Rapport Autoriteit Persoonsgegevens over TOOI
Brief regering
Nummer: 2026D13027, datum: 2026-03-20, bijgewerkt: 2026-03-20 16:33, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
- Onderzoek Autoriteit Persoonsgegevens TOOI
- Beslisnota bij Kamerbrief Rapport Autoriteit Persoonsgegevens over TOOI
Onderdeel van zaak 2026Z05723:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2026-04-01 14:30: Procedurevergadering Justitie en Veiligheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
Preview document (🔗 origineel)
Op 6 maart jl. heeft de Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: AP) uw Kamer per brief geïnformeerd over de bevindingen uit het onderzoek dat is uitgevoerd naar de verwerking van persoonsgegevens door het Team Openbare Orde Inlichtingen (hierna: TOOI). Het TOOI is een onderdeel van de politie dat onder gezag van de burgemeester informatie vergaart met het oog op handhaving van de openbare orde. De focus ligt hierbij op groepen die betrokken zijn bij ernstige openbare-ordeverstoringen.
De AP heeft het onderzoek uitgevoerd naar aanleiding van een verzoek van uw Kamer van 17 april 2024 naar aanleiding van de motie van de leden Omtzigt (NSC) en Mutluer (GroenLinks-PvdA).1 Ik waardeer dat de AP onderzoek heeft gedaan naar de manier waarop de politie informatie vergaart en verwerkt ten behoeve van het handhaven van de openbare orde. De bescherming van grondrechten, zoals de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, is van essentieel belang in een democratische rechtsstaat. Ik neem de bevindingen van de AP dan ook serieus.
In lijn met de zienswijze van de politie heeft de AP besloten het rapport niet openbaar te maken, maar om het vertrouwelijk te delen met uw Kamer. De AP heeft het rapport in samenspraak met de politie ook met mij gedeeld onder de voorwaarde van vertrouwelijkheid. Omdat het rapport van bevindingen alleen vertrouwelijk met mij is gedeeld, kan ik niet inhoudelijk reageren op dit rapport. In deze brief geef ik u een eerste reactie op de openbare brief van de AP en schets ik het vervolgproces.2
Alvorens dit te doen hecht ik eraan kort in te gaan op wat het TOOI is en doet.3 Iedere regionale politie-eenheid heeft een TOOI. Dit is een team dat door te praten met informanten, onder gezag van de burgemeester, informatie verzamelt over mogelijke ernstige verstoringen van de openbare orde. Deze informanten spreken op vrijwillige basis met de politie. De juridische basis van het TOOI is artikel 3 Politiewet 2012. Dit betekent dat het TOOI met haar werk niet een meer dan geringe inbreuk mag maken op de persoonlijke levenssfeer. Mede dankzij informatie van het TOOI kan de politie het gezag informeren en adviseren over noodzakelijke maatregelen en keuzes maken over in te zetten politiecapaciteit. Het gezag heeft bij mij dan ook het belang van TOOI-informatie benadrukt voor de uiteindelijke informatiepositie ten behoeve van de openbare-ordehandhaving. Dit hebben de Regioburgemeesters ook met uw Kamer gedeeld in reactie op de openbare brief van de AP.4
Bevindingen van de AP met betrekking tot TOOI
De AP stelt in haar brief dat het wettelijk kader dat bestaat voor het heimelijk verzamelen en verwerken van persoonsgegevens door het TOOI ontoereikend is. Dit heeft betrekking op:
Het min of meer compleet beeld van aspecten van het leven van de informant en/of betrokkene dat kan ontstaan door de informatie die de informant verstrekt aan het TOOI, waardoor volgens de AP de grens van artikel 3 Politiewet 2012 wordt overschreden;
Het verwerken van gegevens van potentiële informanten;
Het is sommige gevallen verwerken van bijzondere persoonsgegevens.
Daarnaast stelt de AP dat een betekenisvolle invulling van het gezag op TOOI ontbreekt, er een politieke weging nodig is omtrent de werkzaamheden van het TOOI in de huidige vorm en een inbreuk op grondrechten duidelijke en nauwkeurige wetgeving vereist.
Reactie op het onderzoek van de AP met betrekking tot TOOI
In de wijze waarop ik, samen met uw Kamer, om ga met de bevindingen van de AP, vind ik het van groot belang om een zorgvuldige balans te vinden tussen enerzijds de belangrijke werkzaamheden van het TOOI ten behoeve van de veiligheid en de anderzijds eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen. De informatie van informanten vormt een aandeel in de informatiepositie van de politie op het gebied van ernstige openbare-ordeverstoringen. Het werk van TOOI is daarmee belangrijk voor de informatiepositie die nodig is ten behoeve van openbare-ordehandhaving en draagt hierdoor bij aan de veiligheid van burgers en agenten. Ik vind het belangrijk dat deze informatiepositie behouden blijft.
Ik ga de bevindingen uit het rapport nader bestuderen. Binnenkort spreek ik samen met de politie met de AP voor een nadere toelichting op het rapport. Ik ga daarnaast in gesprek met de korpsleiding en burgemeesters over de bevindingen van de AP en hun zienswijze hierop. Parallel daaraan vergt het rapport van de AP een nadere juridische analyse, die zal ik uitvoeren. Hierbij kijk ik expliciet naar de implicaties van de analyse op het werk van TOOI. Verder zal ik samen met de Korpschef en het gezag een juridische verkenning doen naar de mogelijke handelingsopties van de politie. Hierbij zal worden bekeken op welke wijze de werkprocessen van TOOI moeten worden aangepast zodat de informatievergaring en -verwerking binnen de wettelijke kaders plaatsvindt. Dit kan bijvoorbeeld door in interne procedures of handelingskaders nieuwe/nadere afspraken vast te leggen wat voor soort gegevens mogen worden verzameld, op welke wijze deze gegevens worden vastgelegd en welke waarborgen hierop van toepassing zijn. Hierbij zijn dataminimalisatie en proportionaliteit belangrijke uitgangspunten en dient de vraag centraal te staan welke informatie nu écht verwerkt moet worden om tot een informatiepositie te komen die minimaal noodzakelijk is voor het handhaven van de openbare orde. Het kan zijn dat door het aanpassen en/of strikter naleven van de werkwijze van het TOOI binnen het huidige wettelijke kader van artikel 3 Pw kan worden gewerkt. Omdat ook kan blijken dat bepaalde werkzaamheden van TOOI geen doorgang meer kunnen vinden die toch noodzakelijk zijn ten behoeve van de handhaving van de openbare orde, wordt tegelijkertijd verkend welke stappen er in dat geval noodzakelijk zijn. Ik zal tevens een toets op de juridische analyse en handelingsopties laten uitvoeren door de Landsadvocaat.
Ik vind het van groot belang de vervolgstappen zorgvuldig en in gezamenlijkheid met politie en het gezag te zetten. Ik zal uw Kamer voor de zomer nader informeren over het proces dat wordt gevolgd om de werkwijze van het TOOI verder vorm te geven.
Tot slot, naast de briefing die de Korpschef aan uw Vaste Kamercommissie heeft aangeboden, zijn de politie, de burgemeesters en ikzelf graag bereid om het gesprek met uw Kamer over het onderzoek van de AP in een daartoe geëigende setting voort te zetten.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. Van Weel
Kamerstukken II, 2023/34, 29628, nr. 1204.↩︎
Kamerstukken II 2025/26, 29628, nr. 1315.↩︎
In eerdere kamerbrieven is uitgebreider ingegaan op het TOOI en het werk dat deze teams doen. Bijvoorbeeld: Kamerstukken II, 2022-2023, 29628, nr. 1174; Kamerstukken II, 2023-2024, 36222, nr H.↩︎
Zie bijlage bij deze brief.↩︎