Verslag Milieuraad 17 maart 2026
Bijlage
Nummer: 2026D15078, datum: 2026-03-31, bijgewerkt: 2026-04-01 12:03, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Bijlage bij: Verslag van de Milieuraad van 17 maart 2026 te Brussel (2026D15076)
Preview document (š origineel)
Verslag Milieuraad 17 maart 2026
Tijdens de Milieuraad van 17 maart 2026 in Brussel stond een beleidsdebat over de revisie van de CO2-emissienormen voor nieuwe personen- en bestelwagens op de agenda. Daarnaast stond er, een gedachtewisseling over inspanningen voor decarbonisatie in het kader van het
klimaatbeleid na 2030 geagendeerd, en over de versterking van EU-strategische samenwerking in mondiale milieudiplomatie ten aanzien van het verdiepen van internationale partnerschappen en het versterken van wetenschappelijk onderbouwde beleidsvorming in mondiale
milieuprocessen. Voorts zijn de Raadsconclusies over de EU bio-economie strategie aangenomen.
Tevens stonden er verschillende diversenpunten geagendeerd: van Belgiƫ over een EU-raamwerk voor klimaatweerbaarheid, van Oostenrijk over de implementatie van de verordening voor
landgebruik, verandering van landgebruik en bosbouw (Land Use, Land-Use Change and Forestry, hierna: LULUCF), van Frankrijk over vergunningverlening in de Milieuomnibus en over Mercator Ocean1, en van Litouwen over de milieu- en veiligheidsimplicaties van de kerncentrale in Belarus. Ook presenteerden de Europese Commissie (hierna: Commissie) en het
Voorzitterschap van de Raad van de EU (hierna: Raad) een terugkoppeling van de twaalfde conferentie van het Intergouvernementele Platform voor Biodiversiteit en Ecosysteemdiensten (hierna: IPBES). Ten slotte heeft de Commissie het Nieuwe Europees Bauhaus2 gepresenteerd.
Tot slot deelt het kabinet als bijlage bij deze brief het Spaanse non-paper dat steun heeft van zeven lidstaten, waaronder Nederland, waarin het belang van het Europees
emissiehandelssysteem (hierna: ETS) als hoeksteen van EU klimaatbeleid wordt benadrukt en tegen afzwakking of opschorting wordt gepleit.
Beleidsdebat ā Herziening CO2-normen personenautoās en bestelwagens
Tijdens de Milieuraad van 17 maart vond een eerste beleidsdebat plaats over de herziening van de verordening van COāāemissienormen voor personenautoās en bestelwagens. Dit voorstel is onderdeel van het Automobielpakket van de Commissie om de innovatiekracht en groeimogelijkheden van EU-bedrijven in de automobielsector te versterken. De Kamer heeft de regering in een tweetal moties opgeroepen om zich te verzetten tegen het verbod op de
verbrandingsmotor.3 De onderliggende zorgen in de moties gingen over het
concurrentievermogen van de Europese auto-industrie, de betaalbaarheid voor burgers en innovatie in de auto-industrie. Zoals omschreven in het BNC-fiche4, stelt de Commissie voor om het CO2-emissiereductiedoel in 2035 te verlagen van 100 naar 90%, waardoor de nieuwverkoop van autoās met een verbrandingsmotor na 2035 mogelijk blijft. De Commissie stelt als voorwaarde dat voertuigproducenten de misgelopen emissiereductie aan de uitlaat moeten compenseren door het gebruik van in de EU geproduceerd koolstofarm staal in de productie van voertuigen of op basis van de beschikbaarheid van hernieuwbare brandstoffen in het wegvervoer.
De Commissie en een groep lidstaten benadrukten dat elektrificatie en het verminderen van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen de toekomst vormen. Daarbij was er verdeeldheid onder de lidstaten over de gewenste uitkomst van de herziening. Een kleine groep lidstaten gaf aan niet tevreden te zijn met de afzwakking van het oorspronkelijke CO2-emissiereductiedoel van 100% naar 90% in 2035. Tegelijkertijd vond een andere groep lidstaten de afzwakking juist onvoldoende, wilden zij meer flexibiliteit en pleitten zij voor een nog grotere rol voor alternatieve aandrijvingen naast elektriciteit, zoals hybridetechnologieƫn of toepassing van alternatieve
1 Mercator Ocean is een Europese private organisatie die oceaanmodellen en -voorspellingen maakt.
2 Nieuw Europees Bauhaus: Europees beleids- en financieringsinitiatief.
3 Kamerstukken II, 2025-2026, 21 501-33, nr. 1179; Kamerstukken II, 2025-2026, 21 501-20, nr. 2325.
4 Kamerstukken II, 2025-2026, 22 112, nr. 4273.
brandstoffen in verbrandingsmotoren. Daarnaast toonden enkele lidstaten, waaronder
Nederland, interesse in het inzetten van groen staal als flexibiliteit, terwijl andere lidstaten aangaven dat ook andere materialen of producten, zoals batterijen of emissiereductie elders in de waardeketen, in aanmerking zouden moeten kunnen komen. Ook deden enkele lidstaten een interventie over het belang van āMade in EUā.
Nederland benadrukte het belang van het langetermijn-concurrentievermogen van de EU auto-industrie, het verminderen van uitlaatemissies bij de wegvervoersector en dat innovatie de betaalbaarheid van mobiliteit bevordert. Elektrificatie is daarvoor de voornaamste drijfveer en oplossing. Daarnaast gaf Nederland aan dat het belangrijk is investeringszekerheid te waarborgen, de klimaatdoelen te behalen en minder afhankelijk te worden van fossiele
brandstoffen. Enkele lidstaten spraken de wens uit voor technologische neutraliteit, waarop Nederland zorgen uitte over het ontstaan van twee parallelle infrastructuren, wat kan zorgen voor een verhoging van maatschappelijke kosten. Het kabinet beschouwt de moties Heutink (1179) en Van der Plas (2325) daarmee als afgedaan, aangezien het Commissievoorstel reeds
tegemoetkomt aan de wens van de Kamer om de verkoop van autoās met een verbrandingsmotor na 2035 mogelijk te maken en het kabinet bij de Milieuraad heeft geĆÆntervenieerd in lijn met de
onderliggende zorgen uit de Kamer, zoals geformuleerd in de moties.
Beleidsdebat ā Decarbonisatie Post-2030
Tijdens de Milieuraad vond een eerste gedachtewisseling plaats over decarbonisatie post 2030. Om invulling te geven aan de recent gewijzigde EU klimaatwet, zal de Commissie later dit jaar verschillende voorstellen doen waarmee de EU het 2040-doel op weg naar klimaatneutraliteit in 2050 kan bereiken.
Een grote meerderheid benadrukte het belang van een sterk en stabiel ETS voor het stimuleren van investeringen in schone productie. Daarbij pleitten sommige lidstaten voor gerichte hervormingen om de energie intensieve industrie beter te ondersteunen. Enkele lidstaten riepen tot afzwakking of opschorting van ETS1 (industrie en elektriciteitssector) en ETS2 (gebouwde omgeving en wegtransport). Nederland riep, conform de motie van de leden Bushoff en Van
Oosterhout5, op tot een zo sterk en ambitieus mogelijk ETS, omdat dit tot kosteneffectieve
emissiereducties leidt, langlopende beleidszekerheid geeft, innovatie bevordert en een gelijk speelveld borgt. In aanloop naar de Milieuraad ondertekende Nederland samen met een groep gelijkgezinde landen een Spaans non-paper waarin het belang van het ETS als hoeksteen van EU klimaatbeleid wordt benadrukt.
Rond de eventueel nieuwe nationale bijdragen na 2030 tekenden zich nog geen duidelijke posities af. Nederland gaf aan dat helderheid nodig is over de opgave voor alle sectoren en
lidstaten. Een grote groep lidstaten vroeg aandacht voor de onzekerheden in de landgebruik- en bosbouw (LULUCF)-sector.
Ten aanzien van de mogelijke inzet van internationale koolstofkredieten vroeg een groot aantal lidstaten, waaronder Nederland, om een gedegen effectenbeoordeling van de Commissie.
Sommige lidstaten benadrukten dat prioriteit moet worden gegeven aan emissiereductie op eigen bodem en dat ze de kredieten enkel als vangnet willen gebruiken. Anderen richtten zich vooral op hoe de kredieten ingezet en ingekocht kunnen worden. Nederland gaf aan dat de inzet van internationale koolstofkredieten niet ten koste van de benodigde investeringen in de transitie binnen de EU mag gaan, en dat het totaal moet blijven optellen tot netto 90%.
Tot slot benadrukten een aantal lidstaten het belang van financiƫle middelen voor de transitie.
5 Kamerstukken II, 2025-2026, 21501-97 Nr. 2171
Beleidsdebat ā Mondiale milieudiplomatie
Tijdens de Milieuraad vond een gedachtewisseling plaats over het versterken van de strategische samenwerking van de EU in de mondiale milieudiplomatie, specifiek in het kader van een veranderende geopolitieke context en de toenemende druk op de wetenschap. Executive
Director van het Verenigde Naties Milieuprogramma (hierna: UNEP), Inger Andersen, sloot aan bij deze bespreking en leidde de gedachtewisseling in. Zij benadrukte daarbij het belang van
effectief milieumultilateralisme en de hiervoor noodzakelijke randvoorwaarden: wetenschap als basis voor beleid, samenwerking en solidariteit tussen landen, en stabiele financiering voor mondiaal milieubeleid en -gremia, waar UNEP als leidende VN-entiteit op milieu een belangrijke rol in speelt. In de daaropvolgende gedachtewisseling tussen de lidstaten stonden het belang van wetenschap, samenwerking met diverse partners en het VN-hervormingsproces (UN80) centraal.
Alle lidstaten benadrukten het belang van wetenschap als basis voor beleid en spraken steun en waardering uit voor de wetenschappelijke publicaties die door de VN worden uitgebracht.
Nederland riep hierbij specifiek op om structuren voor wetenschapsbeleid te versterken om te zorgen voor op wetenschap gebaseerde besluitvorming, met behulp van instrumenten zoals de Global Environment Outlook 7.6 Hiermee heeft het kabinet conform de toezegging aan de Kamer bekendheid vergroot van relevante VN-milieurapporten als GEO-7 en het kabinet zal dit blijven
doen. Tevens komt het kabinet met een reactie op de inzichten en aanbevelingen van GEO-7 en een aantal andere rapporten.7
Enkele lidstaten erkenden daarbij dat de EU ook het goede voorbeeld moet geven via de
implementatie van haar milieubeleid. Voorts waren vrijwel alle lidstaten het met elkaar eens dat, voor effectief multilateralisme, diversiteit aan partners belangrijk is, waarbij niet alleen wordt samengewerkt met gelijkgestemde landen maar ook het contact wordt versterkt met landen die andere standpunten innemen dan de EU in de verschillende mondiale milieufora. Nederland maakte zich sterk voor inzet op zogenoemde coalitions of the willing, vooral daar waar voortgang op multilateraal niveau stokt, en benadrukte het belang van een vroegtijdige open dialoog om in een eerder stadium mogelijkheden voor landingszones in de onderhandelingen te identificeren.
Ten aanzien van de VN-hervormingen gaven veel lidstaten aan dat dit moment benut moet worden om de slagkracht van de VN, en specifiek UNEP, te vergroten, en de coƶrdinatie tussen VN-organen te verbeteren. Diverse lidstaten benoemden daarbij verder dat dit ook gelegenheid biedt de bureaucratie binnen de VN aan te pakken. Nederland gaf hierbij aan de verbetering van de transparantie van VN-organen een belangrijk punt te vinden.
Beleidsdebat ā Raadsconclusies bio-economie
Tijdens de Milieuraad zijn de Raadsconclusies over de bio-economie strategie aangenomen.8 Deze Raadsconclusies zijn gebaseerd op de mededeling voor de bio-economie strategie die de Commissie op 27 november 2025 presenteerde. De kabinetsreactie op deze mededeling is
uitgewerkt in een BNC-fiche9.
6 De Zevende Global Environment Outlook (GEO-7) is het meest recente mondiale VN-milieurapport van het VN-milieuprogramma (UNEP). Het is de meest veelomvattende en diepgravende analyse van de mondiale staat van het milieu tot dusver en biedt beleidsopties om internationale milieudoelen te halen en bij te dragen aan
duurzame ontwikkeling wereldwijd.
7 Kamerstukken II, 2025- 2026, 21 501-08 Nr. 1028.
8 COM, 7397/26
9 Kamerstukken II, 2025-2026, 22 112 nr. 4238
Een meerderheid van lidstaten benadrukte het belang van een concurrerende en duurzame bio-economie strategie. Enkele lidstaten benadrukten dat er geen aanvullend duurzaamheidskader of nieuwe wetgeving over cascadering moet komen, in het licht van concurrentievermogen en het verminderen van administratieve lasten. Deze lidstaten benadrukten daarbij het belang van
(houtige) biogrondstoffen voor energievoorziening. Anderzijds gaven enkele lidstaten, waaronder Nederland, aan dat ze graag betere kaders (zoals duurzaamheidscriteria) hadden gezien om tot een echte duurzame bio-economie te komen en toepassing van het cascaderingsprincipe te versterken.
Nederland kon instemmen met de uiteindelijke Raadsconclusies en verwelkomde de aandacht voor marktcreatie voor hoogwaardige biogebaseerde toepassingen. De benoemde lead markets sluiten aan bij de inzet van het kabinet, in het bijzonder chemie (inclusief plastics), bouw en
bioraffinage. Ook is het kabinet positief over de vervroegde biogebaseerde doelstellingen voor verpakkingen en de mogelijkheid om doelstellingen te formuleren voor biogebaseerde chemicaliƫn, zoals genoemd in de Mededeling voor de bio-economie strategie van de
Commissie. Het kabinet zal zich blijven inzetten voor deze doelstellingen en ook voor
doelstellingen in andere productregelgeving, met name in de automotive en de bouwsector.
Tegelijkertijd heeft het kabinet zich tijdens de onderhandelingen ingezet voor betere kaders (zoals duurzaamheidscriteria) om tot een echte duurzame bio-economie te komen en toepassing van het cascaderingsprincipe te versterken. Nederland benadrukte daarom het belang van concrete acties om dit principe consistent toe te passen in EU-wetgeving om de
totale vraag naar biogrondstoffen te beperken. Een consistent kader voor biogrondstoffen, met duurzaamheidscriteria die gelden voor alle toepassingen van biogrondstoffen, is daarvoor belangrijk.
In deze context riep Nederland de Commissie op om in aanloop naar de herziening van de Richtlijn Hernieuwbare Energie een studie te verrichten naar de duurzaamheidscriteria voor biogrondstoffen, gerelateerd aan het cumulatieve landgebruik voor de productie van deze
grondstoffen. Op deze manier kan biodiversiteit (Europees en internationaal) en de samenhang met de productie van voedsel of veevoedergewassen, worden meegewogen en ongewenste
bijeffecten (zoals het verlies van koolstofvastlegging door bossen) worden voorkomen.
AOB-punten
Diversenpunt: Uitgangspunten voor EU-raamwerk klimaatweerbaarheid
Belgiƫ bracht een diversenpunt in over het belang van klimaatweerbaarheid en vroeg aandacht voor een toekomstig EU-raamwerk voor klimaatweerbaarheid, waar scherp gekeken moet worden naar proportionaliteit en subsidiariteit. Daarbij onderstreepte Belgiƫ het belang van gerichte acties, oog voor regionale specificiteit en financiering onder het LIFE-programma ten behoeve van milieu- en biodiversiteitsbeleid. Het raamwerk moet leiden tot versterking van de economie en het vergroten van vertrouwen van burgers in klimaatweerbaarheid. Een groep
lidstaten steunde het voorstel en vroeg specifieke aandacht voor het voorkomen van
administratieve lasten, regionale aanpak en financiering. De Commissie verwelkomde de
agendering van het diversenpunt en gaf aan eind 2026 met een voorstel voor een EU-raamwerk te komen.
Diversenpunt: Implementatie van de LULUCF-verordening (Land Use, Land Use Change and Forestry)
Oostenrijk bracht samen met Tsjechiƫ, Estland, Frankrijk, Hongarije, Letland, Litouwen, Portugal en Slowakije een diversenpunt in over de implementatie van de LULUCF-verordening. Hierin vroegen zij aandacht voor een meer pragmatische en realistische implementatie van LULUCF,
die rekening houdt met externe (niet-beheersbare) factoren zoals klimaatverandering, extreme
weersomstandigheden en ziektenuitbraken, verbeterde toegang tot flexibiliteiten rondom
beheerd bos, en robuustere data. Na de afloop van de huidige verordening (post-2030) zien ze graag een minder rigide LULUCF-systeem met focus op veerkracht van bos-ecosystemen in plaats van kortetermijndoelstellingen voor koolstofvastlegging met beperkte flexibiliteit. De
Commissie gaf aan bekend te zijn met de uitdagingen en in contact te staan met lidstaten over de implementatie van de LULUCF-verordening.
Diversenpunt: Terugkoppeling IPBES-12 (Intergovernmental Science-Policy Platform on Biodiversity and Ecosystem Services)
Het Voorzitterschap en de Commissie gaven een korte terugkoppeling van de belangrijkste uitkomsten van de twaalfde conferentie van het IPBES, met als belangrijkste resultaat het
rapport over Bedrijven en Biodiversiteit dat de wederzijdse afhankelijkheid van bedrijfsleven en
biodiversiteit laat zien. De uitkomsten zijn in lijn met de prioriteiten van de EU en de lidstaten. De Commissie benadrukte het belang om nu aan de slag te gaan met de implementatie van de bevindingen uit het rapport.
Diversenpunt: Nieuw Europees Bauhaus
De Commissie gaf een presentatie over het Nieuwe Europese Bauhaus, dat zich richt op het stimuleren van innovatie, samenwerking en concrete projecten (zoals duurzame bouw en
renovatie) om buurten en industrieƫn toekomstbestendig, betaalbaar en milieuvriendelijk te maken.
Diversenpunt: Vergunningverlening in de Milieuomnibus
Frankrijk bracht samen met Belgiƫ, Tsjechiƫ, Ierland, Letland en Slowakije, een diversenpunt in over het versnellen van vergunningsprocedures, samen met een oproep tot een alomvattende, sector overschrijdende aanpak binnen het milieubeleid. Daarbij pleiten ze voor het hebben van oog hebben voor subsidiariteit en flexibiliteit en daarom ook voor een richtlijn in plaats van een verordening.
Diversenpunt: FRA ā Mercator Ocean
Frankrijk informeerde de Raad over de transformatie van Mercator Ocean in een
intergouvernementele organisatie, met een oproep aan de lidstaten om het oprichtingsverdrag van de intergouvernementele organisatie snel te ondertekenen.
Diversenpunt: Milieu- en veiligheidsimplicaties van de kerncentrale in Belarus
Litouwen informeerde de Raad, met steun van Estland, Letland en Polen over de milieu- en veiligheidsgevolgen van de kerncentrale in Ostrovets, Belarus. De Commissie gaf aan hier via het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) aandacht voor te kunnen vragen.
Overig
In gesprekken met de Europese Commissie de dag voorafgaand aan de Milieuraad, heeft het kabinet onder andere aandacht gevraagd voor het ontbreken van impact analyses in de
Omnibussen, in lijn met de toezegging gedaan in het Tweeminutendebat over de Milieuraad op 12 maart jl.