36889 Nota van wijziging inzake Wijziging van de Archiefwet 1995 ter verruiming van de mogelijkheden om archiefbescheiden die in een archiefbewaarplaats berusten en die persoonsgegevens bevatten, ter raadpleging en gebruik beschikbaar te stellen
Nota van wijziging
Nummer: 2026D13158, datum: 2026-03-23, bijgewerkt: 2026-03-23 12:33, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Onderdeel van zaak 2026Z05796:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-04-02 10:15 â (Concept voorstel)
- 2026-04-02 10:15: Procedurevergadering Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Procedurevergadering), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Preview document (đ origineel)
TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL
Vergaderjaar 2025/26
36 889 Wijziging van de Archiefwet 1995 ter verruiming van de mogelijkheden om archiefbescheiden die in een archiefbewaarplaats berusten en die persoonsgegevens bevatten, ter raadpleging en gebruik beschikbaar te stellen
Nr. xxx NOTA VAN WIJZIGING
Ontvangen
Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel I, onderdeel B, onder 3, wordt in het voorgestelde tweede lid, onderdeel b, âartikel 17a, vierde lidâ vervangen door âartikel 17a, vijfde lidâ.
B
In artikel I, onderdeel C, onder 1, wordt in de aanhef van het voorgestelde tweede lid, tweede volzin, na âde openbaarheid van archiefbescheidenâ ingevoegd âwaarvoor de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming ingevolge artikel 2, eerste lid, van die wet van toepassing is of zou zijnâ.
C
In artikel II, onderdeel 1, onder a, wordt na het voorgestelde artikel I, onderdeel C, een onderdeel ingevoegd, dat luidt:
Ca
Artikel 7.2, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel d wordt na âparagraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbeschermingâ ingevoegd âwaarvoor die wet ingevolge artikel 2, eerste lid, van die wet van toepassing is of zou zijnâ.
2. In onderdeel e wordt na âartikel 46 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbeschermingâ ingevoegd âwaarvoor die wet ingevolge artikel 2, eerste lid, van die wet van toepassing is of zou zijnâ.
D
In artikel II, onderdeel 1, onder b, wordt na het voorgestelde onderdeel C een onderdeel ingevoegd, dat luidt:
Ca
Artikel 7.2, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel d wordt na âparagraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbeschermingâ ingevoegd âwaarvoor die wet ingevolge artikel 2, eerste lid, van die wet van toepassing is of zou zijnâ.
2. In onderdeel e wordt na âartikel 46 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbeschermingâ ingevoegd âwaarvoor die wet ingevolge artikel 2, eerste lid, van die wet van toepassing is of zou zijnâ.
Toelichting
Deze nota van wijziging brengt een tweetal technische verbeteringen aan in het wetsvoorstel. Beide wijzigingen worden hieronder afzonderlijk toegelicht.
Onderdeel A
In het verslag van de vaste kamercommissie voor Onderwijs Cultuur en Wetenschap over het wetsvoorstel wezen de leden van de CDA-fractie op een foutieve verwijzing in het wetsvoorstel. In het voorgestelde artikel 2a, tweede lid, onderdeel b, werd abusievelijk verwezen naar artikel 17a, vierde lid, terwijl dit artikel 17a, vijfde lid, had moeten zijn. Met deze wijziging wordt dit hersteld.
Onderdelen B, C en D
De onderdelen B, C en D bevatten een aanscherping van het wetsvoorstel met betrekking tot de toepassingssfeer van de Algemene verordening gegevensbescherming (hierna: AVG). Op grond van artikel 2, eerste lid, van deze verordening, is de verordening van toepassing op âgeheel of gedeeltelijk geautomatiseerde verwerking, alsmede op de verwerking van persoonsgegevens die in een bestand zijn opgenomen of die bestemd zijn om daarin te worden opgenomenâ. Dit brengt mee dat de AVG niet van toepassing is op âpapieren archieven die niet op het niveau van persoonsgegevens zijn ontsloten en voor namen en andere gewone persoonsgegevens die incidenteel voorkomen in documenten en hierop niet eenvoudig digitaal kunnen worden doorzocht en ontslotenâ.1
In het wetsvoorstel zoals dat bij de Tweede Kamer aanhangig is gemaakt, was de verplichting om na overbrenging alsnog een beperking te stellen, opgenomen in het voorgestelde artikel 15, tweede lid, per abuis te strikt geformuleerd. Op basis van die bepaling zou de zorgdrager er namelijk toe verplicht zijn om na overbrenging altijd alsnog een beperking te stellen als archiefbescheiden bijzondere of strafrechtelijke persoonsgegevens of BSN-nummers bevatten, ook als die persoonsgegevens zijn opgenomen in papieren archieven die niet onder de reikwijdte van de AVG vallen. Met onderdeel B is dit hersteld. Deze aanpassing heeft geen consequenties voor de mogelijkheden voor het online toegankelijk maken van archieven, en de drempels die daarbij gelden worden niet verlaagd. Voor het online toegankelijk maken van archieven is immers randvoorwaardelijk dat de archieven worden gedigitaliseerd, hetgeen ertoe leidt dat voor de AVG sprake is van een âgeautomatiseerde verwerkingâ. De AVG is dan op deze archieven van toepassing, ongeacht de precieze ordening van het archief.
De onderdelen C en D voorzien in een soortgelijke aanpassing van de
Archiefwet 20...
Om aan te sluiten bij de systematiek van deze wet en het onderscheid
tussen absolute en relatieve beperkingsgronden, is voorzien in een
wijziging van artikel 7.2, eerste lid, van de Archiefwet 20... Deze
wijziging brengt mee dat het voor het verantwoordelijke overheidsorgaan
niet langer verplicht is om bij overbrenging een openbaarheidsbeperking
te stellen voor documenten die bijzondere of strafrechtelijke
persoonsgegevens of BSN-nummers bevatten, maar die niet geautomatiseerd
worden verwerkt in de zin van de AVG en die niet als bestand in de zin
van de AVG kunnen worden aangemerkt (bijvoorbeeld omdat daarin slechts
incidenteel bijzondere of strafrechtelijke persoonsgegevens of
BSN-nummers voorkomen).
Dit laat echter onverlet dat het verantwoordelijk overheidsorgaan wel zal moeten bezien of het â gelet op het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer â toelaatbaar is om de desbetreffende documenten als openbaar naar de archiefdienst over te brengen.2
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Rianne Letschert
Kamerstukken II 2021/22, 35968, nr. 3, p. 54.âŠď¸
De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer is een relatieve beperkingsgrond die is opgenomen in artikel 7.2, tweede lid, onderdeel e, van de Archiefwet 20... Het verantwoordelijke overheidsorgaan is op grond van artikel 7.2, tweede lid, van de Archiefwet 20.. gehouden om de openbaarheid op basis van deze grond te beperken, indien het belang van de openbaarheid van de in de documenten opgenomen informatie niet opweegt tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.âŠď¸