Antwoord op vragen van de leden Raijer en De Roon over vragen over het bericht ‘Studenten uit Gaza die beurs was beloofd kunnen toch nog niet door met hun studie in Wageningen’
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D13913, datum: 2026-03-25, bijgewerkt: 2026-03-25 18:50, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Onderdeel van zaak 2026Z02962:
- Gericht aan: D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
- Gericht aan: G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG |
|---|
| Datum | 25 maart 2026 |
|---|---|
| Betreft | Antwoord op schriftelijke vragen van de leden Raijer en De Roon (beiden PVV) aan de ministers van OCW en van BuZa over het bericht ‘Studenten uit Gaza die beurs was beloofd kunnen toch nog niet door met hun studie in Wageningen’ |
Hoger Onderwijs en Studiefinanciering Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon |
Onze referentie 62221375 |
Uw brief 11 februari 2026 |
Uw referentie |
Hierbij stuur ik u, mede namens de minister van Buitenlandse Zaken, de antwoorden op de vragen van de leden Raijer en De Roon (beiden PVV) over vragen over het bericht ‘Studenten uit Gaza die beurs was beloofd kunnen toch nog niet door met hun studie in Wageningen’.
De vragen werden ingezonden op 11 februari 2026 met kenmerk 2026Z02962.
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Rianne Letschert
De antwoorden op de schriftelijke vragen van de leden Raijer en De Roon (beiden PVV), mede namens minister van Buitenlandse Zaken, over vragen over het bericht ‘Studenten uit Gaza die beurs was beloofd kunnen toch nog niet door met hun studie in Wageningen’ met kenmerk 2026Z02962, ingezonden op 11 februari 2026.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat de Wageningen University & Research de juridische procedure van twee in Gaza geboren studenten faciliteert door de proceskosten te vergoeden en kunt u aangeven uit welke middelen deze kosten worden betaald? Zo nee, waarom niet? 1)
Vraag 2
Kunt u uitsluiten dat voor deze rechtszaak publiek bekostigde onderwijs- en onderzoeksbudgetten van de universiteit worden ingezet en, zo nee, acht u het wenselijk dat universiteitsgeld wordt gebruikt voor juridische procedures tegen de Staat?
Antwoord 1 en 2
Ik ben bekend met het bericht.
De Wet Hoger Onderwijs en Wetenschap (WHW) geeft een instelling ruimte om voorzieningen te treffen voor de financiële ondersteuning van een internationale student die aan de instelling is ingeschreven. Instellingen gaan zelf over de invulling die zij hieraan geven. De Wageningen Universiteit (WUR) verstrekt jaarlijks twee beurzen aan studenten uit conflictgebieden. De WUR heeft mij laten weten dat deze beurzen worden bekostigd uit een fonds dat hiervoor door de instelling is ingericht. Uit hetzelfde fonds worden nu de proceskosten betaald. De WUR geeft aan dat de middelen voor dit fonds uit de inkomsten uit instellingscollegegeld van niet EER-studenten worden gehaald. Het betreft dus geen middelen die vanuit de Rijksoverheid aan de WUR worden verstrekt. Wel is het zo dat instellingscollegegeld wordt geïnd op basis van WHW waarmee deze middelen als publiek zijn aan te merken.
Hogescholen en universiteiten hebben bestedingsvrijheid voor deze middelen, maar zijn hierbij gebonden aan dezelfde kaders die de WHW aan de besteding van de overheidsbijdrage stelt. Het is aan de WUR om te zorgen dat zij hun middelen binnen de kaders van de wet besteden. Zij rapporteren over hun bestedingen in hun jaarverslag.
Vraag 3
Deelt u de mening dat universiteiten zich primair dienen te richten op onderwijs en onderzoek en niet op het voeren of financieren van rechtszaken om buitenlandse en consulaire besluitvorming af te dwingen?
Antwoord 3
Ik deel met u dat universiteiten zich primair dienen te richten op onderwijs en onderzoek. Ik heb geen reden om aan te nemen dat universiteiten van deze doelstellingen afwijken.
Vraag 4
Kunt u aangeven of en op welke wijze de betreffende studenten vooraf zijn gescreend op veiligheidsrisico’s, waaronder mogelijke banden met extremistische of terroristische organisaties zoals Hamas?
Antwoord 4
Deze studenten hebben de reguliere procedure doorlopen. Voorafgaand aan de afgifte van een verblijfsvergunning voor studie voert de IND een openbare orde-check uit in nationale en internationale justitiële en politiesystemen, waaronder het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) en het Schengeninformatiesysteem (SIS).
Aanvragers moeten een antecedentenverklaring invullen en ondertekenen. Deze omvat ook lopende zaken, niet-onherroepelijke veroordelingen en buitenlandse antecedenten. De referent (in dit geval de WUR) ziet hierop toe. Onjuiste of onvolledige informatie kan leiden tot afwijzing.
Als blijkt dat de betrokkene een gevaar voor de openbare orde en/of nationale veiligheid vormt, zal de aanvraag worden geweigerd.
Vraag 5
Bent u bereid vast te leggen dat universiteiten geen financiële, juridische of bestuurlijke verplichtingen mogen aangaan richting personen uit conflictgebieden zolang niet vaststaat dat dit noodzakelijk, veilig en volledig getoetst is en dat dit niet leidt tot precedentwerking?
Antwoord 5
Het staat buitenlandse studenten vrij om een studie aan Nederlandse universiteiten te volgen als zij aan de daaraan gestelde voorwaarden voldoen. Het in mijn vorige antwoord benoemde reguliere proces is hier een onderdeel van voor studenten die niet uit de EER of uit Zwitserland komen. Deze processen zijn in dit geval doorlopen en hiermee zijn de studenten wat mij betreft afdoende getoetst.
Ik zie op dit moment geen reden om de bestaande processen en regelgeving op dit gebied te wijzigen.
1) De Gelderlander, 7 februari 2026 (https://www.gelderlander.nl/wageningen/studenten-uit-gaza-die-beurs-was-beloofd-kunnen-toch-nog-niet-door-met-hun-studie-in-wageningen~af210789/).