Amendement van de leden Westerveld en Dassen over het handhaven van de asielvergunning voor onbepaalde tijd
Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026)
Amendement
Nummer: 2026D13073, datum: 2026-03-20, bijgewerkt: 2026-03-20 17:58, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: E.M. Westerveld, Tweede Kamerlid (GroenLinks-PvdA)
- Mede ondertekenaar: L.A.J.M. Dassen, Tweede Kamerlid (Volt)
Onderdeel van kamerstukdossier 36871 -27 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026) .
Onderdeel van zaak 2026Z05740:
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
| TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL | 2 | |
| Vergaderjaar 2025-2026 | ||
| 36 871 | Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026) | |
| Nr. 27 | AMENDEMENT VAN de leden westerveld en Dassen | |
| Ontvangen 20 maart 2026 | ||
| De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: | ||
I
Artikel I, onderdeel D, vervalt.
II
Artikel I, onderdeel H, wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel 2 vervalt.
2. In onderdeel 4 wordt in het voorgestelde onderdeel g na “20” ingevoegd “, 33”.
III
Artikel I, onderdeel J, vervalt.
IV
Artikel I, onderdeel L, vervalt.
V
Artikel I, onderdeel AC, vervalt.
VI
In artikel I, onderdeel AD, wordt in het voorgestelde artikel 36, eerste lid, na “28” ingevoegd “of een verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 33,”.
VII
Artikel I, onderdeel AE, onderdeel 2, vervalt.
VIII
Artikel I, onderdeel AG, vervalt.
IX
In artikel I, onderdeel AH, wordt in het voorgestelde artikel 41, eerste lid, na “29a,” ingevoegd “dan wel de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 33,”.
X
In artikel I, onderdeel AL, onderdeel 4, vervalt “vierde en” en wordt “vervallen” vervangen door “vervalt”.
Artikel I, onderdeel AI.
XI
Artikel I, onderdeel AN, wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel 1 vervalt.
2. Onderdeel 2 vervalt.
XII
In artikel I, onderdeel AP, wordt na “28” ingevoegd “of van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 33, mits hij voordien in het bezit was van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28,”.
XIII
Artikel I, onderdeel BF, onderdeel 1, vervalt.
XIV
Artikel I, onderdeel BG, vervalt.
XV
Artikel I, onderdeel BJ, vervalt.
XVI
Artikel I, onderdeel BP, vervalt.
XVII
Artikel I, onderdeel BZ, vervalt.
XVIII
Artikel IX, tweede lid, vervalt.
XVIX
Artikel X, onderdelen 1 tot en met 4, 6 tot en met 9 en 11 tot en met 15 vervallen.
Toelichting
Met dit amendement wordt de asielvergunning onbepaalde tijd gehandhaafd. De Afdeling advisering van de Raad van State beargumenteert in haar advies dat de Kwalificatieverordening niet verbiedt dat een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd wordt verleend. Hoewel de internationale beschermingsstatus kan aflopen, kan het recht om in een land te verblijven, blijven bestaan.
De indieners stellen ook dat de terugkerende herbeoordeling van de asielstatus kan leiden tot onnodige spanning en onzekerheid bij statushouders en hun integratie in de Nederlandse maatschappij - die op grond van het Vluchtelingenverdrag (artikel 34) moet worden bevorderd - bemoeilijken. Het is bijvoorbeeld niet bevorderlijk voor het vinden van werk om geen status voor onbepaalde tijd te hebben. Bovendien constateren de indieners dat de status van een vluchteling in principe niet aan regelmatige herziening onderhevig mag zijn, daar dit het gevoel van veiligheid, die internationale bescherming juist moet bieden, ondermijnt. Zo stelt het UNHCR handboek dat de vluchtelingenstatus niet continu in twijfel mag worden getrokken, omdat vluchtelingen recht hebben op rechtszekerheid.
Het afschaffen van de asielvergunning onbepaalde tijd, zoals het onderhavig wetsvoorstel regelt, zal in de praktijk leiden tot nog meer druk bij de al overbelaste IND en de rechtspraak. Asielgerechtigden zullen vaker dan nu het geval is moeten verzoeken om verlenging van hun asielstatus. Dit zorgt voor een enorme stijging in het aantal procedures bij de IND. Daarmee stijgen ook de werklast en kosten van de IND, waardoor de achterstanden nog meer zullen oplopen.
Aanvullend constateren de indieners dat in de Rijkswet op het Nederlanderschap is bepaald (in artikel 8 lid 1 onder b) dat naturalisatie alleen mogelijk is voor degene «tegen wiens verblijf voor onbepaalde tijd geen bedenkingen bestaan». Asielstatushouders kunnen op dit moment naturaliseren als zij in het bezit zijn van een vergunning onbepaalde tijd asiel. De vergunning bepaalde tijd asiel wordt gezien als een vergunning met een «tijdelijk doel». Met het vervallen van de vergunning onbepaalde tijd asiel is daarmee naturalisatie voor asielstatushouders niet meer mogelijk terwijl in het Vluchtelingenverdrag (artikel 34) en het Europees Nationaliteitsverdrag (artikel 6 lid 4) staat dat de mogelijkheid van naturalisatie voor vluchtelingen moet worden vergemakkelijkt.
Westerveld
Dassen