Kabinetsreactie op het Israëlische wetsvoorstel over het invoeren van de doodstraf
Brief regering
Nummer: 2026D14323, datum: 2026-03-26, bijgewerkt: 2026-03-26 17:38, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Onderdeel van zaak 2026Z06349:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
Preview document (🔗 origineel)
Geachte voorzitter,
Met deze brief ga ik in op het verzoek van de vaste Kamercommissie Buitenlandse Zaken van 25 maart jl. met kenmerk 2026D13860.
Het kabinet is bekend met het Israëlische wetsvoorstel over de doodstraf waarover binnenkort wordt gestemd in de Israëlische Knesset. Dit wetsvoorstel circuleert al enige tijd en is onderwerp van uitgebreide discussie in de Knesset zelf, waarbij de inhoud en het besluitvormingsproces continu aan verandering onderhevig zijn. Op het moment van schrijven is nog geen definitieve tekst van het wetsvoorstel beschikbaar. De verwachting is dat de stemming aankomende week zal plaatsvinden, en een meerderheid zal behalen. Het wetsvoorstel is ingediend door coalitiepartij Otzma Yehudit, geleid door Itamar Ben-Gvir. Het vorige kabinet heeft Ben-Gvir, onder andere wegens extremistische uitlatingen, tot persona non grata verklaard en geregistreerd als ongewenste vreemdeling in het Schengenregistratiesysteem (SIS).
De wetgeving stelt een wijziging voor in het Israëlische strafrecht met betrekking tot het gebruik van de doodstraf. Volgens het huidige wettelijke kader is de doodstraf enkel toegestaan voor uitzonderlijke misdrijven, zoals genocide en misdrijven tegen de menselijkheid, en is deze sinds 1962 niet meer uitgevoerd.
Indien het wetsvoorstel niet meer inhoudelijk wordt gewijzigd, verbreedt de wet de toepassing van de doodstraf onder het Israëlische civiele recht. De doodstraf kan bij aanname ook opgelegd worden bij een veroordeling van “het plegen van een aanslag met de intentie het bestaan van de staat Israël te ontkennen”. Op de Westelijke Jordaanoever zou de wet Israëlische militaire rechtbanken verplichten de doodstraf op te leggen voor personen die worden veroordeeld voor het plegen van dodelijke terroristische aanslagen op Israëlische burgers of inwoners. Alleen Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever vallen onder het militaire recht.
Vooral vanwege het discriminerende karakter roept het wetsvoorstel veel kritiek op binnen de Knesset, de Israëlische maatschappij, als ook de internationale gemeenschap.
Nederland is principieel tegen de doodstraf en veroordeelt het toepassen van executies als onmenselijk en ondoeltreffend. Nederland voert wereldwijd een afschaffingsbeleid ten aanzien van de doodstraf. Dit afschaffingsbeleid wordt al vele jaren gezamenlijk met EU-partners verricht op grond van EU-richtlijnen en Nederland draagt ook actief bij aan het uitvoeren van dit beleid. De EU roept in het bijzonder op tot het handhaven of instellen van moratoria als een eerste stap naar afschaffing.
Nederland heeft zijn zorgen over het wetsvoorstel kenbaar gemaakt bij de Israëlische autoriteiten, waaronder tijdens het bezoek van de Mensenrechtenambassadeur aan Israël en de Palestijnse Gebieden in november jl.. De Europese delegatie in Tel Aviv voerde tevens, mede namens Nederland, meerdere demarche uit bij het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken op 17 december, 22 februari en 25 maart jl. Op dit moment wordt ook in Europees verband bezien op welke wijze nog druk kan worden uitgeoefend.
In het geval dat de Knesset de wet definitief aanneemt, zal Nederland actief handelen langs de lijnen van het (Europese) afschaffingsbeleid waarbij in lijn met de EU Nederland in het bijzonder zal oproepen tot het handhaven of instellen van moratoria als een eerste stap naar afschaffing. De situatie wordt nauwgezet gevolgd.
De minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen