Verslag
Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wetvoortgezet onderwijs 2020 en de Wet register onderwijsdeelnemers in verband met dewettelijke borging van diverse verwerkingen van persoonsgegevens in het funderendonderwijs (Wet borging gegevensverwerkingen funderend onderwijs)
Verslag (initiatief)wetsvoorstel (nader)
Nummer: 2026D13587, datum: 2026-03-24, bijgewerkt: 2026-03-24 15:27, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.C. Koorevaar, voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (CDA)
- Mede ondertekenaar: A.E.W. Easton, adjunct-griffier
Onderdeel van kamerstukdossier 36903 -5 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wetvoortgezet onderwijs 2020 en de Wet register onderwijsdeelnemers in verband met dewettelijke borging van diverse verwerkingen van persoonsgegevens in het funderendonderwijs (Wet borging gegevensverwerkingen funderend onderwijs).
Onderdeel van zaak 2026Z03577:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-03-24 12:00 ⇒ Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2026-03-05 10:15 ⇒ Inbrengdatum voor het verslag vaststellen op 24 maart 2026 om 12.00 uur. (Besluit)
- 2026-02-25 14:35 ⇒ Koninklijke boodschap, met de erbij behorende stukken, is al rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-02-25 14:35 ⇒ In handen gesteld van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Besluit)
- 2026-02-25 14:35: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-03-05 10:15: Procedurevergadering Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Procedurevergadering), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- 2026-03-24 12:00: Wet borging gegevensverwerkingen funderend onderwijs (Inbreng verslag (wetsvoorstel)), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Preview document (🔗 origineel)
36 906 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet voortgezet onderwijs 2020 en de Wet register onderwijsdeelnemers in verband met de wettelijke borging van diverse verwerkingen van persoonsgegevens in het funderend onderwijs (Wet borging gegevensverwerkingen funderend onderwijs)
Nr. 5 Verslag
Vastgesteld 24 maart 2026
De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen. Onder het voorbehoud dat de hierin gestelde vragen en gemaakte opmerkingen voldoende zullen zijn beantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van het voorstel van wet genoegzaam voorbereid.
Inhoudsopgave
I. Algemeen deel
1. Inleiding
2. Landelijke veiligheidsmonitor funderend onderwijs
2.1 Doel van het voorstel
2.2 Kern van het voorstel
3. Verstrekking personeelsgegevens aan de sectorraden
3.1 Probleembeschrijving
3.2 Kern van het voorstel
4. Verstrekking gegevens ROD aan NWO
4.1 Doel en kern van het voorstel
5. Verhouding tot hoger recht
5.1 Algemeen wettelijk kader
5.2 Landelijke veiligheidsmonitor
5.3 Verstrekking personeelsgegevens aan de sectorraden
6. Gevolgen
6.1 Landelijke veiligheidsmo0nitor
6.2 Verstrekking personeelsgegevens aan de sectorraden
7. Uitvoering, toezicht en handhaving
7.1 Landelijke veiligheidsmonitor
7.2 Verstrekking gegevens ROD aan NWO
8. Advies en consultatie
8.1 Internetconsultatie
I. Algemeen deel
De leden van de D66-fractie onderschrijven het doel van het wetsvoorstel om te komen tot beter kennisgedreven onderwijsbeleid. Deze leden achten het van belang dat beleid in het funderend onderwijs wordt gebaseerd op actuele, betrouwbare en goed te interpreteren gegevens, zodat de kwaliteit, toegankelijkheid en doelmatigheid van het onderwijs kan worden versterkt. Tegelijkertijd hechten zij groot belang aan de bescherming van de privacy van leerlingen, ouders en onderwijspersoneel. Het verwerken van (bijzondere) persoonsgegevens, zeker wanneer het gaat om kwetsbare groepen, vraagt om zorgvuldige afwegingen, heldere wettelijke grondslagen en passende waarborgen. De leden van de D66-fractie zullen hierover nadere vragen stellen aan de regering.
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het onderhavige wetsvoorstel. Deze leden onderschrijven het belang van evidence-informed werken en het gebruik van betrouwbare data om dat te kunnen doen. Deze leden constateren dat dit wetsvoorstel een grond biedt voor een aantal zaken die in de praktijk al plaatshebben en moedigen dat aan. Te meer omdat deze leden ook zeer hechten aan een zorgvuldig en proportioneel gebruik van persoonsgegevens, zeker waar dat minderjarigen betreft. Zij hebben nog een aantal vragen en opmerkingen over het wetsvoorstel.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het wetsvoorstel en hebben daarover nog enkele vragen. De leden lezen de memorie van toelichting dat dit wetsvoorstel nauw samenhangt met het wetsvoorstel Vrij en veilig onderwijs. Deze leden vragen zich af waarom er dan voor is gekozen twee aparte wetstrajecten te starten. Daarnaast vragen deze leden zich af wat de regering gaat doen als de ene wet wel wordt aangenomen en de andere niet.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de regering om nader te onderbouwen wat het nut en de noodzaak van dit wetsvoorstel is. Deze leden begrijpen uiteraard de meerwaarde van kennisgedreven beleid. Echter is nu onvoldoende duidelijk welke behoefte er is voor scholen om de landelijke veiligheidsmonitor (hierna: LVM) beter te kunnen afnemen, gezien slechts twee procent van de scholen hier gebruik van maakt. Tevens is nog niet duidelijk hoe en of de uitkomsten van de LVM daadwerkelijk gebruikt gaan worden om het beleid te verbeteren. Daarom vragen deze leden om beter te onderbouwen dat met deze nieuwe grondslag voor gegevensverwerking daadwerkelijk het doel van een veiligere schoolomgeving gaat bereiken.
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de Wet borging gegevensverweking funderend onderwijs. Deze leden hebben hierover enkele vragen.
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de Wet borging gegevensverwerkingen funderend onderwijs. Deze leden begrijpen het belang van landelijk beleid op het gebied van sociale veiligheid maar vragen zich daarbij wel af hoe de regering dit wetsvoorstel weegt tegen een toenemende administratieve lastendruk in het funderend onderwijs.
De resultaten van de meest recente editie van de LVM wijzen op een stijging van verschillende uitingsvormen van sociaal onveilig gedrag en op een belangrijke verschillen in de veiligheid voor bepaalde groepen. Er is een stijging te zien van het aantal leerlingen dat aangaf gepest te worden en het aantal leerlingen en personeelsleden dat aangaf te maken te krijgen met geweldsincidenten. Leerlingen met een migratieachtergrond en lhbtqia+-achtergrond geven vaker aan het slachtoffer te zijn van uitingsvormen van sociaal onveilig gedrag, zoals pesten of discriminatie. Uit de bestudering van het wetsvoorstel blijkt dat twee procent van de scholen in het primair en voortgezet onderwijs meedoet aan de LVM. In hoeverre is de informatie die uit de meting komt nu al bruikbaar om trends te signaleren en beleid aan te passen? Waarom is dit wetsvoorstel proportioneel? Of is dit wetsvoorstel een voorwaarde voor het wetsvoorstel Vrij en veilig onderwijs, zo vragen de leden van de CDA-fractie.
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de Wet borging gegevensverwerkingen funderend onderwijs. De leden hebben geen vragen aan de regering.
De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van onderhavig wetsvoorstel. Deze leden hebben enkele vragen.
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen waarom er geen evaluatiebepaling is toegevoegd aan het wetsvoorstel. Op welke wijze wordt er dan geëvalueerd of de voorstellen daadwerkelijk bijdragen aan de doelen die worden beoogd en of bijsturing noodzakelijk is?
1. Inleiding
De leden van de VVD-fractie steunen het uitgangspunt van de regering dat betere data kunnen leiden tot beter beleid. Deze leden vragen de regering nader uit te leggen hoe de voorgestelde gegevensverwerkingen concreet bijdragen tot het verbeteren van de onderwijskwaliteit en prestaties van leerlingen. Zijn daar over de afgelopen jaren al concrete voorbeelden van geweest, zo vragen deze leden.
De leden van de VVD-fractie vragen voorts hoe wordt geborgd dat de verzamelde data wordt benut voor sturing en verbetering en niet slechts een extra monitoring. In het verlengde daarvan vragen deze leden hoe voor scholen maar ook voor de Inspectie van het Onderwijs (hierna: inspectie) extra administratieve lasten zo veel als mogelijk worden voorkomen. Hoe worden de zorgen van de inspectie over overlap in de systematiek bijvoorbeeld opgelost, zo vragen deze leden de regering.
2. Landelijke veiligheidsmonitor funderend onderwijs
De leden van de D66-fractie merken op dat de regering aangeeft dat als de grondslag voor het tweejaarlijks afnemen van de LVM in het funderend onderwijs er niet komt, dit gevolgen heeft voor de verscheidene maatregelen in het wetsvoorstel Vrij en veilig onderwijs. Daarom vragen deze leden of de regering gedetailleerd uiteen kan zetten op welke manier beide wetsvoorstellen aan elkaar raken en daarbij te betrekken wat de gevolgen zijn voor de uitvoering van de voorgestelde maatregelen, mocht een van deze twee wetsvoorstellen niet worden aangenomen.
De leden van de D66-fractie hebben tevens enkele vragen over de verhouding tussen de bestaande verplichtingen voor schoolbesturen en de voorgestelde inzet van de LVM. Schoolbesturen zijn momenteel verplicht om jaarlijks de veiligheidsbeleving van leerlingen te monitoren, in de zogenoemde leerlingmonitor. De regering stelt dat scholen, om onnodige inbreuken op de privacy van leerlingen te voorkomen, de LVM kunnen gebruiken om aan deze verplichting te voldoen. Tegelijkertijd wordt de LVM slechts eenmaal per twee jaar afgenomen. Daarom vragen deze leden hoe deze tweejaarlijkse afname van de LVM zich verhoudt tot de bestaande wettelijke verplichting voor schoolbesturen om jaarlijks de veiligheidsbeleving van leerlingen te monitoren. En zal deze samenvoeging van verplichtingen de administratielast van scholen verlagen?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie snappen het doel van de LVM. Deze leden vragen zich alleen af waarom de LVM eens per twee jaar wordt afgenomen, terwijl scholen verplicht zijn om jaarlijks de veiligheidsbeleving van leerlingen te monitoren. De regering geeft aan dat scholen de LVM als leerlingmonitoringsinstrument kunnen inzetten, maar de leden vragen zich af hoe de tweejarige cyclus zich verhoudt tot de jaarlijkse verplichting van het monitoren van veiligheid.
2.1 Doel van het voorstel
De leden van de PVV-fractie lezen in de memorie van toelichting dat deelnemende scholen de LVM kunnen inzetten als monitoringsinstrument in het kader van hun eigen zorgplicht voor de veiligheid op school, om te voorkomen dat leerlingen dubbel worden bevraagd. Hierdoor wordt, zo wordt gesteld, een onnodige toename van de regeldruk voor scholen en een onnodige extra inbreuk op de privacy van de deelnemende leerlingen voorkomen. De leden vinden het goed dat hier rekening mee wordt gehouden, maar vragen de regering om te verduidelijken op welke punten de regeldruk voor scholen toeneemt door de invoering van de LVM.
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of de LVM een goed beeld geeft van het veiligheidsklimaat op scholen als slechts twee procent van de scholen uit het funderend onderwijs meedoet. Is het beeld uit de veiligheidsmonitor representatief en zo ja, kan de regering dit onderbouwen?
2.2 Kern van het voorstel
De leden van de D66-fractie maken zich zorgen over de risico’s op datalekken bij de verwerking van (bijzondere) persoonsgegevens in het kader van dit wetsvoorstel. Deze leden merken op dat het gaat om gevoelige gegevens van leerlingen en onderwijspersoneel, waarvoor een hoog niveau van gegevensbescherming is vereist. De leden vragen hoe binnen dit wetsvoorstel wordt geborgd dat datalekken tijdig worden gesignaleerd, gemeld en adequaat afgehandeld. Kan de regering daarbij ingaan op de verantwoordelijkheidsverdeling tussen de verschillende betrokken partijen, zoals de minister, DUO, onderzoeksbureaus en eventuele andere verwerkers?
Tevens vragen de leden van de D66-fractie welke concrete technische en organisatorische maatregelen worden getroffen om datalekken te voorkomen en hoe toezicht wordt gehouden op de naleving hiervan. Daarnaast vragen deze leden aan de regering op welke wijze betrokkenen worden geïnformeerd indien zich een datalek voordoet. Ook vragen deze leden in hoeverre bij de verwerking en opslag van deze (bijzondere) persoonsgegevens wordt ingezet op digitale soevereiniteit. Worden de gegevens uitsluitend opgeslagen en verwerkt binnen Nederland of ten minste binnen de Europese Unie?
De leden van de VVD-fractie vinden dat goed leren begint met een veilige school. Deze leden zien het belang van een landelijk vergelijkbaar beeld van veiligheid op scholen en zij vinden het positief dat het hiermee mogelijk wordt om trends en verschillen inzichtelijk te maken. Zij hopen dat het via deze landelijke monitor beter mogelijk wordt om gericht te sturen. Deze leden vragen of en hoe de resultaten uit de LVM gebruikt worden om concrete verbeteringen in de praktijk aan te brengen. Zij vragen voorts of er is voorzien in een structurele terugkoppeling over de opbrengsten van de monitor en eventuele verbeteringen in de (ervaren) veiligheid.
De leden van de VVD-fractie constateren voorts dat de regering ook werkt aan het wetsvoorstel Vrij en veilig onderwijs dat beoogt het veiligheidsbeleid op scholen te versterken. Deze leden vragen hoe dit onderdeel van het onderhavige wetsvoorstel zich verhoudt tot het wetsvoorstel Vrij en veilig onderwijs en zij vragen de regering daar nader op in te gaan. Wat is deze reden dat de grondslag voor een veiligheidsmonitor in de onderhavige wetgeving wordt opgenomen en niet in het wetsvoorstel Vrij en veilig onderwijs?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen naar de betrokkenheid van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verantwoordelijk voor gegevensbescherming, bij de totstandkoming van dit wetsvoorstel. Ook zijn deze leden benieuwd of de staatssecretaris van Economische Zaken is betrokken vanuit haar verantwoordelijkheid voor digitaliseringsbeleid en online privacy.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie benadrukken dat het verwerken van bijzondere persoonsgegevens, vooral van minderjarigen, vanwege de gevoeligheid en mogelijke gevolgen voor kwetsbare jongeren zeer zwaar weegt. Deze leden vragen om praktisch uit te leggen hoe leerlingen bevraagd worden over deze gegevens. Kunnen zij naar eigen behoren invullen hoe zij zich identificeren, of moeten zij kiezen in een keuzemenu? Deze leden willen weten hoe wordt bepaald welke vraagstelling leerlingen uiteindelijk moeten beantwoorden, en welke bijzondere persoonsgegevens specifiek worden uitgevraagd.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie begrijpen de keuze voor de tweejaarlijkse termijn. Deze leden vragen om nader toe te lichten waarom er niet gekozen is voor een termijn van drie of vier jaar.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat een onderzoeksbureau wordt aanbesteed om zorg te dragen voor de LVM. Hiermee komt een grote verantwoordelijkheid voor gegevensverwerking bij een derde te liggen. Deze leden vragen de regering om duidelijk te maken welke onderzoeksbureaus in aanmerking komen voor het uitvoeren van de LVM, welke organisatie de LVM tot nu toe heeft uitgevoerd en welke technische eisen er in de aanbesteding vereist zullen worden op het gebied van privacy en cyberveiligheid. Zij vragen de regering hoe wordt toegezien dat het onderzoeksbureau de datahuishouding en cyberveiligheid op orde heeft.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat identificerende gegevens gebruikt mogen worden om leerlingen en onderwijspersoneel uit te nodigen voor de LVM. Zij vragen om beter uit te leggen hoe in dit geval identificerende gegevens gebruikt zullen worden. Is het bijvoorbeeld zo dat leerlingen die onderdeel zijn van de Gay Straight Alliance (GSA) groep op hun school gericht gevraagd zouden worden voor deelname aan de LVM?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie valt het op dat de minister het recht behoudt om toegang te krijgen tot de LVM-gegevens “om te voldoen aan een wettelijke verplichting, zoals een inzageverzoek.” Deze leden vragen de regering om nader uit te leggen in welke situaties de minister recht krijgt op toegang tot deze gegevens.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie stellen voorts dat bij ministeriële regeling wordt bepaald welke gegevens in een schoolrapportage moeten staan. Deze leden zijn benieuwd of rapportages op schoolniveau, in het geval kleinschalige scholen waar leerlingen of leerkrachten van minderheidsgroeperingen op één hand te tellen zijn, niet alsnog herleidbare informatie bevatten over personen. Ook zijn deze leden benieuwd of een kortere bewaartermijn dan drie jaar, waarna brondata van het LVM-onderzoek wordt verwijderd, is onderzocht en is overwogen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de regering om nader toe te lichten welke informatie het opdrachtnemende onderzoeksbureau op moet leveren voor het uitvoeren van de Data Protection Impact Assessment (DPIA).
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat bij ministeriële regeling de kaders worden bepaald voor het verwerken van persoonsgegevens. Deze leden vragen de regering om toe te lichten hoe bij het opstellen van aanvullende ministeriële regelingen de beginselen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), met name dataminimalisatie en doelbinding, worden afgewogen. Wordt de Autoriteit Persoonsgegevens betrokken bij het opstellen van nieuwe regelingen?
De leden van de PVV-fractie lezen in de memorie van toelichting dat met dit wetsvoorstel de staatssecretaris de wettelijke taak krijgt om eenmaal in de twee schooljaren de psychische, fysieke en sociale veiligheid van leerlingen en personeel in het funderend onderwijs te monitoren met de LVM. Deze leden vragen wat er ten opzichte van de huidige situatie verandert in de verantwoordelijkheid van de staatssecretaris.
De leden van de PVV-fractie constateren dat wordt gesteld dat de monitor gestandaardiseerd, valide en betrouwbaar is en inzicht geeft in een select aantal aandachtsgebieden. Deze leden vragen de regering deze aandachtsgebieden uiteen te zetten.
De leden van de PVV-fractie constateren dat scholen, leerlingen en onderwijspersoneel niet verplicht zijn om deel te nemen aan de LVM. Deze leden zien het risico dat scholen die mogelijk minder goed scoren ervoor kiezen niet te participeren in de LVM. Daarnaast hebben zij vragen over de representativiteit indien dit zich voordoet. Kan de regering aangeven hoe dit risico kan worden gemitigeerd?
De leden van de CDA-fractie lezen dat scholen, leerlingen en onderwijspersoneel niet hoeven mee te doen aan de LVM. Het percentage van scholen dat deelnam aan de laatste editie van de LVM in het primair en voortgezet onderwijs was ongeveer twee procent. Wat is de reden dat scholen niet meedoen?
Is de regering niet bevreesd dat na aanname van onderhavige wet, scholen niet mee willen doen aan de LVM? Wordt na aanname van het wetsvoorstel Vrij en veilig onderwijs het verplicht aan om aan de LVM mee te doen? Bestaan er andere monitorsystemen naast de LVM? Als scholen nu een andere monitor gebruiken om de sociale veiligheid op school te meten is deze informatie vervolgens bruikbaar of deelbaar om landelijke trends te zien en/of beleid aan te passen? Graag ontvangen de leden van de CDA-fractie hierop een reactie.
De leden van de ChristenUnie-fractie zien dat de regering ervoor kiest om de nadere regels over de LVM per ministeriële regeling vast te stellen en niet per algemene maatregel van bestuur, ondanks dat de Raad van State anders adviseert. Deze leden wijzen ook op de zorgen van Ouders & Onderwijs en de sectorraden met betrekking tot de LVM en op de toezegging dat de regering de uitwerking van deze regeling zal afstemmen met het veld. Is het, gezien het feit dat bijzondere persoonsgegevens worden verwerkt en de zorgen die er in het veld leven, niet wenselijk om alsnog te kiezen voor een algemene regel van bestuur in plaats van voor een ministeriële regeling? Kan de regering dit toelichten?
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen waarom de regering ook de mogelijkheid openlaat dat leerlingen mee kunnen doen aan de LVM zonder medewerking van scholen. In welke gevallen verwacht de regering dat daarvoor wordt gekozen? Hoe verhoudt dat zich tot het uitgangspunt dat het voor scholen vrijwillig is om mee te doen aan de LVM?
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen hoe de landelijke veiligheidsmonitor raakt aan het wetsvoorstel Vrij en veilig onderwijs en wat de gevolgen zijn voor de uitvoering van de voorgestelde maatregelen, mocht één van deze twee wetsvoorstellen niet, of in gewijzigde vorm, worden aangenomen. Waarom is er niet voor gekozen om dit onderdeel van het wetsvoorstel toe te voegen aan het wetsvoorstel Vrij en veilig onderwijs, gezien de raakvlakken?
De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat de LVM kan worden ingezet als leerlingmonitoringsinstrument en dat scholen op deze manier kunnen voldoen aan de nu al geldende wettelijke verplichting op dit punt. Hoe verhoudt dit zich tot het feit dat de veiligheidsbeleving van leerlingen jaarlijks moet worden gemonitord, terwijl de LVM slechts eenmaal per twee jaar wordt afgenomen?
3. Verstrekking personeelsgegevens aan de sectorraden
De leden van de CDA-fractie merken op dat dit wetsvoorstel ook voorziet in een wettelijke grondslag om gegevens over personeel te leveren aan de PO-Raad en VO-raad. De regering stelt dat gegevenslevering aan de sectorraden van groot maatschappelijk belang is vanwege hun ondersteuning van schoolbesturen. Kan de regering uiteenzetten waarom zij dit vindt? En welke informatie is vervolgens wel of niet relevant? Deze leden vragen zich af of het aanleveren van deze gegevens ook bijdraagt aan de veiligheid van het personeel op school of dat dit alleen voor benchmarks is.
3.1 Probleembeschrijving
De leden van de CDA-fractie merken op dat de regering meer inzicht wil krijgen in de gegevens op schoolniveau en vindt het daarom van belang dat cijfers over de wijze waarop schoolbesturen hun middelen verdelen openbaar worden. Daarvoor wordt ingezet op het ontwikkelen van informatieproducten, zoals de benchmarks. Enerzijds kunnen deze leden dit begrijpen: scholen kunnen van elkaar leren en ervaringen delen. Anderzijds vragen de leden of de regering vindt dat dit de verantwoordelijkheid van schoolbesturen zou moeten zijn. De leden vragen zich af welke andere mogelijkheden de regering verder onderzocht heeft om hier informatie over te verkrijgen.
3.2 Kern van het voorstel
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn kritisch op de categorieën bijzondere persoonsgegevens die zijn gekozen. Het uitsluiten van salarisgegevens, wat juist een goede vergelijking tussen scholen mogelijk maakt op de waardering van personeel, is volgens deze leden niet goed onderbouwd. Daarom vragen zij de regering om duidelijk te maken dat het niet opnemen van salarisgegevens in dit wetsvoorstel noodzakelijk is. Kan de regering dit ook beredeneren vanuit de onderhandelingspositie van leerkrachten, die gebaat kunnen zijn bij meer transparantie over salarissen op verschillende scholen?
De leden van de CDA-fractie merken op dat de wettelijke grondslag die de regering hier creëert om geaggregeerde gegevens over personeel te leveren aan de sectorraden ter ondersteuning van schoolbesturen en samenwerkingsverbanden bij hun verantwoording over en vergelijking van de kwaliteit, toegankelijkheid of doelmatigheid van het onderwijs van belang is. Deze leden vragen welke gegevens er nog meer voorhanden zijn op landelijk niveau om de kwaliteit, toegankelijkheid en doelmatigheid van het onderwijs te meten.
4. Verstrekking gegevens ROD aan NWO
4.1 Doel en kern van het voorstel
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer zo veel mogelijk wordt beperkt. Er is sprake van “(gepseudonimiseerde) gegevens” die worden verstrekt aan de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Deze leden wijzen erop dat gepseudonimiseerde gegevens, in geval van datakoppeling, alsnog herleidbaar kunnen worden. Hoe worden gegevens in deze data-uitwisseling gepseudonimiseerd? Deze leden dringen er op aan om gegevens zo veel als mogelijk volledig te anonimiseren om een hoger niveau van gegevensbescherming te verzorgen.
5. Verhouding tot hoger recht
5.1 Algemeen wettelijk kader
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de regering hoe de belangrijkste beginselen voor de verwerking van persoonsgegevens (doelbinding, noodzakelijkheid, proportionaliteit en subsidiariteit) in dit wetsvoorstel zijn verwerkt. Kan de regering per beginsel toelichten hoe hier rekening mee is gehouden in dit wetsvoorstel? Tevens vragen deze leden om de DPIA die is uitgevoerd voor dit wetsvoorstel aan de Kamer te doen toekomen. Zij vragen de regering om de uitkomsten van de DPIA op hoofdlijnen te benoemen en de specifieke maatregelen die op basis hiervan genomen zijn te beschrijven.
5.2 Landelijke veiligheidsmonitor
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen kritisch welke gegevens voor de doelen van dit wetsvoorstel gebruikt zullen worden. Ten eerste lezen deze leden dat het doel van de LVM is om tot een landelijk totaalbeeld te komen. Bovendien vragen zij om heel helder te maken of, en zo ja voor welke doeleinden, er op schoolniveau uitkomsten van de LVM worden gegenereerd.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de regering om uit te leggen hoe de selectie van minderheidsgroepen, voor wie de veiligheid op school in het geding is, is gemaakt. Wat bedoelt de regering met “bepaalde niet-Nederlandse etnische groeperingen”, welke groeperingen zijn dit? Worden bijvoorbeeld ook groeperingen binnen de lhbtiq+-gemeenschap uitgesplitst, zoals transjongeren, die relatief vaak kampen met nare ervaringen op school?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn verbaasd dat wordt gesteld dat, zonder wettelijke grondslag om bijzondere persoonsgegevens te mogen verwerken, de LVM leidt tot “een sterk veralgemeniseerd en daarmee ongenuanceerd beeld van het veiligheidsklimaat”. Geldt deze kwalificatie ook voor de LVM’s die tot op heden zijn uitgevoerd zonder wettelijke grondslag?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat er een hoge drempel is voor leerlingen om op school een melding te maken van discriminatie. Deze leden vragen de regering of zij aanneemt dat leerlingen dit soort ervaringen wél bij de LVM kenbaar maken.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie benadrukken dat het doel van het wetsvoorstel, het verbeteren van de veiligheid op school, niet wordt gehaald door alleen de LVM uit te voeren. Scholen verbeteren hun veiligheid alleen als ze de uitkomsten van de LVM gebruiken om hun beleid te verbeteren en maatregelen te nemen. Deelt de regering deze analyse en wat gaat de regering doen om toe te zien dat de LVM daadwerkelijk gebruikt wordt om beleid op scholen te verbeteren?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat er een risico bestaat dat gevoelige gegevens onbedoeld bekend worden bij derden. Evenwel wordt het risico “laag ingeschat” omdat er mitigerende maatregelen zijn getroffen. Deze leden vragen de regering om de risicoanalyse waar dit uit blijkt met de Kamer te delen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat er ter bescherming van personen geen identificerende persoonsgegevens worden uitgevraagd. Echter, hoe gaat de regering voorkomen dat leerlingen uit eigen overweging geen persoonsgegevens kenbaar maken, bijvoorbeeld als een leerling openhartig een eigen ervaring deelt in een invulbaar vak in de vragenlijst?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat deelname aan de LVM niet verplicht wordt. Deze leden begrijpen dat, maar stellen ook dat hierdoor de uitkomsten minder betrouwbaar worden. Zo kan het ertoe leiden dat leerlingen met nare ervaringen onder- of juist oververtegenwoordigd kunnen zijn in de LVM. Zij vragen de regering wat zij eraan doet om de deelname bij de LVM de verhogen. Ook zijn zij benieuwd welke specifieke maatregelen er in de vraagstelling van de LVM worden genomen om te voldoen aan de aanvullende AVG-bescherming die geldt voor leerlingen tot 16 jaar.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen om heel specifiek te maken welke “door de Minister van OCW geautoriseerde personen” uiteindelijk toegang krijgen tot de brondata van het onderzoek.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen om per onderzocht alternatief de onderliggende onderbouwing, indien beschikbaar, in volledigheid met de Kamer te delen. Zij achten het nodig om te kunnen controleren op basis waarvan deze alternatieven niet zijn gekozen.
De leden van de CDA-fractie vragen wat nu precies de wettelijke basis is van de verwerking van de gegevens waarbij mogelijk sprake is van strafbare feiten. Bij wie ligt de bevoegdheid om dit te signaleren? Wat wordt er vervolgens met deze informatie gedaan?
5.3 Verstrekking personeelsgegevens aan de sectorraden
De leden van de D66-fractie hebben ook vragen over het aggregatieniveau waarop personeelsgegevens worden verstrekt aan de sectorraden. De regering geeft aan in de memorie van toelichting dat gegevens “op een zo hoog mogelijk aggregatieniveau” worden verstrekt, afhankelijk van de noodzaak van de gegevensverstrekking. Deze leden constateren dat hiermee nog onduidelijk is op welk concreet aggregatieniveau gegevens in de praktijk zullen worden gedeeld. Kan de regering nader specificeren op welk aggregatieniveau de verschillende categorieën personeelsgegevens zullen worden verstrekt en op basis van welke criteria wordt bepaald dat een lager aggregatieniveau noodzakelijk is? Tevens vragen deze leden hoe in dat geval wordt gewaarborgd dat het risico op (indirecte) herleidbaarheid van individuen voldoende wordt beperkt.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen om nader toe te lichten welke procedurele waarborgen zijn ingebouwd om zorgvuldig met gegevens om te gaan. Deze leden vragen de regering hoe wordt voorkomen dat het doel waarvoor de LVM wordt gebruikt niet onbedoeld groter wordt dan de bedoeling was, het risico op zogenaamde ‘mission creep’. Hoe wordt dit risico in het wetsvoorstel ondervangen?
De leden van de GroenLinks-PvdA fractie lezen ook dat de minister in een besluit vastlegt voor welke doeleinden gegevens worden verstrekt en wat daarvoor de bewaartermijn is. Deze leden vragen de regering om uit te leggen hoe de minister gaat afwegen welke doeleinden passend zijn en hoe er een redelijke bewaartermijn wordt vastgesteld.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat er niet gekozen is voor een vrijwillige levering van gegevens door schoolbesturen aan de sectorraden. Het risico op fouten door individuen zou te groot zijn. Echter vragen deze leden zich af of dit risico ook niet bestaat bij DUO. Waarop baseert de regering de aanname dat DUO minder fouten maakt in de verstrekking van gegevens dan individuele schoolbesturen? Staat dit in verhouding met het extra risico dat ontstaat door grote hoeveelheden gegevens via DUO te laten verlopen?
6. Gevolgen
6.1 Landelijke veiligheidsmonitor
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat op dit moment twee procent van de scholen de LVM afneemt. De leden vinden dat een erg laag deelnamepercentage. Is de regering voornemens om zich in te spannen om het deelnamepercentage te verhogen? Zo ja, hoe wil de regering dit dan doen en tot welk percentage wil de regering de deelname verhogen? Wat betekent dit voor de andere aanbieders van veiligheidsmonitoren? Wil de regering toe naar één veiligheidsmonitor voor alle scholen? Ook vragen de leden welke soorten scholen op dit moment onder- of oververtegenwoordigd zijn in de twee procent van de deelnemende scholen. Gaat de regering in het bijzonder toezien op een evenwichtige deelname van verschillende soorten scholen, zodat er een goed landelijk beeld ontstaat?
6.2 Verstrekking personeelsgegevens aan de sectorraden
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat op dit moment de verstrekking van personeelsgegevens aan de sectorraden op vrijwillige basis gebeurt. Gebeurt dit volgens de regering momenteel naar tevredenheid? Zo ja, welk probleem beoogt deze maatregel uit het wetsvoorstel dan op te lossen?
7. Uitvoering, toezicht en handhaving
De leden van de VVD-fractie vinden het van belang dat gegevensverwerking altijd doelgericht en proportioneel is. Deze leden vragen de regering om bij de verdere uitwerking scherp te blijven op de meerwaarde van de te verzamelen gegevens en op het voorkomen van onnodige uitbreiding.
7.1 Landelijke veiligheidsmonitor
De leden van de CDA-fractie merken op dat de inspectie stelt dat de systematiek van de LVM voldoende afgestemd dient te zijn op de leerlingmonitor. De inspectie houdt toezicht op de leerlingmonitor en heeft enkele zorgen geuit over de overlap in de systematiek. Kan de regering hierover meer duidelijkheid geven, zo vragen deze leden. In hoeverre meet dit instrument hetzelfde als de LVM? Worden de leerlingmonitor en LVM op elkaar afgestemd?
7.2 Verstrekking gegevens ROD aan NWO
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering om te reflecteren op de zorgen van DUO over de mogelijk grotere hoeveelheid werk vanwege het feit dat nu ook de NWO aanvragen kan doen voor gegevensverstrekking op basis van artikel 23 van de WRO. Is de regering het met DUO eens dat het wetsvoorstel enkel uitvoerbaar is als de aanvraag in de praktijk beperkt blijft tot eenmaal per jaar?
8. Advies en consultatie
8.1 Internetconsultatie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de sectorraden stellen onvoldoende betrokken te zijn bij de totstandkoming van dit wetsvoorstel. Deze leden vragen de regering of, na de internetconsultatie, er nieuw contact met de sectorraden is geweest. Hoe kijken de sectorraden nu naar het wetsvoorstel en zijn hun zorgen naar wens weggenomen?
De voorzitter van de commissie,
Koorevaar
Adjunct-griffier van de commissie,
Easton