Antwoord op vragen van de leden Mathlouti en Van der Werf over het bericht ‘Zo’n 1700 politiemedewerkers keken in dossier over Lisa: ‘Onacceptabel’'
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D13652, datum: 2026-03-24, bijgewerkt: 2026-03-24 17:54, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Onderdeel van zaak 2026Z04239:
- Gericht aan: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
In antwoord op uw brief van 4 maart 2026 (nr. 2026Z04239), deel ik u mede dat de vragen van de leden Mathlouti en Van der Werf (beiden D66) over het bericht ‘Zo’n 1700 politiemedewerkers keken in dossier over Lisa: ‘Onacceptabel’' worden beantwoord zoals aangegeven in de bijlage van deze brief.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel
Vragen van de leden Mathlouti en Van der Werf (beiden D66) aan de minister van Justitie en Veiligheid over het bericht 'Zo’n 1700 politiemedewerkers keken in dossier over Lisa: ‘Onacceptabel’'
(Ingezonden 4 maart 2026, 2026Z04239)
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht van de NOS waarin wordt gemeld dat circa 1700 politiemedewerkers hebben gekeken in het dossier inzake het onderzoek naar de dood van Lisa, zonder dat daarbij sprake was van een aantoonbare functionele noodzaak? 1)
Antwoord op vraag 1
Ik ben bekend met het bericht.
Vraag 2
Kunt u bevestigen hoeveel medewerkers daadwerkelijk inzage hebben gehad in het betreffende dossier, over welke periode deze inzage heeft plaatsgevonden en om welke categorieën gegevens het daarbij ging? Was het gehele dossier inzichtelijk?
Antwoord op vraag 2
Ik heb uw Kamer in mijn Kamerbrieven van 9 maart en 20 maart jl. nader geïnformeerd over deze kwestie. Daarin heb ik aangegeven dat in mijn Kamerbrief van 3 maart jl. wisselend is gesproken over of er inzage is geweest in ‘politiesystemen’ of in het ‘dossier’. Hier had enkel moeten staan dat het om politiesystemen ging. De geraadpleegde systemen bieden onder meer inzicht in het berichtenverkeer van de meldkamer, de eerste bevindingen van de politiemedewerkers ter plaatse en de eerste onderzoekshandelingen. Er wordt niet gedoeld op het gehele dossier.
De politie voert gesprekken met betrokken medewerkers. Die gesprekken zijn bedoeld om de context van de bevragingen van de systemen vast te stellen en staan in het kader van bewustwording. De korpschef zal mij na afronding van dit proces informeren over het algemene beeld dat uit de bevindingen naar voren komt.
Vraag 3
Waarom was deze zaak niet enkel toegankelijk voor personen met noodzaak daartoe? Welke tekortkomingen in toegangsbeheer of controle ziet u, zeker ten aanzien van zaken met een grote maatschappelijke impact zoals deze?
Antwoord op vraag 3
Politiemedewerkers moeten de ruimte krijgen om vanuit hun professionaliteit hun werk te doen; daar hoort bij dat er systemen zijn die bij een incident of melding snel relevante informatie beschikbaar stellen en de heterdaadkracht vergroten. Dat neemt niet weg dat politiemedewerkers zorgvuldig moeten omgaan met de informatie waartoe zij toegang hebben.
De autorisatie voor de diverse politiesystemen is gebaseerd op een zorgvuldige afweging ten aanzien van nut en noodzaak. Dat betekent dat autorisaties voor bijvoorbeeld een systeem waarin uitgebreide opsporingsinformatie is opgenomen beperkt zijn en zelfs per onderzoek en medewerker worden toegewezen. Andere systemen zijn juist gericht op het zo breed en snel mogelijk verspreiden van relevante informatie over bijvoorbeeld daders, zodat de heterdaadkracht direct na een melding wordt vergroot.
Naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek, neemt de korpsleiding de bekendheid van de regels over het raadplegen van systemen onder de loep (autorisatiebeleid en opleiding). Ook wordt bekeken of aanvullende maatregelen nodig zijn op het gebied van informatiebeveiliging.
Vraag 4
Deelt u de opvatting dat aandacht en bewustwording alleen
niet kan voorkomen dat politiemedewerkers meekijken en structurele
technische waarborgen dan ook noodzakelijk zijn om privacy te
beschermen?
Antwoord op vraag 4
De politie kent verschillende maatregelen om de kans op ongeoorloofde inzage te verkleinen. Zo wordt ingezet op de bewustwording rondom de regels over het raadplegen van systemen. De toegang en autorisaties zijn per systeem ook anders ingericht, afhankelijk van de informatie die in het systeem staan. Autorisaties worden door leidinggevenden toegekend op basis van functie.
Tevens zet de politie in op het gebruik van protective monitoring. De korpsleiding heeft mij laten weten dat de politie per 1 januari 2025 landelijk is gestart met de invoering van protective monitoring. Protective monitoring is een systeem waarmee de logbestanden van de politiesystemen geanalyseerd worden, met als doel het vroegtijdig detecteren van afwijkend, risicovol en onrechtmatig gebruik van politiegegevens. Deze proactieve controle is momenteel actief op meerdere politiesystemen en wordt nog verder uitgebreid. Protective monitoring is nog niet volledig dekkend en daardoor is deze proactieve controle nog niet op alle politiesystemen mogelijk. Door middel van protective monitoring wordt permanent gelet op ongewone bevragingen van systemen en maakt tevens onderdeel uit van de aanpak van corruptie.
De korpsleiding beziet naar aanleiding van het onderzoek of het beleid ten aanzien van het raadplegen van systemen en de bekendheid daarvan binnen het korps aanpassing vraagt.
Vraag 5
Is het (technisch) mogelijk dergelijke zaken af te sluiten en
enkel toegankelijk te maken voor een noodzakelijk aantal personen? Welke
mogelijkheden ziet u voor strengere autorisaties of verplichte
motivering bij inzage in gevoelige dossiers?
Antwoord op vraag 5
Per systeem is de afweging gemaakt over de mate van afscherming. Indien nodig kunnen binnen systemen ook dossiers geheel worden afgeschermd. Veel systemen zijn juist bedoeld om politiemensen te informeren, bijvoorbeeld vanwege hun eigen veiligheid, maar ook om de heterdaadkracht direct na de melding te vergroten. In de praktijk blijkt iedere dag hoe effectief dat is en dat moet behouden blijven. Inzage in een geheel onderzoek-dossier vergt een aparte autorisatie in het informatiesysteem van de recherche en is per zaak voorbehouden aan een selecte groep medewerkers.
Zie verder het antwoord op vraag 4.
Vraag 6
Hoe wordt momenteel gemonitord wie welke dossiers raadpleegt?
Is daarbij ook sprake van actieve controle of slechts van controle
achteraf zoals bij dit dossier naar aanleiding van een melding?
Antwoord op vraag 6
Zie het antwoord op vraag 4.
Vraag 7
Hoe verhoudt dit incident zich tot eerdere signalen of onderzoeken over ongeoorloofde inzage binnen de politie? Is hier sprake van een incident of van een herhaling?
Antwoord op vraag 7
De politie heeft doorlopend aandacht voor ongeoorloofde inzage in de politiesystemen en rapporteert hierover in haar jaarverslag. De korpsleiding heeft mij geïnformeerd dat er in dit geval een onderzoek gestart is omdat er zeer concrete signalen waren over onterechte bevragingen en omdat er vertrouwelijke informatie over het onderzoek in de media is beland.
Vraag 8
Kunt u de vragen individueel beantwoorden en deze antwoorden voorafgaand aan het commissiedebat over politie de Kamer doen toekomen?
Antwoord op vraag 8
Ja.
1) NOS, 3 maart 2026, Zo'n 1700 politiemedewerkers uit hele land keken in dossier over Lisa: 'Onacceptabel' (nos.nl/artikel/2604776-zo-n-1700-politiemedewerkers-keken-in-dossier-over-lisa-onacceptabel).