Amendement van het lid Ceder over het behouden van de mogelijkheid van een bij ministeriële regeling gelijkgestelde pedagogen en psychologen met een hbo-opleiding
Wijziging van de Leerplichtwet 1969 en enige andere onderwijswetten in verband met het voorkomen en het terugdringen van verzuim in het funderend onderwijs en het beroepsonderwijs (Wet terugdringen schoolverzuim)
Amendement
Nummer: 2026D14031, datum: 2026-03-26, bijgewerkt: 2026-03-26 11:08, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.G.M. Ceder, Tweede Kamerlid (ChristenUnie)
Onderdeel van kamerstukdossier 36663 -14 Wijziging van de Leerplichtwet 1969 en enige andere onderwijswetten in verband met het voorkomen en het terugdringen van verzuim in het funderend onderwijs en het beroepsonderwijs (Wet terugdringen schoolverzuim) .
Onderdeel van zaak 2026Z06217:
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
| TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL | 2 | |
| Vergaderjaar 2025-2026 | ||
| 36 663 | Wijziging van de Leerplichtwet 1969 en enige andere onderwijswetten in verband met het voorkomen en het terugdringen van verzuim in het funderend onderwijs en het beroepsonderwijs (Wet terugdringen schoolverzuim) | |
| Nr. 14 | AMENDEMENT VAN HET LID CEDER | |
| Ontvangen 26 maart 2026 | ||
| De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: | ||
I
In artikel I, onderdeel D, wordt in het voorgestelde artikel 7, tweede lid, na “geschoolde” ingevoegd “of daarmee bij ministeriële regeling gelijkgestelde”.
II
In artikel II, onderdeel D, wordt in het voorgestelde artikel 16, tweede lid, na “geschoolde” ingevoegd “of daarmee bij ministeriële regeling gelijkgestelde”.
Toelichting
Dit amendement strekt ertoe om de mogelijkheid te behouden dat ook een door het college van B&W aangewezen pedagoog of psycholoog die niet universitair is geschoold, maar daarmee bij ministeriële regeling is gelijkgesteld, een verklaring kan afgeven op basis waarvan een vrijstelling van de leerplicht kan worden gegeven.
In de huidige wet staat dat middels een ministeriële regeling kan worden geregeld dat pedagogen of psychologen die een andere opleiding hebben voltooid ook die bevoegdheid hebben. Die mogelijkheid wil indiener graag behouden, zodat bijvoorbeeld ook pedagogen of (toegepast) psychologen met een hbo-opleiding, eventueel met specialisatie, die verklaring kunnen afgeven, al dan niet onder verantwoordelijkheid van een universitair geschoolde psycholoog of pedagoog of een arts.
Indiener trekt hierbij de parallel met het UWV: gesprekken over arbeids(on)geschiktheid worden vanwege de lange wachttijden niet altijd gevoerd door de verzekeringsarts, maar wel onder verantwoordelijkheid van de verzekeringsarts. In dat licht meent indiener dat het van belang is om, als de noodzaak er is, de huidige mogelijkheid in de wet te behouden. Er hoeft volgens indiener niet per direct een ministeriële regeling worden opgesteld, maar het schrappen van de mogelijkheid is, zo meent indiener, onnodig en onverstandig.
Ceder