Verslag Raad Algemene Zaken - Cohesie 26 februari 2026
Brief regering
Nummer: 2026D13195, datum: 2026-03-23, bijgewerkt: 2026-03-23 14:04, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: H.G. Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat
Onderdeel van zaak 2026Z05809:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
Preview document (🔗 origineel)
Geachte Voorzitter,
Met deze brief ontvangt uw Kamer het verslag van de Raad Algemene Zaken (“RAZ”) – Cohesie die op 26 februari jl. plaatsvond in Brussel.
Heleen Herbert
Minister van Economische Zaken en Klimaat
Verslag formele Raad Algemene Zaken – Cohesie 26 februari 2026
Tijdens deze RAZ-Cohesie is van gedachten gewisseld over de lessen die zijn geleerd bij de tussentijdse herziening van het cohesiebeleid (2021-2027) en hoe deze kunnen worden meegenomen naar de toekomst. Tevens zijn er unaniem Raadsconclusies1 aangenomen over de EU-agenda voor Steden. Uw Kamer is hier eerder over geïnformeerd via de Geannoteerde Agenda2.
Gedachtewisseling lessen tussentijdse herziening cohesiebeleid (2021-2027)
Tijdens de tafelronde werd stilgestaan bij de lessen van de tussentijdse herziening van het cohesiebeleid, maar ook vooruitgekeken naar het nieuwe Meerjarig Financieel Kader (MFK) van de EU. De tussentijdse herziening van het cohesiebeleid had als doel om de investeringen uit de fondsen onder het cohesiebeleid binnen het huidige MFK beter af te stemmen op de nieuwe Europese prioriteiten, zoals versterking van het EU-concurrentievermogen en defensie. Hiertoe zijn nieuwe prioriteiten aan het cohesiebeleid toegevoegd en extra flexibiliteiten en financiële prikkels geïntroduceerd om het voor lidstaten aantrekkelijk te maken om in deze nieuwe prioriteiten te investeren.
Voor de gedachtewisseling had het Cypriotische voorzitterschap een achtergrondstuk opgesteld met drie discussievragen. De eerste vraag ging over hoe flexibiliteit en prikkels kunnen worden ingezet om de bijdrage van het cohesiebeleid aan strategische EU-prioriteiten te versterken. De tweede vraag over hoe het cohesiebeleid in de toekomst stabiliteit met meer flexibiliteit kan combineren. De derde vraag richtte zich op hoe de administratieve capaciteit van lidstaten en regio’s kan worden versterkt.
In het voorstel van de Europese Commissie voor het MFK 2028-2034 worden de fondsen onder het cohesiebeleid samen met de andere fondsen in gedeeld beheer ondergebracht in één Nationaal en Regionaal Partnerschapsplan (NRPP) per lidstaat. Uitvoerend vice-voorzitter van de Commissie Raffaele Fitto, verantwoordelijk voor cohesie en hervormingen, onderstreepte dat de tussentijdse herziening een belangrijke stap is geweest in de modernisering van het cohesiebeleid en dat het NRPP-voorstel hierop voortbouwt door middel van verdere vereenvoudigingen en meer flexibiliteit. Nederland benadrukte samen met een aantal gelijkstemde lidstaten dat het NRPP-voorstel een cruciaal onderdeel is van de modernisering van het MFK. Daarbij heeft Nederland aangegeven voorstander te zijn van de in het NRPP voorgestelde sterkere koppeling met het Europees Semester; de jaarlijkse cyclus waarin de Europese Commissie het economische- en begrotingsbeleid van de lidstaten beoordeelt en coördineert.
De door de tussentijdse herziening geboden flexibiliteit in het cohesiebeleid werd door veel lidstaten als positief ervaren. De toegenomen flexibiliteit in het NRPP-voorstel kon daardoor rekenen op brede steun in de Raad, omdat dit lidstaten en regio’s in staat stelt om middelen beter toe te spitsen op hun specifieke uitdagingen. Nederland en een aantal andere lidstaten benadrukten daarbij wel dat het cohesiebeleid focus moet houden door zich te richten op de strategische prioriteiten van de Unie en met name versterking van het concurrentievermogen. Andere lidstaten benadrukten juist dat de inzet op klassieke cohesiedoelen (convergentie) en concurrentievermogen elkaar reeds versterken.
Hoewel de Raad eensgezind pleitte voor meer flexibiliteit in het toekomstig cohesiebeleid, waren lidstaten verdeeld over hoe die flexibiliteit moet worden vormgegeven. Een aantal lidstaten, waaronder Nederland, onderstreepte het belang van het flexibele deel van 25% binnen de landenenveloppen van het NRPP, zodat lidstaten voldoende financiële ruimte houden om gedurende de programmaperiode op nieuwe uitdagingen in te spelen. Veel andere lidstaten gaven aan dit flexibele deel juist te willen verkleinen met als argument dat het cohesiebeleid zich primair moet richten op lange termijn investeringen. Verder pleitte Nederland ervoor om geen extra oormerking van middelen binnen het NRPP aan te brengen, omdat dit ten koste gaat van de flexibiliteit voor lidstaten.
Tot slot was de Raad het eens over het belang van voldoende administratieve en uitvoeringscapaciteit voor een effectieve implementatie van de fondsen onder het cohesiebeleid. Verschillende lidstaten, waaronder Nederland, benadrukten dat de nieuwe resultaatgerichte afrekensystematiek in het volgend MFK niet mag leiden tot een toename van administratieve lasten. Nederland wees daarbij specifiek op het hoge foutenpercentage van de fondsen onder het huidige cohesiebeleid en dat met het NRPP moet worden ingezet op een reductie.
Diversenpunt
De Baltische staten presenteerden een non-paper naar aanleiding van de mededeling3 van de Commissie die op 18 februari jl. is gepubliceerd over oostelijke regio's van de EU die grenzen aan Rusland, Belarus en Oekraïne. Deze lidstaten riepen op tot doelgerichte financiële EU-steun voor deze regio’s vanwege de specifieke uitdagingen die zij ondervinden door de Russische agressie. Uw Kamer zal via de gebruikelijke kanalen worden geïnformeerd over de kabinetsreactie op deze mededeling van de Commissie.