Ontwerpbesluit, houdende wijziging van lijst I en IA, behorende bij de Opiumwet in verband met de plaatsing van een middel op lijst I en de toevoeging van een stofgroep aan lijst IA
Brief regering
Nummer: 2026D14944, datum: 2026-03-31, bijgewerkt: 2026-03-31 12:15, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ooit VVD kamerlid)
- Besluit AMvB e toevoeging van een stofgroep aan lijst IA
- Nota van toelichting
- Beslisnota bij Kamerbrief Ontwerpbesluit, houdende wijziging van lijst I en IA, behorende bij de Opiumwet in verband met de plaatsing van een middel op lijst I en de toevoeging van een stofgroep aan lijst IA
Onderdeel van zaak 2026Z06609:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- 2026-04-08 10:15: Procedurevergadering Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Preview document (🔗 origineel)
Geachte voorzitter,
Hierbij bied ik u aan het ontwerpbesluit, houdende wijziging van lijst I en IA, behorende bij de Opiumwet in verband met de plaatsing van een middel op lijst I en de toevoeging van een stofgroep aan lijst IA. Voor de inhoud van het ontwerpbesluit verwijs ik u naar de ontwerp-nota van toelichting.
De voorlegging geschiedt in het kader van de wettelijk voorgeschreven voorhangprocedure (de artikelen 3a, vierde lid, en 3aa, vierde lid, van de Opiumwet) en biedt uw Kamer de mogelijkheid zich uit te spreken over het ontwerpbesluit voordat het aan de Afdeling advisering van de Raad van State zal worden voorgelegd en vervolgens zal worden vastgesteld.
Op grond van de aangehaalde bepalingen geschiedt de voordracht aan de Koning ter verkrijging van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State over het ontwerpbesluit niet eerder dan vier weken nadat het ontwerpbesluit aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Een gelijkluidende brief heb ik gezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.
Hoogachtend,
de minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,
Sophie Hermans