Gemeentelijke uitgaven aan iftar-activiteiten
Schriftelijke vragen
Nummer: 2026D14673, datum: 2026-03-30, bijgewerkt: 2026-04-01 14:32, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kv-tk-2026Z06485).
Krijg melding als deze vragen beantwoord worden:
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.M.M. Schilder, Tweede Kamerlid (Groep Markuszower)
Onderdeel van zaak 2026Z06485:
- Gericht aan: P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 | Vragen gesteld door de leden der Kamer |
Vragen van het lid Schilder (Groep Markuszower) aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over gemeentelijke uitgaven aan iftar-activiteiten (ingezonden 30 maart 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van berichtgeving dat grote gemeenten tienduizenden euro’s uitgeven aan iftar-activiteiten, al dan niet via subsidies of eigen organisatie?1
Vraag 2
Deelt u de opvatting dat het organiseren of subsidiëren van iftars door gemeenten in de kern een religieuze activiteit ondersteunt? Zo nee, waarom niet?
Vraag 3
Hoe verhoudt het actief faciliteren van iftars door gemeenten zich tot het beginsel van scheiding tussen kerk en staat?
Vraag 4
Deelt u de mening dat gemeenten zich terughoudend dienen op te stellen bij het financieren of organiseren van religieuze bijeenkomsten, in het bijzonder iftars? Zo nee, waarom niet?
Vraag 5
Hoe voorkomt u dat het organiseren en subsidiëren van iftars door gemeenten de indruk wekt dat de overheid zich vereenzelvigt met een specifieke religie?
Vraag 6
In hoeverre acht u het wenselijk dat gemeentelijke middelen worden ingezet voor activiteiten die direct samenhangen met religieuze gebruiken, zoals het verbreken van het vasten tijdens de ramadan?
Vraag 7
Welke criteria hanteren gemeenten om te bepalen of een activiteit als «maatschappelijk» wordt aangemerkt, terwijl deze in de praktijk een religieus karakter heeft?
Vraag 8
Deelt u de zorg dat het labelen van iftars als «ontmoeting» of «integratie» feitelijk een omzeiling van het neutraliteitsbeginsel kan zijn? Zo nee, waarom niet?
Vraag 9
In hoeverre wordt gecontroleerd of dergelijke subsidies daadwerkelijk een algemeen maatschappelijk doel dienen en niet primair een religieuze activiteit faciliteren?
Vraag 10
Kunt u uitsluiten dat door deze praktijk een precedent ontstaat waardoor terugkerend aanspraak wordt gemaakt op vergelijkbare financiering? Zo nee, hoe wordt hiermee omgegaan?
Vraag 11
Acht u het wenselijk dat gemeenten zelf iftars organiseren op bijvoorbeeld het stadhuis en zo ja, hoe verhoudt zich dat tot de vereiste neutraliteit van de overheid?
Vraag 12
Ziet u aanleiding om gemeenten explicieter te wijzen op de grenzen van het subsidiëren van activiteiten met een religieus karakter? Zo nee, waarom niet?
De Telegraaf, 30 maart 2026, «Grootste gemeenten gaven tienduizenden euro’s uit aan iftars, gepresenteerd als «ontmoetingen» en «integratie»: «Hoeven ze niet te doen»» (https://www.telegraaf.nl/binnenland/grootste-gemeenten-gaven-tienduizenden-euros-uit-aan-iftars-gepresenteerd-als-ontmoetingen-en-integratie-hoeven-ze-niet-te-doen/144696098.html).↩︎