Uitvoering moties over Soedan
Afrika-beleid
Brief regering
Nummer: 2026D15125, datum: 2026-03-31, bijgewerkt: 2026-04-01 13:16, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
- Mede ondertekenaar: S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (Ooit D66 kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 29237 -257 Afrika-beleid.
Onderdeel van zaak 2026Z06697:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
- 2026-04-02 12:50: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-04-09 12:30: Procedurevergadering (Procedurevergadering), vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
Preview document (🔗 origineel)
Geachte voorzitter,
Met deze brief informeren wij uw Kamer over de situatie in Soedan en over de uitvoering van meerdere toezeggingen, moties en een amendement, in lijn met de uitwisseling tussen de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken en de Tweede Kamer tijdens het commissiedebat Raad Buitenlandse Zaken van 13 januari 2026. De moties zijn aangenomen naar aanleiding van het commissiedebat Raad Buitenlandse Zaken van 19 november 2025, het plenaire debat over Soedan van 10 december 2025, het tweeminutendebat Wapenexportbeleid van 14 januari jl. en de begrotingsbehandeling Buitenlandse Zaken van 28 januari jl.
Huidige situatie
Op 15 april 2023 brak in Soedan een gewapend conflict uit tussen het leger, de Sudanese Armed Forces (SAF) en de paramilitaire groepering Rapid Support Forces (RSF). Het conflict, dat in april zijn vierde jaar ingaat, heeft geleid tot de grootste humanitaire en ontheemdingscrisis ter wereld.
Naar schatting zullen dit jaar 33,7 miljoen mensen dringend humanitaire hulp nodig hebben. Bijna de helft van de bevolking — circa 21,2 miljoen mensen — kampt met voedselonzekerheid. De Integrated Food Security Phase Classification (IPC), het internationale systeem voor voedselzekerheid, stelde eerder hongersnood vast in delen van Darfoer en Kordofan en waarschuwde in een recent bericht dat acute ondervoeding zich verder heeft verspreid naar andere gebieden in Darfoer, waaronder Um Baru en Kernoi.1
Eind oktober 2025 nam de RSF de stad El Fasher in Darfoer op gewelddadige wijze in. Volgens het meest recente rapport van het Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de Mensenrechten (OHCHR) kwamen in de eerste drie dagen van het offensief door de RSF en geallieerde milities meer dan 6.000 burgers om het leven. Daarnaast worden nog altijd vele duizenden personen vermist.2 Het recente rapport van de onafhankelijke VN Fact-Finding Mission for Sudan (FFM) concludeert op basis van het verzamelde bewijs van de handelingen en de intenties van de RSF in en rond El-Fasher, dat er indicaties zijn die wijzen op genocide. Hierbij is meegewogen dat de gewelddadige inname van de stad volgde op een achttien maanden durende belegering, waarbij doelbewust leefomstandigheden werden gecreëerd die waren gericht op de (gedeeltelijke) vernietiging van niet-Arabische bevolkingsgroepen, met name de Zaghawa en de Fur.3
De afgelopen maanden heeft de frontlinie zich verplaatst naar de regio’s Blauwe Nijl, en Noord-, Zuid- en West-Kordofan, waar zware gevechten en luchtaanvallen plaatsvinden. Door beide strijdende partijen worden hierbij drones ingezet en worden burgerobjecten getroffen. De olierijke Kordofan-regio ligt tussen de westelijke gebieden onder controle van de RSF en de oostelijke gebieden onder controle van de SAF. De Blauwe Nijl regio ligt op de grens met Zuid-Soedan en Ethiopië. Deze regio’s zijn vanwege hun grondstoffen en strategische ligging voor de aanvoer van goederen uit buurlanden van groot militair belang.
Ondanks internationale bemiddelingspogingen, is er tot op heden geen sprake van een staakt-het-vuren. In juni 2025 richtten de Verenigde Staten, de Verenigde Arabische Emiraten, Egypte en Saoedi Arabië de Quad-groep op. Op 3 februari 2026 kondigde de VS-gezant voor Arabische en Afrikaanse zaken, Massad Boulos, aan dat de Quad een vredesplan voor Soedan heeft opgesteld. Tot dusver hebben de strijdende partijen geen vredesplan aanvaard.
Eind 2025 werd daarnaast de Quintet-groep opgericht bestaande uit de Afrikaanse Unie (AU), de Intergovernmental Authority on Development (IGAD), Liga van Arabische Staten (LAS), Europese Unie (EU) en de Verenigde Naties (VN). Het Quintet neemt de leiding bij het mobiliseren van civiele groepen, politieke actoren, het maatschappelijk middenveld, grassroots organisaties en diaspora. Het werk van de Quintet-groep zal van belang zijn om een tijdelijk staakt-het-vuren te laten overgaan in een inclusief politiek proces met blijvende vrede als doel.
Nederlandse inzet
Diplomatie
Nederland spant zich in voor een duurzame oplossing van het conflict en treedt bij voorkeur op in Europees verband, om zo veel mogelijk slagkracht te hebben in een complex speelveld. In oktober 2025 zijn, mede dankzij Nederlandse inzet, nieuwe Raadsconclusies over Soedan aangenomen waarin de EU de strijdende partijen oproept om 1) te komen tot een staakt-het-vuren; 2) humanitaire toegang te verlenen en burgers te beschermen; 3) een geloofwaardige transitie naar civiel bestuur te ondersteunen; en 4) rechtsstatelijkheid, accountability en respect voor internationaal recht te waarborgen. Als initiatiefnemer van de EU Kerngroep voor Soedan, opgericht eind 2024, pleit Nederland er daarnaast voor dat de EU actief deelneemt aan het vredesproces in Soedan en het conflict structureel op de agenda houdt van de Raad Buitenlandse Zaken, zoals toegezegd aan het lid Bamenga tijdens het plenair debat Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp op 15 januari 2026.4
Nederland ondersteunt het werk van het Quintet door nauw contact met de EU, VN, AU en het Soedanese maatschappelijk middenveld te onderhouden en door diverse NGO’s gericht op conflictbemiddeling te ondersteunen conform motie Teunissen.5 In een recente ontmoeting met de EU Speciaal Vertegenwoordiger voor de Hoorn van Afrika sprak de minister van Buitenlandse Zaken over de manier waarop Nederland kan een grotere bijdrage kan leveren aan de doelstellingen van de EU en het Quintet. Ook steunt Nederland het kantoor van de VN gezant voor Soedan.
Op 15 april 2026 – drie jaar na het uitbreken van de oorlog - organiseert de EU met Duitsland, AU, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk een conferentie in Berlijn ter ondersteuning van het vredesproces in Soedan.
Tijdens de conferentie, waaraan ook Nederland deelneemt, zullen landen aangeven hoeveel geld zij beschikbaar stellen in 2026 voor hulp aan Soedan en buurlanden. Daarnaast zal gesproken worden over naleving van het humanitair oorlogsrecht, waarbij Nederland specifiek aandacht zal vragen voor de veiligheid en bescherming van hulpverleners. Ook zal Nederland wijzen op de rol van lokale organisaties, inclusief gemeenschapsorganisaties zoals de Emergency Response Rooms.
Tot slot zet Nederland zich in diverse multilaterale fora actief en zichtbaar in om de crisis in Soedan te agenderen en bij te dragen aan gerechtigheid voor slachtoffers. In augustus 2025 is Nederland toegetreden tot de kerngroep van de Soedan-resolutie in de Mensenrechtenraad. Deze resolutie mandateert de onafhankelijke FFM, die rapporteert over mensenrechtenschendingen die in het kader van het conflict worden gepleegd. Naar aanleiding van het meest recente FFM rapport over El Fasher is Nederland in februari jl. onderdeel geworden van een coalitie voor de preventie van wreedheden en voor gerechtigheid in Soedan opgericht op initiatief van het Verenigd Koninkrijk, genaamd Coalition for Atrocity Prevention and Justice in Sudan.
Sancties
Nederland zet zich onverminderd in voor uitbreiding van EU-sancties tegen entiteiten en individuen met betrokkenheid bij het gewapend conflict en grove mensenrechten schendingen. In lijn met de motie Van den Burg c.s.6 over het in Europees verband opvoeren van de druk op alle betrokken partijen bij het conflict, de moties Kröger c.s. over van het koppelen van EU-sancties aan sanctielijsten van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk7 en over het uitbreiden van de sanctielijst met netwerken die de RSF ondersteunen,8 is in de Raad Buitenlandse Zaken van 29 januari jl. een nieuw sanctiepakket aangenomen. Daarbij zijn vijf RSF- en twee SAF-gelieerde individuen op de EU-sanctielijst geplaatst.
Ook in de komende periode blijft Nederland zich inzetten voor verdere uitbreiding van EU-sancties, met als doel het tegengaan van de oorlogseconomie, waarvan goudsmokkel uit Soedan een belangrijk onderdeel uitmaakt. Met deze inzet geeft het kabinet uitvoering aan de motie Kröger c.s.9 motie Ceder.10 Het is hierbij van belang om te komen tot een combinatie van maatregelen die enerzijds de oorlogseconomie effectief tegengaat en anderzijds niet tot ongewenste effecten voor de kwetsbare Soedanese bevolking leidt. Bovendien moet worden benadrukt dat EU-sancties tot stand komen op basis van een juridisch houdbaar voorstel en dat besluitvorming plaatsvindt op basis van unanimiteit.
Wapenexportcontrole
Op 16 december 2025 is naar aanleiding van het plenaire debat over de situatie in Soedan de motie Teunissen c.s.11 aangenomen waarin de regering wordt verzocht te borgen dat in Nederland geproduceerde robotvoertuigen die als wapens kunnen worden ingezet of onderdelen daarvan, niet via de Verenigde Arabische Emiraten bij strijdende partijen in Soedan terechtkomen.
Daarnaast zijn op 20 januari 2026, naar aanleiding van het tweeminutendebat over het wapenexportbeleid, de motie Van Baarle en Dobbe12 en de motie Dobbe c.s.13 aangenomen. In de motie Van Baarle en Dobbe wordt de regering verzocht zich binnen de bestaande mogelijkheden in te spannen om het risico op doorlevering van vanuit Nederland geëxporteerde militaire goederen en dual-use goederen naar Soedan verder te beperken. In de motie Dobbe c.s. wordt de regering verzocht zich in te zetten voor maatregelen om wapenstromen richting strijdende partijen in Soedan te stoppen en daarbij ook expliciet te kijken naar het wapenexportbeleid, om te voorkomen dat wapens via Nederland in handen komen van strijdende partijen in Soedan.
Het kabinet toetst alle vergunningaanvragen voor de uitvoer van militaire goederen en dual-use goederen met militair eindgebruik per geval en zorgvuldig. Daarbij is specifieke aandacht voor het omleidingsrisico naar Soedan. Als een duidelijk risico bestaat op ongewenst eindgebruik, zoals een bijdrage aan ernstige mensenrechtenschendingen of omleiding, dan wordt een vergunningaanvraag afgewezen. Daarmee volstaat het staande beleid om ongewenste transacties te voorkomen en wordt middels dat beleid invulling gegeven aan de motie Dobbe, de motie Teunissen c.s., de motie Dobbe c.s. en de motie Van Baarle en Dobbe. Nederland heeft voorts in de relevante EU-raadswerkgroep COARM andere lidstaten gewezen op de risico’s van omleiding van wapens naar Soedan.
Naast deze inzet heeft Nederland zich onverminderd ingezet voor uitbreiding van EU-sancties tegen entiteiten en individuen. Onderdeel van deze inzet is het sanctioneren van individuen en entiteiten die een belangrijke rol spelen bij wapenstromen naar Soedan.
Daarnaast zijn op 16 december 2025 twee moties aangenomen (Dobbe c.s. 14 en Van der Werf c.s.15) met het verzoek aan de regering zich te blijven inspannen voor uitbreiding van het VN-wapenembargo naar geheel Soedan. Nederland zet zich reeds in EU-verband in voor een dergelijke uitbreiding en heeft ook in bilaterale contacten de wens uitgesproken om het VN-embargo te verbreden. Vooralsnog is hiervoor in de VN-Veiligheidsraad echter onvoldoende steun.
Humanitaire hulp
In Soedan zijn gemeenschapsorganisaties zoals de Emergency Response Rooms (ERR’s) cruciaal bij hulpverlening in moeilijk bereikbare gebieden. Daarom blijft Nederland organisaties die op lokaal niveau werken ondersteunen, conform motie Van Baarle en Dobbe.16 Nederland doet dit via de Rode Kruis beweging en de Dutch Relief Alliance (DRA), maar ook door het financieren van het VN-Sudan Humanitarian Fund. Dit fonds ondersteunt mede de Emergency Response Rooms maar ook andere organisaties in gebieden waar momenteel zwaar wordt gevochten, zoals Darfoer en Kordofan. De EUR 15 miljoen die in de laatste maanden van 2025 extra beschikbaar kwam voor Soedan is mede daarom aan het Sudan Humanitarian Fund toegekend.
Bescherming en humanitaire toegang
Bescherming en psychosociale noden vormen een integraal onderdeel van de humanitaire respons en zijn opgenomen in humanitaire responsplannen. Dit geldt ook voor zorg voor slachtoffers van seksueel- en gendergerelateerd geweld. Humanitaire organisaties die door Nederland worden gefinancierd, zoals de Dutch Relief Alliance, de Rode Kruis beweging, VN-organisaties en hun lokale partners, hebben bescherming van burgers in hun programmering opgenomen. Op deze wijze wordt invulling gegeven aan de motie Dobbe c.s.17 over voldoende bescherming en psychosociale hulp voor slachtoffers van seksueel geweld in Soedan. In gesprekken met partners blijft Nederland het belang van bescherming en psychosociale ondersteuning benadrukken. Bescherming is daarnaast een onderwerp dat in alle onderdelen van een humanitaire respons terugkomt, zoals gezondheidszorg, voedselhulp en onderdak.
Nederland pleit samen met andere landen waaronder EU-lidstaten voor naleving van het humanitair oorlogsrecht en voor ongehinderde humanitaire toegang. Conform de motie Van der Burg c.s18 en de motie Ceder/Kröger19 heeft Nederland daartoe een aantal gezamenlijke verklaringen ondertekend en brengt Nederland dit ook in bilaterale contacten op, bijvoorbeeld in gesprekken met landen die invloed hebben op of contact hebben met de strijdende partijen.
Ondanks deze diplomatieke inzet blijven aanzienlijke problemen bestaan met humanitaire toegang onder meer door onveiligheid en praktische en administratieve belemmeringen, met name bij grenzen en frontlinies. Mede dankzij diplomatieke druk blijft de belangrijke grensovergang met Tsjaad bij Adré echter open voor humanitaire transporten naar Darfoer.
Overig
Op 28 januari jl. is tijdens de begrotingsbehandeling Buitenlandse Zaken een amendement ingediend door de leden Dobbe en Ceder20 over financiering voor Rabia Dabanga. Nederland biedt steun aan verschillende onafhankelijke media wereldwijd om hiermee persvrijheid en toegang tot informatie te vergroten, ook in Soedan. Zo is Radio Dabanga in 2025 met EUR 750.000 ondersteund en wordt de mogelijkheid voor een nieuwe bijdrage voor 2026 momenteel bezien conform het amendement van Dobbe en Ceder. Daarover zullen de betreffende partners t.z.t. geïnformeerd worden.
Naar aanleiding van het Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB)-rapport over mensenrechten heeft het kabinet toegezegd te werken aan het in kaart brengen van een do-no-harm raamwerk binnen het internationale migratiebeleid. Hiermee wordt tevens uitvoering gegeven aan de motie-Ceder.21
De minister van Buitenlandse Zaken, T.B.W. Berendsen |
De minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, S.W. Sjoerdsma |
|---|
IPC Global Initiative, IPC Alert: Sudan — Famine threshold for acute malnutrition surpassed in two more North Darfur localities, crisis worsening in Greater Kordofan, 5 februari 2026, https://www.ipcinfo.org/fileadmin/user_upload/ipcinfo/docs/IPC_Alert_Sudan_Feb2026.pdf↩︎
Office of the United Nations High Commissioner for Human Rights (OHCHR), “They were shooting us like animals”: RSF final offensive and capture of besieged El Fasher (24–30 October 2025), 13 februari 2026, https://www.ohchr.org/sites/default/files/documents/countries/sudan/2026-02-13-rsf-offensive-fasher-capture-1-en.pdf↩︎
VN-Fact-Finding Mission: Sudan: Hallmarks of Genocide in El-Fasher, A/HRC/61/77, 17 Feb 2026, https://www.ohchr.org/sites/default/files/documents/hrbodies/hrcouncil/sessions-regular/session61/advance-version/a-hrc-61-77-auv-en.pdf↩︎
Toezegging TZ202601-046↩︎
Kamerstuk 21 501-02 nr. 3281↩︎
Kamerstuk 29 237, nr. 247↩︎
Kamerstuk 29 237, nr. 244↩︎
Kamerstuk 29 237, nr. 248 en nr. 249↩︎
Kamerstuk 29 237, nr. 245↩︎
Kamerstuk 29 237, nr. 253↩︎
Kamerstuk 29 237, nr. 256↩︎
Kamerstuk 22 054, nr. 470↩︎
Kamerstuk 22 054, nr. 474↩︎
Kamerstuk 29 237, nr. 240↩︎
Kamerstuk 29 237, nr. 246↩︎
Kamerstuk 29 237, nr. 250↩︎
Kamerstuk 29 237, nr. 242↩︎
Kamerstuk 29 237, nr. 247↩︎
Kamerstuk 29 237, nr. 252↩︎
Kamerstuk 36800 V, nr. 45↩︎
Kamerstuk 29 237, nr.254↩︎