De Nederlandse inzet op het tegengaan van straffeloosheid en de bescherming van mensenrechten in Syrië
Brief regering
Nummer: 2026D13017, datum: 2026-03-20, bijgewerkt: 2026-03-20 16:29, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Onderdeel van zaak 2026Z05720:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
Preview document (🔗 origineel)
Geachte voorzitter,
Veertien jaar conflict heeft diepe sporen nagelaten in Syrië. Jaren van systematische onderdrukking en geweld hebben geleid tot grootschalige mensenrechtenschendingen, ontwrichte gemeenschappen en leed voor miljoenen burgers. Naast deze misdrijven die zijn gepleegd onder het Assad-regime en door ISIS, zijn er het afgelopen jaar ook zorgelijke berichten geweest van geweld tegen alawieten, druzen, christenen, Koerden en andere gemeenschappen in Syrië. Het geweld tegen de alawitische gemeenschap in maart 2025 en tegen de druzische gemeenschap in juli 2025 staan hierbij nog scherp op het netvlies.
Het adresseren van deze diepe wonden is essentieel voor duurzame stabiliteit in Syrië en vereist zowel de bescherming en borging van de rechten en veiligheid van alle Syrische gemeenschappen als het tegengaan van straffeloosheid. Zonder erkenning van misdrijven en verantwoording van daders blijft leed onverwerkt en wordt het risico op hernieuwd geweld vergroot.
Het kabinet zet zich daarom actief in voor de bescherming van mensenrechten en gemeenschappen, het tegengaan van straffeloosheid en de opbouw van juridische en maatschappelijke capaciteit in Syrië om een inclusief berechtings- en verzoeningsproces (ook wel transitional justice genoemd) te ondersteunen. Met deze brief informeert het kabinet uw Kamer over deze inspanningen. Hierbij zet het kabinet tevens uiteen hoe zij uitvoering geeft aan de moties Dobbe c.s., Van Baarle en Piri.1
Bescherming mensenrechten en gemeenschappen
De geweldsescalaties tegen onder meer de alawitische en druzische gemeenschappen in 2025 onderstrepen het belang van een actieve inzet om de bescherming en borging van de rechten en veiligheid van alle gemeenschappen te ondersteunen. Het kabinet zet zich hier zowel bilateraal - onder meer in contacten met de Syrische overgangsregering - als multilateraal voor in. Zo dringt het kabinet in lijn met de motie Piri consequent aan op onafhankelijke monitoring van mensenrechtenschendingen, berechting van misdrijven en bescherming van alle gemeenschappen in de contacten met de Syrische overgangsautoriteiten.2
Het kabinet benadrukt in deze contacten ook het belang van inclusieve besluitvorming en gelijke rechten, met nadrukkelijk aandacht voor de positie van vrouwen en het belang van hun betekenisvolle participatie in politieke en maatschappelijke processen. Via UN Women draagt Nederland bij aan de deelname van Syrische vrouwen in vredes- en politieke processen. Een voorbeeld daarvan is de Syrian Women’s Advisory Board, die Syriërs in verschillende regio’s heeft geconsulteerd en op basis hiervan de VN Speciaal Gezant voor Syrië en andere internationale beleidsmakers adviseert ten behoeve van een inclusief politiek proces in Syrië.3
In EU-verband zet het kabinet zich in voor gerichte sancties bij mensenrechtenschendingen of sektarisch geweld, zoals ingesteld tegen betrokkenen bij het geweld in Latakia in maart 2025. Het kabinet blijft de situatie in Syrië nauwlettend volgen en zich in EU-verband inzetten voor gerichte sanctionering van individuen en entiteiten die zich schuldig maken aan mensenrechtenschendingen en sektarisch geweld.
Om de veiligheids- en mensenrechtensituatie te monitoren en de Nederlandse inzet vorm te geven, vinden ook structureel gesprekken plaats met Syrische gemeenschappen en het maatschappelijk middenveld, op zowel ambtelijk als politiek niveau. Zo sprak voormalig minister-president Schoof op 5 februari 2026 met een afvaardiging van de druzen-gemeenschap. Het huidige kabinet blijft deze contacten onderhouden om de rechten en veiligheid van alle etnische en religieuze gemeenschappen in Syrië te helpen waarborgen. Ook ondersteunt het kabinet, via het decentrale Mensenrechtenfonds en het nieuwe subsidiebeleidskader Focus (2026-2030), maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor de bescherming van mensenrechten, waaronder op het gebied van vrijheid van religie en levensovertuiging en de bescherming van religieuze gemeenschappen in Syrië.
Tegengaan van straffeloosheid
Waar oorlogsmisdrijven en mensenrechtenschendingen in Syrië hebben plaatsgevonden, veroordeelt het kabinet deze ondubbelzinnig, ongeacht de vermeende dader of het slachtoffer.4 Hierbij is een zorgvuldige vaststelling van feiten essentieel. Het kabinet hecht daarom groot belang aan onafhankelijke bewijsvergaring en monitoring om berechting mogelijk te maken en zodoende straffeloosheid te voorkomen.5
Nederland ondersteunt hierom actief (inter)nationale inspanningen gericht op waarheidsvinding en transitional justice in Syrië.6 Zoals ook toegelicht in de Kamerbrief van 5 januari 2026 blijft Nederland de VN-bewijzenbank voor Syrië (IIIM) zowel politiek als financieel steunen.7 Voor 2024-2026 betreft dit een bedrag van EUR 1.000.000. Het IIIM verzamelt en bewaart bewijsmateriaal over mensenrechtenschendingen en schendingen van het humanitair oorlogsrecht in Syrië ten behoeve van (inter)nationale procedures, en heeft al een belangrijke rol gespeeld bij de opsporing en vervolging van onder meer ISIS-strijders.
Nederland ondersteunt ook het landenkantoor van het Bureau van de VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten (OHCHR) in Damascus. Voor 2026 en 2027 betreft deze steun EUR 2.500.000. OHCHR onderzoekt mensenrechtenschendingen, rapporteert over de huidige mensenrechtensituatie in Syrië en biedt ondersteuning aan maatschappelijke organisaties voor inclusieve verzoeningsprocessen. OHCHR deelt ook juridische expertise om lokale kennis en capaciteit op te bouwen en zo transparante en rechtvaardige juridische processen in Syrië mogelijk te maken.
In de VN Mensenrechtenraad zet Nederland zich in voor verlenging van het mandaat van de Independent International Commission of Inquiry (CoI), die onderzoek doet naar mensenrechtenschendingen in Syrië. Eerder heeft de CoI onderzoek gedaan naar de gewelddadigheden in Latakia in maart 2025. Op korte termijn wordt het CoI-onderzoek naar het geweld in Sweida van afgelopen juli verwacht.
Nederland en Canada zetten bovendien de aanklacht tegen Syrië voort voor het overtreden van het VN Antifolterverdrag bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag, zodat naleving van het verdrag en gerechtigheid voor de slachtoffers van het Assad-regime gerealiseerd kunnen worden.
Nederlandse steun aan initiatieven op capaciteitsopbouw voor accountability en transitional justice
Om mensenrechtenschendingen – zowel uit het verleden als uit de recente periode na de val van het Assad-regime – effectief aan te pakken, is het ook van belang dat Syrische instellingen en maatschappelijke organisaties over voldoende kennis en capaciteit beschikken. Gezien de schaal waarop schendingen, waaronder willekeurige detentie, marteling en gedwongen verdwijningen, hebben plaatsgevonden, is de opgave op dit terrein groot. Volgens internationale organisaties worden nog altijd meer dan 130.000 mensen in Syrië vermist. Voor waarheidsvinding, gerechtigheid en erkenning van slachtoffers en hun families is het van groot belang dat deze schendingen zorgvuldig worden gedocumenteerd en waar mogelijk onderzocht.
Het kabinet ondersteunt daarom initiatieven die bijdragen aan capaciteitsopbouw op het gebied van accountability en transitional justice. In aanvulling op het werk van de bovengenoemde VN-organisaties steunt Nederland hierom de internationale ngo’s International Center for Transitional Justice (ICTJ) en Impunity Watch. Beide ngo’s ondersteunen Syrische maatschappelijke organisaties bij het documenteren van mensenrechtenschendingen, het bijdragen aan (inter)nationale onderzoeken en het bijstaan van gemeenschappen, slachtoffers en families van vermisten en mensenrechtenschendingen. ICTJ en Impunity Watch bieden ook technisch- en beleidsmatig advies aan de Nationale Syrische Commissies voor Transitional Justice en voor Missing Persons.
Op uitnodiging van het ministerie van Buitenlandse Zaken, bezocht de Syrische Nationale Syrische Commissie voor Transitional Justice in de week van 9 tot 14 februari 2026 Nederland. Doel van het bezoek was om kennis uit te wisselen met Nederlandse en internationale partners, de Commissie te introduceren bij relevante instellingen en mogelijkheden voor samenwerking te verkennen. In dat kader vonden gesprekken plaats met Nederlandse ministeries, het Nederlands Forensisch Instituut, het Internationaal Gerechtshof, het Internationaal Strafhof, OPCW, Eurojust en internationale ngo’s op het gebied van vredesopbouw en transitional justice. Door dit bezoek te faciliteren investeert Nederland in de institutionele en technische versterking van de Commissie, zodat zij haar mandaat op het gebied van waarheidsvinding, bewijsvergaring, verantwoording en herstel effectiever kan uitvoeren, in het belang van alle gemeenschappen in Syrië.
Het kabinet zet samen met NUFFIC, de Nederlandse organisatie voor internationalisering in onderwijs, tevens een trainingsprogramma op in het kader van het MENA Scholarship Programme, gericht op het versterken van kennis en vaardigheden op het gebied van transitional justice in Syrië. Via training voor een diverse groep Syrische deelnemers - afkomstig uit zowel overheidsinstellingen als maatschappelijke organisaties - wordt ingezet op kennisuitwisseling en capaciteitsopbouw. Hiermee worden door Syriërs gedragen verzoeningsprocessen verder ondersteund.
Accountability als onderdeel van brede inzet
Nederland, de EU en de Syrische bevolking hebben belang bij een veilig en stabiel Syrië. Nieuwe geweldsescalaties kunnen leiden tot vluchtelingenbewegingen en regionale instabiliteit, wat gevolgen kan hebben voor onze veiligheid. Stabiliteit is ook een voorwaarde voor wederopbouw en economische ontwikkeling, waarmee de duurzame terugkeer van Syrische vluchtelingen mogelijk gemaakt kan worden.
De Nederlandse inspanningen op accountability en mensenrechten dragen bij aan deze stabiliteit door straffeloosheid tegen te gaan, onafhankelijk toezicht en de bescherming van gemeenschappen en mensenrechten te ondersteunen. Engagement met de Syrische overgangsregering is hierbij van belang om de overgangsautoriteiten aan te spreken op hun verantwoordelijkheid en de Nederlandse inzet te bepalen, waarmee Nederland bijdraagt aan de bevordering van accountability en de bescherming van mensenrechten in Syrië. Het kabinet blijft zich daarom bilateraal en multilateraal inzetten voor een Syrië waarin de rechten en veiligheid van alle burgers worden gerespecteerd en geborgd.
| De minister van Buitenlandse Zaken, T.B.W. Berendsen |
|---|
Motie 36 800-V nr. 79 - Dobbe cs; Motie 36 800-V nr. 78 - Dobbe cs; Motie 36 800-V nr. 69 - Van Baarle; en Motie 21 501-02, nr. 3073 - Piri.↩︎
Motie 21 501-02, nr. 3073.↩︎
Aanvullende informatie over de inspanningen op dit terrein kunnen ook worden gevonden op de website van UN Women: https://arabstates.unwomen.org/en/what-we-do/peace-and-security/syria-wps-programme↩︎
In lijn met de motie Dobbe (36 800 nr. 79).↩︎
In lijn met de motie Van Baarle (36 800-V, nr. 69).↩︎
Zoals toe verzocht in de motie Dobbe c.s. 36 800 nr. 78, waarbij het kabinet ook is gevraagd om de Kamer over deze bijdrage te informeren.↩︎
Kamerstuk 27 925 nr. 1016↩︎