Ontwerpbesluit, houdende wijziging van lijst I en IA, behorende bij de Opiumwet in verband met de plaatsing van een middel op lijst I en de toevoeging van een stofgroep aan lijst IA
Drugbeleid
Brief regering
Nummer: 2026D14944, datum: 2026-03-31, bijgewerkt: 2026-04-07 13:23, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ooit VVD kamerlid)
- Besluit AMvB e toevoeging van een stofgroep aan lijst IA
- Nota van toelichting
- Beslisnota bij Kamerbrief Ontwerpbesluit, houdende wijziging van lijst I en IA, behorende bij de Opiumwet in verband met de plaatsing van een middel op lijst I en de toevoeging van een stofgroep aan lijst IA
Onderdeel van kamerstukdossier 24077 -559 Drugbeleid.
Onderdeel van zaak 2026Z06609:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-04-08 13:00 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-04-08 10:15 ⇒ Voor kennisgeving aangenomen. (Besluit)
- 2026-04-08 10:15: Procedurevergadering Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- 2026-04-08 13:00: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
Preview document (🔗 origineel)
Staten-Generaal A 1/2
Vergaderjaar 2025-2026
24 077 Drugbeleid
Nr. 559 Brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 31 maart 2026
Hierbij bied ik u aan het ontwerpbesluit, houdende wijziging van lijst I en IA, behorende bij de Opiumwet in verband met de plaatsing van een middel op lijst I en de toevoeging van een stofgroep aan lijst IA. Voor de inhoud van het ontwerpbesluit verwijs ik u naar de ontwerp-nota van toelichting.
De voorlegging geschiedt in het kader van de wettelijk voorgeschreven voorhangprocedure (de artikelen 3a, vierde lid, en 3aa, vierde lid, van de Opiumwet) en biedt uw Kamer de mogelijkheid zich uit te spreken over het ontwerpbesluit voordat het aan de Afdeling advisering van de Raad van State zal worden voorgelegd en vervolgens zal worden vastgesteld.
Op grond van de aangehaalde bepalingen geschiedt de voordracht aan de Koning ter verkrijging van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State over het ontwerpbesluit niet eerder dan vier weken nadat het ontwerpbesluit aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Een gelijkluidende brief heb ik gezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.
De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
S.T.M. Hermans
Ter griffie van de Eerste en van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal ontvangen op 31 maart 2026.
De wens dat het in het ontwerp van de maatregel
geregelde onderwerp bij wet wordt geregeld
kan door of namens een van beide Kamers
te kennen worden gegeven uiterlijk op 28 april 2026.