[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

36889 Nota naar aanleiding van het verslag inzake Wijziging van de Archiefwet 1995 ter verruiming van de mogelijkheden om archiefbescheiden die in een archiefbewaarplaats berusten en die persoonsgegevens bevatten, ter raadpleging en gebruik beschikbaar te stellen

Nota n.a.v. het (nader/tweede nader/enz.) verslag

Nummer: 2026D13155, datum: 2026-03-23, bijgewerkt: 2026-03-23 12:31, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z05795:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL

Vergaderjaar 2025/26

36 889 Wijziging van de Archiefwet 1995 ter verruiming van de mogelijkheden om archiefbescheiden die in een archiefbewaarplaats berusten en die persoonsgegevens bevatten, ter raadpleging en gebruik beschikbaar te stellen

Nr. xxx Nota naar aanleiding van het verslag

Ontvangen

Ik dank de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor de schriftelijke inbreng bij het wetsvoorstel tot wijziging van de Archiefwet 1995 ter verruiming van de mogelijkheden om archiefbescheiden die in een archiefbewaarplaats berusten en die persoonsgegevens bevatten, ter raadpleging en gebruik beschikbaar te stellen (hierna: het wetsvoorstel).

Met dit wetsvoorstel wordt het mogelijk dat belangrijke oorlogsarchieven zoals het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (hierna: CABR) online toegankelijk worden voor iedereen. De regering hecht hier zeer aan omdat op deze wijze veel meer informatie kan worden achterhaald over het lot van bijvoorbeeld slachtoffers van de Holocaust. Dit is voor nabestaanden en voor onderzoekers, maar ook voor makers van tentoonstellingen voor musea en educatieprojecten van groot belang.

De regering heeft met veel belangstelling kennisgenomen van de vragen en opmerkingen van de leden van de fracties van GroenLinks-PvdA en het CDA. Hieronder volgt de beantwoording van de gestelde vragen. Daarbij is zoveel mogelijk de volgorde en indeling van het verslag gevolgd. Deze nota naar aanleiding van het verslag gaat vergezeld van een nota van wijziging die een tweetal reparaties aanbrengt in het wetsvoorstel. Voor de toelichting op deze wijzigingen wordt gaarne verwezen naar de toelichting bij de nota van wijziging.

I. Algemeen

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn zich bewust van de spanning tussen het belang van openbaarheid en respect voor de persoonlijke levenssfeer en hechten dan ook aan goed toezicht op gebruik van data door overheid en bescherming van privacy. Bestaande toezichthouders, zoals de Autoriteit Persoonsgegevens, verdienen meer bevoegdheden, expertise en middelen om algoritmen en systemen te controleren op transparantie, uitlegbaarheid, proportionaliteit en discriminatie. Bij misstanden dient de overheid op te treden of te handhaven. Op overheidsorganisaties rust in dit kader een plicht tot een impactanalyse op rechtsgelijkheid en grondrechten bij inzet van nieuwe technologie of data. Tegelijkertijd hechten deze leden aan een transparante overheid en aan inzage van burgers in dossiers die overheden over hen hebben opgebouwd. Deelt de regering deze uitgangspunten?

De regering is het met de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie eens dat goed toezicht op het gebruik van data en bescherming van privacy van groot belang zijn. Het is daarom belangrijk dat een toezichthouder zoals de Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: AP), over adequate bevoegdheden, expertise en middelen beschikt om haar taken te kunnen uitoefenen en om te kunnen handhaven bij misstanden. De regering is het ook met deze leden eens dat overheidsorganisaties bij inzet van nieuwe technologie zorgvuldig moeten afwegen wat de impact daarvan is voor burgers. Daarnaast hecht de regering net als deze leden sterk aan een transparante overheid en het recht op informatie en de mogelijkheid voor burgers om dossiers die overheden over hen hebben opgebouwd, in te zien.

De leden van de CDA-fractie merken op dat de Autoriteit Persoonsgegevens en de Afdeling van de Raad van State naar voren hebben gebracht dat de afweging van belangen tussen de betrokken grondrechten een bevoegdheid van de overheid is. Deze leden vinden de vraag legitiem of de gekozen vorm, het maken van die afwegingen, te beleggen bij lagere regelgeving voldoende is. Kan de regering hier uitgebreid op reflecteren, zo vragen deze leden.

Met dit wetsvoorstel wordt een mogelijkheid geïntroduceerd om beperkt openbare archieven – ook als zij nog bijzondere of strafrechtelijke persoonsgegevens bevatten – in uitzonderlijke gevallen voor eenieder via internet beschikbaar te stellen. De regering is zich er terdege van bewust dat dit in een ingrijpende bevoegdheid is, waarbij verschillende belangen en grondrechten moeten worden gewogen. De regering heeft met dit wetsvoorstel getracht hier een goede balans in te vinden, en heeft de bevoegdheid van beschikbaarstelling via internet van een zorgvuldige en strikte inkadering voorzien. De regering nam met waardering kennis van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State, waarin de Afdeling opmerkte dat de regering een evenwichtige en zorgvuldige afweging heeft gemaakt.1

De hierboven genoemde scherpe inkadering in het wetsvoorstel heeft tot gevolg dat de afweging, in welke gevallen een beperkt openbaar archief via internet beschikbaar kan worden gesteld, maar beperkt afhankelijk is van lagere regelgeving. Naar aanleiding van het advies van de Afdeling advisering heeft de regering ervoor gekozen om op het niveau van de wet vast te leggen dat beschikbaarstelling van beperkt openbare archieven voor eenieder via internet alleen aan de orde kan zijn bij archieven – in aansluiting op overweging 158 bij de Algemene verordening gegevensbescherming (hierna: AVG)2 – over een beperkt aantal, zeer ingrijpende gebeurtenissen (oorlog, oorlogsmisdaden, genocide, het politiek gedrag onder voormalige totalitaire regimes, of misdaden tegen de menselijkheid). Bovendien zijn daarbij op wetsniveau verschillende passende maatregelen vastgelegd die bij beschikbaarstelling via internet in ieder geval moeten worden genomen, waarbij ook in het wetsvoorstel is uitgewerkt met welke belangen de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: de minister) in ieder geval rekening moet houden. Daarnaast is voorzien in een verplichte internetconsultatie over een voorgenomen besluit tot aanwijzing van een archief. Ten slotte is van belang dat de minister over een voorgenomen besluit tot aanwijzing van online te publiceren beperkt openbare archiefbescheiden ook telkens de AP zal raadplegen.3

De regering vindt het enerzijds van groot belang dat de aanwijzing van een concreet archief op zorgvuldige wijze plaatsvindt, maar wil anderzijds voorkomen dat de (procedurele) drempels voor de aanwijzing van een archief zo hoog worden, dat dit in de praktijk niet zal plaatsvinden. De bevoegdheid van de minister om archieven voor online-beschikbaarstelling aan te wijzen is op deze wijze op wetsniveau strikt ingekaderd. Daarom acht de regering het onwenselijk om de aanwijzing van concrete archieven uitsluitend mogelijk te maken bij wet of bij algemene maatregel van bestuur.

In dit verband wijst de regering voorts op de zorgvuldige voorbereiding, door het consortium Oorlog voor de Rechter, van de onlinebeschikbaarstelling die aanvankelijk voorzien was in 2025. In 2023-2024 is uitgebreid gesproken over de onlinebeschikbaarstelling met het Centraal Overleg Vervolgings- en Verzetsslachtoffers (hierna: COVVS), de Stichting Werkgroep Herkenning (hierna: SWH),4 het Centraal Joods Overleg (hierna: CJO) en Joods Maatschappelijk Werk (hierna: JMW). De door deze partijen geadviseerde mitigerende maatregelen zijn geïmplementeerd in de tijdelijke voorziening die nu beschikbaar is bij het Nationaal Archief, de Regionaal Historische Centra en het NIOD instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies (hierna: NIOD).

Het gaat bij deze mitigerende maatregelen onder meer om het enkel beschikbaar stellen van dossiers van mensen die zijn overleden, het op verzoek offline halen van persoonsgegevens van eventueel toch nog in de dossiers voorkomende levende personen, het zorgdragen voor een informatiepunt (het Klantcontactcentrum) waar mensen terecht kunnen met technische, feitelijke en emotionele vragen en van waaruit kan worden doorverwezen naar tweedelijnsondersteuning en een procedure voor schrijnende gevallen betreffende de persoonlijke levenssfeer van nabestaanden. Ook heeft het consortium Oorlog voor de Rechter in 2024 veertien voorlichtings- en dialoogbijeenkomsten georganiseerd in samenwerking met de Regionaal Historische Centra en ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum. Daarnaast is vanuit het consortium ook in 2025 en dit jaar doorlopend overleg gevoerd met COVVS, SWH en het CJO, waarin de (voor het overgrote deel positieve) ervaringen met de tijdelijke voorziening besproken worden en waar in voorkomend geval ook aanpassingen en aanvullingen van de werkwijze of van het portaal oorlogvoorderechter.nl uit voortkomen.

1. Inleiding

De leden van de CDA-fractie merken op dat hoewel de aanleiding van het wetsvoorstel het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) is, het wetsvoorstel een bredere reikwijdte heeft. De voorgestelde grondslag voor publicatie via internet van archiefbescheiden hoeft niet uitsluitend voor het CABR te worden toegepast. Deze leden willen weten waarom de regering ervoor kiest om een bredere reikwijdte in deze wet op te nemen. Is dit niet eerder, bijvoorbeeld bij de herziening van de Archiefwet, overwogen? Zo ja, waarom is dat toen niet geregeld, zo vragen zij?

De leden van de CDA-fractie merken terecht op dat het wetsvoorstel een bredere reikwijdte heeft dan alleen het CABR. Hoewel het CABR de concrete aanleiding is voor dit wetsvoorstel, vindt de regering het voorstelbaar dat in de toekomst ook voor andere beperkt openbare archieven het belang van laagdrempelige toegang tot dat archief zo zwaarwegend is dat dat archief via internet beschikbaar moet kunnen worden gesteld. De regering heeft daarom bewust gekozen voor een bredere reikwijdte van het wetsvoorstel, maar heeft de mogelijkheid van de beschikbaarstelling van beperkt openbaar archief via internet tegelijkertijd van een scherpe inkadering in het wetsvoorstel voorzien (zie hierover tevens het antwoord op de vraag van de fractieleden van GroenLinks-PvdA onder ‘I. Algemeen’).

Bij de totstandkoming van de Archiefwet 20.. is een grondslag voor de onlinebeschikbaarstelling van beperkt openbaar archief niet overwogen. In de waarschuwingsbrief van 26 november 2024 aan mijn ambtsvoorganger wees de AP terecht op de noodzaak van deze grondslag,5 hetgeen de aanleiding was voor het opstellen van het onderhavige wetsvoorstel.

2. Hoofdlijnen van het voorstel

De leden van de CDA-fractie wijzen erop dat de Afdeling adviseert de reikwijdte in de wet te beperken tot de voorbeelden die ook in de Algemene verordening gegevensbescherming worden genoemd en waarnaar de regering expliciet verwijst, hetgeen door de regering is overgenomen. Kan de regering nader uiteenzetten waarom hiervoor gekozen is? Kan de regering hier enkele voorbeelden van geven zodat deze leden een goed beeld krijgen van welke archieven hieronder zouden kunnen vallen?

In het oorspronkelijke wetsvoorstel zoals dat ter advisering aan de Afdeling advisering van de Raad van State is voorgelegd, was geen beperking van de reikwijdte opgenomen. In plaats daarvan bevatte het wetsvoorstel destijds een grondslag voor nadere regels bij algemene maatregel van bestuur, waarbij de categorieën beperkt openbare archiefbescheiden waarvoor onlinepublicatie aan de orde zou kunnen zijn, zouden worden aangewezen. In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel werd toen toegelicht dat voor het aanwijzen van deze categorieën archiefbescheiden aansluiting zou kunnen worden gezocht bij de zogeheten ‘hotspotcriteria’, en dat de regering voornemens was om in ieder geval de Tweede Wereldoorlog als categorie aan te wijzen.6

De Afdeling advisering van de Raad van State wees in haar advies evenwel op de discrepantie tussen het opschrift van het wetsvoorstel, dat verwees naar overweging 158 van de AVG, en de ruimere reikwijdte die het gevolg zou zijn van het aansluiten bij de hotspotcriteria. De Raad van State adviseerde hierbij als volgt:

“De Afdeling merkt op dat het van belang is dat helderheid wordt geboden over de precieze reikwijdte van het wetsvoorstel en dat de genoemde discrepantie wordt weggenomen. In dat verband ligt het in de rede om in het wetsvoorstel de criteria op te nemen voor de categorieën archieven die in aanmerking komen voor dit wettelijke regime. Volgens de regering kan aanwijzing van categorieën alleen bij archieven over specifieke, ingrijpende gebeurtenissen aan de orde zijn, zoals bij het CABR het geval is.7 Het moet bovendien gaan om ‘uitzonderlijke gevallen’.8 De genoemde voorbeelden in de AVG wijzen daar ook op.9 Gelet hierop, en gezien het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer dat met deze beperkt openbare archieven is gemoeid, ligt het in de rede om de reikwijdte in de wettekst te beperken tot de in de AVG genoemde gebeurtenissen.”10

De regering heeft dit advies overgenomen, en heeft de reikwijdte in het wetsvoorstel beperkt tot de categorieën archieven die in overweging 158 van de AVG worden genoemd, met toevoeging van ‘oorlog’ als algemene categorie.11 Op deze wijze biedt de regering helderheid over de reikwijdte, zodat voor betrokkenen voorzienbaar is op welke categorieën archieven het voorstel betrekking heeft.

Naast het CABR is het oorlogsarchief van het Nederlandse Rode Kruis een voorbeeld van een archief dat onder de reikwijdte zou kunnen vallen. Een ander voorbeeld is het archief van het Nederlands Beheersinstituut.12 Deze archieven zijn beide van belang zijn voor nabestaanden, onderzoekers en maatschappelijke organisaties voor educatie en museale presentaties.

2.1 Aanleiding

Deze leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen hoe breed de regering het begrip “overheidsarchief” opvat. Vallen hier bijvoorbeeld ook archieven van scholen voor regulier bekostigd onderwijs onder?

De Archiefwet 1995 is van toepassing op zogeheten ‘archiefbescheiden’. Archiefbescheiden zijn in de eerste plaats “bescheiden, ongeacht hun vorm, door de overheidsorganen ontvangen of opgemaakt en naar hun aard bestemd daaronder te berusten”.13 De term overheidsorganen heeft – in aansluiting op artikel 1:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht – betrekking op organen van rechtspersonen die krachtens publiekrecht zijn ingesteld, alsmede op andere personen of colleges, met enig openbaar gezag bekleed.

Gelet op deze definities is de Archiefwet 1995 (evenals het wetsvoorstel voor de Archiefwet 20..) ook van toepassing op de archieven van scholen voor bekostigd onderwijs, maar voor de precieze reikwijdte is van belang of de school in stand wordt gehouden door een publiekrechtelijke rechtspersoon, of door een privaatrechtelijke rechtspersoon (bij scholen in veel gevallen een stichting). De archieven van een school die in stand wordt gehouden door een publiekrechtelijke rechtspersoon, vallen geheel onder de reikwijdte van de Archiefwet. De archieven van een onderwijsinstelling die in stand wordt gehouden door een privaatrechtelijke rechtspersoon, vallen uitsluitend onder de Archiefwet voor zover de onderwijsinstelling openbaar gezag uitoefent, bijvoorbeeld bij de afgifte van een diploma.14 In de praktijk wordt het overgrote deel van de scholen voor bekostigd funderend onderwijs in stand gehouden door een privaatrechtelijke rechtspersoon.

De wijzigingen die dit wetsvoorstel aanbrengt in de Archiefwet 1995 volgen de systematiek en de reikwijdte van die wet. Van belang is wel dat de wijzigingen die dit wetsvoorstel in de Archiefwet 1995 aanbrengt, alleen een rol kunnen spelen bij archiefbescheiden die voor blijvende bewaring in een archiefbewaarplaats berusten. Daarbij is de reikwijdte van dit wetsvoorstel wat betreft het online beschikbaar stellen van overgebracht beperkt openbaar archief beperkt tot de categorieën archieven die in overweging 158 van de AVG worden genoemd, met toevoeging van ‘oorlog’ als algemene categorie.

2.2 Noodzaak

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat de regering stelt dat de uitzonderingen voor wetenschappelijk, historisch en statisch onderzoek in de Uitvoeringswet AVG te beperkt zijn voor het verlenen van toegang tot archieven. Kan de regering nader toelichten op grond van welke overwegingen zij niet heeft besloten om dit probleem te verhelpen met een aanpassing van deze uitvoeringswet, maar liever met een wijziging van de Archiefwet, zo vragen deze leden.

Dit wetsvoorstel richt zich bewust uitsluitend op de archiefbewaarplaatsen in de zin van de Archiefwet.15 Een aanpassing van de Uitvoeringswet AVG (hierna: UAVG) zou een veel bredere werking hebben en zou een veel bredere kring aan organisaties omvatten. Zo’n ruime reikwijdte zou het wetsvoorstel daarom veel complexer maken, hetgeen ten koste zou gaan van het streven om op korte termijn de onlinebeschikbaarstelling van het CABR mogelijk te maken, zodat mensen zo snel mogelijk laagdrempelig toegang krijgen tot dit archief.

2.3. Doel

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat de regering met de verruiming van toegang tot overheidsarchieven met persoonsgegevens het belang wil dienen van toegang tot overheidsinformatie en cultureel erfgoed. Deze leden vragen hoe breed de regering het belang van toegang tot cultureel erfgoed hierbij opvat. Kan de regering ook toelichten of zij bijvoorbeeld onderzoeken voor een persoonlijk belang, zoals een genealogisch onderzoek, tevens rekent tot cultureel erfgoed?

Zoals is vastgelegd in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, wordt onder cultureel erfgoed verstaan: “uit het verleden geërfde materiële en immateriële bronnen, in de loop van de tijd tot stand gebracht door de mens of ontstaan uit de wisselwerking tussen mens en omgeving, die mensen, onafhankelijk van het bezit ervan, identificeren als een weerspiegeling en uitdrukking van zich voortdurend ontwikkelende waarden, overtuigingen, kennis en tradities, en die aan hen en toekomstige generaties een referentiekader bieden”. Ook overheidsarchieven kunnen als onderdeel van het cultureel erfgoed worden aangemerkt, en toegang tot overheidsinformatie die in archieven is vastgelegd (bijvoorbeeld voor genealogisch onderzoek) kan daarom ook worden gezien als een vorm van toegang tot cultureel erfgoed.

De leden van de CDA-fractie vragen of bij de plenaire behandeling van onderhavig wetsvoorstel de AMvB’s en het Besluit klaar zijn, en of de AMvB’s ook betrokken worden bij de plenaire behandeling?

Op grond van dit wetsvoorstel worden bij algemene maatregel van bestuur nadere regels gesteld over de belangenafweging en de te stellen voorwaarden bij het geven van inzage in beperkt openbaar archief aan een (individuele) verzoeker.16 Het gaat hier om nadere regels die door middel van een wijzigingsbesluit in het Archiefbesluit 1995 zouden worden opgenomen.17 Deze nadere regels hebben dus geen betrekking op de mogelijkheid die dit wetsvoorstel introduceert om beperkt openbare archieven voor eenieder via internet beschikbaar te stellen, en staan dus los van het voornemen om het CABR daartoe aan te wijzen. Vanwege het spoedkarakter van dit wetsvoorstel is prioriteit gegeven aan de uitwerking van het wetsvoorstel. Het conceptwijzigingsbesluit is daarom nog niet gereed.

Vanwege dezelfde reden is ook het ministeriële besluit tot aanwijzing van het CABR nog niet gereed. Hierbij is echter ook van belang dat voor de voorbereiding van dit besluit de procedurele regels uit het wetsvoorstel en de AVG moeten worden gevolgd. Dit betekent dat over het concept voor het ministeriële besluit de AP moet worden geraadpleegd, en dat dit besluit ook ter internetconsultatie moet worden aangeboden. De regering vindt het van belang om deze procedure zorgvuldig te doorlopen.

Zoals de regering tevens heeft geantwoord op de vraag van de fractieleden van GroenLinks-PvdA onder ‘I. Algemeen’, is in het wetsvoorstel getracht een goede balans te vinden tussen het recht op informatie en het recht op bescherming van persoonsgegevens. In het wetsvoorstel zelf is de bevoegdheid van beschikbaarstelling via internet daarbij van een zorgvuldige en strikte inkadering voorzien zowel met betrekking tot de reikwijdte als met betrekking tot de passende maatregelen.

2.4. Inhoud

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of de regering kan toelichten wat dit wetsvoorstel gaat betekenen voor gegevens over de persoonlijke levenssfeer van slachtoffers en verdachten, die uiteindelijk niet schuldig werden bevonden?

Het wetsvoorstel biedt een grondslag om beperkt openbare archiefbescheiden uit een archief dat betrekking heeft op oorlog of oorlogsmisdaden, politiek gedrag onder voormalige totalitaire regimes, genocide of misdaden tegen de menselijkheid, onder voorwaarden voor eenieder via internet beschikbaar te stellen, ook als deze archiefbescheiden mogelijk nog (bijzondere of strafrechtelijke) persoonsgegevens bevatten. Wat betreft onlinebeschikbaarstelling maakt het wetsvoorstel geen onderscheid tussen archiefbescheiden met betrekking tot personen die in een strafzaak schuldig zijn bevonden en archiefbescheiden met betrekking tot personen die uiteindelijk niet schuldig zijn bevonden. Hierbij moet worden bedacht dat de mogelijkheid van onlinepublicatie die het wetsvoorstel introduceert, niet alleen betrekking kan hebben op de onlinepublicatie van een archief als het CABR (dat op strafrechtelijk onderzoek en strafrechtelijke vervolging betrekking heeft), maar ook op andersoortige archieven.

Specifiek voor de voorgenomen onlinebeschikbaarstelling van het CABR is van belang dat een belangrijk doel is om het voor slachtoffers of nabestaanden van slachtoffers mogelijk te maken om informatie te vinden over wat er met hun familieleden gebeurd is. Dat is op het moment, vanwege de manier waarop het archief is geordend, niet goed mogelijk. Ook dossiers van mensen die uiteindelijk niet zijn vervolgd of niet schuldig zijn bevonden, kunnen voor nabestaanden zeer waardevolle informatie bevatten. Wanneer een beheerder documenten voor eenieder ter raadpleging of gebruik via internet beschikbaar stelt, vereist het wetsvoorstel dat de archivaris passende maatregelen neemt om te waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer niet onevenredig wordt geschaad.

De regering steunt het project ‘Oorlog voor de Rechter’. Dit project van het consortium van het Nationaal Archief, WO2Net, het Huygens Instituut en het NIOD beoogt onder meer om de gedigitaliseerde archiefbescheiden leesbaar te maken voor eenieder maar vooral ook om de archiefbescheiden van voldoende context en uitleg te voorzien. Uit deze context wordt ook duidelijk dat in de periode na de Tweede Wereldoorlog veel mensen onterecht zijn aangegeven en daarna onderzocht om diverse redenen. Juist de beschikbaarheid van dit soort informatie maakt dat met meer nuance naar deze naoorlogse periode kan worden gekeken.

2.4.1. Toepassingsbereik

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat instellingen zoals het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis en de Black Archives geen gebruik kunnen maken van de verruimingen die dit wetsvoorstel introduceert en gebruik moeten maken van de uitzonderingen in de Uitvoeringswet AVG. Hoe staat de regering ertegenover om straks, op basis van de ervaringen met het onderhavige wetsvoorstel, ook de wetgeving voor particuliere archieven te verruimen, zo vragen deze leden.

De prioriteit van de regering ligt nu bij dit wetsvoorstel en bij het realiseren van de onlinebeschikbaarstelling van het CABR. Aan de hand van de opgedane ervaring met dit wetsvoorstel kan onderzocht worden wat de mogelijkheden zijn voor het toegankelijk maken van archieven die bij andere archiefinstellingen beheerd worden, rekening houdend met het feit dat de juridische context bij deze instellingen anders is. Hierbij zal in elk geval rekening moeten worden gehouden met het vastleggen van passende waarborgen en maatregelen om de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen te beschermen, maar ook met het vastleggen van criteria waar zo’n archiefinstelling rekening mee moet houden bij een verzoek om archiefbescheiden beschikbaar te stellen.

2.4.2. Verruiming van de mogelijkheden om archiefbescheiden met bijzondere en strafrechtelijke persoonsgegevens ter inzage te geven

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat de Afdeling adviseerde om de belangenafweging bij verzoekers met een persoonlijk belang op wetsniveau uit te werken, maar de regering daarvan heeft afgezien en ervoor gekozen de regels uit te werken in het Archiefbesluit 20.., dat op dit moment ter advisering bij de Raad van State ligt. Deze leden vragen of dit advies openbaar wordt, alvorens de verdere wetsbehandeling plaatsvindt.

Het Archiefbesluit 20.. is op 15 oktober 2025 aan de Afdeling advisering van de Raad van State voorgelegd ter advisering. De Afdeling advisering heeft op 25 februari jl. haar advies vastgesteld.18 Op dit moment wordt gewerkt aan de verwerking van het advies en het opstellen van het nader rapport.

Hierbij is evenwel van belang dat het Archiefbesluit 20.. in hoofdstuk 6 weliswaar reeds verschillende bepalingen bevat over het geven van toegang tot beperkt openbare documenten aan een verzoeker, maar dat het Archiefbesluit 20.. nog niet is afgestemd op de wijzigingen uit dit wetsvoorstel. Voor deze aanpassingen van het Archiefbesluit 20.. wordt door de regering een afzonderlijk wijzigingsbesluit opgesteld.19 Vanwege het spoedkarakter van dit wetsvoorstel is prioriteit gegeven aan de uitwerking van het wetsvoorstel. Het concept-wijzigingsbesluit is daarom nog niet gereed.

Zoals tevens is geantwoord op de vraag van leden van de CDA-fractie in paragraaf 2.3, hebben de nadere regels die met dit concept-wijzigingsbesluit in het Archiefbesluit 20.. zullen worden opgenomen betrekking op de belangenafweging en de te stellen voorwaarden bij het geven van inzage in beperkt openbaar archief aan een (individuele) verzoeker.20 Deze nadere regels hebben dus geen betrekking op de mogelijkheid die dit wetsvoorstel introduceert om beperkt openbare archieven voor eenieder via internet beschikbaar te stellen, en staan dus los van het voornemen om het CABR daartoe aan te wijzen.

De leden van de CDA-fractie stellen vast dat om via het internet van (openbare of beperkt openbare) archiefbescheiden beschikbaar te stellen de regering het advies van de Afdeling heeft opgevolgd door passende maatregelen op wetsniveau vast te leggen, maar dat het advies van de Afdeling om een koppeling met het overlijdensregister op te nemen niet is overgenomen. Kan de regering uitgebreid uiteenzetten waarom hier niet voor gekozen is?

De regering heeft ervan afgezien om een koppeling met het overlijdensregister als passende waarborg op wetsniveau vast te leggen, omdat het afhankelijk is van de aard en ordening van een archief of zo’n waarborg mogelijk en passend is.21 Een koppeling met het overlijdensregister kan door de minister wel als aanvullend te nemen passende maatregel worden opgenomen in het ministeriële besluit, waarin de online te publiceren archiefbescheiden worden aangewezen. Over zo’n besluit zal de minister ook telkens de AP raadplegen.22 Het voornemen is om deze maatregel voor onderzochte personen met een dossier in het CABR op te nemen in het besluit tot aanwijzing van het CABR. Bij de tijdelijke voorziening voor beschikbaarstelling van het gedigitaliseerde deel van het CABR op locatie wordt deze koppeling ook reeds toegepast.23

2.4.3. Grondslag voor beschikbaarstelling beperkt openbare archiefbescheiden via internet

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat bij het via internet beschikbaar stellen van openbare archieven de Afdeling erop heeft gewezen dat dit een wezenlijk andere dimensie geeft aan de openbaarheid, vanwege de mogelijkheid tot grotere verspreiding. Het treffen van passende waarborgen wordt hierbij geheel overgelaten aan de archivaris. Passende waarborgen worden niet ook in het wetsvoorstel geregeld. Kan de regering nader toelichten wat zich ertegen verzet om – mede aan de hand van het voorbeeld van het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging – waarborgen vast te leggen op het niveau van een Algemene Maatregel van Bestuur, zo vragen zij?

De regering heeft naar aanleiding van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State de in ieder geval te treffen passende maatregelen bij het via internet beschikbaar stellen van zowel openbare als beperkt openbare archiefbescheiden op wetsniveau vastgelegd.

Op wetsniveau ligt vast dat de beheerder in ieder geval maatregelen treft (i) om zoveel mogelijk ongeoorloofde indexering, tekst- en datamining of grootschalig kopiëren van de archiefbescheiden voorkomen; (ii) om het voor betrokkenen mogelijk te maken om er melding van te doen dat archiefbescheiden die via internet beschikbaar zijn gesteld, nog persoonsgegevens bevatten; en (iii) om de personen die de archiefbescheiden via internet wensen te raadplegen, ervan bewust te maken dat in de archiefbescheiden nog persoonsgegevens kunnen voorkomen en dat deze personen gehouden zijn om in dat geval de wet- en regelgeving met betrekking tot de bescherming van persoonsgegevens na te leven. Het wetsvoorstel biedt daarnaast ruimte om bij de onlinebeschikbaarstelling van een concreet archief aanvullende maatregelen te nemen indien dat nodig is. Voor de aanvullende maatregelen geldt dat deze maatregelen bij openbaar archief door de beheerder worden genomen.

De leden van de CDA-fractie merken op dat met dit wetsvoorstel een bevoegdheid wordt geïntroduceerd zodat archiefbescheiden die deel uitmaken van een archief dat betrekking heeft op oorlog of oorlogsmisdaden, politiek gedrag onder voormalige totalitaire regimes, genocide of misdaden tegen de menselijkheid ook openbaar kunnen worden gemaakt via het internet. Kan de regering toelichten op hoeveel archieven dit wetsvoorstel na aanneming dan betrekking heeft, zo vragen zij?

De regering beschikt niet over informatie over de hoeveelheid archieven binnen Nederland die betrekking hebben op oorlog of oorlogsmisdaden, politiek gedrag onder voormalige totalitaire regimes, genocide of misdaden tegen de menselijkheid. Voorbeelden van andere dergelijke archieven zijn het oorlogsarchief van het Nederlandse Rode Kruis en het archief van het Nederlands Beheersinstituut. Van belang is dat het wetsvoorstel niet uitsluitend op de archieven van de Rijksoverheid betrekking heeft, maar ook op de archieven van provincies, gemeenten en waterschappen. Het wetsvoorstel regelt echter dat dergelijke archieven alleen bij zwaarwegend algemeen belang via internet beschikbaar kunnen worden gesteld, en dat een dergelijk archief daarbij eerst door de minister bij ministerieel besluit moet worden aangewezen.

Deze leden vraag voorts, welke archieven de regering voornemens is om via het internet beschikbaar te stellen, gezien de reikwijdte van de wet?

De regering heeft thans alleen een concreet voornemen om het CABR aan te wijzen als beperkt openbaar archief dat via internet aan eenieder beschikbaar kan worden gesteld. Het is niet de verwachting dat op korte termijn op rijksniveau andere archieven zullen worden aangewezen. Dit vraagt allereerst dat deze worden gedigitaliseerd en daar zijn momenteel geen middelen voor.

De leden van de CDA-fractie kunnen zich voorstellen dat het concretiseren van het omslagpunt wanneer een algemeen belang een zwaarwegend algemeen belang wordt, lastig in de memorie van toelichting is aan te geven. Maar de leden kunnen zich ook voorstellen dat na aanneming van deze wet beide belangen in het geding zijn. Kortom het algemeen belang en het zwaarwegend belang zijn met elkaar in conflict. Kan de regering nader uiteenzetten hoe de minister dit vervolgens wil wegen?

Op grond van artikel 17a, tweede lid, van het wetsvoorstel24 kan de minister beperkt openbare archiefbescheiden uitsluitend voor onlinepublicatie aanwijzen, indien met de onlinepublicatie een zwaarwegend algemeen belang is gediend dat zwaarder weegt dan de belangen die nopen tot bescherming van persoonsgegevens of de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Het wetsvoorstel houdt er aldus expliciet rekening mee dat sprake is van conflicterende belangen die door de minister tegen elkaar moeten worden afgewogen. In artikel 17a, derde lid, van het wetsvoorstel25 zijn verschillende elementen opgenomen die de minister in ieder geval bij deze belangenafweging moet betrekken.

2.4.4. Het alsnog stellen van openbaarheidsbeperkingen

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat de regering de mogelijkheid noemt dat per vergissing bij de overbrenging geen openbaarheidsbeperking wordt gesteld. Wat kan een individuele benadeelde wiens privésfeer wordt geschaad in zo’n geval ondernemen, zo vragen deze leden.

Indien een betrokkene opmerkt dat ten onrechte geen openbaarheidsbeperking is gesteld, dan kan de betrokkene de zorgdrager hierop wijzen zodat de zorgdrager dit kan herstellen. Met dit wetsvoorstel wordt voor zorgdragers een verplichting geïntroduceerd om alsnog een openbaarheidsbeperking stellen, indien aan het licht komt dat archiefbescheiden nog bijzondere of strafrechtelijke persoonsgegevens bevatten26 (zie hierover tevens de nota van wijziging bij deze nota naar aanleiding van het verslag, waarin de reikwijdte van deze verplichting wordt afgestemd op de toepassingssfeer van de AVG).27 Indien een betrokkene schade zou lijden doordat ten onrechte geen openbaarheidsbeperking is gesteld, dan kan de betrokkene om schadevergoeding vragen. De regering merkt hierbij op dat het feit dat ten onrechte geen openbaarheidsbeperking is gesteld, niet hoeft te betekenen dat de betrokkene daar ook nadeel of schade van ondervindt.

3. Verhouding tot hoger recht

3.1 Publicatie via internet van beperkt openbare archiefbescheiden die persoonsgegevens bevatten

De leden van de CDA-fractie onderschrijven het uitgangspunt van de regering dat openbaarmaking bijdraagt aan het blijven vertellen en duiden van het verhaal van de Holocaust en daarmee aan kennis en historisch besef over het verleden. Het uitgangspunt is dat geïnteresseerden, nabestaanden, professionals in het onderwijs én jongeren de informatie kunnen vinden die zij zoeken, zonder daarin beperkt te worden door de fysieke plek waar de informatie zich bevindt. Deelt de regering ook het uitgangspunt van deze leden dat deze informatie wel van context moet worden voorzien?

De regering is het met de leden van de CDA-fractie eens dat het bieden van context van groot belang is. Daarom steunt de regering specifiek voor het CABR het project ‘Oorlog voor de Rechter’. Er wordt nadere context gegeven via de website oorlogvoorderechter.nl. Deze website geeft op dit moment toegang tot de tijdelijke voorziening voor offline raadpleging van het gedigitaliseerde deel van het CABR en zal ook fungeren als portaal bij de onlinebeschikbaarstelling van het CABR. Via dit portaal wordt de gebruiker gewezen op haar of zijn verantwoordelijkheden onder de AVG en wordt ook op allerlei manieren, audiovisueel en schriftelijk, context geboden.

Op de website wordt publieksvriendelijk en wetenschappelijk verantwoord uiteengezet wat het CABR is, hoe het tot stand gekomen is en wat erin te vinden is. Ook wordt uitgebreide informatie gegeven over de geschiedenis en de structuur van de bijzondere rechtspleging. Een handleiding ondersteunt de gebruiker bij zijn of haar onderzoeken en de site bevat verwijzingen naar onder andere de handreiking van het Koninklijk Nederland Historisch Genootschap en longreads van het NIOD die de gebruiker verdere aanknopingspunten geven om het gevonden materiaal te interpreteren. Op dossierniveau van onderzochte personen worden de sleuteldocumenten uit de rechtsgang uitgelicht om het voor gebruikers eenvoudiger te maken inzicht te krijgen in het juridische proces dat een verdachte heeft doorlopen. Op iedere pagina worden organisaties en juridische termen nader uitgelegd met teksten die zijn afgestemd met een rechtshistoricus en historici gespecialiseerd in de Tweede Wereldoorlog.

Daarnaast is er een ingang voor de meest gestelde vragen waarbij de informatie per vraag gemakkelijk toegankelijk is gemaakt. Ook wordt hier doorverwezen naar professionele hulp van ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum en naar JMW en SWH.

Deze leden merken voorts op dat door online plaatsen zonder enige drempel ineens de hele wereld oncontroleerbaar toegang heeft tot een archief. Het doel van het onderhavige wetsvoorstel, de bescherming van grondrechten in hun onderlinge afweging, kan dan met zekerheid niet meer worden gerealiseerd, tenzij aanvullende (handhaafbare technische) maatregelen worden verplicht gesteld. Kan de regering uiteenzetten hoe zij hiermee om wil gaan?

Het klopt dat de beschikbaarstelling van een beperkt openbaar archief voor eenieder via internet, ten koste kan gaan van het recht op bescherming van persoonsgegevens, en het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. In het wetsvoorstel is deze mogelijkheid daarom van een strikte inkadering voorzien. Zoals tevens is geantwoord op de vraag van de fractieleden van het CDA op pagina 11, kan de minister beperkt openbare archiefbescheiden uitsluitend voor onlinepublicatie aanwijzen, indien met de onlinepublicatie een zwaarwegend algemeen belang is gediend dat zwaarder weegt dan de belangen die nopen tot bescherming van persoonsgegevens of de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.28

Als beperkt openbare archiefbescheiden via internet voor eenieder beschikbaar worden gesteld, moeten bovendien passende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer niet onevenredig wordt geschaad. Daarbij worden in ieder geval de passende maatregelen getroffen die zijn opgenomen in artikel 17a, vijfde lid, van het wetsvoorstel,29 maar bij het opstellen van het aanwijzingsbesluit moet de minister ook bezien of aanvullende passende maatregelen noodzakelijk zijn. De minister raadpleegt de AP over dit concept-aanwijzingsbesluit, en biedt het concept-aanwijzingsbesluit voor internetconsultatie aan.

4. Verhouding tot nationaal recht

4.1 Wet hergebruik van overheidsinformatie

De leden van de CDA-fractie vragen aan de regering hoe zij de drie rollen van de minister ziet in het onderhavige wetsvoorstel ten aanzien van het CABR en andere gevoelige archieven? Is er voldoende ‘tegenmacht’ georganiseerd?
De regering kan zich voorstellen dat de leden van de CDA-fractie met deze vraag doelen op de verschillende besluiten die op grond van dit wetsvoorstel kunnen worden genomen en die nader zijn toegelicht in paragraaf 4.3, subparagraaf ‘Awb’, van de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel. De regering merkt hierbij op dat slechts twee van deze bevoegdheden door de minister kunnen worden uitgeoefend.30 De regering meent dat bij deze bevoegdheden sprake is van voldoende tegenmacht. Zoals is toegelicht in paragraaf 4.3 van het wetsvoorstel, moeten de besluiten ten eerste aan de materiële en procedurele kwaliteitsvereisten uit de Awb voldoen (zoals een zorgvuldige voorbereiding en deugdelijke motivering). Daarnaast staat bij deze besluiten bestuursrechtelijke rechtsbescherming open voor belanghebbenden.

5. Consultatie en advies

5.1. Adviezen

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat de regering het advies van de Autoriteit Persoonsgegevens niet overneemt om mogelijk te maken dat verzoekers met functiebeperkingen online kennis kunnen nemen van (bepaalde) belangrijke beperkt openbare archiefbescheiden en in wetgeving de (groepen) belanghebbenden aan te wijzen die online toegang moeten krijgen tot archiefbescheiden. Deze leden vragen hoe deze afwijzing zich verhoudt tot de bepalingen in het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, waarbij Nederland zich in 2016 heeft aangesloten.

In haar advies over het wetsvoorstel was de AP kritisch over het voorstel om mogelijk te maken dat beperkt openbare archiefbescheiden in bepaalde gevallen voor eenieder via internet beschikbaar kunnen worden gesteld, en de AP achtte dit voorstel disproportioneel. De AP gaf aan dat het in haar optiek wel denkbaar zou zijn dat in wetgeving (groepen) belanghebbenden worden aangewezen die een goed afgepaste mate van toegang kunnen krijgen tot de beperkt openbare archiefbescheiden. De AP noemde verzoekers met functiebeperkingen als voorbeeld van een groep belanghebbenden waarvoor online toegang zou kunnen worden geregeld.31

De regering heeft ervoor gekozen om dit advies niet over te nemen en met dit wetsvoorstel mogelijk te maken dat in uitzonderlijke gevallen beperkt openbare archieven via internet voor eenieder beschikbaar worden gesteld.32 De regering kiest er daarmee niet voor om slechts voor specifieke groepen online toegang mogelijk te maken. In die zin wijst zij het advies van de AP af, maar dat betekent juist niet dat mensen met een functiebeperking geen toegang zouden hebben. Met hen heeft ieder ander nu toegang.


II. Artikelsgewijs

Artikel 2

De leden van de CDA-fractie vragen of de verwijzing in artikel 2a lid 2 onder b naar lid 4 van artikel 17a niet lid 5 moet zijn.

Dat klopt. Deze foutieve verwijzing is hersteld in de nota van wijziging bij deze nota naar aanleiding van het verslag.

Artikel 17a

De leden van de CDA-fractie hebben over artikel 17a een aantal vragen. Zij vragen ten eerste waarom in artikel 17a lid 2 onder a het begrip ‘oorlog’ wordt toegevoegd en volstaat het wetsvoorstel niet met de onderwerpen genoemd in Overweging 158 AVG (“specifieke informatie over het politiek gedrag onder voormalige totalitaire regimes, over genocide, misdaden tegen de menselijkheid, met name de Holocaust, of over oorlogsmisdaden”). Treedt het wetsvoorstel daarmee niet buiten de grenzen die de AVG aangeeft, zo vragen zij?

Oorlog is als algemene categorie toegevoegd, omdat het niet uitvoerbaar is om archieven met betrekking tot oorlogsmisdaden te scheiden van archieven over oorlog. Ook is noodzakelijk om onderzoek in oorlogsarchieven in algemene zin te kunnen doen om te kunnen bepalen wat mogelijk oorlogsmisdaden of misdaden tegen de menselijkheid zijn. Met het oog op de uitvoerbaarheid en de bedoeling achter de in overweging 158 gegeven voorbeelden is er daarom voor gekozen om uitvoering te geven aan deze overweging door ook de categorie oorlogsarchieven aan te wijzen als categorie waarvoor onlinepublicatie mogelijk kan zijn.

In overweging 158 van de AVG wordt het belang van toegankelijkheid van archieven expliciet onderkend. De overweging biedt lidstaten ruimte om te bepalen dat persoonsgegevens verder mogen worden verwerkt voor archiveringsdoeleinden. Hierbij wordt als voorbeeld genoemd het verstrekken van informatie over politiek gedrag onder voormalige totalitaire regimes, over genocide, misdaden tegen de menselijkheid, met name de Holocaust, of over oorlogsmisdaden. Juist om te kunnen waarborgen dat op een gedegen en volledige manier onderzoek kan worden gedaan naar de in de overweging genoemde onderwerpen, zijn oorlogsarchieven in algemene zin toegevoegd aan het voorstel. Daarmee blijft het wetsvoorstel binnen de grenzen van de AVG.

Ten tweede vragen deze leden waarom op meerdere plaatsen (artikel 17 lid 6; 17a lid 5) ten opzichte van de vorige versie van het wetsvoorstel de term ‘waarborgen’ is vervangen door ‘maatregelen’. Is dat laatste niet een zwakker begrip?

In de versie van het wetsvoorstel zoals dat bij de Afdeling advisering van de Raad van State voor advies werd aangeboden, werden de termen ‘waarborgen’ en ‘maatregelen’ door elkaar gebruikt. Bij nader rapport is het gebruik van deze termen geüniformeerd, waarbij in het wetsvoorstel telkens de term ‘maatregelen’ is gehanteerd. Dit is een technische wijziging waarmee geen inhoudelijke wijziging is beoogd. De regering vindt de term ‘maatregelen’ het meest passend, omdat daarmee het best tot uitdrukking wordt gebracht dat het gaat om concrete ingrepen die moeten worden getroffen om de persoonlijke levenssfeer of de rechten en vrijheden van betrokkenen te beschermen.

Tot slot vragen de leden van de CDA-fractie waarom in 17a lid 6 ‘kan’ staat (dus optioneel), en in 17 lid 7 onder b ‘worden’ (dus een plicht).

Artikel 17a, zesde lid, van het wetsvoorstel geeft de minister van OCW de bevoegdheid om bij de aanwijzing van een beperkt openbaar archief dat via internet beschikbaar kan worden gesteld, aanvullende door de beheerder te treffen passende maatregelen vast te stellen. Het gaat hierbij om passende maatregelen die moeten worden getroffen, in aanvulling op de passende maatregelen die in artikel 17a, vijfde lid, van het wetsvoorstel zijn vastgelegd. De eventueel aanvullend te treffen maatregelen zijn sterk afhankelijk van de aard en ordening van het desbetreffende archief,33 waarbij tevens van belang is dat bij het bepalen van de aanvullende passende maatregelen een afweging moet worden gemaakt tussen het belang van de bescherming van persoonsgegevens, en het belang van de toegankelijkheid van het archief.34 Omdat ook denkbaar is dat bij de aanwijzing van een concreet archief geen aanvullende passende maatregelen noodzakelijk zijn, is in artikel 17a, zesde lid, bewust als ‘kan-bepaling’ geformuleerd.

Artikel 17, zevende lid, onderdeel b, biedt een grondslag voor het stellen van nadere regels bij algemene maatregel van bestuur, over de passende maatregelen die de beheerder in ieder geval neemt als hij archiefbescheiden die persoonsgegevens bevatten ter raadpleging of gebruik beschikbaar stelt. Het gaat hierbij niet om nadere regels over het via internet beschikbaar stellen van archiefbescheiden, maar om nadere regels over het geven van inzage in archiefbescheiden aan een verzoeker. Omdat noodzakelijk is dat deze nadere regels worden gesteld, is deze delegatiebepaling dwingend geformuleerd. De regering merkt hierbij terzijde op dat er bewust voor is gekozen om deze regels te stellen op het niveau van een algemene maatregel van bestuur, omdat daarbij wordt aangesloten bij de systematiek van de Archiefwet 20...35

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Rianne Letschert


  1. Kamerstukken II 2025/26, 36889, nr. 4, p. 2.↩︎

  2. Ten opzichte van overweging 158 van de AVG is ‘oorlog’ als afzonderlijke categorie toegevoegd. Zie hierover nader het antwoord op de vraag van de leden van de CDA-fractie onder paragraaf 2 ‘Hoofdlijnen van het voorstel’.↩︎

  3. Zulks onder toepassing van de verplichting, opgenomen in artikel 36, vierde lid, van de Algemene verordening gegevensbescherming.↩︎

  4. SWH vertegenwoordigt de nabestaanden van van collaboratie verdachte Nederlanders.↩︎

  5. Autoriteit Persoonsgegevens 26 november 2024, bijlage bij Kamerstukken II 2024/25, 20454, nr. 208.↩︎

  6. Ontwerpwetsvoorstel met ontwerp-memorie van toelichting, te raadplegen via https://wetgevingskalender.overheid.nl/regeling/WGK027266/, p. 22.↩︎

  7. Toelichting, algemeen deel, paragraaf 2.4.4 [RED: van de memorie van toelichting bij het ontwerpwetsvoorstel, te raadplegen via https://wetgevingskalender.overheid.nl/regeling/WGK027266/].↩︎

  8. Toelichting, algemeen deel, paragraaf 2.4.4, 3.1, 3.1.2, 8.1 [RED: van de memorie van toelichting bij het ontwerpwetsvoorstel, te raadplegen via https://wetgevingskalender.overheid.nl/regeling/WGK027266/].↩︎

  9. Overweging 158 AVG.↩︎

  10. Kamerstukken II 2025/26, 36889, nr. 4, p. 10.↩︎

  11. Zie hierover nader de toelichting in het nader rapport, Kamerstukken II 2025/26, 36889, nr. 4, p. 11.↩︎

  12. Het instituut dat de vermogens beheerde van tijdens de Tweede Wereldoorlog vermist geraakte of overleden personen als onderdeel van de Raad voor het Rechtsherstel.↩︎

  13. Artikel 1, onderdeel c, onder 1°, Archiefwet 1995. Artikel 1, onderdeel c, noemt daarnaast drie andere categorieën van bescheiden die als archiefbescheiden worden aangemerkt. Dit geldt onder andere (op grond van onderdeel 3°) voor particuliere archieven die in een archiefbewaarplaats zijn opgenomen om daar te berusten.↩︎

  14. Zie nader de memorie van toelichting bij de Archiefwet 20.., Kamerstukken II 2021/22, 35968, nr. 3, p. 6-7. Zie voor nadere informatie tevens https://www.poraad.nl/bedrijfsvoering/digitale-veiligheid/wettelijke-bewaartermijnen-voor-openbaar-gezagtaken en https://www.vo-raad.nl/nieuws/archiefwet-wettelijke-bewaartermijnen-voor-openbaar-gezagtaken.↩︎

  15. Zie tevens de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel, Kamerstukken II 2025/26, 36889, nr. 3, p. 10.↩︎

  16. Het wetsvoorstel voorziet daartoe in een grondslag voor nadere regels over het buiten toepassing laten van een openbaarheidsbeperking door de zorgdrager (de voorgestelde nieuwe laatste volzin bij artikel 15, derde lid), alsmede in een grondslag voor nadere regels over het geven van inzage – binnen de kaders van een gestelde openbaarheidsbeperking – door de beheerder (het voorgestelde artikel 17, zevende lid).↩︎

  17. Vgl. de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel, Kamerstukken II 36889, nr. 3, p. 14.↩︎

  18. Het advies is te raadplegen via: https://www.raadvanstate.nl/adviezen/@154224/w05-25-00302/.↩︎

  19. Vgl. de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel, Kamerstukken II 36889, nr. 3, p. 14.↩︎

  20. Het wetsvoorstel voorziet daartoe in een grondslag voor nadere regels over het buiten toepassing laten van een openbaarheidsbeperking door de zorgdrager (de voorgestelde nieuwe laatste volzin bij artikel 15, derde lid), alsmede in een grondslag voor nadere regels over het geven van inzage – binnen de kaders van een gestelde openbaarheidsbeperking – door de beheerder (het voorgestelde artikel 17, zevende lid).↩︎

  21. Kamerstukken II 2025/26, 36889, nr. 4, p. 13.↩︎

  22. Zulks onder toepassing van de verplichting, opgenomen in artikel 36, vierde lid, van de Algemene verordening gegevensbescherming.↩︎

  23. Zie nader Kamerstukken II 2024/25, 20454, nr. 211, p. 3.↩︎

  24. Voor de Archiefwet 20..: artikel 8.4a, tweede lid.↩︎

  25. Voor de Archiefwet 20..: artikel 8.4a, derde lid.↩︎

  26. Artikel 15, tweede lid, van het wetsvoorstel (voor de Archiefwet 20..: de nieuwe laatste volzin in artikel 7.5).↩︎

  27. Vgl. de onderdelen B, C en D van de nota van wijziging.↩︎

  28. Op grond van artikel 17a, tweede lid, van het wetsvoorstel (voor de Archiefwet 20..: artikel 8.4a, tweede lid).↩︎

  29. Voor de Archiefwet 20..: artikel 8.4a, vijfde lid.↩︎

  30. De minister kan ten eerste als zorgdrager voor de rijksarchieven een gestelde openbaarheidsbeperking jegens een verzoeker buiten toepassing laten, waarbij dit wetsvoorstel mogelijk maakt dat daarbij voorwaarden worden gesteld. Daarnaast kan de minister archieven beperkt openbare archiefbescheiden aanwijzen die voor eenieder via internet beschikbaar kunnen worden gesteld. De derde bevoegdheid die in paragraaf 4.3, subparagraaf ‘Awb’ wordt toegelicht – het via internet beschikbaar stellen van openbare archiefbescheiden – is een bevoegdheid die niet toekomt aan de minister, maar aan de beheerder van de archiefbewaarplaats.↩︎

  31. Wetgevingstoets concept voor Wijziging van de Archiefwet 1995 ter uitvoering van

    overweging 158 van de Algemene verordening gegevensbescherming (Autoriteit Persoonsgegevens, 14 mei 2025), te raadplegen via https://www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/documenten/toets-wijziging-archiefwet, p. 5.↩︎

  32. Zie hierover nader de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel, Kamerstukken II 2025/26, 36889, nr. 3, p. 45.↩︎

  33. Kamerstukken II 2025/26, 36889, nr. 4, p. 13-14.↩︎

  34. Kamerstukken II 2025/26, 36889, nr. 3, p. 21.↩︎

  35. Zie tevens de toelichting in het nader rapport bij het wetsvoorstel, Kamerstukken II 2025/26, 36889, nr. 4, p. 15. In de Archiefwet 20.. was in artikel 8.3, vierde lid, reeds voorzien in een grondslag voor het vaststellen van voorwaarden die aan het geven toegang tot beperkt openbaar archief moeten worden verbonden. Aan deze grondslag wordt uitwerking gegeven in artikel 6.2 van het concept-Archiefbesluit 20...↩︎