[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Opvolging van de motie van het lid Diederik van Dijk c.s. over de maximale juridische ruimte opzoeken om binnenlands te kunnen oefenen met drones (Kamerstuk 36600-X-58)

Brief regering

Nummer: 2026D13206, datum: 2026-03-23, bijgewerkt: 2026-03-23 14:41, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z05812:

Preview document (🔗 origineel)


> Retouradres Postbus 20701 2500 ES Den Haag

de Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Bezuidenhoutseweg 67

2594 AC Den Haag

Datum 23 maart 2026
Betreft Opvolging motie lid Van Dijk over knelpunten ten aanzien van oefenen met drones

Ministerie van Defensie

Plein 4

MPC 58 B

Postbus 20701

2500 ES Den Haag

www.defensie.nl

Onze referentie

MINDEF20260005062

Bij beantwoording, datum, onze referentie en onderwerp vermelden.

Geachte voorzitter,

Tijdens de vaststelling van de begrotingsstaten van Defensie voor 2025 op 4 december 2024 is een motie ingediend door het lid Van Dijk (SGP) c.s. waarin de regering wordt verzocht een analyse te maken over de knelpunten voor het oefenen met drones. Daarnaast wordt de regering verzocht om de maximale juridische ruimte op te zoeken om binnenlands te kunnen testen met drones in samenwerking met civiele partners. Dit voor opleidings- en trainingsdoeleinden.1 Uw Kamer heeft deze motie aangenomen.

Het gebruik van onbemande voer-, vaar- en luchtvaartuigen – oftewel onbemenste systemen – wordt voor alle onderdelen van de krijgsmacht belangrijker. Eén van de belangrijkste lessen die we trekken uit de oorlog in Oekraïne is de cruciale rol die onbemenste systemen spelen in hedendaagse conflicten. De recente ontwikkelingen in Oost-Europa waarbij het NAVO-luchtruim meerdere malen is geschonden door onbemenste systemen en recente incidenten bij Nederlandse defensielocaties, onderstrepen de urgentie om te zijn voorbereid op dreigingen van deze vijandige onbemenste systemen. Ik onderschrijf de noodzaak die uw Kamer heeft genoemd in uw motie om zowel fysiek als juridisch de ruimte te zoeken om te kunnen testen, opleiden, trainen en oefenen met en tegen onbemenste systemen in Nederland.

In deze brief informeer ik uw Kamer over de acties die Defensie onderneemt om door middel van samenwerking de mogelijkheden om te testen met onbemenste systemen in Nederland te vergroten en over de knelpunten en op welke manier Defensie met andere partijen de maximale (juridische) ruimte zoekt voor opleiden, trainen en oefenen.

Samenwerking met civiele partners

De dronesector ontwikkelt zich met een enorme snelheid waardoor samenwerking met civiele partners om onderling ervaring te delen essentieel is.

Een recent voorbeeld van een dergelijke samenwerking is het test- en experimenteergebied ‘Unmanned Valley’ op het voormalige marinevliegkamp Valkenburg. Boven de Noordzee komt een testgebied voor onbemenste systemen die buiten het zicht van de piloot vliegen, zogenaamde BVLOS-vluchten (Beyond Visual Line of Sight-vluchten) gericht op innovatie en doorontwikkeling van onbemenste systemen in Nederland.2 In dit kader is op 8 oktober 2025 een samenwerkingsovereenkomst getekend door de provincie Zuid-Holland met de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat en Defensie. Met dit soort samenwerkingen geeft de regering gevolg aan de urgentie en het belang om met partners op te trekken om onze capaciteiten op het gebied van onbemenste systemen te versterken.

Een ander voorbeeld van samenwerking met civiele partners is de Quick Response Drone Facility (QRDF) gevestigd bij het Koninklijk Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR) in Marknesse. Op deze locatie is een speciaal onderdeel van het luchtruim gereserveerd waar veilig kan worden gevlogen met experimentele onbemenste systemen. De nieuwe QRDF is een samenwerking tussen Defensie, de provincie Flevoland en het Mobiliteit & Infrastructuur Test Centrum (MITC) als test- en ontwikkelpartner. Ook biedt het QRDF de mogelijkheid om samen te werken met bedrijven, onderzoekers en kennisinstellingen voor de ontwikkeling en innovatie van onbemenste systemen.3

Knelpunten en (juridische) ruimte

De krijgsmacht moet door te testen, opleiden, trainen en oefenen genoeg ervaring opdoen voor het afschrikken en paraat zijn om het territorium en de belangen van Nederland en haar NAVO-bondgenoten te kunnen verdedigen. De belangrijkste knelpunten zijn:

  • De huidige wet- en regelgeving, waaronder de Omgevingswet met de onderliggende uitvoeringsregelgeving en de Telecommunicatiewet, zorgt voor complexe en lange procedures, zoals;

    • Het verkrijgen van frequentieruimte voor zowel het oefenen met de besturing van onbemenste systemen als het oefenen met de bestrijding ervan;

    • Het voldoen aan verschillende aspecten van natuurwetgeving;

    • Het wijzigen van bestaande vergunningen/meldingen voor milieubelastende activiteiten.

  • De huidige wet- en regelgeving biedt onvoldoende grondslag voor het verwerken van persoonsgegevens. Onbemenste systemen bevatten vaak sensoren die zowel zijn gericht op de veiligheid (bijvoorbeeld doordat een onbemenste systeem met een camera op afstand wordt aangestuurd) als sensoren die van operationele waarde zijn (gericht op het verzamelen van gegevens over bijvoorbeeld een (oefen)vijand of het terrein).

  • Voor civiele onbemenste luchtvaartuigen gelden Europese verordeningen. Deze Europese regelgeving is niet van toepassing op militaire onbemenste luchtvaartuigen, waardoor de Nederlandse militaire luchtvaartwet- en regelgeving van toepassing is. De huidige militaire luchtvaartwet- en regelgeving is gebaseerd op bemenste luchtvaartuigen of grotere meer complexe onbemenste luchtvaartuigen en houdt onvoldoende rekening met kleinere en minder complexe onbemenste luchtvaartuigen;

  • Er is momenteel onvoldoende (lucht)ruimte.

Om deze knelpunten aan te pakken, werkt Defensie gelijktijdig aan verschillende oplossingsrichtingen:

Oplossingsrichting 1: Verruimen van juridische mogelijkheden en verminderen van regeldruk

Het wetsvoorstel Wodg waarborgt het tijdig gereedstellen van de krijgsmacht en biedt een kader om, omgeven door passende waarborgen, de daarvoor benodigde gereedstellingsactiviteiten te kunnen uitvoeren en waar nodig te laten prevaleren boven andere zaken. Dit wordt vastgelegd in de Wodg door complexe procedures te vereenvoudigen of versnellen, en mogelijkheden op te nemen om af te wijken van bestaande wet- en regelgeving (zoals het verkrijgen van vrijstellingen van natuurwetgeving).

Procedures in de fysieke leefomgeving worden verkort en vereenvoudigd

Met het wetsvoorstel Wodg is de inzet om juridische ruimte te creëren voor de volgende activiteiten ten aanzien van onbemenste systemen:

  • Het testen, opleiden, trainen en oefenen in het gebruik en de bestrijding van onbemenste elektrisch aangedreven voer- en luchtvaartuigen op of boven militaire terreinen;

  • Schieten of werpen vanuit bemenste of onbemenste militaire luchtvaartuigen op de bestaande schietrange Vliehors, binnen de totale vergunde geluidsruimte op basis van een flexibel schietmodel;

  • Testen en oefenen met schieten op vliegende oefendoelen alsmede het werpen van explosieve voorwerpen op Artillerie Schietkamp, Infanterie Schietkamp, Springterrein Reek, binnen de totale vergunde geluidsruimte op basis van een flexibel schietmodel.

Grondslag voor de verwerking van persoonsgegevens

Met het wetsvoorstel Wodg wordt voorzien in een verwerkingsgrondslag voor persoonsgegevens voor zover dit noodzakelijk is voor het verrichten van gereedstellingsactiviteiten door Defensie. Ook wordt voorzien in passende waarborgen waardoor de te verwachten inbreuk op de persoonlijke levenssfeer beperkt blijft. Zo mogen persoonsgegevens enkel worden verwerkt op grond van de doeleinden genoemd in het wetsvoorstel en alleen voor zover zij strikt noodzakelijk zijn (anders worden de persoonsgegevens verwijderd). De Wodg voorziet verder in bewaartermijnen en bevat regels met het oog op proportionaliteit en subsidiariteit. Door deze passende waarborgen blijft de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer beperkt, maar wordt het voor de krijgsmacht wel mogelijk om te testen, opleiden, trainen en oefenen in gebruik en bestrijding van onbemenste systemen.

Wijziging van andere wetten

De Telecommunicatiewet inclusief de memorie van toelichting wordt met het wetsvoorstel Wodg gewijzigd. De gereedheid van Defensie krijgt een duidelijk zichtbare positie in het afwegingskader en een eigen zelfstandige ontheffingsgrond als het gaat om de toewijzing/verdeling van frequentieruimte. Het (afwijkend) gebruik van frequentieruimte is onderdeel van het testen, opleiden, trainen en oefenen in gebruik en bestrijding van onbemenste systemen.

In het wetsvoorstel Wodg zijn de afgelopen maanden door Defensie de reacties vanuit de internetconsultatie en de toetsen beoordeeld en - waar nodig - verwerkt. De aangepaste versie van het wetsvoorstel is na besluit van de ministerraad, op 18 december 2025 voor advies aanhangig gemaakt bij de Afdeling advisering van de Raad van State.

Daarnaast wordt gewerkt aan een wijzigingsregeling tot aanpassing van een aantal ministeriële regelingen op het gebied van luchtvaartveiligheid. Ik verwacht deze wijzigingen op korte termijn te kunnen formaliseren.

Oplossingsrichting 2: Het creëren van nieuwe fysieke en milieuruimte door middel van het NPRD

Naast het creëren van juridische ruimte is Defensie ook bezig met het realiseren van meer fysieke en milieuruimte. Het NPRD beschrijft de ruimtelijke uitbreidingsbehoefte van Defensie in Nederland die voortkomt uit de groei van de krijgsmacht die nodig is om te kunnen voldoen aan hoofdtaak 1.

De behoeften in het NPRD ten aanzien van onbemenste systemen betreffen de behoefte om met maritieme onbemenste systemen te kunnen oefenen in de bestaande maritieme oefengebieden en de behoefte aan cargodrones voor het vervoeren van vracht. Ook zijn corridors nodig van en naar de in de NPRD genoemde oefengebieden in Nederland. Verder heeft Defensie behoefte aan uitbreiding van de maritieme oefengebieden op de Noordzee voor grotere en veelzijdigere oefeningen. Tevens is in het NPRD de behoefte opgenomen om vanuit de haven van Den Helder naar het bestaande maritieme oefengebied in de Noordzee te kunnen varen met onbemenste vaartuigen.

Om deze ruimtelijke behoeften te kunnen realiseren zijn in het NPRD voorkeurslocaties aangewezen. In de uitwerking van het NPRD worden de benodigde ruimtelijke procedures gestart zodat de fysieke en milieuruimte wordt gecreëerd om aan de genoemde behoeften te voldoen.

Het ontwerp NPRD heeft van 28 mei 2025 tot en met 9 juli 2025 ter inzage gelegen voor inspraak. In die periode zijn ruim 1.750 zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn meegenomen bij de vaststelling van het NPRD en beantwoord in een Nota van Antwoord. Het NPRD is op 19 december 2025 vastgesteld in de minsterraad.

De ruimtelijke behoeften ten aanzien van onbemenste systemen zoals genoemd in het NPRD zijn niet uitputtend. De ontwikkeling van onbemenste systemen gaat met enorme snelheid. Ook de dreiging van vijandige onbemenste systemen blijft toenemen en kan met de tijd veranderen. Daardoor zal de behoefte om te testen, opleiden, trainen en oefenen in gebruik en bestrijding van onbemenste systemen samen met deze ontwikkeling in beweging blijven. Aanvullend op en los van het NPRD wordt daarom gekeken naar de ontwikkeling van deze behoeften en hoe daar het beste invulling aan kan worden gegeven.

Oplossingsrichting 3: Intensivering samenwerking met de sector door het Actieplan Productiezekerheid Onbemenste Systemen (APOS)

Het Actieplan Productiezekerheid Onbemenste Systemen (APOS) combineert twee belangrijke doelen: samenwerken met de industrie en het gebruik van onbemenste systemen door militaire eenheden vergroten. Het doel van APOS is om in Nederland een sterk ecosysteem te creëren van bedrijven en organisaties die onbemenste systemen ontwikkelen en maken, zodat Nederland wereldwijd voorop loopt op dit gebied. Met dit ecosysteem kunnen Defensie en samenwerkingspartners op grote schaal gebruikmaken van onbemenste systemen en ervoor zorgen dat de krijgsmacht op lange termijn toegang heeft tot de nieuwste technologie. Het eerder in deze brief genoemde BVLOS-testgebied in Valkenburg komt voort uit het APOS.

Naast de sporen die worden gevolgd om adequaat te reageren op de huidige dreigingen van vijandige onbemenste systemen, blijft het van belang om goede risicobeheersmaatregelen te hebben. Een belangrijk integraal onderdeel van deze risicobeheersmaatregelen zijn de normstellingen – regels, eisen en criteria – voor het gebruik van onbemenste systemen, documentatie en technische specificaties van deze systemen en testplannen en het adequaat testen van onbemenste systemen. Op die manier borgt Defensie de veiligheid voor de omgeving en voor de gebruikers van de onbemenste systemen.

Afsluitend
Zoals ik in de inleiding van deze brief heb aangegeven, kan het belang van onbemenste systemen in moderne conflicten nauwelijks worden overschat. Gezien de snelle technologische ontwikkelingen op dit terrein en de doorslagggevende rol die deze systemen kunnen spelen, is het voor de gereedstelling in het kader van hoofdtaak 1 essentieel dat onze krijgsmacht over voldoende ruimte beschikt om met alle in gebruik zijnde onbemenste systemen te testen, op te leiden, te trainen en te oefenen. De inzet van deze onbemenste systemen heeft dan ook prioriteit binnen mijn portefeuille.

Hoogachtend,

STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE

Derk Boswijk


  1. Kamerstukken II, 2024/25, 36600 X, nr. 58.↩︎

  2. https://www.zuid-holland.nl/onderwerpen/luchtvaart/onbemande-luchtvaart/testgebied-drones-bvlos/↩︎

  3. https://www.nlr.org/nl/newsroom/nieuws/qrdf-lancering/↩︎