Ministerie van Defensie

  1. Essentie voorstel

De Europese Commissie (hierna: Commissie) heeft op 11 februari 2026 de mededeling actieplan inzake beveiliging van en tegen drones (hierna: het actieplan) gepubliceerd. De Commissie stelt vast dat het gebruik van drones in de Europese Unie (hierna: de EU) snel toeneemt en aanzienlijke economische en maatschappelijke kansen biedt, onder meer op het terrein van logistiek, inspectie, landbouw, infrastructuur en noodhulp. Tegelijkertijd kunnen ongeautoriseerde drones risico’s vormen voor luchthavens, kritieke infrastructuur, publieke evenementen en de buitengrenzen van de Unie. Verschillen tussen lidstaten in bevoegdheden, technische middelen en operationele procedures leiden bovendien tot lacunes in detectie, informatie-uitwisseling en optreden. Het actieplan kent vijf pijlers: paraatheid en weerbaarheid, detectie en monitoring, respons en coƶrdinatie, defensiegereedheid, en versterking van de industriĆ«le en technologische capaciteit, als leidraad voor nationale implementatie. Daarnaast richt het plan zich op versterking van de Europese defensie gereedstelling door een impuls te geven aan de technologische en industriĆ«le doorontwikkeling op het gebied van drones en counter-dronesystemen, met nadruk op interoperabiliteit, standaardisatie en strategische autonomie.

Counter Unmanned Aircraft systems (C-UAS) maken daarbij integraal deel uit van het Integrated Air and Missile Defence (IAMD) binnen de NAVO.

Het actieplan kondigt een samenhangend pakket van maatregelen aan. Zo stimuleert de Commissie de opschaling van counter-dronesystemen samenwerking tussen lidstaten en de industrie. Ook wordt ingezet op ontwikkeling van open standaarden, testfaciliteiten en validatieprogramma’s om interoperabiliteit, schaalbaarheid en grensoverschrijdende inzetbaarheid van counter-dronesystemen te verbeteren.

Het bestaande ā€˜counter-drone Living Lab’ van het Joint Research Centre wordt doorontwikkeld richting een EU Counter-Drone Centre of Excellence, voor het testen en valideren van sustemen, met een eerste focus op de bescherming van kritieke infrastructuren. Daarnaast ondersteunt de Commissie de harmonisatie van testmethodologieĆ«n en certificeringsbenaderingen en zal zij een aanbeveling doen over vrijwillige prestatie-eisen. Het Counter-Drone Deployment Initiative vormt de operationele vervolgstap, gericht op de inzet en coƶrdinatie van systemen ter bescherming van vitale aanbieders.

Volgens het actieplan wordt in 2026 een pakket aan voorstellen gepresenteerd (Drone Security Package), met regels en richtlijnen voor de registratie, identificatie en veilige exploitatie van civiele drones. Daarbij wordt onder meer voorgesteld de gewichtsgrens voor verplichte registratie van drone operators en directe remote identificatie naar 100 gram. Ook wordt ingezet op intra-operabele technische oplossingen, waaronder locatiegebaseerde begrenzing (geofencing), om ongeoorloofde drone-activiteiten boven gevoelige locaties te voorkomen. Het actieplan introduceert het ā€œEU Trusted Drone Labelā€, waarmee fabrikanten en operators aantonen dat hun drones voldoen aan de Europese eisen voor veiligheid, identificatie en registratie.

Tevens kondigt het actieplan een EU-brede risicoanalyse aan, die een geĆÆntegreerd overzicht biedt van dreigingen en kwetsbaarheden van drones en andere onbemande luchtobjecten voor kritieke infrastructuur, luchtveiligheid en beveiliging. Deze analyse moet lidstaten ondersteunen bij het nemen van proportionele en samenhangende veiligheidsmaatregelen. Ook wordt een praktische toolbox ontwikkeld om lidstaten te helpen passende maatregelen ter bescherming van kritieke infrastructuur te nemen. In samenhang hiermee zal de Commissie in het kader van de Critical Entities Resilience (CER) richtlijn niet-bindende richtsnoeren publiceren ter versterking van de weerbaarheid van kritieke entiteiten, waarin ook aandacht wordt besteed aan dreigingen door drones en aan mogelijke detectie- en responsmaatregelen. Tot slot vraagt de Commissie aandacht voor sectorspecifieke kwetsbaarheden, onder meer in de maritieme sector, en door het oneigenlijk gebruik van andere onbemande luchtobjecten dan civiele drones, waaronder meteorologische ballonnen.

Voor detectie wordt ingezet op versterking van technische capaciteiten, waaronder geavanceerde sensoren en 5G-netwerken en een multi-sensorbenadering om zowel legale als ongeautoriseerde drones te onderscheiden. De Commissie beoogt de ontwikkeling van een geĆÆntegreerd luchtbeeld (situational awareness) via databron integratie en open informatie-uitwisseling tussen civiele, militaire en rechtshandhavingsautoriteiten en onderzoekt hiertoe een EU-breed platform voor drone-incidenten. Detectie, tracking en identificatie van drones, worden waar passend, geĆÆntegreerd in nationale grensbewakingssystemen en dragen bij aan het Europese situatiebewustzijn door relevante informatie te delen, inclusief via EUROSUR en, indien van toepassing, Frontex-operaties, met ondersteuning voor civiel-militaire samenwerking binnen de kaders van de EU.

Ten aanzien van respons voorziet het plan in ondersteuning van lidstaten bij de inzet van counter-dronesystemen, de ondersteuning bij gezamenlijke oefeningen en de verkenning van aanvullende EU-regelgeving om bevoegdheden en samenwerking te verduidelijken. Dit vraagt een militair-civiele aanpak. Hierbij wordt tevens gedacht aan vrijwillige gezamenlijke inkoopinitiatieven, een bredere uitrol van counter-dronesystemen bij kritieke infrastructuur, de grensbewaking en de mogelijke oprichting van Rapid Counter-Drone Emergency Response Teams die op verzoek van lidstaten kunnen worden ingezet. Verder stimuleert het plan gezamenlijke kennisontwikkeling en interoperabiliteit van counter-dronesystemen via vrijwillige EU-lidstateninitiatieven en gezamenlijke oefeningen, met behoud van nationale zeggenschap.

Daarnaast verkent de Commissie de noodzaak van een meer geharmoniseerd EU-kader voor counter-dronebevoegdheden, gezien de huidige verschillen in nationale regelgeving. De uitvoering vindt plaats in nauwe samenwerking met lidstaten, EU-agentschappen en de industrie en omvat zowel korte termijnacties als structurele maatregelen voor de middellange termijn. De Commissie overweegt bovendien een strategisch mechanisme voor de coƶrdinatie van de uitvoering van het actieplan en nodigt lidstaten uit een National Drone Security Coordinator aan te wijzen, die verantwoordelijk is voor de nationale coƶrdinatie en de voortgang van de implementatie monitort, zonder bestaande samenwerkingsplatforms te vervangen.

Binnen Europese defensieprogramma’s speelt het gebruik van drones en de bescherming tegen drones een belangrijke rol in moderne oorlogsvoering. Voor de komende twee resterende jaren is er in het Europees Defensiefonds (EDF) 200 miljoen euro aan budget voor drones en counter-dronetechnologieĆ«n gereserveerd. De Commissie ondersteunt in het actieplan diverse initiatieven, zoals het European Drone Defence Initiative en Eastern Flank Watch, en introduceert de Drone Alliance voor samenwerking met OekraĆÆne. Deze initiatieven dienen volgens het actieplan plaats te vinden onder de paraplu van de Priority Capability Area (PCA) Drones en counter-dronesystemen. Hiermee wordt de samenhang tussen capaciteits-, operationele en industriĆ«le inspanningen op EU-niveau versterkt en worden praktijkervaringen uit OekraĆÆne binnen de alliantie benut. Het plan benadrukt de rol van Europese technologische en industriĆ«le ontwikkeling bij strategische autonomie, inclusief financiĆ«le instrumenten voor de versterking van de PCA Drones en counter-dronesystemen en de ontwikkeling van een Europees netwerk van Drone Technology Hubs, dat zowel voor civiele als militaire toepassingen kan worden gebruikt.

Het actieplan sluit aan bij het bestaande Europese kader voor civiele onbemande luchtvaart, waarover de Kamer eerder is geĆÆnformeerd in het kader van de Europese Drone Strategie 2.0.1 en de Mededeling Bestrijding drone dreigingen 2023.2 Het beoogt nadrukkelijk de synergie met initiatieven op het terrein van interne veiligheid, grensbeheer en defensiesamenwerking.

  1. Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel

  1. Essentie Nederlands beleid op dit terrein

Het kabinet streeft naar een veilig en verantwoord gebruik van drones, waarbij (luchtvaart)veiligheid, openbare orde, nationale veiligheid, bescherming van grondrechten en gebieden waar geen of beperkte radiosignalen zijn (zoals veiligheids- of beschermde zones), worden gewaarborgd. Het kabinet hanteert een risicogebaseerde benadering voor drones, in lijn met het Europese kader voor civiele drones. Drones bieden economische kansen, maar mogen niet leiden tot onveilig of ongeautoriseerd gebruik. Daarom wordt een geĆÆntegreerde aanpak van preventie, detectie, analyse en optreden gehanteerd om risico’s effectief te beheersen. Deze voorwaarden worden ook in de infrastructuur van het Europese luchtverkeersleidingsysteem Unmanned-airspace (U-Space) opgenomen. In U-Space vindt naast de veilige integratie van bemand en onbemand luchtverkeer ook detectie, autorisatie en identificatie van drones plaats waardoor ongeautoriseerde drones zichtbaar worden. U-Space wordt gefaseerd in Nederland ingevoerd n is eerder aan de Kamer gemeld.3

Het kabinet U-Space als cruciaal voor de ontwikkeling en opschaling van innovatieve en maatschappelijke drone-toepassingen. Drones kunnen transport efficienter en duurzamer maken, infrastructuur inspecteren en onderhoud uitvoeren, en hulpverlening ondersteunen, zoals bij zoek-en reddingsoperaties of medisch spoedtransport. U-Space biedt een veilig en betrouwbaar operationeel kader, stimuleert innovatie en versterkt de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven in de Europese markt. Veiligheid en publieke belangen blijven daarbij hand in hand gaan met economische groei en technologische ontwikkeling.

Naast civiele integratie richt het Nederlandse beleid zich op het versterken van de nationale weerbaarheid tegen kwaadwillig gebruik van drones. De Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlanden 2023-2029 wijst op het belang van bescherming tegen technologische en hybride dreigingen.4 Om dit te realiseren investeert Nederland onder andere in counter-dronesystemen voor detectie, classificatie en respons, waarbij nadruk ligt op intensieve samenwerking en afstemming tussen civiele en militaire actoren, inclusief frequentiebeheer en operationele inzet.

Binnen deze aanpak wordt nadrukkelijk ingezet op datafusie en interoperabiliteit van systemen, zodat detectiegegevens, operationele duiding en responsmaatregelen effectief kunnen worden geĆÆntegreerd.

Publiek-private samenwerking vormt een belangrijk onderdeel van de beschermingsaanpak. Luchthavens, zeehavens, energiebedrijven, technologiepartners en onderzoeksinstellingen worden actief betrokken bij detectie, preventie, respons en kennisontwikkeling. Ook grensgebieden en andere vitale aanbieders maken expliciet deel uit van deze weerbaarheidsaanpak. In het maritieme domein is het interdepartementale Programma Bescherming Noordzee-Infrastructuur (PBNI) opgezet. Binnen dit programma werken het Ministerie van Defensie, Ministerie van Justitie en Veiligheid / Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, Ministerie van Economische Zaken, Kennis- en Gegevensgroep Grondstoffen, Ministerie van Buitenlandse Zaken met publieke uitvoerders (Kustwacht, Koninklijke Marine, Koninklijke Marechaussee en Nationale Politie) en private partners aan detectie, dreigingsanalyse en het verbeteren van de waakzaamheid op de Noordzee, aan het verhogen van de weerbaarheid van de infrastructuur, het versterken van de crisisbeheersing, en wordt er geïnvesteerd in de nationale en internationale samenwerking, zowel publiek als privaat. PBNI is gericht op alle (hybride) dreigingen op en in de Noordzee en levert operationele ervaring en (interdepartementale) structuren die relevant zijn voor de nationale veiligheid, ook in relatie tot drones.

Ter versterking van de kritieke infrastructuur en de weerbaarheid van vitale aanbieders (kritieke entiteiten) implementeert het kabinet momenteel de CER-richtlijn van de EU in de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke). De Wwke legt feitelijk een groot deel van de huidige beleidsmatige Aanpak Vitaal juridisch vast. Bij de inwerkingtreding van de Wwke moeten kritieke entiteiten passende en evenredige maatregelen nemen om voor de weerbaarheid van hun kritieke infrastructuur te zorgen, waarbij ze gebruik kunnen maken van richtsnoeren van de Commissie. Het Nederlandse beleid bevordert Europese samenwerking bij grensoverschrijdende dreigingen en systeeminteroperabiliteit, terwijl nationale bevoegdheden behouden blijven. Centraal staat een geĆÆntegreerde aanpak waarin civiel-militaire samenwerking, nationale weerbaarheid, publiek-private partnerschappen en operationele uitvoering samenkomen. Dit beleid maakt ook verantwoord gebruik van de maatschappelijk en economische kansen van drones mogelijk, met waarborging van veiligheid en publieke belangen, waardoor innovatie en duurzame economische ontwikkeling worden gestimuleerd.

  1. Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel

Het kabinet erkent dat het gebruik van drones zowel economische kansen biedt als nieuwe veiligheidsrisico’s met zich meebrengt. Drones creĆ«ren mogelijkheden op het gebied van logistiek, infrastructuur, technologie en innovatie waarvan de potentie in Nederland de ruimte moet krijgen. Tegelijkertijd kunnen drones de nationale veiligheid, openbare orde en vitale aanbieders bedreigen. De toename van incidenten en het grensoverschrijdende karakter van zowel risico’s als de drone-markt rechtvaardigen volgens het kabinet een gecoƶrdineerde Europese aanpak. In dit kader beschouwt het kabinet deze mededeling als een relevante aanvulling op het Nederlandse beleid.

Het plan biedt een samenhangend kader van maatregelen om de nationale weerbaarheid tegen de risico’s van ongeautoriseerde drones te versterken en legt tegelijkertijd de basis voor Europese coƶrdinatie, interoperabiliteit en technologische ontwikkeling, zonder dat operationele verantwoordelijkheden van lidstaten worden aangetast.

Het kabinet beoordeelt de vijf pijlers van het actieplan (paraatheid en weerbaarheid, detectie en monitoring, respons en coƶrdinatie, defensiegereedheid en versterking van de industriĆ«le en technologische capaciteit) als inhoudelijk relevant en beleidsmatig ondersteunend aan de Nederlandse aanpak. Het kabinet onderschrijft de noodzaak om preventie, detectie en respons samenhangend te versterken, aansluitend bij het risico-gebaseerde gebruik van drones en de versterking van civiele, militaire en maritieme capaciteit. Het plan biedt een beleidskader voor een gezamenlijk beeld tussen lidstaten, met gecoƶrdineerde risicobeoordeling, terwijl operationele verantwoordelijkheden bij de lidstaten blijven. Daarnaast ondersteunt het kabinet de doorontwikkeling van het bestaande ā€˜counter-drone Living Lab’ van het ā€˜Joint Research Centre’ naar een ā€˜EU counter-drone centre of excellence’ en pleit voor aansluiting op nationale initiatieven.

Ook benadrukt het kabinet dat dual-use drones, die zowel voor civiele als voor militaire toepassingen kunnen worden ingezet, worden meegenomen in regelgeving en toezicht.

Het kabinet ziet het voorstel van de Commissie om lidstaten een National Drone Security Coordinator aan te laten wijzen als een nuttige aanvulling op de bestaande nationale coƶrdinatie. Deze coƶrdinator zorgt voor samenhang tussen nationale uitvoering en Europese coƶrdinatie. Tevens monitort de coƶrdinator de voortgang van implementatie en fungeert als aanspreekpunt richting EU-instellingen, zonder bestaande nationale of operationele verantwoordelijkheden aan te tasten.

Het kabinet beschouwt de versterking van detectie-, classificatie- en interventiecapaciteit als essentieel en heeft reeds aanvullende investeringen aangekondigd, zoals detectiesystemen, mobiele interventiemiddelen en technologieƫn voor maritieme routes, ter verdediging van het Koninkrijk en ondersteuning van nationale autoriteiten. Het kabinet staat open voor Europese initiatieven op het gebeid van kennisontwikkeling, interoperabiliteit en gezamenlijke oefeningen, mits deze aansluiten bij nationale planning, vrijwillig zijn en nationale zeggenschap behouden blijft. Daarbij is een gezamenlijke definitie van drone-incidenten een randvoorwaarde. Om counter-drone activiteiten effectief te kunnen uitvoeren en op afgestemde wijze grensoverschrijdend te opereren zijn ook gezamenlijke opleidingen van belang. Leveranciers van (counter-) drone systemen, mits deze aansluiten kunnen hier bij nationale planning en operationele kaders de gebruikers- en instandhoudingsopleidingen een rol in spelen.

Het kabinet ziet publiek-private samenwerking als essentieel voor nationale en Europese weerbaarheid. Luchthavens, zeehavens, energiebedrijven, technologiepartners, onderzoeksinstellingen en andere vitale aanbieders worden actief betrokken bij detectie, preventie, respons en technologische ontwikkeling. Het invoeren van U-space luchtruim levert een essentiƫle bijdrage in de nationale weerbaarheid. In dit luchtruim dat op basis van verzamelde data besluiten neemt over het luchtverkeer, kan door gebruik van detectie (bijvoorbeeld met 5G) verifiƫren of een drone geautoriseerd is om het luchtruim te betreden. Het kabinet acht het daarbij van belang dat bij Europese detectie-initiatieven, waaronder het gebruik van telecommunicatienetwerken en data-integratieplatforms, privacy, gegevensbescherming en heldere governancestructuren worden geborgd. Deze samenwerking vormt een kerncomponent van de interdepartementale coƶrdinatie en sluit aan bij de Veiligheidsstrategie van het Koninkrijk der Nederlanden (2023).

Het kabinet onderschrijft het doel om vitale aanbieders beter te beschermen tegen de risico’s van ongeautoriseerde drones en kijkt daarom met interesse uit naar het Counter-drone deployment initiative. Europese initiatieven kunnen aanvullend zijn op nationale maatregelen, bijvoorbeeld bij interoperabiliteit, gezamenlijke kennisontwikkeling en coƶrdinatie, mits deze proportioneel en uitvoerbaar zijn. Wel vraagt het kabinet zich af welke counter-dronesystemen onder de reikwijdte van dit initiatief zullen vallen, ook in relatie tot de behoefte van de lidstaten. Daarnaast blijven operationele verantwoordelijkheden en besluitvorming over specifieke beschermingsmaatregelen een nationale competentie.

Het kabinet verwelkomt de aandacht voor de Defence Readiness Roadmap in relatie tot drones en counter-dronesystemen in het actieplan. De Commissie roept op om de door Nederland geleide Priority Capability Area (PCA) drones en counter-drone systemen als centraal vehikel te zien op dit thema voor de Roadmap. Het kabinet ondersteunt ook het voornemen van de Commissie om de steun aan de PCA te intensiveren via Europese financiƫle instrumenten. In het kader van deze PCA is een samenwerking opgezet van Europese landen binnen de werkstromen (1) gezamenlijke aanschaf en (2) een Europees netwerk van Drone Technology Hubs, vergelijkbaar met het in het actieplan genoemde netwerk van multinationale test-en expertisecentra. Het kabinet is van mening dat deze hubs voor zowel militaire als civiele doeleinden moeten worden ingezet, en kijkt dus uit naar verdere EU-samenwerking om dit netwerk te bewerkstelligen. De referentie naar het maritieme Seabed Security Experimentation Centre (SEASEC) in Nederland wordt eveneens ondersteund. Tot slot verwelkomt het kabinet de voorgestelde EU-NAVO samenwerking om duplicatie te voorkomen en synergie te versterken.

Het actieplan benadrukt Europese onderzoeks-, innovatie- en productiecapaciteit voor (counter-)dronesystemen. Het kabinet onderschrijft dit belang en ziet dit als kans om zowel nationale als Europese onderzoek en innovatie te versterken,zowel voor civiele als militaire toepassingen (dual-use). Het kabinet ondersteunt het streven naar versterking van de Europese strategische autonomie en zal zich inzetten voor open standaarden, dual-use en het voorkomen van fragmentatie van test- en certificeringskaders. Cruciaal is dat deze kaders de operationele inzet niet belemmeren en dat nieuwe initiatieven proportioneel, uitvoerbaar, kosteneffectief zijn en passen binnen het Meerjarig Financieel Kader en beschikbare middelen van betrokken departementen.

Het actieplan stelt dat de Commissie met lidstaten zal samenwerken om de civiel-militaire industrie in kaart te brengen en prioriteiten voor technologieƫn en capaciteiten te definiƫren. Op militair vlak is het uitgangspunt dat EU-lidstaten, onder andere via het Europees Defensieagentschap (EDA), zeggenschap hebben over prioriteitsstelling en defensieplannings- en aanschafprocessen.

De Commissie richt zich primair op industriebeleid, financiƫle prikkels en regelgeving. Bestaande instrumenten, zoals de Priority Capability Areas (PCA) en het Capability Development Plan, blijven leidend voor het prioriteren van militaire technologieƫn. Ook de tekortkomingen van de EU Militaire Staf en het NAVO-planningsproces spelen een belangrijke rol bij deze prioritering. Deze instrumenten dienen leidend te blijven in het prioriteren van militaire technologieƫn en capaciteiten.

Het kabinet hecht eraan dat (toekomstige) Europese wet- en regelgeving, inclusief het verwachte Drone Security Package, goed aansluit bij bestaande nationale en internationale kaders en bij de risicogebaseerde regelgeving voor het gebruik van drones voor uiteenlopende toepassingen. Tegelijkertijd constateert het kabinet dat de concrete uitwerking van sommige maatregelen nadere uitwerking behoeft om de effectiviteit van de maatregelen te duiden. Ook daar waar U‑Space, de rol van de handhaving en civiele informatie-uitwisseling structuren nog in ontwikkeling zijn.

Het kabinet staat positief tegenover de uitbreiding van registratie- en identificatieverplichtingen. Tegelijkertijd benadrukt het dat maatregelen zoals het verlagen van de registratie- en identificatieverplichtingen naar drones vanaf 100 gram, de koppeling met geografische afbakening en de invoering van het EU Trusted Drone Label (ETDL) gevolgen kunnen hebben voor het civiele drone-ecosysteem, innovatie en de economische ontwikkeling van legitieme gebruikers, en kunnen leiden tot een aanzienlijk hoger volume aan registratieaanvragen. Dit maakt verbetering van persoonsgegevensregistratie noodzakelijk voor eenvoudige identificatie. Europees gezien is het belangrijk een Europees inlog- en identificatiemiddel te ondersteunen om administratieve lasten te beperken. Verder moet de betrouwbaarheid, volledigheid, uitwisselbaarheid en uitvoerbaarheid van gegevens zorgvuldig worden afgewogen tegen veiligheid, handhaafbaarheid en het voorkomen van onnodige lasten voor betrouwbare gebruikers.

Het kabinet staat positief tegenover de versnelling van U-space-implementatie mits de Commissie nadrukkelijk stuurt op Europese harmonisatie. De nadruk van het kabinet ligt op een aanpak die innovatie, economische ontwikkeling en operationele uitvoerbaarheid niet belemmert. Europese regelgeving voor civiele luchtvaart is niet van toepassing op militaire luchtvaart, waarmee operationele verantwoordelijkheid en nationale bevoegdheden gewaarborgd blijven. Het is raadzaam om dual-use gebruik van (counter-)dronesystemen binnen de scope van militaire luchtvaart te integreren, aangezien drones binnen de hele krijgsmacht worden ingezet. Het kabinet verzoekt de Commissie kritisch te kijken naar de hybride en multidomeine aard van drone- en counter-drone inzet. Het voorstel om drone-incidenten binnen EUROSUR te rapporteren valt niet binnen het huidige mandaat, en samenwerking met Europese agentschappen zoals Frontex moet altijd plaatsvinden binnen hun bestaande mandaat en op basis van complementariteit.

Het kabinet benadrukt dat het actieplan ook aanknopingspunten voor concrete Europese samenwerking biedt. Dit betreft gezamenlijke oefeningen, uitwisseling van dreigingsinformatie, interoperabiliteit van counter-dronesystemen en gezamenlijke ontwikkeling van technologische oplossingen. Ten aanzien van gezamenlijke inkoop en eventuele inzet van Rapid Response Teams staat het kabinet positief tegenover versterkte samenwerking, mits vrijwilligheid, subsidiariteit en nationale bevoegdheden worden gerespecteerd. Publiek-private partnerschappen worden actief betrokken om nationale operationele capaciteit en beleidsverantwoordelijkheid te ondersteunen.

Nederland zal de ontwikkelingen rond dit voorstel nauwlettend volgen en waar nodig sturen om uitvoerbaarheid, duidelijke rolafbakening en proportionele inzet van technologie te waarborgen.

Ten aanzien van een mogelijk EU-breed regelgevend kader voor counter-drone bevoegdheden acht het kabinet terughoudendheid geboden; eventuele harmonisatie mag niet verder gaan dan noodzakelijk en moet voldoende ruimte laten voor nationale invulling. Tegelijkertijd erkent het kabinet dat Europees gezien enige snelheid en coƶrdinatie voordelen kan bieden, met name omdat drone- en counter-drone-incidenten grensoverschrijdend kunnen zijn. Vooralsnog wordt dit initiatief gezien als een mogelijke aanvulling op bestaande structuren, zonder dat onmiddellijke implementatie vereist is.

  1. Eerste inschatting van krachtenveld

In de EU lijkt brede erkenning te bestaan van de noodzaak om de weerbaarheid tegen kwaadwillend dronegebruik te versterken, mede gelet op eerdere conclusies van de Europese Raad over hybride dreigingen en bescherming van vitale aanbieders. Een meerderheid van de lidstaten zal naar verwachting positief staan tegenover versterkte samenwerking op het terrein van detectie, informatie-uitwisseling, interoperabiliteit en gezamenlijke oefeningen.5

Gevoeliger liggen naar verwachting voorstellen die raken aan harmonisatie van counter-dronebevoegdheden, gezamenlijke inkoop of inzet van Europese responscapaciteit, gezien de samenhang met nationale veiligheid en defensiebevoegdheden. Op deze onderdelen zal nadruk worden verwacht op subsidiariteit, vrijwilligheid en behoud van nationale zeggenschap.

De positie van het Europees Parlement is nog niet bekend.

  1. Grondhouding ten aanzien van bevoegdheid, subsidiariteit, proportionaliteit, financiƫle gevolgen en gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten

  1. Bevoegdheid

De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft betrekking op luchtvaartveiligheid, interne markt, cybersecurity en technologisch onderzoek. Op deze terreinen is sprake van een gedeelde bevoegdheid van de EU en de lidstaten, met van toepassing de artikelen 4.2(e) (transport), 4, tweede lid, onder j (ruimte van vrijheid, veiligheid en recht), 114 (interne markt), en 182 (onderzoek en technologische ontwikkeling) VWEU.

Voor zover de mededeling raakt aan bescherming van vitale aanbieders en bestrijding van grensoverschrijdende dreigingen, sluit dit tevens aan bij de gedeelde bevoegdheid op het terrein van vrijheid, veiligheid en recht en op het terrein van de interne markt.

Het kabinet constateert dat de mededeling ziet op beleidsterreinen waarvoor de EU bevoegd is om op te treden.

  1. Subsidiariteit

De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft tot doel de veiligheid, harmonisatie van standaarden en innovatie binnen de Europese drone sector te bevorderen. Gezien de grensoverschrijdende aard van droneoperaties en de noodzaak van uniforme veiligheidsnormen kan dit onvoldoende door de lidstaten afzonderlijk op centraal, regionaal of lokaal niveau worden verwezenlijkt, daarom is een EU aanpak nodig. Door geharmoniseerde regels en coƶrdinatie op EU-niveau wordt het gelijk speelveld op het terrein van luchtvaartveiligheid en interne markt verbeterd en worden belemmeringen voor operators en fabrikanten weggenomen. Ook draagt EU-optreden bij aan betere grensoverschrijdende informatie-uitwisseling en interoperabiliteit van detectie- en veiligheidssystemen. Om die redenen is optreden op het niveau van de EU gerechtvaardigd.

Voor zover de mededeling raakt aan operationele counter-dronebevoegdheden of inzet van middelen in het kader van nationale veiligheid en openbare orde, blijft het uitgangspunt dat deze primair tot de verantwoordelijkheid van de lidstaten behoren. Subsidiariteit rechtvaardigt EU-optreden met name waar het gaat om harmonisatie, coƶrdinatie en grensoverschrijdende aspecten, niet om volledige centralisatie van bevoegdheden.

  1. Proportionaliteit

De grondhouding van het kabinet is positief De mededeling heeft tot doel een veilig en geharmoniseerd Europees kader voor drone en counter-drone-technologie te realiseren. Het voorgestelde optreden is geschikt om deze doelstelling te bereiken, omdat het acties omvat zoals uniforme veiligheidsnormen en bevordering van technologische innovatie, die de effectiviteit en veiligheid in de sector vergroten.

Om te voorkomen dat counter-drone maatregelen de ontwikkeling van de Europese dronemarkt beperken en mogelijk nadelige effecten hebben op innovatie en commerciƫle activiteiten, is een zorgvuldige afwegingnodig tussen veiligheid, uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en het voorkomen van onevenredige lasten voor betrouwbare gebruikers.

De keuze voor een mededeling in plaats van directe bindende regelgeving biedt ruimte voor gefaseerde uitwerking en laat lidstaten betrokken bij de nadere invulling. Bovendien gaat het voorgestelde optreden niet verder dan noodzakelijk, omdat het de lidstaten voldoende beleidsruimte laat voor nationale invulling en geen overbodige administratieve lasten oplegt.

Wel acht het kabinet het van belang dat eventuele vervolgmaatregelen, met name waar deze raken aan operationele counter-dronebevoegdheden of gezamenlijke responscapaciteit, strikt proportioneel worden vormgegeven en de nationale verantwoordelijkheid op het terrein van openbare orde, nationale veiligheid en defensie respecteren.

  1. Financiƫle gevolgen

Het kabinet verwacht geen directe kosten op korte termijn. Mogelijke toekomstige uitgaven kunnen voortkomen uit wetgeving of uit de verdere uitwerking van het actieplan. Hier wordt de Kamer tijdig over geĆÆnformeerd. EU-middelen dienen binnen de afgesproken financiĆ«le kaders van de EU-begroting 2021–2027 te passen, en deze moeten passen bij een prudente ontwikkeling van de jaarbegroting. Het kabinet loopt niet vooruit op de integrale financiĆ«le afwegingen na 2027. (Eventuele) nationale budgettaire gevolgen worden ingepast op de begroting van de beleidsverantwoordelijke departementen, conform de regels van de budgetdiscipline.

  1. Gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten

De mededeling introduceert verplichtingen voor operators die zelf drones gebruiken en voor overheden die counter-dronesystemen willen toepassen. De exacte omvang van de regeldrukeffecten is nu nog niet vast te stellen. Ook voor uitvoeringsorganisaties en bevoegde autoriteiten kunnen aanvullende administratieve en toezichtstaken ontstaan, afhankelijk van de nadere uitwerking van Europese maatregelen. Denk hierbij aan de rol van handhaving om de voorgestelde registratie en identificatie van drones te controleren en handhaven om de naleving op een hoger niveau te tillen.

Voor de concurrentiekracht kan het actieplan bijdragen aan een sterker Europees drone‑ en counter-drone‑ecosysteem door innovatie te stimuleren, standaarden te bevorderen en productiecapaciteit op te schalen. Dit kan het wereldwijde concurrentievermogen van de EU versterken en bijdragen aan een gelijk speelveld binnen de interne markt. Tegelijkertijd is van belang dat nieuwe verplichtingen proportioneel blijven, zodat de administratieve lasten voor bonafide bedrijven en mkb-ondernemingen beheersbaar blijven.

Op geopolitiek vlak raakt het voorstel aan de strategische positie van de EU op het gebied van kritieke technologieƫn en veiligheid. Versterking van Europese productiecapaciteit en technologische autonomie helpt ongewenste afhankelijkheden van derde landen te beperken. Het voorstel sluit daarmee aan bij de doelstelling van open strategische autonomie. Het voorstel kan tevens externe werking hebben doordat derde landen hun productie- of veiligheidsstandaarden moeten aanpassen om toegang te behouden tot de Europese markt. Voor zover nu bekend, zijn er geen directe negatieve effecten op ontwikkelingslanden.


  1. Kamerstukken II, 2021/22, 35 275, nr. 21, ā€œKabinetsreactie op Europese Drone Strategy 2.0ā€ – brief van 14 september 2021.ā†©ļøŽ

  2. Kamerstuk 22 112, nr. 3489, ā€œAanbevelingsbrief bij Fiche BNC over dronedreigingenā€ - brief van 8 december 2023.ā†©ļøŽ

  3. Kamerstukken II, 2022/23, 36 500, nr. 12, ā€œVoorbereidingen civiele UAS-integratie in het Nederlandse luchtruimā€ – brief van 28 maart 2023.ā†©ļøŽ

  4. Ministerie van Justitie en Veiligheid, Nationale Veiligheidsstrategie 2023, Den Haag, 2023.ā†©ļøŽ

  5. Verslag Transportraad d.d. 4 december 2025ā†©ļøŽ