Verslag van de Raad Buitenlandse Zaken van 16 maart 2026
Bijlage
Nummer: 2026D13399, datum: 2026-03-24, bijgewerkt: 2026-03-24 10:24, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Bijlage bij: Verslag van de Raad Buitenlandse Zaken van 16 maart 2026 (2026D13398)
Preview document (🔗 origineel)
Verslag Raad Buitenlandse Zaken van 16 maart 2026
Op maandag 16 maart jl. vond de Raad Buitenlandse Zaken (RBZ) plaats in Brussel. De minister van Buitenlandse Zaken heeft deelgenomen. Op de agenda van de Raad stonden de Russische agressie tegen Oekraïne, de situatie in het Midden-Oosten, het EU-Zuidelijk Nabuurschap en een informeel werkontbijt over een Europese veiligheidsstrategie. Tijdens een lunch heeft de Raad gesproken met de Indiase Minister van Buitenlandse Zaken S. Jaishankar.
Verder wordt uw Kamer middels dit verslag geïnformeerd over het Nederlandse non-paper over EU gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB) missies en operaties.
Russische agressie tegen Oekraïne
De Raad stond stil bij de Russische agressieoorlog tegen Oekraïne. De Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken Sybiha sloot voor het eerste gedeelte van de bijeenkomst aan. De Raad sprak over de implicaties van de escalatie van het conflict in het Midden-Oosten voor Oekraïne. Vrijwel alle lidstaten, inclusief Nederland, toonden zich eensgezind over de noodzaak om onze prioriteiten niet uit het oog te verliezen: de steun aan Oekraïne doorzetten en de druk op Rusland verhogen.
Tijdens de Raad hield een lidstaat vast aan de blokkade van de steunlening voor Oekraïne en gaven twee lidstaten aan niet te kunnen instemmen met het twintigste sanctiepakket. Vrijwel alle overige lidstaten, waaronder Nederland, toonden zich opnieuw ontstemd over deze blokkades en onderstreepten de urgentie om zo snel mogelijk tot een akkoord te komen. Hierbij benadrukte Nederland dat de lening snel geïmplementeerd dient te worden, maar op zichzelf niet voldoende is om Oekraïne sterk te positioneren. Nederland riep andere lidstaten op ook hun bilaterale steun te intensiveren. Nederland benadrukte tevens het belang van betrokkenheid van derde landen bij de implementatie van de lening, om voor Oekraïne mogelijk te maken urgent benodigd militair materieel ook in deze landen te kunnen inkopen. Verschillende lidstaten vroegen aandacht voor voortgang in het toetredingsproces van Oekraïne.
Daarnaast verwelkomde de Raad de aanname van Raadsconclusies over hybride dreigingen en nieuwe listings in het licht van Ruslands hybride activiteiten.
Situatie in het Midden-Oosten
De Raad sprak over het conflict in het Midden-Oosten. Hierbij werd onder meer gesproken over samenwerking om gestrande EU-burgers in de regio te repatriëren. Lidstaten riepen gezamenlijk op tot de-escalatie en bespraken tevens mogelijke EU-inzet om vrije doorvaart in de Straat van Hormuz te waarborgen. Nederland riep in dit kader op tot uitbreiding van EU sanctiebevoegdheden om personen en entiteiten betrokken bij belemmering van vrije doorvaart te kunnen sanctioneren. Veel EU-lidstaten, waaronder Nederland, benadrukte het belang van solidariteit met de Golflanden die nog dagelijks het doelwit zijn van Iraanse aanvallen. Nederland vroeg daarnaast aandacht voor de secundaire effecten van deze crisis op Europese belangen en onderstreepte de noodzaak tot EU-coördinatie in het beschermen van deze belangen. Er is brede steun onder EU-lidstaten om de druk op het Iraanse regime te behouden. Door de Raad werden – mede op voorstel van Nederland – nieuwe sancties aangenomen gericht op personen en entiteiten betrokken bij mensenrechtenschendingen in Iran, evenals Iraanse actoren betrokken bij cyberaanvallen gericht tegen de EU. Daarnaast was er brede steun onder EU-lidstaten voor Europese steun aan het Iraanse maatschappelijk middenveld.
De Raad sprak tevens over de humanitaire situatie in Libanon, waarbij Nederland onderstreepte begrip te hebben voor de legitieme veiligheidszorgen van Israël, maar met oog op de impact van de oorlog tegelijkertijd oproept tot de-escalatie en terugkeer tot resolutie 1701 conform de motie Piri1. Ook benadrukte Nederland het belang van ontwapening van Hezbollah, zorgen over de humanitaire situatie in Libanon en noodzaak om de Libanese regering en de Lebanese Armed Forces te steunen.
De Raad onderstreepte het belang om aandacht te houden voor de situatie in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever. Meerdere lidstaten, waaronder Nederland, benadrukten het belang om druk op Israël te houden om veilig, ongehinderde, en onvoorwaardelijke humanitaire hulp toe te laten tot de Gazastrook en de iNGO-wetgeving terug te draaien. Een brede groep lidstaten, waaronder Nederland, onderstreepte tevens zorgen over de situatie op de Westelijke Jordaanoever, o.a. door het toenemende kolonistengeweld. Nederland riep in dat kader op tot aanname van het derde EU-sanctiepakket tegen gewelddadige kolonisten.
EU-Zuidelijk Nabuurschap
De Raad reflecteerde op het Zuidelijk Nabuurschapsbeleid van de EU en specifiek op de uitwerking van het Actieplan voor de uitvoering van het EU Pact voor het Middellandse Zeegebied (MedPact). Onder het Actieplan worden diverse concrete initiatieven vormgegeven die invulling geven aan de strategische richting van het MedPact. EU Hoge Vertegenwoordiger Kallas verwees naar de aankomende informele Europese Raad van april, waarvoor de inzet is om ook de tien landen uit de Zuidelijke Nabuurschapsregio2 uit te nodigen en de eerste concrete initiatieven onder het MedPact aan te kondigen. Daartoe riep Eurocommissaris Šuica op tot bijdragen van EU-lidstaten aan concrete initiatieven. Lidstaten benadrukten daarbij het belang van implementatie en een realistisch ambitieniveau. Nederland ziet het MedPact als een kans om regionale prioriteiten, zoals stabiliteit, veiligheid, migratie en economische samenwerking te bevorderen en de samenwerking met de partners in de Zuidelijk Nabuurschapsregio te versterken.
Informeel werkontbijt over de Europese veiligheidsstrategie
Tijdens een informeel werkontbijt sprak de Raad over de Europese Veiligheidsstrategie. Voorafgaand aan de bespreking deelden Nederland en verschillende andere lidstaten non-papers met elementen die de Europese Veiligheidsstrategie volgens de diverse nationale visies zou moeten bevatten. Tijdens de bespreking werden in lijn met het Nederlandse non-paper3 steun aan Oekraïne, het afbouwen van strategische afhankelijkheden en het aangaan van partnerschappen door meerdere lidstaten gesteund als belangrijke elementen van de Europese Veiligheidsstrategie. De Europese Commissie en EDEO zijn voornemens om de Europese Veiligheidsstrategie in de zomer te publiceren, in nauwe afstemming met de lidstaten.
Lunch met Indiase minister van Buitenlandse Zaken
Op uitnodiging van EU Hoge Vertegenwoordiger Kallas spraken de ministers van Buitenlandse Zaken van de verschillende lidstaten met de Indiase minister van Buitenlandse Zaken S. Jaishankar. De ministers spraken over het verdiepen van de relaties tussen India en de EU, voortbouwend op de EU–India top van 27 januari jl. waarin een nieuwe EU-India strategische agenda, een veiligheids-en-defensiepartnerschap, en een handelsakkoord werden afgesloten. Daarnaast werd van gedachten gewisseld over de situatie in het Midden Oosten en de oorlog in Oekraïne.
Overig
Non-paper EU GVDB missies en operaties
Graag informeer ik uw Kamer middels dit verslag ook over het recente non-paper over EU GVDB missies en ‑operaties, mede namens Duitsland, Estland, Ierland, Letland, Litouwen, en Nederland. Het non-paper benadrukt de noodzaak om EU GVDB missies en ‑operaties te versterken en te hervormen tot een efficiënter en effectiever instrument. Daarbij wordt ingezet op realistische en uitvoerbare mandaten met voldoende middelen, met een focus op de directe omgeving van de EU, zodat zij beter aansluiten bij de huidige realiteit en strategische veiligheidsuitdagingen van de EU.
Toezegging aan het lid Ram op het vlak van wapenexportbeleid
Tijdens het Commissiedebat Wapenexportbeleid van 3 september 2025 heeft de voormalig minister van Buitenlandse Zaken toegezegd te bezien hoe de vergunningverlening voor de uitvoer/doorvoer van militaire goederen kan worden versneld en verbeterd.4 Het kabinet heeft in het verslag van Raad Buitenlandse Zaken d.d. 15 december 20255 medegedeeld dat uw Kamer in 2026 over de opvolging van deze motie zal worden geïnformeerd.
Naar aanleiding van deze toezegging zijn de procedures van het ministerie van Buitenlandse Zaken op het vlak van wapenexportcontrole tegen het licht gehouden. Het uitgangspunt was het streven naar een proces dat een zorgvuldige toetsing hand in hand laat gaan met een tijdige en soepele afwikkeling van vergunningaanvragen. Dit heeft geresulteerd in de volgende wijzigingen:
Op basis van een zorgvuldige evaluatie van de verschillende soorten vergunningaanvragen is besloten om bepaalde minder risicovolle transacties op (lager) ambtelijk niveau af te handelen.
Uitbreiding van het type aanvragen voor uitvoer van militaire goederen naar de Oekraïense strijdkrachten die vanwege hun aard via een versnelde procedure afgehandeld kunnen worden.
Daarmee wordt de behandeling van minst gevoelige transacties versneld en verbeterd waardoor meer capaciteit beschikbaar komt voor een spoedigere behandeling van complexere aanvragen.
Op langere termijn zal de Nederlandse toetreding tot het Verdrag inzake exportcontrole in het defensiedomein (ook wel bekend als het Verdrag van Aken), dat gebaseerd is op het vertrouwen van de verdragspartners in elkaars exportcontroletoets, tot een verlaging van administratieve lasten en kortere doorlooptijden van vergunningaanvragen leiden.
Motie Piri 32 623, nr. 369↩︎
Algerije, Egypte, Israël, Jordanië, Marokko, Libanon, Libië, de Palestijnse Gebieden, Syrië en Tunesië.↩︎
Kamerstuk 22 112, nr. 4294↩︎
TZ202509-032↩︎
Kamerstuk 21501-02, nr. 3313↩︎