[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Amendement van het lid Ceder over een beperkte tussentijdse evaluatie drie jaar na inwerkingtreding

Wijziging van de Leerplichtwet 1969 en enige andere onderwijswetten in verband met het voorkomen en het terugdringen van verzuim in het funderend onderwijs en het beroepsonderwijs (Wet terugdringen schoolverzuim)

Amendement

Nummer: 2026D13405, datum: 2026-03-24, bijgewerkt: 2026-03-24 10:27, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36663 -12 Wijziging van de Leerplichtwet 1969 en enige andere onderwijswetten in verband met het voorkomen en het terugdringen van verzuim in het funderend onderwijs en het beroepsonderwijs (Wet terugdringen schoolverzuim) .

Onderdeel van zaak 2026Z05900:

Preview document (🔗 origineel)


TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL 2
Vergaderjaar 2025-2026
36 663 Wijziging van de Leerplichtwet 1969 en enige andere onderwijswetten in verband met het voorkomen en het terugdringen van verzuim in het funderend onderwijs en het beroepsonderwijs (Wet terugdringen schoolverzuim)
Nr. 12 AMENDEMENT VAN HET LID CEDER
Ontvangen 24 maart 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel X wordt na “zendt” ingevoegd “binnen drie jaar en vervolgens”.

Toelichting

Dit amendement regelt dat na drie jaar reeds een beperkte tussenevaluatie van het wetsvoorstel plaatsvindt. De evaluatie binnen vijf jaar na inwerkingtreding blijft bestaan. Op deze manier kan de regering, mocht het nodig zijn, beleid aanpassen, bijvoorbeeld om regeldruk te verminderen of om de beoogde effecten van het wetsvoorstel vergroten.

Het wetsvoorstel heeft primair tot doel, zo stelt de regering in de Memorie van Toelichting, de noodzakelijke voorwaarden te creëren om langdurig schoolverzuim van leerlingen en studenten te kunnen voorkomen en verminderen. Indiener merkt op dat veel organisaties terughoudend zijn over de verwachte effecten van het wetsvoorstel. De rode draad hierbij is kernachtig verwoord door de Afdeling Advisering van de Raad van State, die opmerkt dat gezien ‘de complexiteit van de problematiek van thuiszitters niet al te hoge verwachtingen [mogen] worden gekoesterd van het effect van verplichtingen inzake verzuimbeleid en -registratie.’

In haar advies stelt de Afdeling Advisering tevens dat het van belang is dat invoering van nieuwe verplichtingen berust op een gedegen analyse van de huidige praktijk van verzuimbeleid en -registratie. Ook noemt ze een analyse van de huidige praktijk van de samenwerking tussen de verschillende ketenpartners van belang, ‘omdat de effectiviteit en uitvoerbaarheid van de voorgenomen verzuimaanpak in grote mate afhankelijk zal zijn van de mogelijkheden en werkwijzen van alle partijen. De vaststelling en uitvoering van het verzuimbeleid kan niet geïsoleerd plaatsvinden.’

Indiener onderschrijft deze opmerkingen. Als de maatregelen uit het wetsvoorstel niet aansluiten op de praktijk en daadwerkelijk bijdragen aan het doel van het kunnen voorkomen en verminderen van langdurig schoolverzuim, is het enige daadwerkelijke effect van het wetsvoorstel meer regeldruk.

Om die reden beoogt indiener middels dit amendement een tussenevaluatie van de effecten van het wetsvoorstel te laten plaatsvinden binnen drie jaar na inwerkingtreding. Onderdelen van deze evaluatie zijn de effecten voor de regeldruk, de samenhang tussen de verzuimaanpak en de mogelijkheden en werkwijzen van andere betrokken partijen en een eerste indicatie in hoeverre de verplichtingen daadwerkelijk bijdragen aan het voorkomen en verminderen van schoolverzuim. Op deze manier moet de tussenevaluatie laten zien welk flankerend beleid er eventueel extra nodig is.

Vijf jaar na inwerkingtreding dient vervolgens een volledige evaluatie plaats te vinden.

Ceder