Reactie op verzoek commissie over postuum eer en rechtsherstel voor drie veroordeelde oorlogsvliegers
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2026
Brief regering
Nummer: 2026D13086, datum: 2026-03-23, bijgewerkt: 2026-03-23 14:43, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D. Yesilgöz-Zegerius, minister van Defensie (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 36800 X-70 Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2026.
Onderdeel van zaak 2026Z05751:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Defensie
Preview document (🔗 origineel)
| > Retouradres Postbus 20701 2500 ES Den Haag | |
|---|---|
de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag |
|
| Datum | 18 maart 2026 |
| Betreft | Verzoek postuum eer- en rechtsherstel voor drie veroordeelde oorlogsvliegers |
Ministerie van Defensie
Plein 4
MPC 58 B
Postbus 20701
2500 ES Den Haag
www.defensie.nl
Onze referentie
D2026-000957 -
MINDEF20260010020
Bij beantwoording, datum, onze referentie en onderwerp vermelden.
Geachte voorzitter,
U heeft mij, met uw brief van 19 januari 2026 met kenmerk 2025Z21488/2026D01845, gevraagd te reageren op een petitie waarin wordt verzocht om postuum eer- en rechtsherstel te verlenen aan drie veroordeelde oorlogsvliegers.
Het gaat in deze zaak over drie militairen van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (ML-KNIL) die in 1943 door de zeekrijgsraad te Colombo vanwege poging tot desertie en verdenking van sabotage zijn veroordeeld. Tweede luitenant vlieger W.J. Burck werd veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. De sergeanten vlieger H. Kelder en E.H.J. de Lyon werden veroordeeld tot een gevangenisstraf van twintig jaar. Na een detentie van ruim zeven jaar ontvingen zij gratie.
Naast de petitie, heeft de indiener zijn verhaal ook uiteen gezet in een boek waarnaar hij verwijst. Beide zijn op mijn verzoek bestudeerd door het Nederlands Instituut voor Militaire Historie. Daaruit blijkt dat noch de petitie noch het boek nieuwe feiten bevatten. Dit maakt dat ik ook niet tot een ander inzicht ben gekomen dan mijn voorgangers. Ik blijf daarom bij het standpunt dat zij in diverse brieven met uw Kamer1 hebben gedeeld, dat eer- en rechtsherstel niet aan de orde is.
Vanzelfsprekend begrijp ik de vasthoudendheid van de nabestaanden die streven naar rehabilitatie van hun familieleden. Ook besef ik dat er een last op hun schouders rust. Wanneer zij behoefte hebben aan begeleiding bij het verwerken van die last, kunnen zij voor maatschappelijke ondersteuning en geestelijke gezondheidszorg een beroep doen op het Nederlands Veteraneninstituut.
Hoogachtend,
DE MINISTER VAN DEFENSIE
D. Yeşilgöz-Zegerius
Aanhangsel Handelingen II 2014/15, nr. 704 ; Kamerstukken II, 2015/16, 34 300 X, nr. 7↩︎