Motie van de leden Stoffer en Grinwis over een deel van de gereserveerde middelen voor beheer en onderhoud beschikbaar stellen voor reparaties bij en onderhoud van infrastructuur
Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026
Motie (kabinetsappreciatie: Verzocht motie aan te houden)
Nummer: 2026D14180, datum: 2026-03-26, bijgewerkt: 2026-03-27 14:53, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36800-A-52).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: C. Stoffer, Tweede Kamerlid (SGP)
- Mede ondertekenaar: P.A. Grinwis, Tweede Kamerlid (ChristenUnie)
Onderdeel van kamerstukdossier 36800 A-52 Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026.
Onderdeel van zaak 2026Z06296:
- Voortouwcommissie: TK
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-03-31 15:05 ⇒ Aangehouden (tijdens debat). (Besluit)
- 2026-03-26 14:30 ⇒ Aangehouden. (Besluit)
- 2026-03-26 14:30: Tweeminutendebat Staat van de infrastructuur (CD 19/3) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
- 2026-03-31 15:05: Stemmingen (Stemmingen), TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
36 800 A Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026
Nr. 52 MOTIE VAN DE LEDEN STOFFER EN GRINWIS
Voorgesteld 26 maart 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat vanwege financiële tekorten noodzakelijke reparaties van het wegdek niet tijdig uitgevoerd kunnen worden;
overwegende dat via het coalitieakkoord voor 2031 tot en met 2035 jaarlijks 1,1 miljard euro beschikbaar wordt gesteld voor met name beheer en onderhoud van infrastructuur, en 0,5 miljard euro structureel;
verzoekt de regering door middel van een kasschuif een deel van de via het coalitieakkoord gereserveerde middelen voor beheer en onderhoud beschikbaar te stellen voor noodzakelijke reparaties bij en onderhoud van wegen, kunstwerken en andere infrastructuur in de periode 2026 tot en met 2030, zodat uitstel met bijbehorende maatschappelijke en economische gevolgen voorkomen kan worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
Stoffer
Grinwis