Amendement van het lid Ellian c.s. ter vervanging van nr. 70 over middelen voor erkenning van ongelijk beloonde vrouwelijke rechters en officieren van justitie in opleiding
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026
Amendement (gewijzigd/nader/vervangend)
Nummer: 2026D13420, datum: 2026-03-24, bijgewerkt: 2026-03-24 16:43, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: U. Ellian, Tweede Kamerlid (VVD)
- Mede ondertekenaar: J.C.G. Straatman, Tweede Kamerlid (CDA)
- Mede ondertekenaar: J.C. Sneller, Tweede Kamerlid (D66)
Onderdeel van kamerstukdossier 36800 VI-135 Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026.
Onderdeel van zaak 2026Z05906:
- Voortouwcommissie: TK
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-03-24 15:00 ⇒ Aangenomen. (Besluit)
- 2026-03-24 15:00: Stemmingen (Stemmingen), TK
Preview document (🔗 origineel)
| TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL | 2 | |
| Vergaderjaar 2025-2026 | ||
| 36 800 VI | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026 | |
| Nr. 135 | AMENDEMENT VAN HET LID ellian c.s. ter vervanging van dat gedrukt onder nr. 701 | |
| Ontvangen 24 maart 2026 | ||
| De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: | ||
De departementale begrotingsstaat wordt als volgt gewijzigd:
I
In artikel 32 Rechtspleging en rechtsbijstand worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 1.000 (x € 1.000).
II
In artikel 32 Rechtspleging en rechtsbijstand worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 5.000 (x € 1.000).
III
In artikel 33 Veiligheid en criminaliteitsbestrijding worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 3.000 (x € 1.000).
IV
In artikel 34 Straffen en beschermen worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 1.000 (x € 1.000).
Toelichting
Het inschalingsbeleid binnen de rechterlijke macht was tot voor kort gebaseerd op één criterium: het laatstverdiende loon. Dit resulteerde in ongelijke behandeling van mannen en vrouwen. Waardevollere ervaring kon lager worden ingeschaald, omdat vrouwen veelal andere functies dan mannen hebben voordat zij beginnen aan de opleiding tot rechter of officier van justitie. Om voor nieuwe rechters en officieren van justitie deze ongelijke behandeling weg te nemen, is in juli 2024 een akkoord gesloten over een nieuw inschalingsbeleid voor rechters en officieren van justitie in opleiding. Dit nieuwe beleid geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2023. Indieners onderschrijven de noodzaak van het nieuwe inschalingsbeleid. Daarmee is echter de situatie voor bestaande gevallen niet opgelost. Alhoewel de daadwerkelijke benadeling voor bestaande gevallen niet ongedaan gemaakt kan worden, zijn indieners van mening dat een financiële tegemoetkoming van grote immateriële waarde zal zijn. Indieners stellen middels dit amendement incidenteel vijf miljoen euro beschikbaar voor een regeling, die door de regering nader uitgewerkt kan worden. Indieners beogen hiermee een start te maken van een dergelijke regeling, waarmee een blijk van erkenning mogelijk gemaakt kan worden.
Dekking wordt gevonden uit verwachte onderuitputting op het ondermijningsbudget (3 mln), verwachte onderuitputting op het budget van artikel 34 Straffen en Beschermen (1 mln) en verwachte onderuitputting op het budget voor sociale rechtsbijstand (1 mln).
Ellian
Sneller
Straatman
Vervanging in verband met een wijziging in de toelichting.↩︎