[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Garantiebedrag Wajong

Brief regering

Nummer: 2026D13527, datum: 2026-03-24, bijgewerkt: 2026-03-24 14:50, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z05946:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Inleiding

Tijdens het begrotingsdebat van 19 maart jl. kwam de beëindiging van een groot aantal Wajong-uitkeringen per 1 januari 2026 en de gevolgen daarvan voor de betrokken Wajonggerechtigden ter sprake. Per die datum doet zich een samenloop voor van een piek aan beëindigingen van Wajong-uitkeringen en tegelijkertijd het eerste moment waarop er garantiebedragen vervallen. Ik heb toegezegd uw Kamer te informeren over de omvang en samenstelling van de groep mensen om wie het gaat. Hoewel de beëindiging van de Wajong-uitkeringen in deze gevallen conform de wet is, realiseer ik mij dat dit impact kan hebben op de inkomenspositie van Wajonggerechtigden. In het debat gaf ik aan dat dat zwaar valt en dat ik hier een dilemma in zie: tot wanneer loopt een uitkering door bij samenloop met inkomen uit werk en welke financiële gevolgen bij een uitkeringsbeëindiging redelijkerwijs hebben. In deze brief ga ik hier nader op in. Ik gaf in het debat aan dat er bij dit dilemma geen makkelijke of snelle oplossingen zijn. Dit maakt dat ik op dit moment nog goed kijk wat er in deze gevallen kan en wat passend is.

Piek aan beëindigingen van Wajong-uitkeringen

Wie vijf jaar onafgebroken heeft gewerkt en inmiddels zelfstandig — dus zonder extra ondersteuning of voorzieningen — ten minste 75% van het maatmaninkomen verdient, heeft geen recht meer op een Wajong-uitkering. Het maatmaninkomen is meestal gelijk aan het wettelijk minimumloon (circa € 2.300 bruto per maand). De wet bepaalt dat de uitkering in deze situatie stopt.1 Dit betekent dat UWV na een beoordeling de uitkering stopt bij een inkomen van meer dan circa € 1.725 bruto per maand. Op dat moment heeft iemand voldoende arbeidsvermogen om duurzaam en zelfstandig een inkomen te verdienen van meer dan een Wajong-uitkering.

Als iemand werkt met extra ondersteuning of een voorziening, bijvoorbeeld een jobcoach, vervoersvoorziening of in beschut werk, dan blijft de uitkering doorlopen. De Wajonggerechtigde kan dan immers niet zelfstandig in een inkomen voorzien.

Dit is geen nieuwe regel. Wel speelt dat vanwege de invoering van de Wet vereenvoudiging Wajong op 1 januari 2021 het UWV de beoordelingen op de beëindiging van Wajong-rechten op basis van inkomsten tijdelijk heeft stilgelegd. Om uitvoeringstechnische reden heeft UWV de teller voor de termijn van vijf jaar voor iedere werkende Wajonggerechtigde op dat moment 0 gezet. Hoewel dit gunstig was voor Wajonggerechtigden, zij behielden daardoor langer hun uitkering naast het loon dan de wet voorschreef, zorgt dit begin 2026 voor een piek in het aantal beëindigingen. U bent hierover geïnformeerd in de Stand van de uitvoering van 3 juni 20252, in de antwoorden op de Kamervragen van het Kamerlid Patijn d.d. 24 oktober 20253 en bij de brief van 10 december 2025.4 Naast de hervatting van de toetsing op inkomen speelt mee dat de Wajonggerechtigden van wie de uitkering nu waarschijnlijk wordt gestopt sinds 1 januari 2021 meer uren zijn gaan werken of meer zijn gaan verdienen, waardoor zij nu voldoen aan de criteria voor beëindiging van de uitkering. Dit is een gunstig maar een onvoorzien effect wat tot meer beëindigingen leidt. Deze Wajonggerechtigden hebben laten zien meer te kunnen dan eerder verondersteld.

Zoals ik tijdens het begrotingsdebat heb aangegeven, hebben ze daarmee echter ook gedaan wat wij van hen verwachten: werken, meedoen en op eigen benen staan. Tegelijkertijd is het rechtvaardig om de uitkering te beëindigen nu het hoofddoel — een duurzame baan met een eigen inkomen — is bereikt. Het laten doorlopen van de uitkering zou bovendien onrechtvaardig zijn tegenover mensen met vergelijkbare werkzaamheden en verdiensten maar zonder Wajong-uitkering. De wet bepaalt daarom dat het recht op Wajong in deze situatie stopt.5

Het garantiebedrag

Bij een deel van de groep mensen bij wie de Wajong-uitkering stopt om bovengenoemde redenen stopt hierdoor de uitkering ter hoogte van het ‘garantiebedrag’. Het garantiebedrag is ingevoerd bij en in verband met de Wet vereenvoudiging Wajong, die op 1 januari 2021 de rekenregels voor inkomstenverrekening voor alle drie de Wajong-regelingen6 gelijktrok. Voor 2021 kende de Wajong drie Wajong regimes met meerdere inkomensregelingen. Dit maakte de Wajong erg complex. Daarnaast was het niet altijd lonend om (meer) te gaan werken voor mensen in de Wajong. Om de Wajong te vereenvoudigen en werken lonend te maken is daarom besloten om te komen tot een eenvoudige inkomensregeling, waarbij het bruto totaalinkomen van mensen die (meer) gaan werken altijd toeneemt. De uitkomst van deze inkomensregeling leverde echter niet in alle gevallen een hogere uitkering op.

Om te voorkomen dat mensen vanwege de wijziging van de inkomensregeling erop achteruit zouden gaan is het garantiebedrag als tijdelijke overgangsmaatregel ingevoerd. Het garantiebedrag bepaalt de minimale hoogte van een uitkering voor mensen die op het moment van inwerkingtreding van de Wet vereenvoudiging Wajong aan het werk waren. Voor iedereen die in december 2020 én januari 2021 aan het werk waren heeft UWV op basis van het individuele inkomen en de oude rekenregels dit garantiebedrag vastgesteld.

Mensen met een laag inkomen op het moment van inwerkingtreding kregen daarmee een hoog garantiebedrag. Mensen met een hoog inkomen kregen recht op een laag garantiebedrag.

Wajonggerechtigden ontvangen het garantiebedrag volledig naast het verdiende inkomen, zelfs als ze sindsdien veel meer zijn gaan verdienen, dus ook als ze meer dan 75% van het wettelijk minimumloon (wml) verdienen en zelfs meer dan 100% wml. Hierdoor kunnen zij een hoog totaalinkomen hebben (uitkering en inkomen). Soms hebben zij hierdoor een totaalinkomen dat veel hoger ligt dan dat van directe collega’s die geen garantiebedrag krijgen.

Gevolgen voor de Wajonggerechtigden

Het beëindigen van het Wajong-recht en dus ook van de Wajong-uitkering heeft de volgende impact.7

  • De meeste van de 11.500 personen die mogelijk hun Wajong-recht verliezen per 1 januari 2026, ongeveer 7.200 mensen, hebben een zogenoemde
    nul-uitkering. Bij deze groep blijft de financiële impact beperkt. Zij hebben zoveel inkomen dat zij nu al geen Wajong-uitkering meer ontvangen, omdat zij meer dan het wml verdienen.

  • Circa 3.400 personen verliezen hun garantiebedrag als de Wajong-uitkering eindigt. Het gemiddelde inkomensverlies bij deze groep is ongeveer
    € 750 bruto per maand. De meerderheid heeft een inkomen boven 100% wml.

  • Circa 900 personen hebben geen garantiebedrag maar wel een aanvullende Wajong-uitkering. Circa 450 van hen verdienen tussen de 75% en 100% wml en circa 450 verdient 100% wml of meer.8 Het gemiddelde inkomensverlies bij deze groep is ongeveer € 250 bruto per maand.

  • Alle drie de groepen verliezen de fiscale jonggehandicaptenkorting (ruim € 900 netto per jaar).

In onderstaande tabellen is een uitsplitsing gemaakt van de hoogte van de lonen en de hoogte van de garantiebedragen. Het gaat hier om indicatieve getallen.

Tabel 1: Loon van de groep van 11.500

Loon Totaal

Met garantiebedrag

N=3.400

> 75% - 100% WML 1.650 900 (26%)
> 100% WML en < 150% WML 5.350 1.800 (53%)
> 150% 4.500 700 (21%)

Stand maart 2026

De hoogte van de garantiebedragen varieert van € 10 bruto per maand tot
€ 2.100 bruto per maand. Het gemiddelde garantiedrag bedraagt € 750 bruto per maand.

Tabel 2: hoogte van garantiebedragen9

< € 250 12%
€ 250 - € 750 46%
€ 750 - € 1.250 27%
€ 1.250 - € 1.750 14%
> € 1.750 1%

De meerderheid van de circa 11.500 betrokkenen lijkt de inkomensgevolgen van de beëindiging van de Wajong-uitkering goed te kunnen opvangen, al dan niet met compensatie door hogere inkomensafhankelijke regelingen zoals fiscale toeslagen en gemeentelijk minimabeleid. De telefoongesprekken die UWV met de doelgroep heeft gevoerd, lijken dit beeld te bevestigen. Ruim 52% van de groep Wajonggerechtigden met een garantiebedrag dat potentieel eindigt, verdient tussen de 100% en 150% van het wettelijk minimumloon (wml), en 21% verdient zelfs meer dan 150% wml.

Dilemma

De toepassing van de huidige wettelijke kaders brengt een dilemma met zich mee. Enerzijds is het een positief signaal dat een aanzienlijke groep Wajonggerechtigden reeds vijf jaar onafgebroken participeert op de arbeidsmarkt en daarmee voldoet aan de criteria voor beëindiging van het uitkeringsrecht. Het uitgangspunt van de Wajong blijft immers dat de uitkering vervalt wanneer iemand duurzaam in staat is zelfstandig in het levensonderhoud te voorzien. Het past niet om hen voor lange tijd een uitkering te blijven geven en daarnaast het minimumloon te laten verdienen. Dit is niet uit te leggen aan de directe collega’s die hetzelfde werk doen zonder Wajong-uitkering. Aan de andere kant houden deze Wajonggerechtigden mogelijk rekening met het garantiebedrag. Zij kunnen dan financiële verplichtingen hebben zoals huurovereenkomsten of hypotheken die sommigen van hen zonder dit bedrag mogelijk niet meer kunnen nakomen. Of de inkomensgevolgen kunnen worden opgevangen, hangt af van de verhouding tussen de te verliezen uitkering, het eigen inkomen en onvermijdelijke kosten zoals wonen, levensonderhoud en zorg. De precieze gevolgen verschillen per persoon, afhankelijk van de individuele situatie. In het ene geval kan iemand het verlies van een lage uitkering/garantiebedrag moeilijker opvangen wanneer de kosten voor wonen, zorg en levensonderhoud hoog zijn. Omgekeerd wordt het verlies van een hoog garantiebedrag soms juist als minder problematisch ervaren omdat het eigen salaris hoog genoeg is om alle kosten te dekken of omdat er ook een partner is met een inkomen.

Wajonggerechtigden die moeite hebben het verlies van het Wajong-recht op te vangen, wordt ondersteuning aangeboden en er zijn aanvullende maatregelen genomen om hen te ondersteunen. UWV heeft daartoe in juni en september vorig jaar aan werkende Wajonggerechtigden die mogelijk te maken krijgen met een beëindiging per 1 januari 2026 een brief gestuurd om hen hierover te informeren. UWV heeft vervolgens al deze mensen nog een keer gebeld. Wajonggerechtigden die zich zorgen maken, kunnen de hulp van een casemanager van UWV krijgen, als blijkt dat hun Wajong-uitkering wordt beëindigd. UWV heeft hiervoor een proces rondom zorgvuldige dienstverlening ingericht.

Samen kan dan worden gekeken of de inkomensachteruitgang (deels) kan worden opgevangen door het aanvragen van inkomensafhankelijke regelingen, zoals toeslagen of het gemeentelijke minimabeleid.

Naast de impact op Wajonggerechtigden vormt de piek aan beëindigingen ook een knelpunt voor de uitvoering. UWV heeft aangegeven dat het niet lukt om alle gevallen in één maand te beoordelen, maar hiervoor meer tijd heeft nodig om een overhaaste uitvoering en/of rechtsongelijkheid te voorkomen.

De staatssecretaris van Participatie en Integratie van het vorige kabinet heeft daarom besloten de beëindiging van de Wajong-uitkeringen uit te stellen. Voor alle Wajonggerechtigden die in 2026 aan de voorwaarden voor stopzetting voldoen, wordt de daadwerkelijke einddatum van de uitbetaling van de uitkering verschoven naar 1 januari 2027, ook al stopt het Wajong-recht officieel eerder. Dit is tegen de wet, maar begunstigend voor de betrokkenen, en geeft UWV de kans alle beëindigingen zorgvuldig te doen en mensen goed te begeleiden. U bent hierover geïnformeerd bij voornoemde brief van 10 december 2025.

Uitstel van de beëindigingen tot 1 januari 2027 zal voor de meeste Wajonggerechtigden naar verwachting een passende en doelmatige maatregel zijn. Deze maatregel geeft UWV de ruimte voor een zorgvuldige uitvoering en begeleiding, terwijl betrokkenen tegelijkertijd de tijd krijgen om hun uitgavenpatroon geleidelijk aan te passen of tijdig aanvullende regelingen aan te vragen.

Dit laat onverlet dat er mensen zijn bij wie het vervallen van de Wajong-uitkering zeer ingrijpende gevolgen kan hebben. Zoals ik al in het begrotingsdebat aangaf, ga ik samen met UWV kijken hoe de beëindiging voor hen op een goede, zorgvuldige en menswaardige manier kan plaatsvinden. Zoals u zult begrijpen is de tijd tussen het begrotingsdebat en het versturen van deze brief kort geweest. Ik kom hier daarom op een later moment bij uw Kamer op terug. Daarnaast bied ik uw Kamer een technische briefing aan voor een gedetailleerde feitelijke uitleg over dit complexe dossier.

De Minister van Werk en Participatie,

A.A. Aartsen


  1. Dit geldt sinds de oude Wajong, die is ingevoerd per 1 januari 1998.↩︎

  2. Kamerstukken II 2024/25, 26 448, nr. 845, bijlage stand van de uitvoering p. 13/14.↩︎

  3. TK 2025/26 Aanhangsel van de Handelingen, nr. 578↩︎

  4. Kamerstukken II 2025/26, 26 448, nr. 861.↩︎

  5. Dit geldt sinds de oude Wajong, die is ingevoerd per 1 januari 1998.↩︎

  6. De Wajong-regelingen worden onderscheiden naar de startdatum van de instroom: de oude Wajong (vóór 2010), de nieuwe Wajong (2010-2015), de Wajong 2015 (vanaf 2015).↩︎

  7. Cijfers stand maart 2026.↩︎

  8. De Wajong-uitkering wordt verstrekt op voorschotbasis. Er kan op verzoek van de Wajonggerechtigde een aanvullende uitkering zijn verstrekt. Na 3, 6 of 12 maanden wordt de uitkering definitief vastgesteld wat kan leiden tot een nabetaling of terugvordering.↩︎

  9. Verdeling hoogte garantiebedrag bruto per maand op basis van data juni 2025↩︎