[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Appreciatie van het nader gewijzigd amendement van het lid Abdi ter vervanging van nr. 127 over het per collegejaar 2026-2027 bieden van toegankelijk vervolgonderwijs aan Oekraïense jongeren (Kamerstuk 36800-VIII-137)

Brief regering

Nummer: 2026D13554, datum: 2026-03-24, bijgewerkt: 2026-03-24 14:20, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z05957:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Postbus 20018

2500 EA DEN HAAG

Datum 24 maart 2026
Betreft Appreciatie nader gewijzigd amendement van het lid Abdi

Hoger Onderwijs en Studiefinanciering

Rijnstraat 50

Den Haag

Postbus 16375

2500 BJ Den Haag

www.rijksoverheid.nl

Onze referentie

62903881

In deze brief deel ik mijn appreciatie van het amendement 137 – lid Abdi1 op de OCW-begroting 2026 (VIII) dat gewijzigd is ingediend na de begrotingsbehandeling op woensdag 11 februari 2026 en donderdag 12 februari 2026.

Amendement 137 (voorheen amendement 75/126/172) – Lid Abdi

Vervolgonderwijs Oekraïense jongeren

Oordeel: ontraden

Het gewijzigde amendement beoogt om Oekraïners die reeds aan een hbo- of wo-instelling studeren, vooruitlopend op een mogelijke introductie in 2027 van wettelijk collegegeld voor deze groep als onderdeel van de nationale terugvaloptie2, in aanmerking te laten komen voor compensatie van het instellingscollegegeld tot de hoogte van het wettelijke collegegeld. Het amendement stelt, in tegenstelling tot de vorige versie, voor om de ‘niet-juridische verplichte budgetflexibiliteit’ van de artikelen 6 en 7 in te zetten als dekking.

Het amendement wordt ontraden vanwege ondeugdelijke dekking. Het amendement stelt voor om de ‘niet-juridische verplichte budgetflexibiliteit’ van de artikelen 6 en 7 in te zetten als dekking. Het gaat hier om in de begroting genoemde categorieën ‘bestuurlijk verplicht’ en ‘beleidsmatig gereserveerd’. Deze middelen kunnen niet pijnloos worden ingezet: hier zitten posten in die nog betaald moeten worden zoals de lerarenagenda, beleidsonderzoeken en uitvoeringsproblematiek (bij instellingen). Daarnaast constateer ik dat dit amendement evenals amendement 134 van kamerlid Tseggai deels een beroep doen op dezelfde dekking.

In de toelichting van het amendement wordt enerzijds gesproken over Oekraïense studenten die thans aan een instelling voor hbo- en wo-onderwijs studeren en anderzijds alsnog over financiële ruimte om 1.000 scholieren te laten starten met studeren. Het is onduidelijk wat het lid Abdi beoogt met de nadere wijziging. In het geval dat het lid Abdi de 1.000 scholieren van compensatie wenst te voorzien, dan verwijs ik naar mijn appreciatie van 20 maart 2026 waarin ik het amendement ontraad.3 In het geval het lid Abdi de reeds in het hbo- en wo-onderwijs studerende 714 ontheemden uit Oekraïne van compensatie wenst te voorzien, dan ontraad ik alsnog het amendement op bovengenoemde gronden.

Volgens ons beeld studeren op dit moment 714 Oekraïners aan een hbo- of wo-instelling; onze beste inschatting is dat maximaal 496 daarvan het instellingscollegegeld betalen en ontvangt de rest reeds een door de instelling zelf aangeboden verlaagd instellingscollegegeldtarief. Dat maakt dat ongeveer € 5.000.000 nodig zou zijn exclusief uitvoeringskosten. In dit amendement wordt € 10.000.000 vrijgemaakt. Bovendien kan dit amendement niet uitgevoerd worden door de in de toelichting gesuggereerde stichting UAF. Dit zou hen namelijk voor de uitvoering van de regeling een bestuursorgaan maken met bijkomende eisen.

Amendement 138 (voorheen amendement 134/85) – Lid Tseggai

Wijziging restitutie van het les- en cursusgeld

Oordeel: Ontraden

Voor de inhoudelijke appreciatie verwijs ik u naar de brief die ik u op 20 maart heb doen toekomen. Het ingediende amendement dat nu voor ligt verlaagt de uitgaven in 2026 verder dan benodigd. In 2026 dient slechts een bedrag van € 4,5 miljoen aan verplichtingen beschikbaar te zijn, zoals in het voorgaande amendement (nr 134) was opgenomen.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Rianne Letschert


  1. Kamerstukken II 2025/2026, 36800, nr. 137.↩︎

  2. Kamerstukken II 2025/2026, 19637 nr. 3451.↩︎

  3. Kamerstukken II 2025/2026, 36800, nr. 136.↩︎