Brief van het Presidium over het verzoek van het lid Keijzer, gedaan tijdens de Regeling van Werkzaamheden van 10 maart 2026, over een reactie van het Presidium inzake een schorsing tijdens het wetgevingsoverleg Integratie en maatschappelijke samenhang van 9 maart 2026
Raming der voor de Tweede Kamer in 2027 benodigde uitgaven, alsmede aanwijzing en raming van de ontvangsten
Brief Presidium
Nummer: 2026D14990, datum: 2026-03-31, bijgewerkt: 2026-03-31 14:41, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: A.A.H. van Campen, voorzitter van het Presidium (VVD)
Onderdeel van kamerstukdossier 36919 -4 Raming der voor de Tweede Kamer in 2027 benodigde uitgaven, alsmede aanwijzing en raming van de ontvangsten.
Onderdeel van zaak 2026Z06625:
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
36 919 Raming der voor de Tweede Kamer in 2027 benodigde uitgaven, alsmede aanwijzing en raming van de ontvangsten
Nr. 4 Brief van het Presidium
Aan de Leden,
Den Haag, 31 maart 2026
Tijdens de regeling van werkzaamheden van 10 maart 2026 heeft het lid Keijzer een reactie van het Presidium gevraagd naar aanleiding van het wetgevingsoverleg Integratie en maatschappelijke samenhang (beleidsartikel 13 begroting SZW) van 9 maart 2026. Aan het begin van dit wetgevingsoverleg is een ordevoorstel gedaan door het lid Ergin (DENK) om de commissievergadering om 18.40 uur te schorsen.
Op grond van artikel 8.10, lid 3 van het Reglement van Orde kan elk lid in een vergadering, plenair of in commissieverband, een voorstel van orde doen. Over een dergelijk voorstel beslist de Kamer c.q. de commissie. Deze procedure is in het wetgevingsoverleg van 9 maart 2026 gevolgd.
Een deel van het Presidium vindt het onwenselijk dat tijdens vergaderingen van de Tweede Kamer ordevoorstellen kunnen worden gedaan vanwege iftar of andere religieuze activiteiten. Een ander deel is van mening dat het aan de commissie of de Kamer zelf is om al dan niet een schorsing te verlenen, zoals ook is vastgelegd in het Reglement van Orde.
Aangezien dit onderwerp zich richt op procedures binnen de Kamer en de inrichting van het parlementaire werk geeft het Presidium u in overweging dit te bespreken bij het debat over de Raming of te agenderen in de commissie voor de Werkwijze. Alle partijen worden op deze manier in de gelegenheid gesteld hun opvatting hierover kenbaar te maken.
Namens het Presidium,
De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal,
Van Campen