[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Verslag van een schriftelijk overleg over de Voortgangsrapportage internationaal cultuurbeleid 2024 (Kamerstuk 31482-130)

Cultuursubsidies

Verslag van een schriftelijk overleg

Nummer: 2026D14829, datum: 2026-03-30, bijgewerkt: 2026-03-31 11:46, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 31482 -131 Cultuursubsidies.

Onderdeel van zaak 2026Z06574:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


31 482 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld, xx

Nr. xxx

Binnen de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken hebben de onderstaande fracties de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen aan de minister van Buitenlandse Zaken over de brief van 11 december 2025 over de Voortgangsrapportage internationaal cultuurbeleid 2024 (31482 nr. 130).

De op 29 januari 2026 aan de minister toegezonden vragen en opmerkingen zijn met de door de minister bij brief van … toegezonden antwoorden hieronder afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Klaver

De adjunct-griffier van de commissie, AB Coco Martin

Inhoudsopgave

  1. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie

  1. Antwoord / Reactie van de minister

  2. Volledige agenda


  1. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de voortgangsrapportage internationaal cultuurbeleid 2024, maar hebben hier geen opmerkingen of vragen over.

Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de voortgangsrapportage over het internationaal cultuurbeleid (ICB) in 2024. Deze leden hebben enkele vragen en aandachtspunten met het oog op de evaluatie van deze.

De leden van de CDA-fractie hechten aan een krachtige en samenhangende buitenlandstrategie. Internationale cultuuruitwisseling is daarin niet alleen een visitekaartje van Nederland, maar ook

een diplomatiek en economisch instrument. Deze leden vragen of het kabinet kan toelichten hoe de keuzes binnen het internationaal cultuurbeleid (ICB) zijn afgestemd met bredere strategische prioriteiten in het buitenlandbeleid, zoals: de inzet op strategische partnerschappen, de bescherming van de internationale rechtsorde, de BHO-faciliteit (buitenlandbeleid, handel en ontwikkelingssamenwerking).

  1. Antwoord van het kabinet

Het huidige ICB-beleidskader 2025-2028 is onderdeel van de beleidsagenda’s van de minister van Buitenlandse Zaken (BZ), minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS) en de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Het huidige kader vindt zijn basis in eerdere beleidskaders ICB, een evaluatie op de uitvoeringspraktijk uit 2022 en gesprekken met ICB-samenwerkingspartners, zoals de Rijkscultuurfondsen en de betreffende ambassades. Het is geactualiseerd in 2024. In de uitwerking van het ICB is steeds nauw contact tussen de drie ministeries, inclusief de ambassadeteams en de overige ICB-samenwerkingspartners, waaronder de Rijkscultuurfondsen.

Het ICB ziet in éen van haar doelstellingen op handelsbevordering voor de creatieve industrie en culturele sectoren en bevordering van duurzame samenwerkingen middels strategische partnerschappen. Een ander doel van het ICB is het stimuleren en onderhouden van de bilaterale relaties met andere landen. Verder draagt het ICB met een van de doelstellingen bij aan het vergroten van democratisch burgerschap en weerbaarheid, bijvoorbeeld door met culturele programma’s nieuwe (handelings)perspectieven te bieden.

Nadat het beleidskader al van kracht was, heeft de toenmalige minister voor Buitenlandse Handel Ontwikkelingshulp in een Kamerbrief1 uw Kamer geïnformeerd over keuzes die zij maakte wat betreft haar ontwikkelingsbeleid. Hierin waren cultuur en ontwikkeling niet langer een doel op zich. BHO-budgetten worden naar aanleiding van dit besluit afgebouwd na afloop van de lopende contractuele verplichtingen van deze beleidsperiode. Daardoor staat de laatstgenoemde doelstelling van het huidige beleidskader onder druk.

De leden van de CDA-fractie lezen met instemming dat de focuslandenlijst recent is uitgebreid, onder andere met Oekraïne, mede in reactie op de Russische agressieoorlog. Tegelijkertijd vragen deze leden aandacht voor de balans tussen landen in conflictgebieden en landen waar Nederlandse culturele diplomatie ook kansen biedt voor samenwerking op langere termijn, zoals in Afrika en Zuidoost-Azië. Op basis van welke criteria wordt de lijst van focuslanden geëvalueerd? Is het kabinet bereid hierin meerjarige lijnen aan te brengen, zodat structurele opbouw van culturele netwerken mogelijk blijft?

  1. Antwoord van het kabinet

De lijst met ICB-landen is gebaseerd op zowel buitenlandpolitieke als culturele belangen. Bij aanvang van een nieuwe beleidsperiode wordt de bestaande landenlijst geëvalueerd op basis van deze belangen en wordt ook het veld, zoals de Rijkscultuurfondsen, geconsulteerd. Het culturele veld verzocht in het verleden om continuïteit van de landenlijst en het inhoudelijk beleid. Dat is terug te zien in het huidige ICB-kader, dat veel overeenkomsten vertoont met het ICB kader 2021-2024. Om meerjarige opbouw van culturele netwerken te faciliteren, geldt de ICB-landenlijst verder de gehele beleidsperiode, hetgeen de internationale culturele samenwerking versterkt.

De ministeries van Buitenlandse Zaken en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap starten in 2026 een evaluatie van het ICB-kader 2021-2024 én 2025, het eerste jaar van het huidige kader. Hierbij wordt gekeken hoe de inzet van het ICB- instrumentarium in deze landen heeft bijgedragen aan de drie doelstellingen van het ICB-beleidskader. Het kabinet zal de uitkomst van deze evaluatie inclusief een kabinetsreactie met uw Kamer delen, naar verwachting in de zomer van 2026.

De leden van de CDA-fractie steunen het belang van erfgoedsamenwerking, zeker in landen die kampen met conflict, klimaatdreiging of postkoloniale uitdagingen. Deze leden lezen dat stappen zijn gezet in het restitutiebeleid, en dat samenwerking met herkomstlanden is geïntensiveerd.

Kan het kabinet een overzicht geven van het aantal daadwerkelijk gerealiseerde restituties in 2024? Wat zijn de knelpunten bij de uitvoering van restituties (juridisch, logistiek, diplomatiek)?

  1. Antwoord van het kabinet

Gebaseerd op het beleid omtrent collecties uit een koloniale context hebben in 2024 teruggaven plaatsgevonden aan Indonesië. Het betrof vier hindoe-boeddhistische beelden en 284 objecten uit de Collectie Puputan Badung, waaronder wapens, munten, sieraden en textiel. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap besloot tot deze teruggave op basis van positief advies van de Commissie Koloniale Collecties.

Naast Indonesië zijn er inmiddels restituties geweest aan Sri Lanka, Nigeria, en de Ysleta del Sur Pueblo in de Verenigde Staten. Ook is een schedel uit de collectie van het Wereldmuseum teruggegeven aan Mexico. Bij de uitvoering blijkt dat gedegen herkomstonderzoek en advisering tijd en capaciteit kost. Dit vraagt veel van de betrokken musea en andere partners en vergt goede communicatie met landen van herkomst over de doorlooptijd. Een bredere erfgoedsamenwerking met deze landen levert een netwerk op van experts die hierbij kunnen helpen. Het Nederlandse teruggavebeleid wordt door deze landen op prijs gesteld. Naast een bijdrage aan het herstel van historisch onrecht, levert dit beleid een positieve impuls op voor de diplomatieke betrekkingen met deze landen.

Alle adviezen zijn gepubliceerd op de website van de Commissie Koloniale Collecties.2

Welke resultaten zijn behaald met de Black Sea Hub in Oekraïne?

  1. Antwoord van het kabinet

De Black Sea Hub werd in 2025 opgericht door NGO Cultural Emergency Response in samenwerking met drie Oekraïense samenwerkingspartners. De hub voorziet in een grote behoefte en voert vooral noodhulpacties uit op het gebied van evacuatie en veilige opslag van museumcollecties en andere erfgoedobjecten. De via deze hub in 2025 beschikbaar gestelde middelen zijn volledig en doeltreffend ingezet. Het gaat om het veiligstellen van collecties en het bevorderen van capaciteit en netwerk voor de bescherming van Oekraïens cultureel erfgoed. Meer dan 100 musea/bibliotheken/archieven en archeologische sites zijn ondersteund, meer dan 350 mensen zijn getraind, 10 emergency response projecten zijn gestart, 12 trainingen en zes netwerkactiviteiten zijn georganiseerd.

De leden van de CDA-fractie vinden dat het ICB terecht veel aandacht heeft voor de positie van individuele makers. Maar deze leden vinden ook dat het beleid voldoende strategisch moet bijdragen aan de internationale positionering van Nederland als cultuur- en kenniseconomie. Hoe wordt gemeten of internationale culturele activiteiten ook structureel bijdragen aan de profilering van Nederland? Is er inzicht in het bereik van het ICB op economisch en publiek vlak (aantal bezoekers, media-aandacht, partnerschappen)?

  1. Antwoord van het kabinet

Uiteraard spelen individuele makers een belangrijke rol in de uitvoering van het ICB, dat gericht is op uitwisseling, samenwerking en zichtbaarheid. Hierbij zetten de ICB-samenwerkingspartners en beleidsmakers zich actief in om Nederland internationaal te positioneren. Het meten van internationale culturele activiteiten beperkt zich tot een aantal kerngetallen, gebaseerd op kwantificeerbare data, zoals het aantal in het buitenland gesteunde projecten. Deze data zijn op geaggregeerd niveau opgenomen in bijlage 1 van de voortgangsrapportage.3 Niet zozeer veel publiek bereiken is het doel van het beleid, maar het zoveel mogelijk met elkaar in contact brengen van het Nederlandse en buitenlandse culturele veld. Het beleid is daarmee meer gericht op kwalitatieve dan op kwantitatieve resultaten. Uit onderzoek blijkt verder dat door Nederland geïnvesteerde middelen in internationale culturele samenwerking door onze internationale partners – festivals, musea, uitgevers etc. – worden aangevuld door buitenlandse middelen en dat er dus sprake is van een sterk multiplier effect.4

Antwoord/ Reactie van de minister

  1. Volledige agenda

- de brief van de minister van Buitenlandse Zaken van 11 december 2025 over de Voortgangsrapportage internationaal cultuurbeleid 2024 (31482 nr. 130).


  1. Kamerstuk 36180 nr. 133, dd. 24 februari 2025↩︎

  2. https://commissie.kolonialecollecties.nl/documenten↩︎

  3. Kamerstuk 31482, nr. 130, dd. 19 januari 2026↩︎

  4. https://dutchculture.nl/sites/default/files/2025-10/EN_PV_The-impact-of-international-cultural-cooperation.pdf↩︎