[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Voorjaarsbrief klimaat en energie

Brief regering

Nummer: 2026D14559, datum: 2026-03-27, bijgewerkt: 2026-03-27 17:49, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z06441:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte voorzitter,

Hierbij stuur ik u mede namens de ministers van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, Infrastructuur en Waterstaat en Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeningen de Staatssecretarissen van Klimaat en Groene Groei, Fiscaliteit en Belastingdienst, Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en Infrastructuur en Waterstaat de eerste brief van dit kabinet over klimaat en energie.

Nederland wordt steeds zelfstandiger in het opwekken van duurzame energie en de energietransitie is overal zichtbaar. Dat is ook hard nodig. We staan in de wereld, Europa en Nederland voor grote veranderingen. We zien de spanningen toenemen in verschillende delen van de wereld. Dat raakt ook onze levens hier in Nederland: mensen maken zich zorgen over de conflicten en over of de prijzen omhoog zullen gaan. Afhankelijkheid van fossiele grondstoffen maakt ons kwetsbaarder voor politieke onrust, problemen in de toevoerketen en prijsstijgingen elders in de wereld. De energiecrisis van 2022 liet dit al zien. Daarbij lopen de kosten van extreem weer als gevolg van klimaatverandering ook in Europa op. Daarmee is het afbouwen van fossiele grondstoffen niet alleen goed om klimaatverandering tegen te gaan en voor een schone leefomgeving, maar ook voor onze economische stabiliteit.

Investeren in duurzame innovatie en eigen duurzame energie is daarmee ook investeren in onze eigen economie en onafhankelijkheid. Een voortvarende transitie met een integrale aanpak naar een duurzame samenleving is de beste manier om als Nederland en Europa onze economische kracht te behouden. De rapporten van Draghi, Letta en Wennink laten dit duidelijk zien.1 Daarbij helpen investeringen in energiebesparing ook om grip te houden op de energierekening van huishoudens, bedrijven en maatschappelijke instellingen.

Maar die omschakeling is niet gemakkelijk. Bedrijven kunnen niet goed vooruit door onder andere het volle stroomnet, kostenstijgingen, tekort aan gekwalificeerd personeel, ruimte- en grondstoffentekort, stikstofbeperkingen en dumping op internationale markten. Huishoudens en maatschappelijke instellingen hebben daarnaast voldoende financieringsruimte en duidelijkheid nodig over wat er van hen verwacht wordt. Deze problemen moeten we in samenhang aanpakken, zodat we echt vooruit kunnen. Groeiende, duurzame markten elders in de wereld, zoals bijvoorbeeld in Azië, bewijzen dat het kan. Dit alles laat des te meer zien dat de klimaat- en energietransitie, weerbaarheid en toekomstbestendige economische groei geen losse uitdagingen zijn: ze hangen nauw samen.

Daarom bouwen we verder aan een schoon en sterk Nederland met een moderne en circulaire economie. Dat levert een aantrekkelijk toekomstbeeld op: schone elektrische auto’s, energiezuinig en comfortabel wonen, duurzame voedselproductie, genoeg hernieuwbare energie en een prettige en gezonde leefomgeving. We zijn al een heel eind gekomen. Wat tien of vijftien jaar geleden nog onhaalbaar leek, is nu de nieuwe realiteit. Circa de helft van onze elektriciteit wordt duurzaam opgewekt. Zonnepanelen op daken zie je overal in Nederland en steeds meer woningen worden aardgasvrij verwarmd. Elektrische auto’s bepalen steeds vaker het straatbeeld. Ook economisch levert de klimaat- en energietransitie een hoop op: slimme innovaties, duurzame verdienmodellen, nieuwe werkgelegenheid en wereldwijde exportmogelijkheden.

Het pad naar dit toekomstbeeld bewandelen we het beste samen. Een Europese aanpak zorgt voor een gelijk speelveld voor onze bedrijven en maakt dat we internationaal sterker staan. Daarom trekken we gezamenlijk op in Europa voor een ambitieus klimaatpakket voor het Europese klimaatdoel voor 2040. Ook nationaal moeten we onze bijdrage leveren. Het kabinet blijft zich inzetten om tot verdergaande emissiereducties te komen. In het coalitieakkoord zijn al concrete maatregelen aangekondigd die hieraan bijdragen. Onder andere investeringen in betaalbare duurzame energie van eigen bodem, zoals wind op zee en kernenergie, het verder inzetten op isolatie en uitfaseren van lage energielabels, normering en stimulering van hybride, slimme warmtepompen, stimulering van elektrificatie in de industrie, uitbreiding van laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen, stimulering van de productie van duurzame luchtvaartbrandstoffen in Nederland en normering van methaanremmers in veevoer.

Eind dit jaar is er een beter beeld met welke maatregelen de Europese Unie (EU) komt voor 2040. We spannen ons in voor een ambitieus Europees klimaatpakket en sluiten hier nationaal zoveel mogelijk bij aan. Waar nodig komt het kabinet met aanvullend nationaal geborgde maatregelen bij de Voorjaarsnota 2027 om het doel van 2040 te halen. Daarbij houdt het kabinet oog voor betaalbaarheid en handelingsperspectief. Tegelijkertijd moeten we geen tijd verliezen en direct aan de slag met een aantal grote uitdagingen in de energietransitie, om niet verder te vertragen. Om vaart te houden met verduurzaming, pakken we de knelpunten in de uitvoering aan. Waar infrastructuur achter blijft, pakt de overheid de regie. Zo is het topprioriteit voor dit kabinet om netcongestie te verminderen en daarmee perspectief te bieden aan burgers, maatschappelijke instellingen en bedrijven om een aansluiting te kunnen krijgen.

Het Nederland van de toekomst kan ons veel brengen. En we kunnen het waarmaken. Samen als land. Vanuit optimisme én realisme. Daar gelooft dit kabinet in. Met deze brief licht ik de belangrijkste onderdelen toe van de klimaat- en energietransitie waarmee het kabinet komend jaar aan de slag gaat. Dat zijn investeringen in duurzame energie van eigen bodem, ontwikkelen van de routes richting klimaatneutraliteit, actualisatie van het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) en de voorbereidingen voor Prinsjesdag 2026. De staatssecretaris van KGG en ik komen eind april met een bredere beleidsbrief op de terreinen van klimaat en groene groei vanuit EZK.

Wat doen we nu: de basis leggen om verduurzaming door te laten gaan

Door zelf duurzame energie op te wekken, netcongestie aan te pakken, in ons vervoer over te stappen op elektriciteit of waar nodig op hernieuwbare brandstoffen, kritieke grondstoffen te recyclen en in te zetten op hergebruik, woningen en andere gebouwen energiezuiniger te maken en schone technologieën te ontwikkelen, worden we minder afhankelijk van andere landen. Het kabinet reserveert budget voor zes nieuwe rondes van € 8 mld. voor de Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++) vanaf 2027, zodat de uitrol van de energietransitie en de verduurzaming van de industrie door kan gaan. Ook zet dit kabinet middelen klaar voor de verdere groei van windenergie op zee via Contracts for Difference. Voor de industrie trekt het kabinet voor de periode tot en met 2035 jaarlijks ca. € 1 mld. uit voor het verlengen van de Indirecte Kosten Compensatie (IKC) en het verlagen van de elektriciteitskosten voor de industrie. Hiermee zorgen we dat de industrie een gelijker speelveld heeft en beter kan elektrificeren. We pakken de stikstofopgave aan met een reservering voor investeringen van € 20 mld. die, naast dat ze ook een milieueffect zullen hebben, zorgen dat onder andere energie- en verduurzamingsprojecten sneller door kunnen en ondernemers verder kunnen met ondernemen en perspectief krijgen. Ook zetten we in op innovatie voor een toekomstbestendige samenleving; we stimuleren nationale innovaties die de transitie versnellen waaronder voor koolstofverwijdering, marktontwikkeling van circulaire oplossingen en ondersteunen nucleaire innovaties.

Ondertussen blijven we samen met medeoverheden, waarvoor we in de periode 2031 tot en met 2040 opgeteld € 8 mld. vrijmaken, zorgen dat mensen de overstap naar een duurzamer leven kunnen maken. Onder andere door zo snel mogelijk duidelijkheid te bieden over de route daarnaar toe. Bijvoorbeeld of wijken een warmtenet krijgen of dat een andere verduurzamingsoptie beter past. Daarnaast door via het Klimaat- en energiefonds voor de korte termijn middelen te alloceren voor de overstap naar duurzaam leven, zoals subsidie voor warmtepompen en isolatie via de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE, onder voorwaarden) en subsidie voor inpandige aansluitkosten voor warmtenetten via de Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH). Ook zorgt het kabinet ervoor dat elektrisch rijden fiscaal aantrekkelijk blijft en onderzoekt het een toekomstbestendige hervorming van de autobelasting naar oppervlakte of omvang binnen de mrb. Samen met Duitsland en Frankrijk wordt opgetrokken voor het normeren van de inzet van biobrandstoffen voor wegverkeer en binnen- en zeevaart voor de periode na 2030.

Daarbij moeten we ook realistisch zijn; 2030 is al dichtbij en ook de transitie naar 2050 zal nog flinke hobbels kennen. Met beperkte financiële middelen en oog op andere belangrijke thema’s, zoals betaalbaarheid, de woningmarkt en onze veiligheid, moet het kabinet ingewikkelde keuzes maken. Een van die knelpunten is netcongestie, die het moeilijk maakt om een aansluiting te krijgen op het stroomnet, wat voor veel projecten essentieel is. Daarom pakken we netcongestie met topprioriteit aan, onder meer met het Aansluitoffensief voor betere benutting van het elektriciteitsnet.2 Parallel zet het kabinet met de Versnellingsaanpak in op versnelde verzwaring van het stroomnet, te beginnen bij de meeste cruciale projecten. Tot slot versterken we het Aansluitoffensief en de Versnellingsaanpak met aanvullende wet- en regelgeving voor de netcongestiecrisis.

Om de uitvoering van de transitie door te laten gaan, heeft het kabinet dit voorjaar besloten over de verdeling van de middelen uit het Klimaat- en energiefonds. De allocatie van middelen wordt toegelicht in het Ontwerp-Meerjarenprogramma 2027, dat ik met deze brief aan de Kamer aanbiedt. Hierin wordt voorgesteld € 809,4 mln. over te hevelen. Daarmee resteert er nog € 21,0 mld. in het fonds. Hiervan is € 7,5 mld. toegekend onder voorwaarden of gereserveerd voor specifieke maatregelen die nader worden uitgewerkt voor het MJP 2028. In totaal is € 13,5 mld. nog niet bestemd voor een specifieke maatregel. Deze middelen vallen nagenoeg geheel onder het perceel kernenergie en zijn daar benodigd voor de nucleaire ambities van het kabinet. Het definitieve Meerjarenprogramma 2027 verschijnt op Prinsjesdag, nadat ik met de Kamer in gesprek heb kunnen gaan.

Over het fiscale pakket voor de glastuinbouw zal uiterlijk bij aankomende Miljoenennota worden besloten. Zoals toegezegd tijdens het commissiedebat fiscaliteit van 11 maart jl.3 zal Uw Kamer dan ook worden geïnformeerd over in hoeverre de glastuinbouw na 2030 voor ETS2 wordt gecompenseerd. Het kabinet zal Uw Kamer met Prinsjesdag ook informeren over de appreciatie en weging van de alternatieve voorstellen die de Werkgroep Afvalsector voor het beprijzingspakket voor afvalverbrandingsinstallaties heeft gedaan, omdat het kabinet meer tijd nodig heeft om deze voorstellen te beoordelen.4

Wat werken we verder uit: de lange termijn voor klimaat en energie

Het kabinet gaat met volle kracht aan het werk om de klimaatdoelen te halen. Het klimaatdoel van 2030 wordt lastig, maar we houden de ambitie vast. Willen we profiteren van de kansen die verduurzaming met zich meebrengt en ons land tijdig voorbereiden, dan moeten we ook vooruitkijken en het perspectief richten op de lange termijn. Daarom neemt het kabinet bij de verdere vormgeving van het beleid de transitie richting 2050, met 2040 als duidelijke tussenstap, als basis. Het kabinet gaat aan de slag met het concreter uitwerken van routes voor de weg naar klimaatneutraliteit voor alle sectoren. Daarbij is het belangrijk dat we verder kijken dan alleen emissiereductie en het verwijderen van CO2 (koolstofverwijdering).

We kijken ook naar andere maatschappelijke transities, zoals de weg naar een circulaire economie, behoud en opbouw van cruciale sectoren voor onze weerbaarheid en het beschermen van onze waardevolle natuur. Het kabinet beziet hoe het voor deze routes brede indicatoren kan vaststellen om de voortgang te meten. Hiermee bouwen we voort op de transitiepaden in het NPE, het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) en het Klimaatplan. De eerste contouren van de routes voor elke sector worden opgenomen in de Klimaat- en Energienota 2026.

Voor het realiseren van de routes richting klimaatneutraliteit is het essentieel dat we blijven bouwen aan het energiesysteem van de toekomst. Daarom komt het kabinet rond de zomer met een tussentijdse actualisatie van het NPE. Met het NPE geeft het kabinet een overkoepelende strategie voor de bouw van het nieuwe energiesysteem richting 2050. Deze wordt uiterlijk elke 5 jaar opgesteld. In de tussentijdse actualisatie richt het kabinet zich vooral op de concrete keuzes die nodig zijn in de energietransitie de komende jaren in het pad richting 2040.

Van routes richting klimaatneutraliteit naar beleid

Het kabinet wil zoveel mogelijk aansluiten bij de Europese aanpak om het Europese 2040-klimaatdoel te behalen. De Europese klimaat- en energiedoelen vormen daarmee de basis voor het verduurzamingstempo in de routes voor de lange termijn. De Europese Commissie komt dit najaar met voorstellen voor het behalen van dit klimaatdoel. Tijdens de Milieuraad van 17 maart heeft de eerste gedachtewisseling over decarbonisation efforts in the area of climate post-2030 plaatsgevonden.

In het voorjaar van 2027 neemt het kabinet indien nodig aanvullende nationaal geborgde maatregelen om het klimaatdoel van 2040 te halen. Daarbij heeft het kabinet oog voor betaalbaarheid en handelingsperspectief zodat mensen de transitie ook daadwerkelijk mee kunnen maken. Daarnaast is beter inzicht in het kostenbeeld op de lange termijn, inclusief de kosten en risico’s van niet handelen (cost of inaction) nodig voor het afwegen van opties om te komen tot klimaatneutraliteit.

Dit doet het kabinet op basis van de transitiepaden. Daarbij zal het kabinet ook de adviezen van het Nationaal Burgerberaad Klimaat meewegen.5 Ik ben de 175 Nederlanders uit alle hoeken van het land zeer dankbaar voor de adviezen. Daarnaast heeft de rechtbank in het vonnis in de procedure over klimaatverandering op Bonaire de Staat bevolen om binnen achttien maanden in nationale regelgeving absolute emissiereductiedoelstellingen voor de gehele economie vast te leggen voor de periode tot 2050, inclusief tussentijdse doelen en reductietrajecten.6 Ook moet de Staat in 2030 een nationaal klimaatadaptatieplan, dat ook Bonaire beslaat, opstellen en implementeren volgens het UAE-framework for global climate resilience. Het vonnis is bij voorraad uitvoerbaar. Dit betekent dat het instellen van hoger beroep de werking van het oordeel en de opgelegde bevelen niet opschort. Hiermee oordeelt de rechtbank dat de tot op heden getroffen maatregelen, op zowel klimaatmitigatie als klimaatadaptatie voor Bonaire, onvoldoende zijn. Er zullen nadere stappen moeten worden gezet. Het kabinet zal de Kamer in het tweede kwartaal informeren over de wijze van opvolging van het vonnis en het al dan niet instellen van hoger beroep.

Een bredere blik en het verleggen van het perspectief vraagt ook aanpassingen in de manier waarop we de voortgang van de transitie monitoren. Verschillende aspecten moeten hierin worden meegewogen, waaronder een beter inzicht in het kostenbeeld op lange termijn dat met de energietransitie gepaard gaat. Er is met name meer aandacht nodig voor de transitiepaden van de verschillende sectoren richting een klimaatneutrale samenleving in 2050 en de vraag of de sectoren op koers liggen en zo niet wat daarvan de oorzaken en gevolgen zijn, zoals bijvoorbeeld het ontbreken van de benodigde randvoorwaarden.7 Het kabinet is met het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in gesprek hoe dit een plek kan krijgen in de Klimaat- en Energieverkenning (KEV) en/of andere onderzoeken die het PBL samen met andere kennisinstellingen uitvoert. De Klimaat- en Energienota is de beleidsreactie op de KEV. Daarin zal het kabinet ingaan op het handelingsperspectief dat uit de PBL-analyse voortvloeit en de meerjarige beleidsagenda die daaruit volgt. Deze verschijnt jaarlijks bij Prinsjesdag.

Tot slot

De klimaat- en energietransitie doen we samen: door het doel voor ogen te houden, duidelijke keuzes te maken en te zorgen dat iedereen mee kan doen. Grote bedrijven, kleine ondernemers, maatschappelijke instellingen, medeoverheden, mensen thuis en in de wijk en jongeren. Niet alles zal meteen overal lukken, maar zolang we aan de slag blijven en nationaal en internationaal samenwerken, komen we stap voor stap dichterbij ons eindbeeld: een schoon, sterk en succesvol Nederland, dat klaar is voor de toekomst.

Stientje van Veldhoven-van der Meer

Minister van Klimaat en Groene Groei


  1. https://commission.europa.eu/topics/competitiveness/draghi-report, https://www.rapportwennink.nl en https://www.consilium.europa.eu/media/ny3j24sm/much-more-than-a-market-report-by-enrico-letta.pdf↩︎

  2. Kamerstukken II, 2025-26, 29023, nr. 626↩︎

  3. Kamerstukken II, 2025/26, TZ202603-054↩︎

  4. Kamerstukken II, 2025/26, 30872, nr. 322↩︎

  5. Kamerstukken II, 2025/26, 31813, nr. 1542. Conform het instellingsbesluit (Kamerstukken II, 2025/26, 32813, nr. 1286) zal het kabinet uiterlijk op 1 juni 2026 reageren op de adviezen en motiveren waar het kabinet verder mee aan de slag gaat en waarmee niet.↩︎

  6. De Kamer is eerder geïnformeerd over de uitspraak van de rechtbank in Kamerstukken II, 2025/26, 32 813, nr. 1552↩︎

  7. Conform motie Jumelet, Klos, Groot, Grinwis en Flach, nr. 37 (Kamerstukken II, 2025/26, 36800 – XXIII)↩︎