[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Amendement van het lid Boomsma c.s. over een expliciete uitzonderingsgrond voor het onderzoeken van persoonlijke gegevensdragers van vreemdelingen

Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026)

Amendement

Nummer: 2026D13259, datum: 2026-03-23, bijgewerkt: 2026-03-23 16:39, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36871 -33 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026) .

Onderdeel van zaak 2026Z05843:

Preview document (🔗 origineel)


TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL 2
Vergaderjaar 2025-2026
36 871 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026)
Nr. 33 AMENDEMENT VAN Het lid Boomsma c.s.
Ontvangen 23 maart 2026
De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

Artikel I, onderdeel AS, wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor “In het eerste lid” wordt de onderdeelsaanduiding “1.” geplaatst.

2. Er worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:

2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In de eerste zin wordt na “zijn bagage” ingevoegd “en andere zaken van deze persoon”.

b. Na de eerste zin wordt een zin ingevoegd, luidende: Deze bevoegdheid kan tevens worden gebruikt om vast te stellen of de vreemdeling afkomstig is uit een veilig land van herkomst en voor onderzoek indien er concrete aanwijzingen zijn dat er ten aanzien van de vreemdeling sprake is van het gebruik van routes die gebruikt worden voor mensenhandel of mensensmokkel of betrokkenheid hierbij, voor zover dat onderzoek noodzakelijk is voor en in een redelijke verhouding staat tot het doel om vast te stellen of die aanwijzingen kloppen.”.

3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

4. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald hoe de ambtenaren bedoeld in het tweede en derde lid waarborgen dat het onderzoek van gegevensdragers geen grotere inbreuk maakt op het privéleven van de vreemdeling dan noodzakelijk is voor de in die leden genoemde doelen. De ambtenaren motiveren schriftelijk op welke wijze deze afweging heeft plaatsgevonden.

Toelichting

Dit amendement heeft twee doelen. Ten eerste wordt een expliciete en beperkte uitzonderingsgrond gecreëerd om in individuele zaken gegevensdragers van vreemdelingen te kunnen onderzoeken met het oog op het in kaart brengen en bestrijden van routes voor mensensmokkel en mensenhandel, wanneer daar concrete aanwijzingen voor zijn. Ten tweede wordt de bestaande bevoegdheid om gegevensdragers te onderzoeken beter benut voor een droge, feitelijke verificatie van verklaringen over herkomst en doorreis, waaronder de vraag of de vreemdeling afkomstig is uit een veilig land van herkomst.​

De indieners achten het van groot belang dat de Nederlandse autoriteiten over een heldere en juridisch houdbare basis beschikken om in concrete dossiers zicht te krijgen op de gebruikte smokkelroutes en op de waarheid van verklaringen over reisroute en herkomst. Die informatie is noodzakelijk om misbruik van de asielprocedure tegen te gaan, mensensmokkelnetwerken te doorbreken en het beleid ten aanzien van veilige landen en doorreislanden effectief te kunnen uitvoeren. Tegelijkertijd moet elke inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de vreemdeling strikt doelgebonden, noodzakelijk en proportioneel zijn.

De Afdeling heeft in haar uitspraak van 3 april 2024 geoordeeld dat artikel 59, achtste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 wel een begin van een grondslag biedt voor het zonder toestemming onderzoeken van mobiele telefoons, maar dat deze grondslag onvoldoende duidelijk en nauwkeurig is en onvoldoende bescherming biedt tegen willekeur. Zo schrijft de huidige bepaling niet voor in welke omstandigheden en onder welke voorwaarden een telefoon mag worden onderzocht, en ontbreekt een verplichting tot schriftelijke motivering, waardoor rechterlijke toetsing wordt bemoeilijkt.

Met dit amendement wordt de bestaande bepaling langs drie lijnen verduidelijkt en aangescherpt. Allereerst wordt expliciet gemaakt dat de bevoegdheid zich uitstrekt tot de bagage en andere zaken van de vreemdeling, waaronder in de praktijk persoonsgegevens dragende apparatuur zoals mobiele telefoons en laptops. Daarmee wordt aangesloten bij de wetsgeschiedenis, waarin al is aangegeven dat mobiele telefoons onder het begrip “zaken” vallen, maar wordt dit nu in de wettekst zelf vastgelegd.​​

Vervolgens wordt de doelbinding van de bevoegdheid concreet gemaakt. In het tweede lid wordt uitdrukkelijk bepaald dat de bevoegdheid mede kan worden gebruikt om vast te stellen of de vreemdeling afkomstig is uit een veilig land van herkomst en voor onderzoek indien er concrete aanwijzingen zijn dat ten aanzien van de vreemdeling sprake is van het gebruik van routes die worden benut voor mensenhandel of mensensmokkel, dan wel van betrokkenheid daarbij, voor zover dat onderzoek noodzakelijk is en in redelijke verhouding staat tot het doel om die aanwijzingen te verifiëren. Het gaat daarmee om een uitzonderingsgrond, gericht op twee nauw omschreven doelen in individuele zaken, en niet om een generieke of statistische gegevensverzameling.​

Ten slotte wordt in een nieuw vierde lid vastgelegd dat het onderzoek aan gegevensdragers geen grotere inbreuk mag maken op het privéleven van de vreemdeling dan noodzakelijk voor de in de wet genoemde doelen, en dat ambtenaren schriftelijk motiveren op welke wijze deze afweging in het concrete geval heeft plaatsgevonden. Bij algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de wijze waarop ambtenaren deze proportionaliteits- en noodzakelijkheidstoets uitvoeren en welke procedurele en organisatorische waarborgen daarbij gelden. Daarmee wordt uitvoering gegeven aan de eisen van duidelijkheid, voorspelbaarheid, doelbinding en rechterlijke controleerbaarheid zoals die door de Afdeling zijn geformuleerd.

De indieners zijn van oordeel dat met deze aanpassingen een heldere en begrensde wettelijke grondslag ontstaat waarmee enerzijds effectiever kan worden opgetreden tegen mensensmokkel en misbruik van de asielprocedure, en anderzijds de persoonlijke levenssfeer van de vreemdeling beter wordt beschermd dan onder het huidige, door de Afdeling bekritiseerde kader.

Boomsma

Ceulemans

Ellian

Diederik van Dijk