[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

De besteding van gemeentelijke middelen aan iftarbijeenkomsten, gepresenteerd als 'ontmoetingen' en 'integratie'

Schriftelijke vragen

Nummer: 2026D14997, datum: 2026-03-31, bijgewerkt: 2026-04-02 08:58, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kv-tk-2026Z06611).

Krijg melding als deze vragen beantwoord worden:

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z06611:

Preview document (🔗 origineel)


Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2025-2026 Vragen gesteld door de leden der Kamer

2026Z06611

Vragen van het lid Russcher (FVD) aan de Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de besteding van gemeentelijke middelen aan iftarbijeenkomsten, gepresenteerd als «ontmoetingen» en «integratie» (ingezonden 31 maart 2026).

Vraag 1

Hoe beoordeelt u het bericht dat de grootste gemeenten in Nederland tienduizenden euro’s aan publieke middelen hebben besteed aan het organiseren of faciliteren van iftarbijeenkomsten, en dat deze uitgaven zijn verantwoord onder begrotingsposten als «ontmoetingen» en «integratie»?1

Vraag 2

Onder welke begrotingsposten zijn deze uitgaven door de betreffende gemeenten precies verantwoord, en hoe waarborgt u dat het wegschrijven van uitgaven voor religieuze bijeenkomsten onder neutrale noemers als «ontmoeting», «verbinding» of «integratie» de democratische controle door de gemeenteraad niet bemoeilijkt?

Vraag 3

Welke meetbare integratiedoelstellingen liggen ten grondslag aan de gemeentelijke financiering van iftarbijeenkomsten, en op basis van welke evaluaties of effectmetingen is vastgesteld dat deze bijeenkomsten aantoonbaar bijdragen aan taalverwerving, arbeidsparticipatie of maatschappelijke zelfredzaamheid?

Vraag 4

In hoeverre kan worden uitgesloten dat bij de door gemeenten gefinancierde iftars organisaties betrokken zijn die geheel of gedeeltelijk worden gefinancierd vanuit het buitenland, bijvoorbeeld door Turkije (Diyanet/ISN), Saoedi-Arabië, Qatar of andere staten, en welk toezicht bestaat hierop?

Vraag 5

Hoe verhoudt de structurele financiering van iftarbijeenkomsten door gemeenten zich tot het grondwettelijke beginsel van scheiding van kerk en staat, mede in het licht van de uitspraak van uw voorganger bij de beantwoording van eerdere Kamervragen dat de overheid «geen geloof of wijze van geloofsbelijdenis mag voortrekken»?2

Vraag 6

In welke omvang en frequentie financieren dezelfde gemeenten bijeenkomsten die verbonden zijn aan andere religieuze tradities, zoals het christendom, het jodendom of het hindoeïsme, en hoe verklaart u een eventueel verschil met de financiering van islamitische bijeenkomsten?

Vraag 7

Hoe beoordeelt u het feit dat iftarbijeenkomsten naar hun aard religieuze handelingen omvatten – zoals gebeden en Koranrecitatie – terwijl gemeenten dergelijke bijeenkomsten presenteren en financieren als neutrale «ontmoetingen»?

Vraag 8

Op welke wijze draagt het faciliteren van religieus-culturele bijeenkomsten die primair gericht zijn op de eigen gemeenschap bij aan werkelijke integratie – het leren van de Nederlandse taal, het verwerven van economische zelfstandigheid en het internaliseren van democratische waarden – en hoe weegt u dit af tegen het risico dat dergelijke financiering juist gescheiden religieuze gemeenschappen bevestigt en institutionaliseert?

Vraag 9

Hoe verhoudt de gemeentelijke financiering van religieuze maaltijden zich tot het kabinetsbeleid dat inzet op assimilatie – het overnemen van de Nederlandse taal, normen, waarden en gebruiken – in plaats van het accommoderen van religieuze en culturele praktijken uit het land van herkomst?

Vraag 10

Hoe beoordeelt u het risico dat door de overheid gefinancierde iftars bijdragen aan het ontstaan van parallelgemeenschappen, waarin de band met het land van herkomst en de eigen religieuze gemeenschap wordt versterkt ten koste van deelname aan de bredere Nederlandse samenleving?

Vraag 11

Hoe weegt u de zorg van een substantieel deel van de Nederlandse bevolking dat de toenemende institutionalisering van islamitische rituelen in het publieke domein – inclusief door de overheid gefinancierde iftars op ministeries, bij de Nationale Politie en in publieke gebouwen – bijdraagt aan een ervaring van culturele verdringing?

Vraag 12

Op welke wijze geeft het structureel financieren van iftars door overheden – terwijl vergelijkbare faciliteiten voor andere levensbeschouwelijke tradities achterwege blijven – een signaal van ongelijkheid af, en hoe beoordeelt u de gevolgen hiervan voor het maatschappelijke draagvlak voor integratie?

Toelichting:

Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Schilder (Groep Markuszower), ingezonden 30 maart 2026 (vraagnummer 2026Z06485)


  1. De Telegraaf, 30 maart 2026, «Grootste gemeenten gaven tienduizenden euro’s uit aan iftars, gepresenteerd als «ontmoetingen» en «integratie»: «Hoeven ze niet te doen»», https://www.telegraaf.nl/binnenland/grootste-gemeenten-gaven-tienduizenden-euros-uit-aan-iftars-gepresenteerd-als-ontmoetingen-en-integratie-hoeven-ze-niet-te-doen/144696098.html↩︎

  2. Aanhangsel Handelingen II, vergaderjaar 2025–2026, nr. 16↩︎