Antwoord op vragen van de leden El Abassi en Van Baarle over mensonterend en vernederend optreden door beveiligingspersoneel in AZC Budel.
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D14540, datum: 2026-03-27, bijgewerkt: 2026-03-30 08:43, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie (Ooit CDA kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z02310:
- Gericht aan: M.C.G. Keijzer, minister voor Asiel en Migratie
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 1450
Antwoord van minister Van den Brink (Asiel en Migratie) (ontvangen 27 maart 2026)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 1208
Vraag 1
Bent u bekend met dit bericht en deelt u de opvatting dat dit gedrag
vernederend, mensonterend en volstrekt onacceptabel is, ongeacht het
moment waarop het heeft plaatsgevonden? 1)
Antwoord op vraag 1
Ik ben bekend met dit incident. Dit is onacceptabel en ik ben
het eens met vragenstellers dat dit vernederend is.
Vraag 2
Welke concrete sancties zijn destijds opgelegd aan de betrokken
beveiligingsmedewerker naar aanleiding van dit incident, en kunt
u bevestigen of sprake is geweest van ontslag, melding bij de werkgever,
aangifte of andere disciplinaire maatregelen?
Antwoord op vraag 2
Na dit incident in 2023 zijn er direct gesprekken met de werkgever gevoerd en zijn de betrokken beveiligingsbeambten niet meer op COA-locaties ingezet. De werkgever heeft een intern onderzoek ingesteld en passende maatregelen genomen. Door het COA zijn in overeenstemming met het landelijke beveiligingsbedrijf de werkinstructies en protocollen die gelden voor de beveiligers van alle COA-locaties aangescherpt.
Vraag 3
Deelt u de zorg dat het feit dat deze beelden pas jaren later publiek
worden, erop wijst dat vluchtelingen zich mogelijk niet veilig voelen om
misstanden te melden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord op vraag 3
Ik heb op dit moment geen aanleiding om aan te nemen dat het
wangedrag in deze video onderdeel is van een breder probleem.
Vluchtelingen die te maken hebben met misstanden worden door het COA
herhaaldelijk geattendeerd om hier altijd melding van te maken. Naar de
ervaren veiligheid van COA-bewoners wordt expliciet gevraagd in de
periodieke meting van het COA. Daarin wordt ook gevraagd bij wie
bewoners zich melden als ze zich onprettig of onveilig voelen.
Vraag 4
Welke verantwoordelijkheid draagt u voor het toezicht op
beveiligingsbedrijven die werkzaam zijn in locaties van het Centraal
Orgaan opvang asielzoekers (COA) en acht u dit toezicht momenteel
voldoende om machtsmisbruik en intimidatie te voorkomen?
Antwoord op vraag 4
Een beveiligingsorganisatie heeft zich te houden aan de kaders
van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en Recherchebureaus
(Wpbr) en de daarbij behorende regeling en beleidsregels. Het is voor
een beveiligingsorganisatie verboden te handelen in strijd met de
belangen van de veiligheidszorg of de goede naam van de bedrijfstak. Ook
het voorkomen van machtsmisbruik en intimidatie is hier onderdeel van.
De korpschef van de politie is verantwoordelijk voor het toezicht op
beveiligingsbedrijven. Beveiligingsorganisaties mogen enkel personen te
werk stellen na dat voor hen toestemming is verkregen van de korpschef.
Aan de afgifte van een toestemming gaat een screening vooraf. Op grond
van artikel 7 lid 5 Wpbr kan een toestemming worden introkken indien
zich feiten of omstandigheden voordoen of feiten bekend worden op grond
waarvan de toestemming zou zijn afgewezen. In het geval van een
beveiliger worden ook opleidingseisen getoetst en volgt na aanvraag de
afgifte van een legitimatiebewijs (grijze pas).
Vraag 5
Hoeveel meldingen van grensoverschrijdend, vernederend of intimiderend
gedrag door beveiligingspersoneel in asielzoekerscentra (azc's) zijn in
de afgelopen vijf jaar bekend bij het COA of bij u en welke structurele
lessen zijn hieruit getrokken?
Antwoord op vraag 5
Vastgesteld grensoverschrijdend, vernederend of intimiderend
gedrag van eigen personeel of dat van de gecontracteerde
beveiligingspartner kan een grondslag bieden voor ontslag op staande
voet van de betrokken medewerker. Indien de betreffende medewerker
personeel van een inleenpartij betreft biedt het aanleiding om de
samenwerking met deze medewerker te beëindigen. In de afgelopen vijf
jaar is dit tweemaal voorgekomen. Uit de evaluatie van deze situaties
zijn aanvullende maatregelen voortgekomen om medewerkers bewuster te
maken van situaties en gedrag en is een meldpunt ingesteld om (anoniem)
melding te maken van herkende situaties. De casus in kwestie was de
aanleiding om het beveiligingsplan op de locatie Budel aan te
verbeteren.
Vraag 6
Welke maatregelen neemt u om te voorkomen dat vluchtelingen die
bescherming zoeken in Nederland worden blootgesteld aan machtsmisbruik,
vernedering of racistische bejegening door personeel dat juist hun
veiligheid zou moeten waarborgen?
Vraag 7
Bent u bereid om te onderzoeken of de opleiding, screening en
begeleiding van beveiligingspersoneel in azc's aangescherpt moet worden,
en zo ja, op welke termijn kan de Kamer hierover worden
geïnformeerd?
Antwoord op vraag 6 en 7
Het is van belang dat beveiligingspersoneel zich, net zoals
COA-medewerkers bewust is van ongepast gedrag en zich naar elkaar
uitspreken. Adequate voorlichting is daarvoor essentieel. Het COA geeft
diverse verplichte trainingen voordat werkzaamheden op opvanglocaties
mogen worden uitgevoerd. Al het ingezette personeel dient te handelen
conform de COA-huisregels en gedragscode. Daarin wordt expliciet vermeld
welke houding er wordt verwacht in relatie tot de bewoners. Alle
ingezette beveiligers zijn gescreend en in bezit van een grijze
pas.
Voorafgaand aan de afgifte van een grijze pas vindt een screening plaats
door de korpschef. Pas na een succesvolle uitkomst hiervan mag een
beveiliger door een beveiligingsorganisatie tewerkgesteld worden. De
grijze pas kan ingetrokken worden als nieuwe feiten of omstandigheden
zich voordoen waarmee de toestemming in eerste instantie zou zijn
afgewezen. Daarom raad ik bij sprake van incidenten met een beveiliger
altijd aan om een klacht in te dienen bij de beveiligingsorganisatie en
melding of aangifte te doen bij de politie. Bij vermoedens van een
misdrijf dient altijd aangifte gedaan te worden zodat strafrechtelijk
onderzoek kan plaatsvinden. Ook voor een breder ingrijpen door de
korpschef als toezichthouder is dit van belang om een duidelijk beeld te
krijgen van een eventuele systematiek.
1) Omroep Brabant, 2 februari 2026, 'Beveiliger azc Budel laat asielzoeker zijn schoenen kussen in oud filmpje', https://www.omroepbrabant.nl/nieuws/6002939/beveiliger-azc-budel-laat-asielzoeker-zijn-schoenen-kussen-in-oud-filmpje