Voorstel van wet
Wijziging van het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafrecht in verband met de uitvoering van Verordening (EU) 2024/3011 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 betreffende de overdracht van strafvervolging
Voorstel van wet
Nummer: 2026D13406, datum: 2026-03-20, bijgewerkt: 2026-03-24 10:39, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van kamerstukdossier 36914 -2 Wijziging van het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafrecht in verband met de uitvoering van Verordening (EU) 2024/3011 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 betreffende de overdracht van strafvervolging.
Onderdeel van zaak 2026Z05901:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2026-04-01 14:30: Procedurevergadering Justitie en Veiligheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
Preview document (🔗 origineel)
Wijziging van het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafrecht in verband met de uitvoering van Verordening (EU) 2024/3011 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 betreffende de overdracht van strafvervolging [KetenID WGK026786]
VOORSTEL VAN WET
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafrecht te wijzigen gelet op de rechtstreekse werking in Nederland van Verordening (EU) 2024/3011 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 betreffende de overdracht van strafvervolging;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
Aan het Vijfde Boek van het Wetboek van Strafvordering wordt een Titel toegevoegd, luidende:
Titel 10. Europees verzoek tot overdracht van strafvervolging
Eerste afdeling. Algemene bepalingen
Artikel 5.10.1
In deze Titel wordt verstaan onder:
a. Verordening 2024/3011: Verordening (EU) 2024/3011 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 betreffende de overdracht van strafvervolging;
b. Europees verzoek tot overdracht van strafvervolging: een verzoek als bedoeld in artikel 8 van Verordening 2024/3011;
c. lidstaat: een lidstaat van de Europese Unie die is gebonden door Verordening 2024/3011.
Tweede afdeling. Overdracht van strafvervolging aan een andere lidstaat
Artikel 5.10.2
De officier van justitie kan een Europees verzoek tot overdracht van strafvervolging doen aan de aangezochte autoriteit van een andere lidstaat.
Artikel 5.10.3
Indien de officier van justitie een Europees verzoek tot overdracht heeft gedaan, maakt hij de strafzaak tegen de verdachte niet op de terechtzitting aanhangig en gaat Onze Minister niet over tot tenuitvoerlegging van de opgelegde straf of maatregel, tenzij:
a. het verzoek tot overdracht van strafvervolging is ingetrokken overeenkomstig artikel 10 van Verordening 2024/3011;
b. de aangezochte autoriteit het verzoek heeft geweigerd overeenkomstig artikel 12 van Verordening 2024/3011;
c. de beslissing tot aanvaarding van de overdracht van strafvervolging is vernietigd overeenkomstig artikel 17, tweede lid, van Verordening 2024/3011.
Artikel 5.10.4
1. Onverminderd artikel 21, tweede lid, van Verordening 2024/3011, vervalt het recht tot strafvordering of de bevoegdheid om de opgelegde straf of maatregel ten uitvoer te leggen indien de aangezochte autoriteit het Europees verzoek tot overdracht van strafvervolging onherroepelijk heeft aanvaard.
2. Het recht tot strafvordering en de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging herleven indien de officier van justitie door de aangezochte autoriteit in kennis is gesteld van een beslissing als bedoeld in artikel 21, vijfde lid, van Verordening 2024/3011.
Derde afdeling. Overname van strafvervolging uit een andere lidstaat
Artikel 5.10.5
De officier van justitie beslist over een Europees verzoek tot overdracht van strafvervolging van een verzoekende autoriteit uit een andere lidstaat.
Artikel 5.10.6
1. In gevallen waarin de bevoegdheid tot strafvervolging pas ontstaat door overname van strafvervolging en waarin is voldaan aan de voorwaarden opgenomen in artikel 22, derde lid, van Verordening 2024/3011, kan de verdachte worden aangehouden, worden opgehouden voor onderzoek, in verzekering worden gesteld en in voorlopige hechtenis worden genomen. De artikelen 52 tot en met 88 en 533 tot en met 536 zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Op de voorwerpen die de aangehouden persoon met zich voert, is artikel 95 van overeenkomstige toepassing. Artikel 56, tweede lid, is niet van toepassing.
Vierde afdeling. Rechtsmiddel
Artikel 5.10.7
1. Tegen de beslissing tot aanvaarding van de overdracht van strafvervolging kan de verdachte, bedoeld in artikel 6, tweede lid, of het slachtoffer, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van Verordening 2024/3011, een bezwaarschrift indienen bij de rechtbank. De termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is twee weken na betekening van de kennisgeving als bedoeld in artikel 15, eerste lid, dan wel artikel 16, eerste lid, van Verordening 2024/3011.
2. De rechtbank die bevoegd is om het strafbare feit waar de strafvervolging betrekking op heeft te berechten, is bevoegd om over het bezwaarschrift te oordelen.
3. De behandeling door de raadkamer vindt plaats in het openbaar.
4. De kennisneming van stukken, bedoeld in artikel 23, vijfde lid, kan worden onthouden op de gronden, genoemd in artikel 17, derde lid, van Verordening 2024/3011. Artikel 23, zesde lid, is niet van toepassing.
5. Indien de rechtbank het bezwaar gegrond acht, vernietigt zij de beslissing tot aanvaarding van de overdracht van strafvervolging. Indien de rechtbank het bezwaar ongegrond acht, bevestigt zij deze beslissing. Aan de bevestiging kunnen voorwaarden worden gesteld.
ARTIKEL II
Aan artikel 8b van het Wetboek van Strafrecht wordt een lid toegevoegd, luidende:
5. De Nederlandse strafwet is toepasselijk op een ieder tegen wie de strafvervolging door Nederland is overgenomen op grond van Verordening (EU) nr. 2024/3011 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 betreffende de overdracht van strafvervolging voor zover uit artikel 3 van die verordening de bevoegdheid tot strafvervolging voor Nederland volgt.
ARTIKEL III
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 februari 2027. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 januari 2027, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven,
De Minister van Justitie en Veiligheid,